HEDENDAAGSE LITURGIE 20
Het werd mij duidelijk, dat ds. Landsman niets wilde loslaten, en een onderhoud ook niet nodig oordeelde. Geheel afgescheiden daarvan belde mij een week later ds. Hasper op, die zijn naam in , , De Waarheidsvriend" had gelezen. Hij uitte zijn vrees, dat ik uit onkunde wellicht verkeerde dingen zou schrijven en nodigde mij eigener beweging uit tot een onderhoud. Waarvan ik dan ook gebruik gemaakt heb. Vooral uit de authentieke stukken is mij toen veel duidelijk geworden. In 't bijzonder, welk een lijdensgeschiedenis er is gekomen, sinds de z.g. Herv. bundel eenmaal was uitgegeven.
Hasper gaf 30 augustus 1937 een verweerschrift uit, getiteld: , , Wat nu? " Voor mij is de eerste zin van deze brochure de voornaamste. Hij zegt daar: , , In werkelijkheid ligt het geschil tussen de Synodale commissie en mij niet op musicologisch, maar op theologisch terrein." Jammer, dat hij verder dit onderwerp liet rusten, omdat 't vooral een verweerschrift moest zijn tegen de opgeworpen musicologische bezwaren. Al de strubbelingen, die sinds om en rondom de berijming Hasper zijn ontstaan, tot op vandaag toe, wijzen m.i., verborgen of openlijk, op verschil in beginsel, belijdenis. Vandaar, dat ik ze niet kan overslaan. Coolsma heeft al deze wederwaardigheden samengevat in een chronologisch overzicht. 1)
Feit is, dat vanaf eind 1936 de berijming Hasper aanstonds bijval vond in verschillende kerken van Nederland en toenmalig Ned.-Indië; verder bij de Vereniging voor Christ. Nat. Schoolonderwijs; de Schoolraad voor de scholen met de Bijbel en de (Herv.) Vereniging voor Christelijk Volksonderwijs; voorts ook bij vele vooraanstaande personen in de Herv. Kerk, alsook bij die van de Geref. Kerken, als. prof. Dijk, Grosheide, De Bondt, ds. Meijster (Rotterdam), ds. Ferwerda (Amsterdam), ds. Munnik (Zwolle), ds. Hoorweg (Haarlem) e.a. Van die zijde werden ook de gemeenten met de berijming in kennis gebracht en geactiveerd, hetgeen van Herv. zijde in 't geheel niet geschiedde, waarom dr. Schroten op de buitengewone algemene vergadering van de Vereniging van ouderlingen in de Ned. Herv. Kerk, dd. 29 december 1950, als vertegenwoordiger der Synode kon zeggen: , , De Hasper-liederen leven niet in onze Hervormde gemeenten". 2) En hij had werkelijk gelijk. Daar was voor gezorgd. Algemeen wilde men in de Geref. Kerken, die al lang een andere psalmberijming wensten, de bundel Hasper 1936 als proefbundel beschouwen, zodat eventueel daarin woorden, regels, coupletten zouden kunnen gewijzigd worden. In verband daarmee, werd 24 juni 1938 te 's-'Gravenhage opgericht de , , Stichting tot venbetering van het Psalmgezang in de Gereformeerde Kerken in Nederland", die naar art. 1 oprichtingsakte haar doel wilde bereiken „met behulp van het Psalmboek 1936, gelijk dit thans verschenen is of in overleg met de daartoe geroepen instanties te gelegenertijd zal worden vastgesteld. Dit was o.a. vrucht van de autoritaire houding der Alg. Snode van de Ned. Herv. Kerk, die, , , mir nichts dir nichts, " Hasper en de Geref. Kerken negerend, zijn bundel 1937 had ingevoegd (aangeboden").
