VERSLAG van de jaarvergadering 1
die 15 april jl. werd gehouden in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen.
Wegens ziekte was afwezig ds. J. Vermaas. Zijne Excellentie Generaal L. F. Duymaer van Twist had zich verontschuldigd vanwege zijn hoge leeftijd.
De Voorzitter, prof. dr. J. Severijn, opende om half elf de goed bezochte vergadering. Samen zongen we Ps. 42:5. Na voorlezing van Efeze 2 : 1-10 ging de voorzitter voor in gebed. Hij sprak daarna een kort openingswoord.
Spr. vroeg de aandacht voor twee zaken in het bijzonder. In verband met de protesten, die van ons uitgaan tegen de besIissing van de Synode aangaande de toelating der vrouw tot de ambten, wees hij er op, dat wij niet moeten blijven staan bij een afwijzing — overigens zeer terecht — alleen. Wij moeten niet alleen negatief zijn, temeer, omdat de Heilige Schrift duidelijk kan aantonen, dat de vrouw, hoewel niet in het ambt, toch een plaats in de gemeente heeft gevonden ook in de dagen der apostelen. De Voorzitter verwees naar zijn artikelen over dit onderwerp in De Waarheidsvriend. Deze zijn gebundeld en voor zover aanwezig ter vergadering verkrijgbaar tegen 45 cent. Hij dringt er op aan daarvan kennis te nemen en verzocht de kerkeraden voor zoveel nodig en gewenst een dienst der vrouwen in de gemeente te organiseren. Dat behoeft geen grootse en ingewikkelde aangelegenheid te zijn, doch men beginne eens op bescheiden voet de vrouwen, die daarvoor in de gelegenheid zijn en gaven hebben, eens op een lijst te brengen onder aantekening tot welke diensten zij bereid en bekwaam zijn.
Het tweede punt betrof de overweging, dat de tien jaren van non-actiefstelling van een voornaam stuk der kerkelijke tucht op een eind lopen. Het is nodig zich te bezinnen op de vraag: wat dan?
Moet die termijn verlengd worden? Velen zullen zeggen: neen, het wordt hoog tijd, dat er eindelijk eens iets gebeurt, dat waarlijk bevorderlijk kan zijn aan de sanering van het kerkelijk leven. Tucht moet er zijn.
Accoord! En welke norm zal men aanhouden b.v. bij de leertucht?
Weer een antwoord: natuurlijk, de belijdenis. Goed. De vraag is slechts, of men dat doen zal.
Maar, als men dat nu niet doet? Ais men willekeurige normen stelt, kunnen wij dan ook ja zeggen?
Spr. betreurt het, dat er sedert de invoering van de kerkorde ('51) in feite zo heel weinig ter bevordering van de gewenste sanering van het kerkelijk leven is gedaan. Welbeschouwd zijn wij eer achteruit gegaan op het punt der gezondmaking. Of is de min of meer officiële erkenning van de modaliteitenkerk niet een achteruitgang? En dan overgangsbepaling 238? De toelating der vrouw tot de ambten?
Neen, de invoering der kerkorde heeft de gezondmaking niet bevorderd en zij is op zijn minst praematuur geweest.
Spreker betreurt het, dat de werkorde niet langer van kracht is gebleven. Zij was op de sanering der kerk gericht en gaf aan de kerkelijke regering meer vrijheid en armslag om bepaalde maatregelen te nemen, die daartoe konden medewerken.
Wij zullen ons in de naaste toekomst met deze dingen ernstig bezig moeten houden en het Hoofdbestuur is daarop bedacht.
Bij deze opmerkingen wil de Voorzitter het laten, ten einde de agenda te kunnen afwerken.
De notulen van de vorige jaarvergadering, die in De Waarheidsvriend zijn verschenen, werden goedgekeurd.
De secretaris deed daarna verslag over de werkzaamheden van het hoofdjaar 1958.
Hij sprak als volgt:
Zeer geachte leden van de Geref. Bond,
Op mij rust de taak om u een en ander mede te delen over de werkzaamheden van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond over het jaar 1958.
Eén van de punten op onze agenda vormde steeds weer onze actie tegen de toelating van de vrouw tot de ambten. Op 14 februari 1958 heeft het hoofdbestuur de gehele dag gewijd aan de vraag: Wat staat ons te doen, als de synode de vrouw tot de ambten zal toelaten?
