De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kroniek

13 minuten leestijd

Gebedszondag 3 mei jl. — Het formulier voor het gebed — De 1/2 % voor nieuw te stichten kerken — Drie aspecten — Bezwaar — „Waarvóór stierf Jezus ? " — De kerkelijke ellende — Calvijn-herdenking — Een getuigenis uit r. k.-kring — „Week der herdenkingen" — Hemelvaart en Pinksteren.

Het moderamen onzer Synode heeft in een rondschrijven — zulks in samenwerking met schier alle kerken hier te lande — de gemeenten opgeroepen zondag 3 mei j.l. in de dienst des Woords de Conferentie van Ministers van Buitenlandse Zaken, 11 mei aanvangende, bijzonderlijk in het gebed te willen gedenken. Naar ik vermoed is aan deze oproep wel algemeen gehoor gegeven. De nood der wereld, de nood van Europa, is van dien aard, dat een algemeen aanlopen van de Heere op één en dezelfde zondag voor de vrede der volken wel dringende eis is. Wij en onze Vaderen belijden immers, dat God mede door de gebeden van Zijn kinderen de wereld regeert en dus ook de vrede beschikt. Wij vergeten dit maar al te veel in de practijk van ons leven en gebed. Een aparte dag of avond hiervoor af te zonderen was ook gepast geweest. En het moest gekund hebben. Doch misschien heeft ook het feit, dat in de week, waarin het had gemoeten, de Hemelvaartsdag, in de practijk , , een stiefkind" onder de Christelijke feestdagen viel, mede daarvan doen afzien. En hoe moeilijk het in onze tijden is, zelfs voor gedenkdagen de mensen bijeen te krijgen, daarvan is, vooral in kleinere plaatsen, de nu reeds moeizaam zich in stand houdende „herdenking van de gevallenen" (4 mei) een bewijs. Zo is het dus te verstaan, dat het gemeenschappelijk gebed voor de vrede der volken op zondag werd gesteld.

Ik had het over de nood der wereld en met name die van ons werelddeel. Het is een huiveringwekkende openbaring van de machteloosheid der volkeren en hun regeerders dat zij bijna 15 jaren na de wapenstilstand, nog niet kwamen tot een vrede, waarnaar toch allen hunkeren. Men kan hiertegen opmerken, dat het ook vele jaren duurde voor men in 1648 tot de vrede van Osnabrück en die van Munster kwam, welke resp. voor Duitsland 't einde van de 30jarige en voor ons dat van de 80-jarige oorlog betekenden. En ook, dat de zaken nu zoveel ingewikkelder en vol intrigues zijn. Natuurlijk wil ik dit niet ontkennen. Maar zou er ook niet deze verhinderende oorzaak zijn, dat wij er wel over redeneren, maar er zo weinig in waarlijk geloof voor bidden? Het gebed van Elia, terecht door prof. Berkouwer in , , Trouw" van 2 mei jl. genoemd de , , grote bidder uit het O.T.", zij ons tot een belichamend en bekerend exempel.

Het moderamen van de Generale Synode deed de oproep vergezeld gaan van een soort formulier voor het gebed. Of dat algemeen gebruikt is, betwijfel ik. Vele gemeenten hebben in zulk een ure liever het „vrije" gebed. „Formuliergebeden" zijn niet algemeen geliefd. Dat heeft ook zijn oorzaak in onkunde. De , , formuliergebeden" onzer kerk zijn treffend en innig. Het zou voor het meebidden der gemeente wel dienstig zijn, indien ze meer in de dienst des Woords gebruikt werden. Men moge niet ten onrechte het Onze Vader, „het allervolmaakste gebed" — ook een „formuliergebed" — , , de grootste martelaar" genoemd hebben, wegens het vaak te pas en te onpas en dientengevolge oneerbiedige gebruik, het wordt naar ik meen toch wel wat te schaars in de kerk en in onze woningen gebeden. De Heere  Jezus zeide toch: , , Gij dan, wanneer gij bidt, bidt aldus." 

