HEDENDAAGSE LITURGIE 17
17
De vorige maal wilde ik doen uitkomen, dat de melodieën van de volkszang niet zonder bedenking waren. Dit zou één van de redenen kunnen zijn, waarom van het rhythmisch zingen al zo spoedig afscheid is. genomen en ook na 1773 in de practijk daaraan geen behoefte scheen te bestaan. Er is op gewezen, dat godvruchtig en statig of deftig zingen toch niet hetzelfde is als langzaam en op hele noten zingen. Maar hiertegenover sta, dat de God-vrezende volksziel zich in de kerkzang (als dienst der gebeden) gaarne rekenschap geeft van wat zij zingt, en waartoe een versneld tempo en het rhythme belemmeringen worden geacht. Als Leo Mens bericht doét, dat men ook omgekeerd een wereldlijk lied op een psalm-wijs (Ps. 79) is gaan zingen, dan tekent hij aan: , , Deze hupsche en schalksche tekst zal o.i. toch nooit op een melodie van noten van gelijke waarde gedicht zijn geworden"(1). Inderdaad heeft hij gelijk, niet alleen hierin, dat ± 1600 nog wel rhythmisch moet zijn gezongen, maar ook hierin., dat nu op een bepaalde rhythmiek de benamlng van hups en schalks; kon toegepast worden. Men had die anders niet voor zijn doel uitgekozen. En dit geval (zie vorig artikel) staat niet op zich zelf. Wellicht zijn er lezers; die het niet met mij eens zijn, dat het rhythmisch zingen, na ongeveer 3 eeuwen zo goed als te zijn nagelaten, thans niet meer met drang (of dwang) aan de orde moet worden gesteld. Het zij zo. Maar ik stel hier tegenover, dat het in onze kringen óf in 't geheel niet of maar matig begeerd wordt. Een inzender in hét , , Geref. Weekblad" (uitg. Bout) merkte onlangs op, dat een gewone kerkganger er op de duur maar slecht van op de hoogte raakt, hoe het met de rhythmiek in de diverse psalmen gesteld is, en dat zelfs de jongeren voor dat doel hun psalmboek regelmatig moeten raadplegen. Dat wijst er op, dat men het tegenwoordig levend geslacht (propagandisten uitgezonderd) maar moeilijk in dat gareel zal doen wennen. Zeker, hier is geen beginselkwestie aan de orde. En toch geloof ik, dat het beginsel er niet geheel buiten staat, als men in deze 't zij vóór- of tegenstander is. Ook gevoelsargumenten hebén hun betrekkelijk recht. We zien dat bijv. in de nieuwe Bijbelvertaling. De commissie heeft er over gedelibereerd, of daarin Gods naam met , , Heer" of , , He(e)re" zou weergegeven worden. En hoewel de meesten voorstanders van de eerste naamvorm waren, besloot de commissie in heel de vertaling de naam Gods door , , He(e)re" weer te geven, gezien het anders onoverkomelijk bezwaar, vooral bij de Geref. belijders. En het verhelpt er niets aan, of men hier al spottend spreekt van een stomme e, of er op wijst, dat in andere landen en talen die e-kwestie niet voorkomt (ook niét voort kan komen). Hier is een zielehouding bij betrokken.
Tenslotte: op de grote vergadering van ambtsdragers (13 oct. j.l.) hebben 800 mannenbroeders gezongen , , Gedenk niet meer aan 't kwaad, dat wij bedreven". Die er geweest is weet, hoe zeer door de hoge ernst de kracht van het niet-rhyttmisch gezang is verhoogd.
Tot de hedendaagse liturgie behoort nu verder overweging der psalmberijming 1936 (Hasper), gewijzigd in 1948, met wat daaraan vastzit wegens het in 1938 door de Alg. Synode der Ned. Herv. Kerk z.g. , , aangeboden" kerkboek, en het huidig pogen der interkerkelijke commissie, die onlangs 110 door haar berijmde psalmen publiceerde.
