De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE CATECHISMUS VAN CALVIJN 49

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE CATECHISMUS VAN CALVIJN 49

8 minuten leestijd

 ZONDAG 46

Het Sacrament.

De vorige zondag sprak over het Woord van God; deze zondag vervolgt, door de Sacramenten aan de orde te stellen. Is er nog een ander middel, buiten het Woord, waardoor God zich aan ons meedeelt? Geantwoord wordt: Hij heeft de Sacramenten samengevoegd met de prediking des Woords. Dat doet de nadere vraag rijzen: Wat is een Sacrament? en de leerling antwoordt hierop: Dat is een uitwendig getuigenis van Gods genade, die ons door een zichtbaar stellen de geestelijke dingen voorstelt, om de beloften van God nog sterker in onze harten in te drukken, en ons meerdere zekerheid te geven. In dit antwoord gaat het om twee dingen: de Sacramenten zijn een getuigenis, een persoonlijk appèl, dat God in Zijn genade tot ons laat uitgaan. Het heeft een , , uitwendig" karakter, waarmee niet bedoeld is, dat het , , dus maar iets uiterlijks" is, maar alleen, dat het ontleend is aan de geschapen wereld, dezelfde die de Heere ons te bewonen gaf. We worden dus, juist ook in het Sacrament, in onze eigen taal aangesproken, de taal van mensen, , , van de aarde aards". Op deze wijze buigt zich de Hoge God, die Geest is, , tot ons neer, en laat ons, wat Hij ons in Zijin Woord onzichtbaar betuigde, nu nog eens tasten, zien en zelfs proeven. Hij bedoelt ermee: Smaak en zie, dat de Heere goed is. Het Sacrament spreekt zo een beeldentaal. Dat wil zeggen: een zeer eenvoudige, kinderlijke, aanschouwelijke taal. Zoals in de school het leesbord dient, om door aanschouwing met de zaak vertrouwd te maken, zo doet de Heere het in het Sacrament. Hij maakt zo bijzonder Zijn beloften aanschouwelijk, kleurig, sprekend, opdat die beloften, die wij toch zo durven te wantrouwen of te miskennen, te dieper in ons hart zuilen worden gegrift. Dit maakt ze zeker en zekerder; daarop zien ze tenslotte.

Onmacht en macht van het Sacrament.

In het Sacrament ontmoeten zo twee dingen elkaar: het onzichtbare en geestelijke wordt afgebeeld en betuigd door het zlchtbare en stoffelijke. Daar ligt iets moeilijks in, dat Calvijn meteen tot uiting brengt: Wat? Heeft een zichtbaar en stoffelijk middel die kracht, om het geweten zekerheid te bieden? Door Calvijn's theologie heen loopt de diepe onderscheiding van Schepper en schepsel, van vlees en Geest. Hij strijdt er geregeld tegen, dat aan het geschapene zou worden toegekend, wat aan de Schepper toebehoort. Het antwoord is daarmee in overeenstemming: Dat is het niet van zichzelf, maar in zoverre God het tot dit doel heeft verordend. Het gaat dus om generlei eigenmachtigheid of automatisch gebeuren; Gods welbehagen spreekt het eerste en het laatste woord. Niet elk zichtbaar ding is zo maar een Sacrament, omdat wij het daartoe wensen te maken; Calvijn mag graag met Augustinus zeggen : Het Woord van God moet bij een ding komen, dan wordt het een Sacrament.

Sacrament en Heilige Geest.

Tot nu toe heeft Calvijn nog gezwegen van het aandeel, dat de Heilige Geest heeft in de Sacramenten. Toch is dit voor hem van centrale betekenis. Die kloof, die we zoëven aanwezen, tussen zichtbaar en onzichtbaar, tussen Schepper en schepsel, wordt overbrugd door de Heilige Geest. Om die reden brengt hij Hem nu ter sprake: Waar het de eigen taak van de Heilige Geest is, de beloften van het Evangelie aan onze harten te verzegelen, hoe ken je dat dan aan de Sacramenten toe? Daarop antwoordt de leerling: Er bestaat groot verschil tussen die beide dingen. Want inderdaad is het alleen de Heilige Geest, die in staat is onze harten te raken en te ontroeren, ons verstand te verlichten en onze gewetens te verzekeren, in zulk een mate, dat dat Zijn eigen werk moet geacht worden, waarvoor Hem de lof toekomt. De Heere bedient Zich echter van de Sacramenten als van ondergeschikte instrumenten, naar Zijn welbehagen, zonder dat de kracht van de Geest er ook maar in het minst door zou worden verminderd. Van een vermengen van Schepper en schepsel is dus geen sprake; zoals er sprake is van Gods souvereiniteit in alle stukken, zo zouden we kunnen spreken van de souverelniteit van de Heilige Geest in Zijn eigen werk, n.l. de , , toepassing" van het werk van Christus, het verzegelen van Gods belofte, van het geloof in onze harten. Dat draagt Hij aan niets en niemand over; die eer en de lof ervan komt Hem onverkort toe. Echter: Calvijn sprak ervan, dat wij mensen van de aarde aards zijn. De Heilige Geest is zo goed daarmee rekening te houden en schakelt daarom de Sacramenten in, die aan de geschapen wereld zijn ontleend, Om door middel van deze ondergeschikte werktuigen Zijn eigen werk te doen. Calvijn bedoelt dus: de Heilige Geest verzegelt Gods beloften, het geloof erin, door middel van Woord en Sacrament. Maar Hij zelf blijkt de levendmaker, die het eigenlijke werk doet en de werkelijke lof verdient.