Men was het er over eens, dat de Heilige Schrift de vrouw tot het ambt niet toelaat.
Acties zijn uitgegaan van de kerkeraad van Veenendaal en de classis Harderwijk.
Aan de 300 kerkeraden is verzocht om adhaesie aan deze actie te betuigen.
De kerkeraad van Waarder stelde op de classicale vergadering van Gouda voor om aan de synode te verzoeken de behandeling van het voorstel om de vrouw tot de ambten toe te laten te doen plaats hebben in een dubbele synode.
De classis Gouda nam dit voorstel van de kerkeraad van Waarder over.
Met medewerking van het hoofdbestuur is ook dit voorstel aan alle kerkeraden toegezonden.
Het hoofdbestuur van onze bond heeft ook de medewerking gezocht van een aantal confessionele predikanten. Ofschoon aanvankelijk beloofd werd krachtiig mee te werken, werd van die zijde weinig steun verkregen.
Met de verspreiding van de brochure van ds. H. Schroten en ds. H. Goedhart is het hoofdbestuur ook in 1958 voortgegaan. Een tweede druk is verschenen.
Op 28 en 29 april hadden een aantal predikanten van de Gereformeerde Bond een samenspreking met het moderamen van de synode en de visitatoren-generaal. Er werd gehandeld over de handhaving van de belijdenis, over de bezwaren tegen art. 235 en art. 238 en over eventuele toelating van de vrouw tot de ambten. Veel resultaat van deze samenspreklng hebben we niet kunnen opmerken.
Het was voor ons een grote teleurstelling, dat de zomervergadering der Synode besloot de vrouw tot de ambten toe te laten en dat met 27 tegen 24 stemmen.
Deze beslissing is naar onze diepste overtuiging lijnrecht in strijd met wat de Heilige Schrift op dit punt leert.
Het Hoofdbestuur heeft een onderhoud bij het moderamen van de Synode aangevraagd, ten einde de bezwaren van de Hervormd-gereformeerden uiteen te zetten. Hetgeen ook heeft plaatsgehad.
Het moderamen heeft er althans begrip voor gehad, dat iets moest worden gedaan om ernstige conflicten te voorkomen.
Het benoemde een commissie bestaande uit prof. dr. J. Severijn, ds. W. L. Tukker, dr. H. Jonker, dr. Emmen en ds. J. J. Poldervaart, die tot taak hadden om de gevolgen van het aannemen van het voorstel onder de ogen te zien.
In deze commissie hebben onze mannen o.m. bepleit, dat de vrouw niet zou worden toegelaten tot de centrale kerkeraad en tot de meerdere vergaderingen. Wat het laatste betreft is een voorstel aan de Synode om althans gedurende tien jaren de vrouw niet tot de meerdere vergaderingen toe te laten ter Synode gewijzigd voor de tijd van zes jaren.
Intussen had het hoofdbestuur op 13 oct. een vergadering belegd met de predikanten, die behoren tot de gereformeerde bond. 's Middags vergaderden met elkaar predikanten, louderlingen en diakenen. Naar schatting waten ± 8 a 900 ambtsdragers tegenwoordig.
De voorzitter, prof. dr. J. Severijn, hield een vurige rede. Er werd geconstateerd, dat de toelating van de vrouw tot de ambten in strijd is met de Heilige Schrift en met de Belijdenis.
Hij erkende met weemoed, dat ook onze schuld zeer groot is. Er had reeds vele jaren lang krachtiger geprotesteerd moeten worden tegen het •verkrachten der belijdenis. Er had meer georganiseerd verzet moeten wezen.
Wat zouden we nu moeten doen? Weer een nieuwe afscheiding? De historie leert ons, dat er van afscheidingen weinig te verwachten is.
Neen, de voorzitter wilde in geen geval een , , Severijns kerkje".
Wel werd besloten om tegen de gang van zaken bij'de Synode een ernstig protest te doen horen. Een tevoren opgesteld concept kon na enkele kleine wijzigingen de instemming van de gehele vergadering wegdragen.
Prof. Severijn riep alle ambtsdragers op om pal te staan voor Schrift en Belijdenis en waar ook het conflict in deze zaak zich zou voordoen elkander in gemeenschappelijk verzet te steunen.
