De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HEDENDAAGSE LITURGIE 18

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HEDENDAAGSE LITURGIE 18

8 minuten leestijd

Dat is dus van de Herv. bundel gesproken, zoals die in oppervlakkigheid in de wandeling door velen genoemd pleegt te worden. Ook vind ik aangetekend, dat in de Algemene Synode al vroeger stemmen gehoord zijn, zich van de Psalmen geheel of gedeeltelijk te ontdoen. Zij had van Koning Willem I in 1816 (want deze schiep daarmee een Staatsinstelling, die wederrechtelijk over de Kerk heen werd gelegd, een synodaal bestuur en geen daadwerkelijke Synode) slechts de bevoegdheid gekregen, de Kerk te besturen (hoe men dit dan ook opvatte), dus helemaal niet, om uitspraken over de belijdenis te doen, of om de liturgie te wijzigen. De oud-confessionele predikanten, al spraken ze daar niet over, weigerden immer, om gezangen uit de Vervolgbundel op te geven, omdat die in 1866 onwettig was vastgesteld en ingevoerd.

Het jaar 1938 maakte de zaak nog ingewikkelder, toen door diezelfde Algemene Synode of synodaal kerkbestuur een nieuwe Gezangenbundel werd vastgesteld en op geraffineerde wijze, n.l. door het woord „aanbieden", in de Kerk werd ingevoerd. Er is niemand, die deze Bundel behoeft te erkennen of te gebruiken. Er is dan ook van dwang geen sprake, als na 1807, want dan zou de rechter daar zeker een eind aan kunnen maken. De kerk werd niet gehoord. Maar ook dan had de Alg. Synode geen bevoegdheid gehad van , , aanbieden".

In dit verband wil ik er echter op wijzen, dat reeds in 1861 ter Synode een voorstel werd gedaan, om het Psalmboek als zodanig af te schaffen, en dat psalmen (zo het heette) in een christelijke geest gewijzigd, , , zo mogelijk één of meer zouden worden gevoegd achter iedere rubriek van het Evangelisch gezangboek" 1). Doch dit voorstel werd afgewezen.

In 1872 bracht een commissie, daartoe benoemd, op de synodale tafel een , , Proeve van herziening van het Psalmboek", waarbij werd meegedeeld, dat men , , Israëlietische denkbeelden, ja zelfs gehele Psalmen" had weggelaten. Bijv. in Ps. 20 : 2 wilde men lezen : 'k Weet nu, dat Vaderland en Koning geen heilgoed zal ontbreken". De rapport-commissie wilde een bloemlezing uit de Psalmen. Maar de Synode dorst het niet aan. Beide voorstellen werden afgewezen.

In 1892 besloot de Synode, dat er een nieuw kerkboek zou komen, waarin moest worden opgenomen , , het beste, dat in onze Psalm- en Gezangbundels voorkomt, vermeerderd met elders voorkomende, of geheel nieuwe, schone gezangen". Hier werd óók bedoeld, een deel van de Psalmen weg te doen. In 1910 kwam de Synode op dit besluit terug. 2)

De tegenstand, althans veronachtzaming, inzake de Psalmbundel door de commissie 1928-1937, was dus niet onschuldig. Wij merken hier het gisten van een andere geest dan die der reformatie, welke ons het psalmboek had gegeven. Mannen als wijlen Prof. Dr. G. van der Leeuw (liturgische beweging). Ds. B. J. Aris en Ds. C. B. Burger (vrijz.) wellicht ook anderen, droegen het hunne er toe bij, dat een Gezangbundel van 306 liederen werd geschapen, waartegen aanstonds van verschillende zijden grote bezwaren werden ingebracht. Maar allereerst houdt ons hier bezig het feit, dat men die liederenbundel niet afzonderlijk heeft doen uitgeven, maar vastgekoppeld aan het oude Psalmboek van 1773. Dit schijnt normaal, evenals dat vroeger het geval was (1805), bij de invoering van de oude Gezangbundel. Maar ook toen was er dezelfde consequentie aan verbonden.

Nu moet ik even een (noodzakelijk) uitstapje maken. Er is reeds in 1805 vreemd gehandeld. Ds. Hasper 3) doet daarvan bericht, in verband met een 120 jaar na datum, door wijlen prof. dr. H. Th. Obbink gedane ontdekking, waarover deze in het Algemeen Weekblad voor Christendom en Cultuur heeft geschreven, d.d. 11 september 1936 4). Hieruit blijkt, dat er (wat Obbink noemt) , , geheime diplomatie" was gepleegd bij de uitgave der Gezangen, ook toen in één band met de Psalmen. De lasthebbers van de Provinciale-Synoden (die 't Gezangboek hadden samengesteld), hebben zonder daartoe geautoriseerd te zijn door hun lastgevers en zonder het ook achteraf aan de resp. Synoden te hebben meegedeeld, voor een onbehoorlijk hoog bedrag de copie van het boekje reeds van te voren verkocht aan de uitgever J. Allart, van wie later de rechtsopvolgers waren: Evangelische Gezangen- Compagnie, J. Brandt en Zoon. Er is een geheim contract gemaakt, d.d. 12 juli 1805. De heren, die de certificaten van het Psalm- en Gezangboek van hun handtekening zouden voorzien, ontvingen te zamen de aanzienlijke som van ƒ 25.000, — + een halve stuiver voor elk exemplaar, dat verkocht werd. Een deel daarvan werd zelfs al uitbetaald, vóór de resp. Synoden het kerkboek geapprobeerd hadden. Het was toen de z.g. Franse tijd, die van Napoleon. En alle mensen stonden er toen financieel slecht voor, nlet het minst de predikanten, die enkele jaren later gedurende 2 jaar in het geheel geen traktement ontvingen, zodat sommigen van hen door de diaconie moesten „bedeeld" worden. Maar toch gaf het geen pas, dat deze commlssieleden zo ver buiten hun boekje gingen, en begerig de handen uitstrekten naar het goud, in die tijd een ongehoord bedrag.

