Kroniek
Tendens naar centralisatie — Beroepingswerk — De stok achter de deur — Predikantenvergaderingen — Imitatiecommissie? — „Zaken die haken" — Calvijn en de oecumene — „Domineescabaret" — „Niet door stomme beelden".
Typisch voor onze tijd en geleidelijk zich doorzettend is de tendens naar centralisatie. Ze tekent zich af over heel de linie van het woelige, onrustige leven onzer dagen. Ze werkt met name in ons kerkelijk leven. Er wordt immers zoveel aan. de "top" bedisseld, waarvan vroeger of later de gemeenten het bindende in alle narigheid ondervinden. En dan is er meermalen de zelfbeschuldiging dat men op tijd niet pal stond of protesteerde. Daarom wijzen we op een nieuwe dreiging van een door de Synode voorgestelde wijziging, waarover in de e.k. classisvergaderingen zal gehandeld worden. Zij geldt de beroeping van predikanten en dreigt, indien aangenomen, een strop te worden.
Men oordele zelf.
Er bestaat sedert enkele jaren een , , Commissie voor het beroepingswerk", een der vele commissies en raden, waarvan wellicht niemand in de kerk getal en namen uit het hoofd kent. De bedoelde commissie heeft tot taak desgevraagd adviezen te geven aan kerkeraden over predikanten en hun gezinnen, wanneer aan een beroep gedacht wordt. Ik meen dat ook predikanten, die gaarne eens van standplaats zouden willen veranderen, zich tot die commissie kunnen wenden.
In het jongste verslag der commlssie (nov. '56—'dec. '57) doet zij een boekje open over beroepingen, waarbij dingen gebeurden, welke niet al te bevredigend waren.
Dat zal wel zo zijn. Waar mensen aan het werk zijn — en mensen, zij het in het ambt, brengen een beroep uit — worden er fouten gemaakt en zonden bedreven. Vaak ook, omdat wie , , ult horen" gaan niet altijd capabel zijn om de preek te beoordelen en juist weer te geven. En dan, er zijn gebruiken, welke traditie werden, doch veel onnodige spanningen bij de betrokken predikanten en gemeenten veroorzaken, die niet nodig zijn. Waarom worden predikanten, — ik noem slechts dit ene gebruik — wier prediking niet in alle opzichten bevredigde, na afloop heel vaak niet bezocht? Zijn de , , hoorders" niet in staat, wat ze als gemis aanvoelden, broederlijk met de betrokkene te bespreken? Indien zo het geval ligt, dan deugen die , , hoorders" niet voor het werk. Doch terzake.
De voorstellen der Generale Synode, dd. 25 juni '58, beogen aan de commissie een basis te geven, waardoor zij haar werk meer bevredigend zal kunnen vervullen. Daartoe bepaalde de Synode, in eerste lezing, dat , , in geval van vacature of te verwachten vacature", de kerkeraden de commissie vragen om advies. Dit wordt dus imperatief: het wordt voorschrift. Tot nu toe was het facultatief, men kon het doen en ook nalaten. Dit is de eerste stap op de weg der vrijheidsbeknotting. Want zonder dit advies, dat binnen een maand moet worden uitgebracht, geeft het moderamen van de classis geen , , autorisatie", d.w.z. machtiging, dat de betrokken kerkeraad tot beroeping kan overgaan.