In verband met dit alles werd 10 juli 1941 opgericht het , , Comité tot verbetering van de zang in de eredienst van de Ned, Herv. Kerk", te De Bilt, op instigatie van mevr. E. baronesse van Boetzelaer van Asperen en Dubbeldam — Thomassen á Thuessink — van der Hoop van Slochteren, aldaar, en ds. C. W. Coolsma, te Groningen, zulks met instemming van de secretaris der Algemene Synode, dr. K. H. E. Gravemeijer. Uiteraard wilde men vooral vermijden, dat er in Nederland twee berijmingen in gebruik zouden komen. Besprekingen met bestuursleden van Stichting Psalmgezang (Geref.) leidden tot samenwerking. Op beider verzoek benoemt de Bijbelvertalingscommissie Oude Testament van het Ned. Bijbelgenootschap een advies-commissle ten dienste van de nieuwe Nederlandse psalmberijming 1936, dd. 22 april 1942. 3) In samenwerking met ds. Hasper zou deze adviezen voor mogelijke revisie geven, en zorgen, dat geen al te groot onderscheid zou komen tussen de nieuwe Bijbelvertaling en de nieuwe Psalmberijming'.
In juni 1943, als de Gen. Synode der Geref. Kerken in zicht is, dringen , , Psalmgezang" en , , 'Kerkzang" er bij ds, Hasper op aan, nogmaals verbinding te zoeken met de Herv. Synode. Hasper en de secretaresse van „Kerkzang", mej. De Graaf, hebben dr. Gravemeijer bezocht, met name, om te informeren of — tegen hun verwachting in — het contract van 15 juli 1937 toch nog een gelegenheid zou openlaten. Zij konden echter geen inzage van het contract krijgen. 4) Het resultaat was nihil.
Vrijdag 25 juli 1943 vergadert bedoelde Synode te Utrecht, en besluit de Stichting Psalmgezang (Geref.) krachtig te steunen. Daarom zendt Comité Kerkzang (Herv.) een request aan de Alg. Synode der Herv. Kerk, om in gemeenschappelijk overleg tot een algemeen aanvaardbaar nieuw Nederlands Psalmboek te komen. Hierop werd geen antwoord ontvangen. 5) Intussen melden de Handelingen der Synode, dat het request is behandeld, met als resultaat, het benoemen van , , een Commissie ter bestudering van het vraagstuk van een nieuwe psalmberijming". Deze commissie weet niet, wat haar bevoegdheid eigenlijk is, vergadert eenmaal in 1943 en nog eens in februari 1944, maar blijkt dan verdwenen te zijn, 't zij door oorlogsomstandigheden, 't zij omdat zij is opgelost in de daarna geschapen subcommissie van de Raad van Kerk en Eredienst, van de inmiddels opgetreden Generale Synode. Op 21 october 1945 meldt het Comité Kerkzang zich opnieuw, maar nu bij de Generale Synode. Ook nu werd géén antwoord ontvangen. Maar dan wendt het moderamen der Herv. Synode het oVer een andere boeg. Het verneemt, dat auigustus 1946 de Gen. Synode der Geref. Kerken te ZwolIe deputaten benoemde, om aan de Synode van 1949 een Psalmboek in definitieve vorm aan, te bieden. Zendt nu een verzoek aan de Synode te Zwolle, om twee deputaten te benoemen, ten einde op 2 september 1946 een „interkerkelijke conferentie ter voorbereiding van een nieuwe psalmberijiming" bij te wonen. Het is duidelijk, dat men hiermee iets anders op het oog had dan de berijming Hasper, en dat daarbij al wat in bijna 10 jaren van Geref. zijde inzake die berijming was gedaan en besloten, eenvoudig genegeerd werd. Toch wilde de Geref. Synode niet ä priori weigeren, aan bedoelde conferentie deel te nemen, twee deputaten werden benoemd, maar tevens zou doorgegaan worden met de in 1943 aan de Stichting, Psalmgezang opgedragen taak; men was ook reeds ver gevorderd met een revisie van het Psalter-1936 van ds. Hasper. 6')
De opzet bleek te haastig te zijn geweest, slechts enkele kerkgroepen werkten mee, de vergaderingen werden vooral van Herv. zijde slecht bezocht. Tot enig practisch werk kon men niet geraken. Daarom wilden in maart 1947 de Geref. deputaten zich er van terugtrekken, Zij vroegen hun Synode ontheffing van hun opdracht. Beslissing hieromtrent werd aangehouden tot de Synode van 1949.
