De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De andere Trooster

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De andere Trooster

9 minuten leestijd

Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid. Johannes 14 : 16.

Bovenstaand Schriftwoord is ontleend, aan de grote, tedere afscheidsrede, die Christus tot Zijn discipelen richtte kort voor Hij de lijdensnacht in engere zin inging. Bijzonder belangrijke dagen waren ook voor de discipelen aanstaande. De Meester zou van hen heengaan, zoals Hij al eerder gezegd had, naar Zijn Vader. De gedachte aan de komende scheiding benauwt hen en vervult hen met grote droefheid. Zij waren immers met zulke sterke liefdebanden aan Hem verbonden. Neen, zij konden Hem niet missen; zonder Hem was er geen licht en geen uitzicht. Daarbij kwam nog dat Christus gezegd had dat er voor hen donkere tijden zouden aanbreken. Zij zouden om Zijns Naams wil verdrukt en vervolgd worden. Geen wonder dus dat het de discipelen bang te moede werd. Hoe zouden zij straks temidden van zoveel vijandschap kunnen voortgaan?

Maar nu laat de Heere hen niet zonder meer achter. Hij zegt hun een machtige Helper en Bondgenoot toe, de Heilage Geest. , , Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven", verzekert Christus in het woord van onze tekst. Hier blijkt al direct welk een plaats de discipelen hadden in Zijn Middelaarshart. Christus stond als het ware voor de ingang van Gethsemane; Golgotha wenkte al. Hij ziet de donkere lijdensgolven al naderen, maar toch vergeet Hij Zijn discipelen niet. Ook nu denkt Hij aan hen, en Hij zegt: , , Ik zal de Vader bidden."

Welk een machtige troost lag daarin voor de discipelen. Wie zij in zichzelf waren, bleek in het verleden maar al te vaak en dat zou al heel spoedig opnieuw blijken. Hun zwakheid en ontrouw zou maar al te zeer openbaar woorden. Neen, in hen was er geen enkele grond waarom de Vader hun de Trooster zou toezenden. Maar nu zal Christus hun Voorbidder zijn bij de Vader, en de verhoring van Zijn voorbede zal niet uitblijven. Dat weet Christus, en vandaar dat Hij niet zegt: „Ik zal de Vader bidden of Hij u een andere Trooster wil zenden", maar verzekert: , , En Hij zal u een andere Trooster geven, "

En wij weten dat de Trooster, op de voorbede van Christus, ook gekomen is: het Pinksterfeest, dat wij straks weer hopen te vieren, zegt het ons. De komst van de Heilige Geest op de Pinksterdag is dus enkel en alleen te danken aan de voorbede van Christus; zij is enkel en alleen vrucht van Zijn kruisverdienste. Alleen op grond van het gebed en de verdienste van de Zoon zond de Vader de Heilige Geest om Christus te verheerlijken in zondaarsharten.

De Heilige Geest wordt hier genoemd: de andere Trooster. Wij zijn er in ons spraakgebruik aan gewend geraakt om aan die naam Trooster de gedachte te verbinden van: lieflijke, smartstillende geruststelling. Maar wij vergeten dan teveel, dat de gedachte in die naam Trooster, volgens het oorspronkelijke, Griekse woord, Paracleet, ook nog wat anders inhoudt. De naam Paracleet betekent letterlijk: de er bij geroepene, in rechtzaken een advocaat, in het dagelijkse leven een helper, iemand die bijstand verleent; dus in het algemeen een zaakbezorger. Tot dusver was Christus de Paracleet of Trooster, de Raadsman en Zaakbezorger van Zijn discipelen geweest. Maar nu Hij heengaat, zal in Zijn plaats een andere Trooster komen, de Heilige Geest. Door die Geest zouden zij bekwaam gemaakt worden voor de gróte taak die hun wachtte in de prediking van het evangelie aan alle creaturen. De Heilige Geest zou hen, als de andere Trooster, leiden en onderwijzen, hun het licht doen opgaan over de wereld-omvattende betekenis van het kruis. Hij zou ook de wereld overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel. De andere Trooster, de Heilige Geest zou dus ook ontdekkend werken in degenen tot wie de prediking der discipelen zich zou richten.

En ge weet: de discipelen hebben dit alles ook op treffende wijze ondervonden. Aanvankelijk verstonden zij nog zo weinig van het doel en de betekenis van de komst en het werk van Christus. Wat bleek hun kennis nog gering, hun inzicht nog zwak te zijn. Maar op de Pinksterdag is het zo geheel anders. Dan ontvangen zij,  dank zij de inwoning van de Heilige Geest, een licht over de Persoon en het werk van Christus als nooit tevoren. Dan gaan zij spreken van de magnalia Deï, de grote werken Gods, en zien zij in volle klaarheid de heerlijkheid van Gods werk in Christus. En de discipelen hebben ook ervaren dat de Heilige Geest als de grote Paracleet werkte onder hun prediking. Wanneer Petrus op de Pinksterdag predikt tot de verzamelde menigte, doet de Heilige Geest het gepredikte Woord macht hebben over de harten. En dan voltrekt zich ook het wonder. Velen worden ver­slagen van hart, schuldbesef vervult hun ziel, oprecht berouw wordt geboren, en dan komt daar de ongekende rijke vrucht: omtrent drieduizend mensen worden toegebracht tot de gemeente die zalig wordt. Denk u dat eens in: drieduizend mensen bekeerd door middel van één preek, gehouden door een eenvoudige visser! Neen, dit wonder was niet te danken aan de welsprekendheid of de overtuigingskracht van Petrus, maar alleen aan de machtige, onweerstaanbare werking van de andere Paracleet, de Heilige Geest.

