DE DORDTSE LEERREGELS
Hoofdstuk II, art. 9. Deze raad, voortkomende uit de eeuwige liefde Gods tot de uitverkorenen, is van het begin der wereld tot op deze tegenwoordige tijd, de poorten der hel zich tevergeefs daartegen stellende, krachtig vervuld geweest, en zal ook voortaan vervuld worden, alzo, dat de uitverkorenen, te zijner tijd, tot één vergaderd zullen worden, en dat er altijd zijn zal een Kerk der gelovigen, gefundeerd in het bloed van Christus, dewelke Hem, haar zaligmaker, Die voor haar, als een bruidegom voor zijn bruid, aan het Kruis Zijn leven overgegeven heeft, standvastiglijk beminne, geduriglijk diene, en hier en in alle eeuwigheid prijze.
Deze raad.
We zijn toegekomen aan het laatste artikel van hoofdstuk II, hetwelk handelt over de dood van Christus en de verlossing der mensen door deze. De Leerregels gaan uit van een verloren mensheid, zoals de H. Schrift dat ook doet. Wij zijn kinderen des toorns en verdoemelijlk voor God. Om gered te kunnen worden moet er aan de gerechtigheid Gods voldaan zijn. De Heere Jezus sprak van een losprijs, die Hij betaalde. Die voldoening door het dragen van de straf , moet geschieden. Christus moest sterven en alzo de vloek dragen. Eer God de zonde ongestraft liet blijven, heeft Hij ze aan Zijn eigen lieve Zoon gestraft. Wij moeten betalen, maar wij kunnen niet. God heeft de Zoon als Borg gegeven. Deze dood van Christus is een genoegzame offerande tot voldoening van de zonden der gehele wereld. Deze Christus mag en moet verkondigd worden. Hier begint echter reeds de uitverkiezing. Er is een dubbele ongelijkheid onder de mensen ten aanzien van de verkondiging des Woords: velen b.v. de heidenen horen het niet en velen, die het wel horen, geloven het niet. Dat een dorp of een volk de rechte prediking des Evangelies mag horen is een gevolg van Gods raad. Calvijn rekende dit als de algemene uitverkiezing. Deze heeft betrekking op de ruimte, waarbinnen het Woord Gods verkondigd wordt, dus de ruimte van het verbond.
Dat er velen zijn, die het evangelie horen, doch niet geloven is hun eigen schuld. De Heere Jezus sprak van dezen: , , Gijlieden hebt niet gewild". Dat anderen wel geloven is een vrucht van de genade Gods, want van nature wilden deze ook niet. Het is nu zo, dat de ganse mensheid verloren ligt in zonde en schuld. God gaf Zijn Zoon om de schuld te boeten. Deze Zaligmaker wordt verkondigd. Daar is echter niemand, die uit eigen kracht op deze verkondiging acht slaat. De algemene roeping verwekt weerstand, hetzij direct al of na een tijd.
Zal nu het bloed van Christus tevergeefs gestort zijn? Neen, want God heeft besloten, dat er een volk zal zijn aan wie de kracht van de dood van Christus ten goede komt. Zolang er geen besluit of voornemen Gods is, staat alles op losse schroeven. Dan is heel het werk van Christus ijdel, want als God niet werkt het willen en het werken, welk mens zou er dan werken of willen? Maar de Kerke Gods staat niet op losse schroeven. Daar is een raad Gods en deze wordt uitgevoerd. Daardoor staat het vast dat onze Heere Jezus een eeuwig Koninkrijk zal hebben. Dat ligt niet vast in de mensen, ook niet voor een deel. God heeft een voornemen om Zijn uitverkorenen zalig te maken. Deze verkorenen heeft Hij van eeuwigheid liefgehad. Terwijl nu aan allen het evangelie gepredikt wordt en evenzeer allen, de aangeboden genade uit zjchzelf afwijzen, opent God het hart der verkorenen, zodat zij zich laten zaligen. In die weg zijn Manasse en Paulus en Augustinus, ja al Gods kinderen gezaligd. De duivel heeft dit tot nu toe niet kunnen verhinderen. Weliswaar is zijn macht groot. Wanneer het van onze strijd of van onze kracht of van onze wil zou afhangen zou er niet één komen. Hoe ver was het met Manasse niet gekomen in zijn ongerechtigheid en met Saulus van Tarsen in zijn eigengerechtigheid? De Heere heeft ze gered. Soms was het getal der uitverkorenen zeer klein, doch Gods werk ging door. Onze belijdenis zegt in art. 27: , , Hoewel zij somwijlen een tijdlang zeer klein en als tot niét schijnt gekomen te zijn in de ogen der mensen, gelijk Zich de Heere, gedurende de gevaarlijke tijd onder Achab, zeven duizend mensen behouden heeft, die hun knieën voor Baal niet gebogen hadden".