Er is meer! Een predikant, die een beroep aannam, krijgt geen approbatie, d.i. goedkeuring om intrede te doen, indien niet gebleken is, , , dat de door de commissie voor het beroepingswerk gegeven adviezen naar het oordeel van het breed moderamen der classis ernstig door de kerkeraad zijn behandeld". Ik ontleende een en ander aan een artikel van prof. dr. v. Itterzon (, , Herv. Weekblad", dd. 26-3-'59) en plaatste zelf de onderstreping (cursivering). Het is mij uit het hart gegrepen, als hij betreffende deze eis schrijft: , , Hier steiger ik tegen in". Ik betrek die woorden gaarne op het hele voorstel. Het is mij onbegrijpelijk, hoe de Synode, deze wijziging voorstellend, in haar toelichting kan schrijven aan de olassisvergaderingen, , , dat de kerkeraden na bespreking der adviezen toch vrij blijven in hun keuze". Ach ja, vrijheid om te beroepen, maar indien autorisatie en approbatie niet afkomen — en dat doen ze niet, tenzij aan de voorwaarden is voldaan — kan ondanks alle beroepen geen predikant intrede doen. Prof. van Itterzon klaagt in genoemd artikel, dat , , we het beroepingswerk in onze kerk nagenoeg bevroren hebben, mede doordat we elke dominee verplicht (in plaats van twee jaar) vier volle jaren op zijn standplaats laten". Ik ben het met hem ook in dezen wel eens; maar er kunnen thans nog mutaties plaats vinden. Doch bij aanvaarding van bovenvermeld synodaal voorstel, ligt de strop om de hals der kerkeraden klaar, om de vrijheid der gemeente te worgen. Ik voorzie hier een herhaling van wat inzake het voldoen aan het Reglement op de predikantstractementen werd bepaald en in werking trad.
God beware ons voor een da capo, en geve de classlsvergaderingen straks de moed om dit synodale voorstel af te wijzen. , , C'est Ie premier pas, que coüte", de eerste stap geldt, zeggen de fransen. En bij ons rijmen wij: , , Maar is de eerste stap gedaan, dan volgt de andere achteraan". Onze classes hebben m.i. kort en krachtig te zeggen: Dat nooit!'
***
Er werden in de eerste weken van april — het is traditie van ouds — predikantenvergaderingen gehouden. De predikanten der Geref. Kerken openden de rij. Zij overwogen o.m. een commissie in het leven te roepen, welke iets weg heeft van de , , commissie voor het beroepingswerk", waarover we in het voorafgaande schreven. Neen, ze zal, indien geboren, niet precies gelijk aan die onzer kerk zijn. Doch ze kan toch dienen om predikanten, die met moeilijkhwden in de gemeente zitten, en dientengevolge een , , vlucht uit het ambt" zouden overwegen of overwegend, — ik refereer aan wat ter vergadering met name genoemd werd — 'n functie als gevangenispredikant te aanvaarden alias te ambiëren, of misschien een andere gelijksoortige functie, te adviseren of te dienen. Die voorgestelde commissie— ze zal, aldus geconstitueerd, niet kerkelijk zijn — lijkt me een imitatie van de hervormde, met aan zich al het min-verkiesiijke in het begrip , , imitatie" schuilend.
Een week na de geref. predikanten kwamen de hervormde samen. Het is de nu al enige jaren door de N.R.Crt genoemde , , Domineesdriedaagse". Evenals vorige jaren stond ze, — voor een deel dan, want de vrijzinnige predikanten hadden aan de avond van de eerste vergaderingsdag hun bijeenkomst in Amsterdam — onder leiding van de Generale Synode, zodat de praeses-synodi, dr. A. A. Koolhaas, exofficio de voorzittershamer hanteerde. De eerste avond, de begroetinigssamenkomst, was, gelijk vorige jaren, aan de orde het onderwerp: , , Zaken die haken". Men had de vragen, welke men besproken wenste, tijdig moeten inzenden. Zo doet men in deze tijd veelal in dergelijke aangelegenheden, opdat het forum, voor zulk een bijeenkomst samengesteld, van te voren zich kan bezinnen. Er kunnen dan geen ongelukken gebeuren. Niettemin kwam er ditmaal iets naar voren, waarop niet was gerekend, nl. de tucht. Dat onderwerp hangt tegenwoordig a.h.w. in de lucht. We schuiven op naar 1961! Of men veel wijzer ter vergadering is geworden? De discussie was interessant en geladen.
