De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

12 minuten leestijd

Gouden jubileum van de Utrechtse stadszending — Forumklanken — Cirkelgang -— Uit de Hongaarse Kerk — Van de vrijheid der Kerk hier en elders — De  betalende en bepalende staat — Barendrechtse troebelen- Geweten boven en beneden de Pyreneeën — Drie tegenstellingen op één krantenpagina — Geen angst ? — De oplossing der tegenstellingen.

Onlangs vierde de Stadszending te Utrecht haar gouden jubileum. In de eerste tientallen jaren van haar bestaan was ds. Couvée, die zijn bediening als predikant van de Utrechtse gemeente neerlegde om zich geheel aan het evangelisatiewerk te wijden — predikanten met bijzondere opdracht kende men in die tijd nog niet — de bezielende leider. In het kader van deze herdenking werd op 12 mei jl. in de Blauwe zaal van Esplanade een openbaar forum gehouden, gewijld aan het onderwerp: , , communicatie" of, om - het met de woorden van het verslag van dit forum — N.R.- Crt., dd. 14-5-'59 — te zeggen, aan: , , Overdrachtsmogelijkheid van het evangelie".

Juist die eigenaardige, ongewone benaming van wat men in de evangelisatie pleegt te noemen: , , uitdragen, of brengen van het evangelie onder de van de kerk vervreemden", trok mijn aandacht. Het verslag was niet onverdienstelijk en ik neem aan, dat het ook betrouwbaar is. Rondom die „overdrachtsmogelijkheid" -kwamen allerlei „problemen" ter sprake: , , visuele vormen", , , fundamentalisme", , , movies" (film), , , feelies", - (een knop aan je stoel, waarmee je voelt)" en zo meer.

Ik ga op al deze nieuwe vormen en methoden, welke men besprak, en waarvan men overwoog of ze misschien de , , overdrachtsmogelijkheid" van 't evangelie groter zouden kunnen maken, niet in. Alleen wil ik doorgeven, dat het „fundamentalisme" zoals tegenwoordig te doen gebruikelijk is, een fikse duw kreeg. Van het fundamentalisme werd de definitie gegeven: , , -dat wij het hanteren van de Bijbelwoorden als waarheid laten functioneren en daarbij de eenheid van het woord als de waarheid uit het oog verliezen en de Heilige Geest in de weg staan, een eigenlijk nogal onvolwassen vorm van met de Bijbel omgaan". Die definitie werd in het verslag .„eenvoudig" genoemd. Begrijp ik ze goed, dan is het beroep op de Bijbel zonder meer af te keuren. Prof. Kraemer spreekt in zijn werk: Communicatie over , , fundamentalisme" als , , de geestelijke krankheid, die een verkeerd leerstuk over de onfeilbaarheid van de Schrift veroorzaakt". Maar dan komt men toch wel lelijk in de knel met wat de Heere Jezus zegt tot de duivel: „daar staat geschreven". Prof. Schippers, hoogleraar in de theologie aan de V.U., die lid van het forum was, heeft tegen deze afstraffing van het , , fundamentalisme" wel geopponeerd, - al had het naar mij smaak forser en krachtiger gekund.

Hoe dan ook, over de diverse onderwerpen en wat er bij te berde werd gebracht, nu niet meer. Mij trof, dat in het geheel der bespreking de „woordverkondiging" in gedrang kwam. Er bleek grote eenstemmigheid te zijn over „de noodzaak van een communicatie, die meer omvatte dan een woordverkondiging". Prof. De Graaf — ook lid van het forum. — vertelde in dit verband van een Russich Baptistenmeisje, dat gezegd had: „wij lezen niet in de Bijbel, maar in het leven der christenen". Prof. Hoekendijk zei in het slot: „Alles zal tenslotte hierop neerkomen, of wij er bij zijn, vredestichten en redden". Voorts werd in de zaal beseft, „hoeveel eraan gelegen is, dat mensen op een volwassen manier met de Bijbel omgaan. Ook werd de noodzaak onderstreept van het appèl op de Heilige Geest".