En de Heiige Geest is voortgegaan met Zijn heerlijk werk. Ook wij hebben nodig Hem te kennen in Zijn overtuigende en vertroostende kracht. Want wat Christus voor zondaren verworven heeft, moet ook door de Heilige Geest in ons toegepast worden. Zonder de levenwekkende werking van de Heilige Geest is al onze godsdienst, onze opgang naar Gods huls, ons bidden en zingen niets anders dan een lege vorm. Maar wanneer Hij ons overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel, ons doet zien hoe verdorven en onrein wij zijn voor God, dan komt er leven in ons van nature dode hart, zodat wij geen voldoening meer vinden in onze dode werken. Dan wordt ons al het onze ontnomen en worden wij beroofd van alle eigen gerechtigheid. Maar dan blijkt de Heilige Geest ook de rechte Trooster te zijn, want dan getuigt Hij ook van Christus door middel van het Woord en de prediking van het evangelie. Hij laat zien de heerlijkheid van Christus, als Hij openbaart diens genade, liefde, wijsheid en al de weldaden, die in Hem zijn. En de Heilige Geest geeft ook armen des geloofs om Christus met al Zijn weldaden aan te nemen, zodat het gekend wordt:

Nu weet ik de waarheid, zo diep als gewis,

dat Christus alleen mijn gerechtigheid is.

Die Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen Gods zijn en doet ons stamelen: Abba, Vader. Hij geeft uitzicht op de komende erfenis. En dat uitzicht doet goëdsmoeds zijn, ook in wegen van druk, en bij tijden zeggen: „Ik houd het daarvoor dat het lijden van deze tegenwoordige tijd niet is te waarderen tegen de heerlijkheid die aan ons zal geopenbaard worden."

En nu zegt Christus tenslotte nog in onze tekst van de andere Trooster, dat Hij blijven zal in der eeuwigheid. Deze verzekering geldt allereerst de kerk van Christus in haar geheel, maar ook ieder levend lidmaat daarvan. Neen, uit het hart, waarin de Heilige Geest eenmaal intrek nam, wijkt Hij nimmer. Hij blijft bij Gods kinderen in Zijn overtuigende, vertroostende en heiligende kracht. Als de Paracleet verdedigt Hij hen tegenover alle aanklachten en aanvallen van de machten der hel; Hij is hun Raadsman en Zaakbezorger. Zeker, Gods kind kan de Heilige Geest wel bedroeven door af te dwalen op wegen der zonde. In zulke tijden van afwijking en ontrouw oefent Hij dan ook niet allereerst Zijn troostambt uit, maar Zijn strafambt. Dan overtuigt Hij van zonde, en rust Hij niet voor de zonde weer beleden en verlaten wordt.

Zalig, wanneer wij het mogen weten: , , Wij hebben niet ontvangen de geest der wereld, maar de Geest die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen die ons van God geschonken zijn". Telkens weer verzekert Hij Gods kinderen dat zij eeuwig voor Gods rekening liggen. Hij leert wandelen naar Gods geboden, doet zuchten en juichen. Hij fluistert dë vermoeide strijders het woord van Christus in het zielsoor: , , Hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen." En ook in de doodsnacht is Hij hun nabij en doet Hij zien het licht van de Zonne der gerechtigheid, dat de oprechten in de vallei dés doods' bestraalt.

, , Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid", zo beloofde Christus Zijn discipelen kort voor Zijn heengaan van deze aarde. En de vervulling van die belofte vond plaats op de Pinksterdag. Straks mogen wij dit grote heilsfeit weer herdenken. Welnu: hebt gij de Heilige Geest ook ontvangen? Wij allen hebben Hem nodig, want hoor wat Paulus zegt: , , Niemand kan zeggen Jezus de Heere te zijn, dan door de Heilige Geest." Zonder die Geest geen deel aan Christus, geen vrede met God, geen uitzicht op de erfenis. Zij dan ons aller gebed:

Daal, Geest des Vaders en des Zoons,

op duivenwieken van de troon.

Ontsluit ons hart, Uw Woord,

Uw wet, beziel ons loflied en gebed.

De naam Paracleet, hier vertaald met Trooster, betekent, zoals wij zagen, letterlijk: de er bij geroepene. Hij moet dus te hulp geroepen worden. Bid dan met volharding om Zijn komst, ook in uw hart.

En als ge tenslotte vraagt, waaraan ge het weten kunt dat ge de Heilige Geest hébt ontvangen, dan is het antwoord: Hieraan, dat Christus bij u verheerlijkt wordt. Want de Heilige Geest drijft ons altijd van al het onze weg en leidt ons tot Christus. Geve God ons allen een gezegend Pinksterfeest, waarop wij verslagen mogen worden van hart, maar ook een oog mogen ontvangen voor de onnaspeurlijke rijkdom van Christus. Opdat uit ons hart het lied der verwondering moge opklinken:

Ik kan het niet bevatten,

dat God Zijn eigen Zoon en Geest,

met al Zijn schatten, mij toezond van Zijn troon.

G od wou Zichzelve schenken

aan mij, die Hem verliet. I

k poog het in te denken, bevatten kan ik 't niet!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De andere Trooster

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's