De kracht van het Sacrament.

De leerling had dat zeker wel vaker gehoord, hij heeft het tenminste goed begrepen. Je vat het dus zo op, dat de doeltreffendheid van de Sacramenten niet in het uiterlijke middel ligt, maar geheel uitgaat van de Geest van God? We merken hier op Calvijn's krachtig verzet tegen de Roomse Avondmaalsleer, waarbij de Sacramenten een sterke eigenmachtigheid hebben verkregen. Dat moet de verhouding der afhankelijkheid wel zeer verduisteren en bederven en zonder die acht Calvijn zuivere religie en eerbiedig geloof niet mogelijk. De leerling heeft het zo van z'n leermeester geleerd : Inderdaad, omdat God werken wil door de middelen die Hij heeft ingesteld, zonder dat dit op Zijn macht inbreuk maakt. We merken, hoezeer Calvijn hier , , de weg der middelen" op het oog heeft. Daar die ook onder ons veel aandacht pleegt te genieten, is het goed er iets van te zeggen. We hoorden zoëven Calvijn zeggen, dat God zich in welbehagen van de middelen bedient, maar zó, dat ze niet mogen worden losgemaakt van Hem, doch integendeel, aan Zijn welbehagen al hun kracht blijven ontlenen. Wij vrezen, dat onder ons , , de weg der middelen" vaak op een moedeloze, vormelijke manier wordt losgemaakt van Gods hart. Het gebruik der middelen gaat dan schrikwekkend lijken op een kansspel, het wordt geen gelovig, maar een bijgelovig gebruik, omdat men de Heere Zélf te voren losgemaakt heeft van Zijn beloften. Calvijn wijst ons hier een uitnemender weg, waarvan het betreden elk en ieder dringend aanbevolen wordt.

Het Sacrament en onze aard.

Deze gang van zaken geeft Calvijn te denken. Wat beweegt God er toe, dat zo te doen? Het antwoord klinkt: Hij doet dat om onze zwakheid te hulp te komen, want wanneer wij geestelijk van aard waren, zoals de engelen, konden wij op een geestelijke wijze aanschouwen Hem zelf en Zijn genadegaven. Maar waar wij in dit lichaam inwonen, hebben wij nodig, dat Hij beelden gebruikt tegenover ons, om ons de geestelijke en hemelse beelden voor te stellen. Want anders zouden wij ze niet kunnen begrijpen. Bovendien is het voor ons nuttig, dat onze zinnen geoefend zijn ten opzichte van Zijn heilige beloften, om er in bevestigd te worden.

Calvijn leidt de noodzaak der Sacramenten dus uitdrukkelijk uit onze natuur af. De engelen zijn geestelijke wezens, die de geestelijke dingen onmiddellijk zien en verstaan. Wij niet. Wij kunnen ze enkel middellijk verstaan. En daartoe gaf de Heere die Sacramenten, die de H. Geest in Zijn dienst neemt om aan onze, zwakheid, onze , , grofheid" te hulp te komen. Dat wil niet meteen al zeggen, dat het afwijzen der Sacramenten heel licht geestelijke hoogmoed verraadt, óf wel een zo grote moedeloosheid, dat men zegt: Och, voor mij betekenen ze toch niets. Maar wie dat zegt, doet de Heere (de H. Geest) groot onrecht, want die gebruikt de Sacramenten niet tegenover de engelen of de geesten, maar juist tegenover mensen, die heel erg achterop zijn, waar alles bij moet. Het laat zich zo vermoeden en zelfs aanwijzen, dat het afwijzen der Sacramenten op grond van eigen onwaardigheid, toch wel degelijk weer kan voortkomen uit een zelfde geestelijke hoogmoed. Wij vrezen, dat daarvoor onder ons veel te weinig oog is en leggen deze spiegel daarom aan allen voor. We willen hier reeds vragen, wat nog wel eens terugkomt: Dat de Heere zich. zo diep tot ons neerbuigen moet, zoals een volwassene zich moet buigen om bij een kind te komen, is voor ons niet vleiend. Als we dit neerbuigen met betrekking tot ons niet beamen, en er licht van zeggen, dat het ons te veel is, is dat dan de waarheid? Of zeggen we dat alleen maar en bedoelen we eigenlijk: Het is mij te min ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE CATECHISMUS VAN CALVIJN 49

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's