In het voordeel van Hasper staat het feit, dat hij in zijn berijming niet een volslagen revolutie pleegde, gelijk de , , dichters" van 1959, maar zoveel mogelijk de bij het volk diep Ingewortelde psalmverzen heeft gerespecteerd en gehandhaafd. Hij' heeft in 1949, ten behoeve van de Synode der Geref. Kerken nog wijzigingen aangebracht, die echter niet tot mijn beschikking staan, hetgeen wel niet zal deren. Ik citeer dus zijn berijming 1948, om enkele voorbeelden te geven, ten aanzien van geliefde verzen en regels, en noteer met de cijfers 1, 2 en 3; 1. de berijmiing 1773; 2. Hasper; 3. de dichters van 1959 — Psalm 32 : 1. 1. Welzallg hij, wiens zonden zijn vergeven die van de straf voor eeuwig is ontheven; 2. Welzalig hij, wiens zonden zijn vergeven, die van de straf genadig is ontheven; 3. Heil hem, wien God zijn ontrouw heeft vergeven, en toegedekt al wat hij had misdreven. Psalm 38 : 4: 1. Want' mijn hoofd is als bedolven, in de golven, van mijn ongerechtigheen; 2. Al mijn ongerechtigheden, van 't verleden, hebben, Heer, mij overdekt; 3. Boven 't hoofd groeit mij het kwade, van mijn daden, tot een al te zwaar gewicht. Psalm 51 : 3: 1 't Is niét alleen dit kwaad, dat roept om straf. Neen, 'k ben in ongerechtigheden geboren; 2. Ik ben geboren onder zond' en schuld, En moet dien last van het verleden dragen; 3. De overmacht van bloed en duisternls, Waarin ik ben ontvangen en geboren (men zou hier haast gaan denken aan de bloed- en bodem-theorie van Hitler). Psalm 65 : 1:1. De lofzang klimt in Sions zalen, Tot U met stil ontzag; 2. Het heilig zwijgen in Uw hoven, Is als een lofzang, Heer; 3. De stilte zingt U toe, o Heere, In uw verheven oord. (Men vraagt zich af, hoe toch wel de stilte tot toezingen kan geraken. De fout zit in de nieuwe Bijbelvertaling: , , U komt stilheid toe, een lofzang, o God, in Sion". Ik veroorloof mij de opmerking, dat, waar de Hebreeuwse tekst luidt: , , Aan U, stllheid, lofzang, o God", de dichter bedoelt, stilgemaakt door Gods goedheid, in een lofzang uit te breken, en zo is m.i. onze Statenvertaling er het dichtste bij; , , De lofzang is in stilheid tot U, o God", en is de nieuwe vertaling feitelijk onzin). Vers 2: 1. Een stroom van ongerechtigheden. Had d' overhand op mij; 2. 'k Was overweldigd door mijn zonden. Maar Gij verzoent z', o Heer; 3. Zalig, wie door U uitverkoren, Mag wonen in uw hof, Hoezeer hij, door zijn schuld verloren, Teneerlag in het stof. Psalm 73 : 1: ï. Ja, waarlijk, God is Isrel goed, Voor hen, die rein zijn van gemoed; 2. Voorwaar, God is voor Isrel goed. Voor hen, die rein zijn van gemoed; 3. Ja, God is goed voor Israël, Is waarlijk goed, ik weet het wel. (Vooral dat , , ik weet het wel", d.i. je behoeft me niets te zeggen, is kostelijk). Vers 13: 1. Wien héb ik nevens U, omhoog? Wat zou mijn hart, wat zou mijh oog, Op aarde nevens U toch lusten? Niets is er, waar ik in kan rusten; 2. Wien heb ik nevens U omhoog? Wat zou mijn hart, wat zou mijn oog, Op aarde nevens U begeren? Slechts U, Heer, kan ik niet ontberen; 3. Wien heb ik in den hemel, Heer, Behalve U, mijn troost en eer? Wat kan op aarde mij bekoren? Alleen bij U wil ik behoren. Psalm 79 : 4: ï. Gedenk niet meer aan 't kwaad, dat wij bedreven; Onz' euveldaad word' ons uit gunst vergeven; 2. Gedenk niet meer aan 't kwaad, eertijds bedreven! Wil aan Uw volk in gunst zijn schuld vergeven; 3. Gedenk niet meer het kwaad, dat wij bedreven; Wil ons de zonden van ons volk vergeven (hier denkt men het volk als natie, i.p.v. als volk Gods). Psalm. 