Hemelvaart
Gij zijt opgevaren in de hoogte. Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd. Gij hebt de gaven genomen om uit te delen onder de mensen, ja, ook de wederhorigen om bij U te wonen, o Heere God. Psalm 68 : 19.
Psalm 68 is een zegezang van het geloof. Daar is oorzaak voor het volk van Israël om verblijd te zijn, omdat de ark des verbonds bezit neemt van Sion. Na de vele omzwervingen wordt de ark onder gejuich van het volk heengevoerd naar Jeruzalem. En dat bezongen feit leidde Israël op tot dé Hemelvaart van Christus.
Wederom mag Gods Kerk op aarde het Kronlngsfeest van haar Koning herdenken.
Hemelvaartsfeest! Dat is een verblijdend, 'n opwekkend feest voor allen, die de Heere vrezen. Immers, dit feest verheft hunne harten naar de Hemel, naar 't Vaderhuis, naar de rust, die hen wacht.
Dat onze harten vervuld worden met de heerlijkheid van Hem en dat wij Hem prijzen, Hem Die alle lof, eer en aanbidding toekomt in de Hemel en op de aarde.
Die Hemelvaart is voor 's Heeren Kerk een feit van zulk een betekenis, zo rijk in zijn vruchten, dat de Kerk hier beneden de volle omvang daarvan ten dele zal kunnen verstaan. Daar is oorzaak om verblijd te zijn, als wij Hem zien in het geloof, verheerlijkt aan Gods rechterhand.
Zijt ook gij verheugd op het feest van Zijn kroning ? Is uw hart in de Hemel, waar Hij is ? Begeert gij naar Hem?
, , Gij zijt opgevaren in de hoogte". Van wie wordt dat gezegd door David ? Van de Heere Jezus, die eerst uit de Hemel is nedergedaald tot in het diepste diep van smaad en verachting, om de zonden van dat volk, voor wie Hij Zich stelde als Borg.
Hij werd de Man van smarten en gehoorzaamde tot in de dood. Hij is zo diep neergedaald als de zondaar moet neerdalen, die 's Heeren Wet heeft overtreden. Hij heeft de zege door Zijn werk duur bevochten op satan, zonde, dood en oordeel en heeft de Vader behaagd. Daarom heeft de Vader Mij lief, overmits Ik Mijn leven afleg voor Mijne schapen.
Hemelvaart. Veertig dagen gaan voorbij, waarin Hij Zijn jongeren onderwees in de dingen, die Gods Koninkrijk aangaan en heeft gezegd : , , Gij zult ontvangen de kracht des Heilige Geestes Die over u komen zal en gij zult Mijne getuigen zijn."
De ure is gekomen, dat Hij heengaat, om deze wereld te verlaten. , , Ik heb U verheerlijkt op de aarde. Ik heb voleindigd het werk, dat Gij Mij te doen gegeven hebt, en nu verheerlijk Mij, Gij Vader bij Uzelven, eer de wereld was". Zijn verlangen .naar vereniging met Zijn Vader zal vervuld worden, de heerlijikheid des Hemels wacht Hem. Alles is klaar om Hem te ontvangen. Daar gaat Christus, met de Zijnen naar de Olijfberg. Nog eenmaal zag Hij van de top van de Olijfberg voor Zich, Jeruzalem, Golgotha en Gethsemané. Welk een gedenkwaardige plaatsen. Vele herinneringen zijn daaraan verbonden. Nu wordt de plaats van Zijn vernedering, de plaats van Zijn verhoging. De plaats van Zijn droefheid, de plaats van Zijn vreugde. Hoe vaak is dat ook de ondervinding van 's Heeren kinderen. De plaatsen, waar zij met droefheden en benauwenissen omringd waren en met twijfel, de plaatsen van hun bevrijding en blijdschap werden.