Alles saamgenomen, deed mij deze samenkomst sterk denken aan de slagzin, welke dr. Noordmans geeft als devies van het streven der etische theologie: „humaniser Ie divin, sans lui enlever le caractère divin", d.i. het goddelijke humaniseren, zonder het goddelijke karakter er aan te ontnemen. (Geestelijke perspectieven, blz. 134). Er waren ter vergadering vele klanken, die sterk neigden naar wat in vroegere ethische kringen en samenkomsten te beluisteren viel: o.m. het sterke accent op de gelovige mens, het achterstellen van de Bijbel bij de Geest, het ethisch karakter der waarheid, al werd het zo niet gezegd. Dat alles deed mij denken aan het gezegde: , , De mensheid heeft ten allen tijde van weinig ideeën geleefd". Er is ook op kerkelijk gebied een cirkelgang te constateren naar het woord van de Prediker: „Hetgeen er geweest is, hetzelfde zal er zijn" (1 : 9). Maar ondanks deze kringloop, blijft ook voor Stadszending, evangelisatie, of om het veel gebruikte woord , , apostolaat" te noemen, wat Paulus ons zegt in Rom. 10 : 17: , , Zo is dan het geloof uit het gehoor en gehoor door het Woord Gods". Of ben ik hiermee ook al fundamentalist?

In , , Trouw" d.d. 2 mei j.l. kwam een artikel voor over de Hongaarse kerken en haar moeilijke positie. Het begin van bedoeld stuk, waarvan bron en schrijver niet vermeld werden, luidt aldus :

, , De communistische regering van Hongarije is haar greep op de kerken aan het versterken. Vijf hoge dignitarissen van de rooms katholieke kerk hebben reeds de eed van trouw aan de staat afgelegd. Tot hen behoorde aartsbisschop Jozsef Groesz, waarnemend hoofd van de r.k. kerk in Hongarije. Ook vier protestantse leiders hebben hun trouw betuigd."

Het vervolg is een nadere toelichting van het geciteerde. Daarin staat o.m. te lezen:

, , Deze eedsafleggingen vloeien voort uit een op 6 april afgekondigd decreet waarbij kerkleiders die nog geen trouw hebben gezworen 60 dagen de tijd krijgen dit te doen. In hetzelfde decreet krijgt de regering de bevoegdheid om zelf benoemingen te doen in kerkelijke vacatures indien de kerk zelf binnen 60 á 90 dagen na het ontstaan van de open post geen kandidaten ter goedkeuring heeft ingediend. Voorts is voor alle be­ noemingen de goedkeuring van de regering, nodig; anticommunistische activiteit is streng verboden.

Binnen het kader van deze beperkingen is het de kerk toegestaan diensten te houden, godsdienstonderwijs op scholen te geven en andere godsdienstige werkzaamheden te verrichten. De kerken ontvangen hiervoor een subsidie van de staat."

In het slot kan men de volgende uitlating van de vice-president van het staatsbureau voor Kerkzaken lezen: „Een belangrijk deel van de bévolking is godsdienstig en wil naar de kerk. Het is een eis die moet worden ingewilligd. Wij communisten voelen ons er niet gelukkig mee, maar we moeten de feiten onder ogen zien. Deze situatie zal echter niet altijd voortduren. De communisten zijn ervan overtuigd dat na een zekere periode de mensen geen godsdienst meer zullen nodig hebben."

Op de vraag wanneer dit zal zijn kon Miklos geen antwoord geven!"

Dit artikel is nogal alarmerend. Het zal wel bedoeld zijn het zeggen, dat , , onder het communisme ook nog wel valt te leven" te neutraliseren en te contrariëren. Dat kan op zichzelf geen kwaad. Bepaalde injecties kunnen op tijd goed werken.