Ik zal het , , formuliergebed", voor 3 mei gegeven, hier niet overnemen. Het zou de schijn van kritiek hebben en ik kritiseer niet gaarne een gebed, Het draagt voor mijn gevoel het merk, dat het „oecumenisch" werd opgesteld, oecumenisch, gelijk de Wereldraad der Kerken dit verstaat. Of de , , Orthodoxe kerk" in Griekenland het zou aanvaard hebben, durf ik niet beweren. Men is in die kerk, naar „Trouw" d.d. 2-5-'59 wist te vermelden, niet tevreden met de leiding van de „Wereldraad". Die Grieks- Orthodoxe kerk heeft ook haar bedenkingen betreffend het door Paus Johannes XXIII in beginsel uitgeschreven oecumenisch concilie. Men ziet: overal zijn spanningen en misverstanden. Onze spanningsvolle tijden zijn er wel mede debet aan. Maar vindt het ook niet zijn oorzaak in het feit, dat er te weinig oog is voor wat de Heere Jezus ons zegt in Johannes 10 over de , , ene Herder en de ene kudde"?

De Synode onzer kerk heeft in haar jongste zitting een besluit genomen, dat bedoelt de bouw van nieuwe kerken te stimuleren en te vergemakkelijken. Bedoeld besluit houdt in van ieder hervormd gemeentelid (doop- en belijdend lid) een jaarlijkse bijdrage te vragen van een half procent van zijn inkomen.

De kerkeraden hebben een schrijven ontvangen deze actie in hun gemeenten te verzorgen en aan te bevelen.

Er zit in dit plan, bijzonder voor kerkeraden van gemeenten, waarin, , nieuwbouw" — een kerk naast de ander (e) kerk(en), of een kerkgebouw in een snel uitgroeiend deel, waarin geen „tempel" staat — urgent is, op het eerste gezicht heel wat aantrekkelijks. Vooral, wanneer men weet, dat 50 % van de opbrengst voor kerkbouw in eigen gemeente mag besteed worden, terwijl men Voor wat verder nodig is ook een beroep kan doen om steun op het bijeengebrachte kapitaal. Men zal begrijpen, dat een en ander wel zal kunnen bijdragen deze zaak ter hand te nemen. Vooral in gemeenten en wijken, waarin de actie voor een nieuwe kerk, — voor restauratie en verbouw geeft dit fonds ndet — broodnodig is en niet al te snel wil vlotten.

Een ander aspect van deze zaak is, dat men op deze wijze een schuldige achterstand wil wegwerken. De hervormde kerk heeft sedert de bevrijding het kleinste aantal nieuw gebouwde kerken op haar naam. Ik meen 54 tegen 108 van de gereformeerde kerken en ca. 110 van de r.k.-kerk. Er is dus ook een erekwestie bij in het spel. En dat is niet slecht. Het moge de hervormde kerk, nominaal de grootste nog in ons land, als ik me niet vergis, wel aan het hart gaan, dat zij tegenover de anderen zulk een pover figuur maakt. Op zichzelf genomen kan er dan ook moeilijk bezwaar zijn tegen het Synodale project. In een kerkgemeenschap, waarin eenheid van belijden is, zou het voorgestelde met beide handen geaccepteerd kunnen worden en onder het devies , , alle hens aan dek" geactiveerd. Alleen maar, die samenbinding is er helaas bij ons niet. Die eenheid is er wel bij gereformeerden en roomsen. Vandaar, naar ik meen, hun voorsprong op het terrein van kerkelijke „nieuwbouw". En juist daarom is mijn vraag : „Kan de Synode niet begrijpen hoe moeilijk het voor , , Bondskerkeraden en gemeenten" zal zijn mee te werken aan de bouw van kerken, waarin straks een vrouw in het ambt zal dienst doen"? Ik had ook in dit verband het probleem der vrijzinnigheid bunnen noemen.

Het is de laatste weken weer smartelijk actueel geworden. In , .Hervormd Weekblad" d.d. 23-4-1959, verhaalt  , , Strandvonder" van een paasmeditatie, geschreven door ds. De Weerd van Oostvoorne, waarin o.m. op de vraag: „Hoe had Jezus de dood overwonnen? " geantwoord wordt: , , Want wie zo sterven kan, overwint de dood". , , Strandvonder" noemt dit een paasboodschap á la dr. De Wilde: , , Jezus is dood, Christus is opgestaan". Er is ook nog de meditatie van prof. Smits, waarover straks.