En als zij daar waren, waar de Heere hen wilde hebben, heeft Hij Zijn doorboorde handen over Zijn discipelen en met hen over Zijn ganse Kerk, die van zichzelf getuigen moet met de bruid : , , Ik ben zwart", uitgebreid. In die zegenende houding is Hij opgevaren als een profetie, dat Hij dat zegenende werk in de Hemel zal voortzetten.
Nu keert Hij terug naar huis, naat Zijn Vader. Lang staren de discipelen Hem na, maar voor Hij als een stip verdwijnt; onderschept een wolk, die Hem voor hun ogen bedekt. Zo werd vervuld wat David gezongen had: , , Gij zijt opgevaren in de hoogte." Met gejuich is Hij ontvangen in de Hemel. Wie zal de blijdschap der gezaligden kunnen uitdrukken, toen zij Hem aanschouwden. Zo hadden zij Hem niet gekend. Van nu af zien de verlosten op het Lam en zij mogen de kronen neerleggen aan Zijne voeten met de jubel: , , Gij hebt ons Gode gekocht met Uw bloed."
Heerlijke Hemelvaart. De Kerke Sions roept het uit in het geloof : , , Wij zien Jezus met eer en heerlijkheid gekroond".
Hebt gij Hem zo wel eens aanschouwd in het geloof ?
Hoe werd Stefanis daardoor bemoedigd temidden van zijn vijanden en Paulus mocht zo in die heerlijkheid inzien, toen hij opgetrokken werd, dat hij niét eens wist of het in het lichaam of buiten het lichaam gebeurd was.
, , Gij zijt opgevaren in de hoogte, " En eer Jeaus ten Hemel voer, heeft Hij een strijd moeten strijden. Zonde, satan, dood, wereld en doem heeft Hij als overwonnelingen aan Zijn zegewagen geketend meegevoerd. Dit is immers de zin van wat er geschreven staat: „Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd."
Daar wij van God zijn afgevallen, zijn wij allen gekomen in de gevangenschap van de machten der verderfenis. Nooit hadden wij door eigen kracht de banden daarvan kunnen breken. Als er geen ontferming uit het Vaderhart Gods was uitgegaan, geen enkel kind des Heeren zou ooit de Hemel hebben kunnen ingaan. Immers wij zijn gebonden en gevoelen ons thuis in die gevangenschap. Bent u daar reeds mee bekend gemaakt ? En heeft dat u ook arbeid gegeven aan de troon der genade ?
Maar over alle vijand heeft de Heere gezegevierd. Hij heeft de gevangenis gevankelijk gevoerd.
Voor wie, zo vraagt gij wellicht ? Wel, voor heel Zijn duurgekochte Bruidskerk. Voor allen, die zich door de bediening des Heilige Geestes zich gekneld weten in de banden van de dood; ook voor u, gij worstelende ziel; ook voor u, gij gebondene, die hoopt en uitziet. Ja, voor al dat arme, verlorene én schuldige in zichzelf is de poort geopend tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods. Hij leeft aan de rechterhand Zijns Vaders ten goede, der Zijne. Uit de Hemel komt de stem: houd moed, Godvruchte schaar. Hij is getrouw, de Bron van alle goed. Daarvan zei de dichter : het is Israels God, Die krachten geeft, van Wien het volk zijn sterkte heeft : looft God, elk moet Hem vrezen.
En nu heeft Hij gaven genomen, niét om die voor Zichzelf te houden, maar om die uit te delen aan mensen, aan een alles verbeurdhebbend, zondaarsvolk.
, , Gij hebt gaven genomen". Welke zijn die gaven? In de eerste plaats de gave van de Heilige Geest. Dan de gaven van opzoeking, levendmaking, heenwijzingen naar Hemz'lf, nodigingen, maar ook afsnijdingen, ontdekkingen, voortdurende doding van het vlees. Gaven van inleiding en bevindelijke overgang, maar ook van toebrenging. Gaven van de vergeving der zonden, de gemeenschap met de Vader en het recht op de zaligheid. Zo vloeien onuitsprekelijke gaven voort uit 's Heeren verheerlijking. Daar zijn uit die geopende Hemel wat een goede gaven neergedaald. Een ieder, die daarmee bewelddadigd wordt, wordt daar zo kiein onder, dat hij met een Petrus uitroept: , , Heere, ga uit van mij, want ik ben een zondig mens!"