De Kerk zou niet meer op aarde zijn als er geen verkiezing Gods was. Dan zou de duivel het gewonnen hébben. Dat besluit doet het niet op zichzelf, maar Gods Zoon doet het aan wie alle macht gegeven is in hemel en op aarde, naar dat besluit, naar het gemaakt bestek. Hij voert dat besluit der verkiezing uit. Het is niet Gods almacht als zodanig, die de uitverkorenen toebrengt, maar de roeping door het Evangelie en de gave van de Geest van Christus, die het geloof en de gehoorzaamheid werkt. In de Kerk is Christus Koning, maar buiten de Kerk is niets dan het rijk des satans. Zoals in de Kerk Christus regeert, zo satan buiten de kerk (Calv. op 1 Tim. 1 : 20).
En zal ook voortaan vervuld worden.
Wie de eeuwige verkiezing en de raad Gods verwerpt, kan hier niet zo zeker van zijn. Maar wie weet, dat God de Zijnen voor de grondlegging der wereld heeft uitverkoren, belijdt met vreugde de vastheid van het Sion Gods. , , Deze Kerk is geweest van den beginne der wereld af, en zal zijn tot het einde toe, gelijk daaruit blijkt, dat Christus een eeuwig Koning is. Die zonder onderdanen niet zijn kan" (Art. 27 N.G.B.). En dus gaat de strijd van Koning Jezus door en Hij heeft een grote overmacht. Het rijk van Christus worstelt met het rijk des duivels in dezer voege, dat zondaren door het geloof aan het evangelie uit de macht der duisternis getrokken worden en overgezet in het Koninkrijk des Zaligmakers, die hen de zonden vergeeft en van de boosheid reinigt. Vélen, die met ons in hetzelfde verbond begrepen zijn, vallen af. Doch die inwendig geroepen zijn worden door alles heen getrokken. Éénmaal komen alle uitverkorenen in die ene Kerk samen. In ieder geslacht worden zij toegebracht. Steeds neemt de dood er weer één op in het Vaderhuis. Doch steeds maakt hier op aarde de Koning der Kerk een nieuw begin. Nu eens is het Lydia, dan weer de stokbewaarder, nu eens is het Calvijn, dan weer Voetius, maar dit zaligmakende werk gaat door. En in de harten der uitverkorenen gaat het ook door. Het vlees strijdt tegen de Geest, maar de Geest overwint. Het vlees wordt gekruisigd met zijn begeerlijkheden. Het is een: hoe langer hoe meer. Het is ook een: op en neer. Dat geldt voor de Kerk en voor de gelovige. Maar deze heilige Kerk wordt van God bewaard en staande gehouden tegen het woeden der gehele wereld. Dat hangt alles af van de raad en het voornemen Gods. Daardoor leeft de Kerk. Neem het voornemen, de raad en de uitvoering daarvan weg en de Kerk is weg. Daarom zingt de Kerk: , , Door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen". Zonder de uitverkiezing en de uitvoering van Gods voornemen is er geen Kerk. Dan zou het bloed van Christus tevergeefs gestort zijn. Wij mensen kunnen ons niet tot God bekeren, willen ons niet tot God bekeren en willen ons niet laten bekeren. Wat blijft er dan over? Maar nu staat er een Kerk, die gefundeerd is in het bloed van Christus. Op geen enkele wijze wordt één zondaar door de uitverkiezing buiten de genade gehouden. Niemand zal kunnen zeggen: ik heb de genade zo gezocht, ik had er mijn hart zo op gezet, maar ik was niet ultverkoren. Het is omgekeerd. Iedere gelovige zal moeten zeggen: Ik heb niet naar God omgezien, doch de Heere heeft naar mij omgezien, naar een dode hond, als ik ben. En daarom zal de Kerk niet anders kunnen en niet anders willen dan eeuwig zingen van Gods goedertierenheên.