Maar ik noemde , , de vrouw in het ambt". Die beslissing vormt het recentste probleem, een strijdpunt, dat de Synode de kerk had kunnen en moeten besparen, gezien de geringe meerderheid, waarmede het doorgedreven is.

Misschien vinden meerderen het verdrietig dat dit punt nu geplaatst is in verband met de , , , half procentsactie". Ik kan dat verstaan. Het doet mij zelf ook verdriet, dat ik die beide in mijn gezichteveld zag verschijnen. Maar ze zijn er en vormen mee de barre realiteit, waarin we staan in ons kerkelijk leven. Ik kan er niet om heen. Mijn consciëntie, afgestemd op de Waarheid der Schriften, laat het mij niet toe. Het kan zijn, dat ik kerkeraden en ambtsdragers, die tot meewerken besloten of er toe overhellen, moeilijk ben, door op de impasse te wijzen. Wie in moeilijkheid hierover is, wende zich tot Synode, in eerlijk en ronduit weergeven van zijn bezwaren. Misschien weet zij een oplossing. En voorts, ieder beslisse als in de onmiddelijke presentie Gods, maar wachte er zich voor om onder motief „om des beginsels wille" voor eigen schrielheid en geldgierigheid een vrome uitvlucht te hebben en de beurs dicht te houden.

Over ons kerkelijk leven gesproken. Men heeft zeker wel gelezen van de uitlatingen van prof. dr. P. Smits in zijn Goede-Vrijdag overdenking in , , Kerk en Wereld" getiteld: , , Waarvóór stierf Jezus? " Hij. heeft daar grof en een theoloog van standing onwaardig gesproken over de theologie van Paulus of nog anders: , , het verzoenend lijden en sterven van de Heere Jezus" op weerzinwekkende wijze afgewezen. Het was in de trant van de oude moderne school; het was gelijk voor een kleine eeuw prof. Van Maan en dat lijden in de Leidse collegezalen bestreed met de uitlating: , ', het is mij te bloederig". (Ik citeer uit wat wie het meemaakte, mij eens zeide).

Prof. Smits uitlating wekte niet alleen dr. Busken's verontwaardiging op, maar ook protest uit eigen (vrijzinnige) kring. We nemen daarvan dankbaar nota. Prof. Smits is op zijn meditatie teruggekomen. Hij erkende, dat hij bij nadere bezinning inzag het stuk in andere bewoordingen te hebben moeten schrijven. Hij verklaarde ook voor wat Paulus had geschreven, voor diens theologie, de geëiste waardering te hebben, doch zich daarin niet te kunnen vinden. Zijn afkeer van het plaatsbekledend lijden van Christus handhaafde hij. Hij wil voor zijn eigen leven boeten. Het wordt nu wel begrijpelijk, waarom indertijd de Haagse hervormde kerkeraad bij uitvoering van zijn besluit om de voorgangers der vrijzinnigen in het officiële kerkelijke leven in te schakelen, — een besluit, dat m.i. zeer te betreuren blijft — pertinent dr. Smits niet wilde. Ds. Smits is nu geen predikant meer. Eventuele tuchtmaatregelen zouden hem in die qualiteit niet meer treffen. Maar als de kerk waarlijk Kerk was, — huis van de Heere Christus, — zou dan ook 't kerklid, prof. Smits, vrijuit gaan? Met droefheid moet geconstateerd, hoe groot de ellende en de nood der kerk is. Wij weten ervan. Doch af en toe schijnen er symptomen nodig te zijn, die ons doen voelen, hoe erg het is. Of ben ik te pessimistisch ?

De Calvijn-herdenking is ook in ons land in gang. De eigenlijke datum — 10 juli 1509 werd Calvijn te Noyon, in het Noorden van Frankrijk geboren — ligt niet ver meer van ons af.

D.V. 10 juni e.k. zal er in de Westerkerk te Amsterdam een nationale herdenking plaats hebben, waarin prof. dr. G. C. Berkouwer zal spreken over: , , Calvijn en de kerk" en prof. dr. W. F. Dankbaar over: , , Calvijn en Nederland". Deze samenkomst gaat uit van een Nationaal Comité, waarin mannen uit alle , , kerk en van gereformeerd karakter" zitting hebben.