Evenwel om een situatie te beoordelen, vooral wanneer ze ver van ons af zich opdoet, is niet zo eenvoudig. De verhoudingen, historisch gegroeid, zijn vaak anders dan bij ons.. Om maar iets te noemen: de verhouding kerk en staat is in Hongarije van gans andere aard dan bij ons. Hier bestaat nog wel de befaamde „zilveren koorde", doch de staatskerk, indien ze hier ooit was — de geleerden zijn op dit punt niet van één gevoelen — heeft bij ons afgedaan. Maar toen de situatie zo was, dat men van een staatskerk meende te kunnen spreken, was er ook geen „vrije beroeping" of , , benoeming". En de geschiedenis van de beruchte , , zandloper", tegenover de predikant opgesteld, was ook geen monument van vrijheid, zo te prijzen. En afgezien van staatskerk of geen staatskerk  hier te lande de staat betaalde het grootste deel der kosten van de eredienst. Waar de staat zulks doet, op welk terrein ook, brengt hij in toepassing: , , ik betaal en ik bepaal".

Op schoolterrein zien we dit ook in ons goede land. Een staat heeft altijd agressieve neiglngen. Niet voor niets is men beducht voor de „mammouth" schoolwetnovelle van min. Cals, die ook in het nieuwe kabinet gebleven is. Prof. Scholten, een zeer principiëel onderwijsman, heeft als vlce-voorzitter op de jongste jaarvergadering van Gereformeerd Schoolverhand daarover een hartig woord gesproken, dat deugd deed.

De praeses van onze Synode, dr. A. A. Koolhaas, vermeldde in zijn rede voor de classis Deventer onlangs, dat in het nieuwe regeringsprogram, ook subsidie voor kerkbouw was opgenomen. Zo las ik tenminste in het verslag van de N.R.Crt., d.d. 14-5-'59, dat ook melding maakte van een grote actie in september in Utrecht, in de grote hal van het Jaarbeurscomplex. Of de praeses-synodi bedoeld bericht met voldoening mededeelde, stond er niet bij. Wel vermeldde het verslag een grote en groots opgezette reclame voor de „halfprocentsactie".

Die reclame-opzet ligt mij niet. De Kerk moet m.i. niet naar deze, aan het wereldse ontleende methode werken. Haar stijl moet, meen ik, een andere zijn. Heeft ook in dezen 2 Kor. 2 : 17 onte niet iets te zeggen ?

Maar ik dwaalde af. Ik bedoelde te zeggen, dat men overal, waar staatssubsidie wordt geaccepteerd, op zijn hoede heeft te zijn voor het: , , Ik betaal en ik bepaal". Dat geldt ook Kerk en school.

Waar zo de dingen bij ons liggen, kan men zich indenken hoe moeilijk de situatie in Hongarije is, waar ze, historisch gegroeid en nu over en weer naar het schijnt ook voor het vervolg geaccepteerd blijft, een situatie is, welke aan een staatskerkelijke doet denken.

En wat het „trouw zweren" betreft, de formule werd niet meegedeeld. Hoe ze ook zij, de betrokkenen hebben ze te beoordelen, meen ik, naar Rom. 13 : 1-7 en Handelingten 4 : 19.

We hébben ook deze kerk niet te vergeten voor Gods genadetroon. En voorts alles te doen, wat de H. S. van ons in onze situatie vraagt en pal te staan voor de vrijheid der plaatselijke kerk ook tegenover inmenging van de „top".

De zaak „Barendrecht" ligt op een ander vlak, dan wat wij hiervoor bespraken. Men weet uit de dagbladen en kerkelijke pers wat daaronder te verstaan is. Verschillende predikanten, die voorgingen in de buitenkerkelijke bijeenkomsten, welke belegd worden door de , , Bonds"-groep aldaar, zijn geciteerd om voor commissies voor het opzicht van de P.K.V. van Z.-H. zich te verantwoorden. Sommige berichten deden het voorkomen, alsof bedoelde predikanten een schrijven van het moderamen der P.K.V. ontvingen, dat ze, indien ze de Barendrechtse minderheidsgroep bleven helpen, kerkelijk zouden behandeld worden. Andere verslagen deden het voorkomen alsof bedoelde predikanten per brief beloofden niet meer in bijeenkomsten te Barendrecht te zullen voorgaan. Het schijnt nu zo te zijn, dat ter vergadering der Commissie voor het opzicht de kerkeraad opdracht kreeg pogingen in het werk te stellen, dat aan de verlangens van de „Bondsgroep" door kerkelijke voorziening zou worden voldaan en dat de geciteerde predikanten verklaarden, hangende de onderhandelingen, niet meer in de Barendrechtse samenkomsten te zullen voorgaan.