Deze vergadering van ambtsdragers in Utrecht was een vergadering, waarin men de eenheid en de samenbinding aanvoelde.
De synode heeft een antwoord gezonden op ons protestschrijven, hetwelk door het hoofdbestuur binnen korte tijd kort en zakelijk is beantwoord.
Daarbij is het echter niet gelaten. Aan alle leden der synode is in brochurevorm een breedvoerig antwoord , ,Nadere repliek" toegezonden. Dit antwoord is inmiddels in De Waarheidsvriend verschenen.
Midderwijl werd er vergaderd met leidende figuren uit verschillende classes om te komen tot 'èèn gemeenschappelijke gedragslijn en bij iedere aanleiding protest te doen horen tegen de toelating van de vrouw tot het ambt en het verzoek om intrekking bij de Synode telkens en telkens weer te herhalen.
Ook de vorige jaarvergadering stond in het teken van deze ernstige zaak. In het avonduur kwamen honderden leden van de Gereformeerde Bond samen in de Jacobikerk te Utrecht. De leiding berustte bij dr. Bout, die ook een inleidend woord sprak.
Daarna kreeg ds. W. L. Tukker de gelegenheid om zijn rede voor de bidstond üit te spreken. Na deze rede, die een diepe indruk op allen maakte, ging hij voor in gebed om de nooid van onze kerk neer te leggen voor de troon der genade.
Alvorens over te gaan tot andere mededelingen herinner ik er u aan, dat onze voorzitter vorig jaar wegens ongesteldheid niet ter vergadering kon wezen. We misten hem. We misten hem ook op vele vergaderingen van het hoofdbestuur. En naar de mens gesproken kunnen we hem nog niet missen.
Stonden onder de leiding van vorige voorzitters menigi=maal de verschillende groepen in onze bond scherp tegen elkaar, onder de voortreffelijke leiding van deze voorzitter is dit gelukkig anders geworden. Men trekt samen op.
Ik ben blij, hooggeachte voorzitter, dat we u weer in ons midden hebben en dat ge u weer met volle kracht aan ons werk hebt kunnen geven. Stelle de Heer u nog lang tot een rijke zegen voor onze Gereformeerde Bond!
Nu ik toch bezig ben met de leden van het hoofldbestuur, zij het mij vergund om onze spijt uit te drukken over het feit, dat generaal Duymaer van Twist niet in ons madden is. Op de laatste bestuurs'vergadering was hij nog tegenwoordig en ook op de volgende hoopt hij nog weer aanwezig te zijn. Hij is 93 jaar en hoewel gezond, zag hij er toch tegen op om de hele dag op deze vergadering te zijn. We moeten dit billijken. Vanaf de oprichting was hij lid van het hoofdbestuur. Stelle de Heere ook hem nog ten zegen voor onze Bond.
Geen vergadering ging voorbij of het studiefonds kwam ter sprake. Het is verblijdend, dat dit jaar en ook het vorige, zoveel candidaten werden toegelaten. Gemeenten, die jaren vacant waren, krijgen nu eindelijk weer eens een herder en leraar. Van enkele zijden kreeg ik reeds de vraag, of het nog wel nodig was om zo aan te dringen op vermeerdering van de inkomsten door de Paascollecten. Krijgen we niet te veel candidaten? Weest gerust!
De volgende jaren komt er weer een aanzienlijke daling en gaan weer meerderen met emeritaat. Het is best mogelijk, dat we D.V. over 4 of 5 jaar weer voor een tekort staan. Als de Heere onze arbeid met Zijn zegen wil bekronen, zal er ook in de toekomst begeerte zijn naar predikanten, die uit het reformatorisch geloof leven. En afgezien van de stijging of daling van het aantal studenten blijft vermeerdering der inkomsten nodig om nog meer werk te verrichten, dat broodnoi=dig is.
We hebben ons verblijd over de benoeming van prof. dr. H. Jonker tot hoogleraar aan de universitelt te Utrecht, als ook over die van prof. dr. G. P. van Itterzon.
Als ik over de studenten in de Godgeleerdheid spreek, denk ik ook aan de Hoge School te Aix in Frankrijk, waar dr. H. Bout colleges geeft voor de studenten in de wetenschap van het Oude Testament. Men is in Aix buitengewoon dankbaar voor zijn werk. Stelle de Heere dit werk in Frankrijk tot een rijke zegen!
wordt vervolgd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's