Wat de zaak nog erger maakte, was, dat deze transactie viel onder de Publicatie van het Staatsbewind der Bataafse Republiek van 3 juni 1803, die bepaalde, dat , , verboden wordt, het verspreiden of verkoopen van eenigerhande Vertaling, Verkorting of Uitbreiding van eenig in deze Republiek, uitgekomen oorspronkelijk Werk, zo, dat deszelfs inhoud, of geheel of voor een groot gedeelte, woordelijk worde overgenomen, tenzij met schriftelijke toestemming van den eigenaar van hetzelve". Dit werd toen genoemd: het bezit van een eeuwigdurend auteurs- en uitgeversrecht. Een en ander schijnt nog door de Wet van 1817 te zijn bekrachtigd.

Hiermede was de Kerk in dit opzicht voorgoed in boeien geslagen. Vandaar, dat die zich óók deden gelden in 1938. Vandaar ook, dat ds. C. W. Coolsma, die zijn brochure met die tijd inzet, deze het opschrift gaf: „In Boeien". Van de daarin bijgevoegde 48 Bijlagen zijn sommige voor ons doel zeer lezenswaardig. Hier komen feiten en bezwaren los, meest van Herv. zijde en van mannen, die wij niet in engere zin geestverwanten zouden kunnen noemen. Daarom van te meer waarde.

Want het z.g. Herv. Kerkboek van 1938 is geen uitgave van de Synode of van de Kerk (die er trouwens niet eens in gekend was), maar (u leest het onder aan het titelblad) van de Evangelische Gezangen-Compagnie N.V. Adres: J. Brandt en Zoon, Amsterdam-C. Men had wel bijv. 99 oude Gezangen niet meer opgenomen en de 93 overige aangevuld tot een getal van 306, maar dat kon alleen met goedvinden van de uitgever, die immers het auteursrecht over de overblijvende 93 oude Gezangen bezat (zie de Publicatie van 1803), en die nu ook auteurs- en uitgevensrechten deed gelden voor de rest. Hoe dit alles precies met J. Brandt en Zoon is bedisseld geworden, is niet bekend, wijl niet gepubliceerd. Wel is helaas bekend geworden, dat er opnieuw een geheim contract (15 juli 1937) is gesloten, waartegen o.a. door dr. J. R. Callenbach, te Rotterdam, heftig is geprotesteerd in „Hervormd Nederland", d.d. 3 juli '41 5). Wel heeft men noodgedwongen iets losgelaten, maar zeer in tegenspraak met elkander: ds. Landsman zegt, dat men zich maar voor 20 jaar had verbonden, dr. Riemens noemt 25 jaar; neen, zegt ds. P. de Bruijn, toen Praeses der Synode: 30 jaar; terwijl dr. Callenbach vermoedt van 50 jaar. Deze verschillen wijzen er op, dat men (buiten dr. Callenbach) heimelijk hoopte, binnen de genoemde termijn, met de uitgever weer tot een andere minnelijke schikking te komen, want diens rechten zijn in feite altijd-durend.

Hierbij komt, dat, evenals in 1805, ook de Commissie tot samenstelling van de Bundel 1938 zich heeft schuldig gemaakt aan een onwettige daad, door, zonder medeweten van de Alg. Synode, het contract van 15 juli 1937 af te sluiten, al heeft de Synode voor een fait accompli (voldongen feit) geplaatst, dit later maar geslikt. De betrokken commissie beweert in haar Voorrede: „Het auteursrecht op deze bundel als zodanig, alsook op hetgeen daarin voor het eerst (wij cursiveren, Br.) openbaar wordt gemaakt is eigendom der Synode". Naar wat hierboven vermeld is geworden, zou deze bewering op haar waarheid onderzocht moeten worden. Dat kan alleen, als het befaamde contract openbaar gemaakt wordt. Hasper zegt, dat ook nu door Brandt een bedrag aan de ondertekenaars der certificaten is toegekend (ƒ8000, —), wat op zichzelf niet zo erg is, maar men heeft dit ontkend" 6).

Omdat Psalmen en Gezangen in één bundel (opzettelijk, daarover straks) zijn uitgegeven, vallen ook de Psalmen onder de machtsgreep van de uitgever, zodat ook daarin geen veranderingen mogen aangebracht worden noch een nieuwe bundel uitgegeven. Hoe men daartegenover nu toch poogt tot een nieuwe „dichterspsalter" te komen en die in te voeren, daarover en over nog meer wensen wij een volgend maal onze gedachten weer te geven.


1) iCoolsma, „In boeien", 1950, blz. 12, 13.

2) Hasper, „Een reforimatorisicOi Kerklboek", Ibiz. 77.

3) Hasper, „Reform, Kerkboek'", blz. 72.

4) In extenso opgenomen in Coolsma, „In Boeien", blz. 76.

5) Coolsma, a.w., blz. 80, 81.

6) „Reform. Kerk", blz. 64.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HEDENDAAGSE LITURGIE 18

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's