Ik begrijp niet, op welke grond de kerkeraad van Barendrecht de predikanten bij de Commissie voor het opzicht kon aanklagen. De samenkomsten der minderheidsgroep worden in de regel om 2 uur 's middags, of bij uitzondering 's avonds om 7 uur, na de officiële kerkdiensten dus, gehouden.

In andere provinciale ressorten komen ook niet-, , Bonds"-predlkanten voor minderheidsgroepen preken onder de officiële kerkdiensten. Of had de kerkeraad van Barendrecht last van zijn kwaad geweten? Alle ellende toch, komt voort uit het feit, dat in de vacature dr. Kalmijn indertijd, tegen een grote minderheid in, besloten werd geen , , Bonds"-predikant te heroepen. De stemmenverhouding in de betreffende kerkeraadsvergadering was, naar verluidt, 12 tegen 10. Zonder nu verder op de kwestie in te gaan — het is vóór alles, ook voor de Barendrechtse kerkeraad en gemeente te hopen, dat men spoedig tot een oplossing komt — zij nog opgemerkt, dat het wel vreemd is, dat de ene kerkprovincie, of P. K. V. meent te kunnen verbieden — men denke aan het preken in Katwijk — wat een andere niet strafbaar acht. Er is een gezegde, dat spreekt van het geweten boven of beneden de Pyreneeën. Aan een dergelijke onderscheiding doet het geval-Barendrecht onwillekeurig denken.

Op Pinkstermaandag jl. is in Egmond aan Zee de kerkedag van de geref. kerken boven het IJ gehouden. Honderden jongeren hebben een Pinksterspel daarbij opgevoerd, waarvan de tekst geschreven werd door Aart Romijn en de regie berustte bij Johan Bodegraven. Titel van het Pinksterspel is: , , Totdat. .." De grondgedachten van het spel zijn: , , Symbolisch wordt weergegeven het wonder van de schepping, het leven en werken op deze aarde, gekenschetst ook door sprekende kleuren, de zondeval en doorwerking van de zonde, waarbij alles grauw wordt. Doch er blijiven lichte tinten, de gemeente van Christus heeft, om wat eenmaal gebeurde, geen angst meer te hebben tot­dat Hij komt. En als Hij komt zal Hij dan geloof vinden op de aarde? Daarom zijn er de lichtultdragende fakkeldragers".

Dit las ik in , , Trouw", van 15 mei jl. Op dezelfde pagina van dit blad stond boven in de rechterhoek een verslag van de algemene vergadering der S.G.P. in TiVoli op 14 mei jl. gehouden. Het opschrift luidde: , , Ds. Zandt: toenemend zedenverval".

Tussen beide in, Pinksterspel en Verslag S.G.P., stond een verslag van de , , scholendag in Middenmeer", waar ds. Kalff een ernstige en bezielende rede hield en de heer J. A. v. Bennekom sprak over: , , Opdat zij niet vergeten", vooral daarin wijzend dat wij onze kinderen de historie van ons volk zullen leren.

Tegenstellingen, in kort bestek, deze drie gebeurtenissen. Op één krantenpagina! Het Pinksterspel op de kerkedag der geref. kerken — een offer aan het visuele? — zegt: , , De gemeente van Christus heeft om alles wat gebeurde geen angst te hebben" Zou het waar zijn? De rede van ds. Zandt is er mee in contrast. En ook de scholendag te Middenmeer. Tegenstellingen, die door een spel niet opgelost en weggenomen worden. Is er de oplossing? In en door Hem, Die zeide: , , De Zoon des mensen als Hij komt, zal Hij geloof vinden op de aarde? Hij stelde Zijn Geest in het midden van ons en die Geest worstelt, opdat er plaats kome in ons hart en leven voor het Woord. Hij worstelt met jong en oud om geloof. Blussen wiji dan de Geest niet uit: „Alleen in het opgeven van ons , , weerstaan van de Geest" daagt het licht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's