Ik geef hier wat de N.R.Crt. d.d. 9-4- '59 over deze discussie schreef:
, , Interessant werd de discussde echter plotseling, toen uit een antwoord onverwachts de vraag naar de leertucht weer opdook, en wel van onverwachte zijde, nl. van onverdachte representanten van de midden-orthodoxie. Naar aanleiding van een complex van vragen: nl. Welke koers vaart de hervormde kerk? Heeft zij een vast beleid of vaart zij met zigzaglijnen? Haar strategie maakt een slappe indruk: waarom het ene ogenblik een besluit (de vrouw in het ambt) dat velen ergert, en dan weer onaanvaardbare bepalingen die de voorstanders recht tegen de haren strijken? ; dan de verklaring van juli '58 over het belijden, die volgens sommigen onduidelijk, volgens anderen een grote stap achteruit is enz. hébben dr. Emmen en dr. Koolhaas het hunne gezegd. Dr. Koolhaas erkende, dat het hem thans geheel duidelijk was geworden, dat men tegen de vorm en de formulering van de verklaring over het belijden bezwaren kon hebtoen; de essentie van de verklaring daarentegen achtte hij onaantastbaar juist. Het was echter volgens spreker de vraag of de hervormden samen kerk wilden zijn en bereid zijn te durven en wiillen als één gemeente samen voort te gaan. Dr. Koolhaas releveerde, dat de hervormide kerk als algemene kerk eeuwenlang helemaal geen beleid had gekend, dat men in de laatste 150 jaar ontstellend uit elkaar was gegroeid, en dat men zich niét moest voorstellen dat die breuken en barsten nu maar in korte tijd konden worden geheeld.
Toen kwam de vraag: dr. K. E. H. Oppenheimer, studentenpredikant te Leiden, vroeg of het dan niet zeer naïef was te menen, dat tien jaar reeds na het aannemen van de kerkorde straks in 1961 eenheid door middel van- de leertuchtprocedure zou zijn te bewerkstelligen. Hij kreeg daartoij steun van ds. M. N. W. Smit ('s-Gravenhage), die meende dat men zich op het stuk van belijden en leer gedurende de eerstvolgende tien jaren intens zou moeten bezighouden met de Heilige Schrift: waarna ds. S. P. de Roos het voorstel deed om een eventuele uitzetting uit het ambt een aantal jaren, bijv. tien, uit te stellen na een eerste judiciële uitspraak.
Daarmede was het probleem weer in alle hevigheid gesteld. Dr. H. Schroten (Rotterdam) antwoordde daarop, dat de leertucht reeds sedert 1 mei 1951 in werking is; men heeft echter de afspraak gemaakt gedurende tien jaren tegen niemand een actie aan te spannen. Het merkwaardige is echter, zo zeide hij, dat in de thans verlopen acht jaren nog tegen geen enkele ambtsdrager een aanklacht is ingediend: het judiciële heeft blijkbaar niet gefunctioneerd en spreker achtte het nodig dat men zich intensiever gaat verdiepen in vragen van Schrift en tucht.
Dr. Koolhaas antwoordde, dat hij het zou betreuren indien de gestelde termijn werd veriengd. Hij was van oordeel dat deze datum en de termijn een deel waren van het grote geheel van de gang der kerk en dat men de tucht als zodanig niet apart mocht stellen van een plaatsgrijpende algehele ontwikkeling. Er zijn wel degelijk zegenrijke invloeden van deze bepaling uitgegaan, zo meende hij, en door het cijfer 1961 zal de omgang met elkaar een achtergrond krijgen waardoor de vrijheid van het gesprek gewijizigd wordt.
Na enkele opmerkingen over en weer bloedde het gesprek dood".
Maar de zaak waarom het ging leeft. Wat zal 1961 brengen?