De Kerk zal haar Zaligmaker eeuwig prijzen.
Terwijl de lof der uitverkiezing wordt gezongen, gaat de lofzang over in de verheerlijking van Christus. Hij is het middelpunt van het Evangelie. Niemand komt tot de Vader dan door Hem. Maar niemand komt tot Hem tenzij de Vader hem trekt. En zo brengt de uitverkiezing tot Christus en eeuwig looft de schaar der uitverkorenen de Bruidegom, In Hem alleen is de zaligheid. Alles wat wij hebben, zo wij dat niet in Christus-, uit Christus en door Christus hebben, is niets. De Apostel zegt: schade en drek. Maar alles, zelfs het minste, dat wij uit Christus en in Christus hebben, is van grote waarde. Een zee van tranen buiten Christus, door de benauwing van het geweten uitgestort, is niet beter voor God dan de tranen der verdoemden in de hel, (schrijft Comrie). Maar integendeel de minste traan dergenen, die in Christus zijn, zo kostelijk voor God is, dat Hij die vergadert in Zijn fles. Wij zijn God alleen aangenaam, in de Zoon Zijner liefde. In Hem alleen is God verzoend en de wereld ook met zichzelf verzoenende. Daarom is het de uitverkoren zondaar, die door de Geest van Christus wordt bearbeid in de eerste plaats om de Persoon van de Borg en Middelaar te doen. Alle geestelijke en hemelse zegeningen zijn in Christus. Het is daarom, een omkeren van Gods orde om eerst de weldaden en daarna de Persoon te willen aannemen. Omgekeerd zullen de ware verslagenen altijd uitroepen: , , Ik moet Jezus zelf hebben; niets anders kan de brandende begeerte van mijn ziel voldoen". Zulken kunnen niet tot rust komen tenzij zij Jezus met bewustheid hebben gevonden. De eenvoudigen hebben gelijk als zij zeggen: Ik moet Jezus hebben of ik ga verloren.
Hieruit volgt dat de Kerk niet anders zal kunnen tot in de diepste diepten en afgelegenste verten der eeuwigheid dan de lof van het Lam zingen, dat Zijn leven voor hen heeft gegeven. Alles wat aan Hem is, is gans begeerlijk. Maar bijzonder dierbaar is voor de gemeente van Christus, dat Hij de Gekruisigde is. Zij juichen hun Koning toe en zijn verwonderd over de leer van hun Profeet, maar hun hart jubelt met een volheid van tonen en hun ogen worden vochtig als zij het Lam, dat geslacht is toebrengen, de lof en de aanbidding en de wijsheid en de kracht. Alles willen zij Hem toebrengen, omdat Hij Zichzelf voor hen gegeven heeft. Zo'n Kerk zal er zijn tot in eeuwighe'id, door de verkiezende genade Gods, terwijl er niets van ons bijkomt.
Het geschiedt alles naar het gemaakt bestek, en dat niet uit u, het is Gods gave, niet uit de werken, op'dat niemand roeme.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's