Wie worden die gaven van Christus geschonken? Mensen, ja, wederhorigen. Dat zijn wij allen van nature. Nu gelooft de mens niet, dat hij een wederspannige is. Wat is hij toch een vijand van eigen zaligheid. Daarom is het wonder ook zo groot, en dat weet een ieder kind des Heeren, als de Heere hem arresteert en te sterk wordt. Dan leert men zich kennen in die ontdekkende weg als een wederspannige. Die het voorwerp wordt van Gods opzoekende liefde, moet tenslotte alles loslaten, wat hem voorheen aangenaam, scheen. Satan moet loslaten en de opgezochte zondaar moet tenslotte zijn weerspannigheid opgeven. Ten laatste roept de overwonnene uit: , , Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal? " Daar wordt hij in beginsel gewillig gemaakt. Maar nu leert hij pas zien, hoe wederhorig hij door de zonde geworden is. Langs een wettische weg tracht hij nu met God verzoend te worden. De eisen der Wet worden op zijn ziel gebonden. Hij tracht aan die eisen te voldoen. Telkens struikelt hij, maar toch geeft hij het niet op. Hij valt God in Zijn heilig recht toe. De vloek van Sinaï aanvaardt hij. Zo kan Christus Zich aan hem kwijt. Zo schenkt de Vader hem zijn vrijspraak. Zo wordt de Vader in Christus ook zijn Vader en dat alles door de verzegeling des Geestes. Zulkeen verzoende wederhorige mag nu altijd bij de Heere wonen.
, , Om bij U te wonen, o Heere God!", zo jubelen 's Heeren kinderen het uit. Dat is vrije gunst, dat is alleen goedheid. , , Om bij U te wonen, o Heere God". Daarheen strekt zich het verlangen uit van al 's Heeren volk om in de heerlijkheid eeuwig te zijn bij de Heere en nooit meer van Hem gescheiden, te staan voor de troon en eeuwig te zingen van Zijn goedertierenheden.
Zo is Christus in de Hemel om de Zijnen te vergaderen. Daartoe zendt Hij Zijn Geest en Woord uit in een donkere wereld om zondaren toe te brengen tot de gemeenlte die zalig Wordt.
Zijt gij ook reeds toegebracht? Heht gij uzelf leren kennen als een wederhorige? Zal het weer Hemelvaartsdag zijn zonder Christus? Deze vragen leggen wij u voor. Zullen wij eens wandelen in het Nieuwe Jeruzalem, dan zullen wij een nieuw hart moeten hebben.
Christus ook ter rechterhand Gods als Voorspraak en Voorbidder voor al Zijn bekommerde volk. Welk een troost is dat! Hij pleit voor het verbroken hart. Hij is in de Hemel om daar voor al Zijn kinderen, zowel de groten als de kleinen in de genade, plaats te bereiden. Zo gaat 's Heeren volk een Hemelvaart tegemoet. Dat is een eeuwig wonder van genade.
Welk een zalige toekomst wacht u, kind des Heeren. Nog een kleine tijd op aarde, dan zult gij eeuwig wonen bij de Heere. Wat zal dat zalig zijn.
Zijn Hemelvaart is mijn hemelvaart, dan met Hem gezet in de heerlijkheid. Zo reizen 's- Heeren kinderen voort van kracht tot kracht naar het zalig oord van Sion.
„Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort.
Zij wand'len, Heer, in 't licht van 't Godd'lijk aanschijn voort:
Zij zullen in Uw Naam zich al den dag verblijden,
Uw goedheid straalt hen toe-,
Uw macht schraagt hen in 't lijden;
Uw onbezweken trouw zal nooit hun val gedogen,
Maar Uw gerechtigheid hen naar Uw Woord verhogen".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's