GELOOFSENTHOUSIASME IN NEDERLAND EN TORADJALAND IV
(Slot)
In het Toradjaland heb ik dikwijls moeten denken aan de geschiedenis van de bezetene uit Markus 5. Die onreine geest had immers de naam legio. En die man zit in de macht van de boze geest. Op allerlei wijze wordt die man gekweld. Maar de Christus komt en verlost deze man van die boze geest. En de man gaat vertellen, wat grote dingen Jezus Christus aan hem verricht heeft.
Zou dat betekenen, dat deze man nu nooit meer last heeft gehad van die boze geesten? Het lijkt mij, dat ze nog wel weer eens teruggekomen zullen zijn. Het stuk der ellende wordt niet in een keer afgedaan. Hij zal er nog wel eens tegen hebben moeten vechten. Maar volkomen in zijn macht heeft de boze geest deze man niet meer gekregen.
En als die man door Jezus van de onreine geest verlost is, schenkt dat blijdschap en verruiming aan hét hart. En daar moet hij van praten. Hij kan niet zwijgen van de verlossing door Jezus alleen verkregen.
Zo ook de Toradja: wanneer hij verlost wordt van de macht der boze geesten, wanneer de vrees voor de boze geelsten door Christus wordt weggenomen, dan komt er vreugde en blijdschap. Niet, dat de macht van die boze geesten zich niet meer doet gevoelen. De verleiding komt nog dikwijls weer terug. En de Toradja is ook niet zo sterk, dat hij verder die boze geesten wel kan overwinnen. Soms geeft hij er wel eens aan toe inplaats van er tegen te strijden. Maar als hij van de macht en uit de vrees voor die boze geesten is verlost, dan is de blijdschap uiit zijn ogen te lezen, dan straalt de vreugde van zijn gezicht. Dan kan een Toradja als een kind zo blij wezen.
En als ge dan gaat vragen aan de Toradja: vertel me nu eens, hoe is dat allemaal gebeurd? , dan zal hij u misschien aankijken en zeggen: één ding weet ik, dat ik in de vrees zat, en nu er van verlost ben. En dan ziet ge iets van het enthousiasme in zijn ogen. Niet, dat al deze dingen door een Toradja uiteengezet kunnen worden, zoals wél wat ervaren kan worden zonder het onder woorden te kunnen brengen. In geestelijk opzicht is hij nog jong en soms zelfs dartel. Blij als een kind, zonder precies te kunnen zeggen waarom. Het spreken, overleggen en gezind zijn als een kind moet te niet gedaan worden. Daar moet een toenemen komen. En bij de groei tot man, kan er zoveel van wat eens kinds is verloren gaan. En het kost veel strijd eer de volwassen leeftijd bereikt is. En als we dan horen van de druk, die ze in de oorlogsjaren hebben doorstaan en we weten iets van de vervolgingen, die ze de laatste jaren hebben meegemaakt, dan zien we ook al meer de rijpheid komen. En de lidtekens van de strijd zijn merkbaar.
Maar een Christus te kennen, die de zonden verzoende en verloste van de macht der boze geesten, dat geeft blijdschap en vreugde. Aan zulk een Verlosser en Bevrijder geeft men zich in kinderlijke overgave. Trouwens die overgave lijkt mij voor een Toradja makkelijker dan voor Nederlanders. Het onszelf handhaven ligt ons westerlingen meer. Wij hebben altijd onze ja maars.
Wanneer het Evangelie van Gods genade ingang vindt in het hart van een Toradja dan brengt hem dat veel strijd. Het overtuigt hem ook van zonde en schuld. Maar hij ervaart ook, wat Paulus er reeds van zeide: , , Het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk die gelooft". En de waarheid van Gods Woord behoeft niet te devalueren en behoeft niet te acclimatiseren. Deze waarheid wordt niet hard in ons koude klimaat en vervluchtigt niet in het warme klimaat.
Wat we in Nederland vaak missen is de blijde verwondering. Wij vinden het Woord van God zo gewoon'. Het geeft bij ons geen verwondering, dat het nog verkondigd wordt. En wanneer de kracht van het Evangelie in eigen hart en leven ervaren wordt, dan is er wel verwonderinig, maar zo weinig de blijde verwondering van de algehele verlossing. Bij vellen schijnt het Evangelie wel een kracht te hebben tot ontdeikking van zonde en schuld, zonder dat de kracht der verlossing ervaren wordt. Men komt niet tot de algehele zelfovergave. En dan komt men ook niet tot de verwondering der verlossing. Zonder de verwondering der verlossing is er ook geen enthousiasme. Op het zendingsterrein is het vaak een zegen om de verwondering en de blijidschap bij de mensen te zien, die getrokken werden en te merken, dat aan de voornaamste der zondaren barmhartigheidi bewezen wordt.
Samenvattend zou ik willen zeggen, in het algemeen vindt men in het Toradjaland meer enthousiasme dan in Nederland. In Nederland is het er wel, maar veel meer individueel. In het Toradjaland meer gemeenschappelijk. Dit houdt stellig verband met het nieuwe en het jeugdige in het Toradjaland en met de geaardheid der bevolking, die gemakkelijker tot overgave komt.
Een vreugde is het te merken, dat deze mensen in het Toradjaland met verwondering vragen: is dat ook voor mij?
Denk echter niet, dat het hen geen strijd zou kosten. „Strijdt om in te gaan!" geldt ginds ook. En hoewel ze in die strijd ook dikwijls struikelen en vallen, toch mogen zij door Gods genade de strijd moedig voortzetten. En hoewel zij midden in de strijd zitten, toch vertellen zij met enthousiasime, wat grote dingen Jezus hen gedaan heeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's