86 : 3: 1. Heer', door goedheid aangedreven, Zijt Gij mild in 't schuld vergeven; 2. Gij, die gaarne wilt vergeven, Doe mij weer in vreugde leven; 3. Ja, tot U hef ik mijn leven, Gij zijt mild om te vergeven. Psalm 103 : 8: 1. Gelijk het gras is ons kortstondig leven; 2. Gelijk hét gras is ons kortstondig leven; 3. De mens is aan het sterven prijs gegeven. Tenslotte, in Psalm 116 : 2 en 3 zijn 1. en 2. woordelijk gelijk, maar 3. berijmt aldus: dood scheen zijn banden om mij heen te slaan; Angst voor de grafkuil had mij aangegrepen. Nood en benauwdheid had mijn keel genepen. Maar 'k riep de grote Naam des Heeren aan: och, laat toch. Heer, mijn leven zijn gered. (De 3 volgende regels zijn gelijk).
Ik kon de vergelijkingen niet te ver doorvoeren (wij komen daarop nog wel terug), omdat de , , dichters" van 1959 nog 40 psalmen onberijmd lieten. Doch een en ander doet ons de vermaning niet overbodig achten: „Beproef de geesten, of zij uit God zijn".
Bij de berijming Hasper is ook de Alg. Synode der Ned. Herv. Kerk betrokken geworden. Zij had in 1928 benoemd een „Commissie tot samenstelling van een nieuwe liederbundel voor de Ned. Herv. Kerk". Het heeft bijna 10 jaren geduurd, eer zij met haar arbeid gereed was. (We laten even buiten bespreking, dat, naar de haar in 1816 gegeven opdracht, de Alg. Synode kerkrechtelijk onbevoegd was tot het benoemen van zo'n commissie, en nog meer tot het , , aanbieden" van de aldus verkregen bundel aan de Kerk). In 1931 werd de opdracht zo gewijzigd, dat in de plaats van de oude Gezangenbundel + Vervolgbundel 4- Aanhangsel er nu één Gezangenbundel zou komen. In de jaren 1934-1936 scheen bedoelde commissie de naam , , liederbundel" zo streng mogelijk te willen doorvoeren. Men was er op uit, om de Psalmbundel in feite af te schaffen, en slechts een klein getal daarvan, en dan als gewone liederen door de nieuwe Gezangenbundel heen verspreid op te nemen. Men meende: de Psalmen waren uit de tijd, en 't overgrote deel van de Herv. Kerk, evenals Luthersen, Doopsgezinden, Remonstranten en de leden van de Protestantenbond had voor de Psalmen maar een geringe belangstelling. Het is toen wijlen ds. M. van Grieken geweest, de toenmalige voorzitter van de Geref. Bond, die met de vuist op tafel geslagen heeft en zich tegen dit pogen heftig heeft verzet. De overige leden der commlssie waren toen geneigd, om het bestreden plan te laten varen en de Psalmen onveranderd en als geheel in de nieuwe bundel op te nemen, als ds. van Grieken dan niet meer de verdere vergaderingen der commissie zou bijwonen, zodat hij haar geen last kon veroorzaken bij keuze en redactie der te kiezen Gezangen (2) . Dankbare nagedachtenis aan ds. van Grieken. Ik bemerkte dat in de Voorrede der commlssie van de bundel uitgave 11 en 12 juli 1938, diens handtekening nog voorkomt, maar dat die in latere uitgaven — zeer terecht — ontbreekt.
1) L. Mens, a.w., blz. 38.
2) Een en ander ontleend aan „In Boeien", 1950, door C. W. Coolsma, em. Herv. pred. te Groningen, blz. 13 en Hasper, , , Calvijns beginsel", 1955, blz. 660.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's