Nog twee opmerkingen over wat de eigenlijke vergadering bood. In de plaats van ds. A. Heimans uit Amsterdam, die zou refereren over , , Gebedsgenezing", maar verhinderd was, sprak dr. Nijtenhuis uit Loosduinen over het onderwerp: , , De plaats van de Gereformeerde Kerken in de oecumenische beweging". Dr. N., die onlangs in Leiden promoveerde op een dissertatie getiteld: , , Calvinus Oecumenus, Calvijn en de eenheid der kerk in het licht van zijn briefwisseling", was wel door zijn studie over deze materie, de man om op dit gebied voorlichting te geven. Of niet te veel uit het oog verioren is, dat Calvijn's ruimheid inzake zijn streven naar eenheid van alle christelijke kerken — hij schakelde volgens dr. N. de r.k. kerk niet uit, mits ze zich bekeerde en , , de reine leer" aanvaardde — nimmer los kan gezien worden van zijn voorwaarde: de Waarheid Gods, gelijk hij die beleed naar de Schriften, basis, is voor mij nog een vraag. De verslagen, welke ik las, gaven mij geen duidelijk antwoord. Ik moet dus wachten, tot wellicht de rede van dr. N. in druk verschijnt.
En nu mijn tweede opmerking. Op de avond, vóór dr. N's referaat, was er een , , domineescabaret". , , Een opzienbarend experiment", noemt de scribent van de , , domineesdriedaagse" dit. Hij meldde er bij, dat het , uitstekend verliep". Overigens vindt hij de zaak niet verontrustend. Want , , het ware cabaret houdt de mens een spiegel voor om zichzelf en zijn omgeving te ontdeikken". Ondanks deze nadere uiteenzetting, welke ik voor rekening van de auteur laat, vind ik het wel waarlijk een droevig experiment. Het is begrijpelijk, dat men voor dergelijke samenkomsten een öntspanningsavond organiseert. Daar is niets tegen. Maar waarom moet dat juist een cabaret zijn? Wil men er mede uitspreken, dat ook de predikanten hun tijd verstaan en wars van piëtisme en puritanisme zo , trouw aan de aarde zijn, dat ze iets dergelijk gedurfds wel risqueren? Ik weet, dat ik met het bovenstaande ingeschakeld ben bij „de periodieken van behoudende zijde, die daar straks het hunne over te schrijven zullen hebben" (N.R.Crt. d.d. 10-4-'59). Het is mij wel! De , , domlneescabaret" is niet in overeenstemming met het heilig ambt. Wie dat teer ligt om de ere van de Apostel onzer belijdenis, ziet daarin geen , , eenheid der tegendelen", moet het niet alleen stijlloos vinden, doch de predikantenstand onwaardig! De , , hervormde predikantenvergadering" ga deze weg niet verder op. De weg terug is m.i. de enig juiste.
In schier alle kranten, heeft men kunnen lezen, dat in de laatste lijdensweek in de Nicodaïikerk te Utrecht een dienst is gehouden, waarhij een schilderij van Jan van Scorel welwillend daartoe afgestaan door B. en W. van Utrecht, in de kerk opgesteld, moest dienen om de lijdensoverdenking dichter bij het gehoor te brengen. Weer een concessie aan het visuele! Er werd bij vermeld, dat er van de zijde der pers meer belangstelling voor deze dienst was, dan van die der gemeente, welke heel matig was opgekomen, ver beneden de verwachting. , , Gelukkig", ben ik geneigd te zeggen. Het is verblijdend, dat de gemeente, bewust of onbewust, in de lijn welke onze H.C. trekt, is gegaan door haar absentie. Als men enig besef en diepe onrust heeft over het al maar voortschrijdend rooms-katholicisme, dan zal men op dergelijke experimenten toepassen: , , Haat ook de rok, die van het vlees bevlekt is" (Judas 23). God de Heere wil Zijn kinderen onderwezen hebben door de levende verkondiging des Woords, en niet door stomme beelden. Daarom, laten de dienaren des Woords zich op dié verkondiging werpen in studeer- en bidvertrek en de Heilige Geest bidden om die prediking aan de gemeente te brengen, waarin Christus in Zijn Kruis en Opstanding haar , , voor de ogen geschilderd wordt" (Gal. 3 : 1) zij de stem van de Goede Herder hore. Die zegt: , , Ik ben gekomen opdat zij het leven en overvloed hebben" (Joh. 10 : 14).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's