Dan richt zich weer het Comité Kerkzang tot de Herv. Gen. Synode, d.d. 24 september 1946, en vraagt, of de Synode de nu gerezen vragen wil voorleggen aan de Classicale Vergaderingen. Maar ook hierop volgt geen antwoord!
Intussen voegt de Gen. Synode der Geref. Kerken te Eindhoven aan die twee deputaten (n.l. dr. A. de Bondt en ds. L. Hoorweg Jr.) nog een derde toe: ds. H. A. Munnik, voorzitter van Stichting Psalmgezang. Deze wordt opgedragen zoveel mogelijk, door positieve arbeid, te komen tot het nieuwe psalmboek, in eindredactie, tegen 1949 (de Synode te 's-Gravenhage).
Weer laat Comité Kerkzang zich gelden. Het Herv. interkerkelijk gebaar is mislukt, uit gebrek aan belangstelling. D.d. 25 februari 1948 meldt het comité aan de commissie-Psalmberijming van de Raad voor Kerk en Eredienst (adres: dr. Schroten), dat het aan alle Herv. kerkeraden een exemplaar van de herziene berijming 1936 heeft toegezonden, om alzo dezerzijds gelegenheid te geven op- en aanmerkingen te maken, vóór de tekst definitief wordt! Men denkt ook aan de wenselijkheid en mogelijkheid, dat in samenwerking met de Raad voor Kerk en Eredienst straks de proefbundel uit beider naam, zou kunnen toegezonden worden. Dan zou ook nog veel gered kunnen worden. Later spreekt de praeses der Synode, ds. Zeydner, over , , die brutale brief", en: , , De Hervormde Kerk lust zulke brieven niet" '7).
Dan vergadert de Raad voor Kerk en Eredienst op 5 maart 1948. 't Optreden van Coimité Kerkzang werd zelfs revolutionair(!) genoemd. Deze vorm van afweer bleek de inleiding te zijn voor de ware bedoeling: er moet een derde berijming komen, en nu van , , dichters", dat is pas de ware. Dit maakte, dat prof. dr. J. H. Semmelink (Groningen) aan de voorzitter, ds. W. A. Zeydner, te kennen gaf, dat hij nu wél twee onverenigbare dingen beoogde; contact met de Geref. Kerken èn een opdracht van de Herv. Synode aan Muus Jacobse (d.i, schuilnaam van prof. Heeroma), de dichter. Hij zegt: dat kan niet; zo komen er conflicten. Het is z.i. onverantwoordelijk daarvoor geld te verstrekken uit de synodale kassen. En Muus Jacobse is z.i. allerminst hier de aangewezen persoon. Maar ds. Zeydner en prof. van der Leeuw ((belden van de liturgisiche beweging) willen doorzetten.
Een volgend maal zien wij de ontknoping.
1) a.w., blz. 150-163.
2) Coolsma, a.w., blz. 37, 144.
3) Van Herv. zijde prof. dr. J. de Groot, te Utrecht, en prof. dr. G. J. Thierry, te Leiden; van Geref, zijde dr. D. J. van Katwijk, te Oegstgeest en dr. W. H. Gispen, te Delft.
4) Coolsma, a.w., blz. 158.
5) Coolsma, a.w., blz. 132, 133, 159, 160.
6) Coolsma, , a.w., blz. 111, 112.
7) Coolsma, a.w., blz. 161.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's