Dat aan een Calvijn-herdenking ook een r. k.-geleerde deel nam en zijn bijdrage leverde — dr. Luchesius Stalt — is wel heel bijzonder. Zulks geschiedde aan de R. U. van Utrecht, waar in de aula genoemde geleerde sprak met prof. dr. S. van der Linde en prof. dr. A. A. van Ruler. We geven hier door wat , , Trouw" dd. 1-5-1959 in haar verslag van de rede van dr. Smit gaf:

, , Pater Smit, die over Calvijns verhouding tot de oude kerk sprak, schetste vooral Calvijns plaats tegenover de kerkvaders, in het bijzonder Augustinus. Want mocht Calvijn het gezag van de Heilige Schrift centraal hebben gesteld, de uitleg die de kerkvaders hiervan gaven, had ook voor hem de grootste waarde.

Hij wilde geen breuk met de kerk, maar juist de draad van de oude kerk weer opvatten. Dat in zijn geschriften meer dan de helft van de verwijzingen juist betrekking heeft op Augustinus, is niet verwonderlijk — in hem zag Calvijn de vertegenwoordiger van de hele kerkelijke oudheid.

In deze terugkeer tot de bronnen op een keerpunt van de tijd — die ook nu weer actueel is geworden — zag pater Smit een gericht zijn op de toekomst. Wel stelde pater Smit als rooms-katholiek de vraag of Calvijn de kerkvaders goed in hun bedoelingen heeft begrepen en of hij b.v. niet in het Pessimisme van Augustinus ten aanzien van de uitverkiezing is blijven steken. Daarom bepleitte hij een grondige studie van de verhouding van Calvijn tot de afzonderlijke kerkvaders."

Men ziet hieruit, dat er in de r. k.-kerk een kentering is ten opzichte van de persoon en het levenswerk van Calvijn, al blijft de critiek op Calvijn en de Reformatie. Ook wat de beide andere sprekers in het licht stelden is waardevol. Ik moet, om niet te veel plaatsruimte in beslag te nemen, het bij het bovenstaande citaat laten. Wellicht is er nog wel eens gelegenheid uit de andere oratie's het een en ander door te geven.

Ik begon met de , , oproep tot gebed". Ze viel, naar dr. Berkouwer in 't bovengeciteerde artikel opmerkte, in 'n week van „herdenkingen". „Herdenking van de gevallenen"; herdenking van de bevrijding (5 mei) en de herdenking van de Hemelvaart van de Heere Jezus.

Twee zijn nationaal, de laatste is kerkelijk. De Hemelvaartskerkdiensten zijn gemeenlijk niet de drukst bezochte. Daarvoor zijn meerdere redenen. Onze jongeren komen dan samen op hun , , toogdag". Dat is traditie geworden, een traditie ook dit jaar voortgezet. Het is wel. Want Hemelvaart als heilsfeit; behoeft er niet door in het gedrang te komen en de bezieling tot het werk, ook voor onze jongeren in hun bonden, moet komen van uit de „open" Hemel. Als onze jongeren om samen te zijn in Utrecht verstek gaven in de kerkdienst is dit te dragen., niet, wanneer er is een wegblijvlng om die dag ais een uitgaansdag te gebruiken. En de ouderen? Het feest van Hemelvaart wordt helaas weinig als feest gekend en doorleefd. Wat Paulus zegt: „medegezet in de hemel" leeft vaak niet, doordat de geloofskracht en het diepe leven des geloofs zich in geringe mate openbaren.

Over gedenkdagen sprak ik. De reeks wordt besloten door Pinksteren. Het einde, het slot van de reeks heilsfeiten. Eigenlijk het , , begin", want door het wonder van Pinksteren begon het grote, dat de ziener op Patmos noemt: , , ze hebben hem overwonnen door het bloed des Lam: en door het woord hunner getuigenis". Zo gezien is Pinksteren groot. Het is genoemd: „jeugdfeest". Maar ook de ouderen zijn in Handelingen 2 niet vergeten. De herdenking van het , , Wonder" zij ons door de Geest middel om te leven uit dat Wonder, het , , troetelkind van het geloof". Dan zullen we spreken van de Magnalia Deï, , , de grote  dingen Gods" in enthousiasme op een wijze, welke niet is , , een luidende schel of klinkend metaal". En het zal van ons gelden: , , zij hebben hun leven niet liefgehad tot de dood toe". (Openbaring 12 : 11). Dat is zich geven voor Gods zaak.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's