De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het boek van de profeet Joël 1

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het boek van de profeet Joël 1

4 minuten leestijd

 

Naam: De naam betekent: de Heere is God. Zo heette o.a. één van de zonen van Samuël. Joel profeteerde in het koninkrijk Juda, waarschijnlijk in Jeruzalem: Sion wordt meer dan eens genoemd (hfdst. 2 : 1 enz.). Van het persoonlijke leven van de profeet weten wij niets. De tijd, waarin hij leefde, wordt in tegenstelling met de oudere profeten als Amos en Hosea enz. niet genoemd (Vergelijk Amos, 1:1, Hos. 1 : 1 enz.).

Inhoud: Het boek van de profeet Joël handelt over een nationale ramp, die als een gericht Gods over het volk van Israël komt. Sprinkhanen hebben de velden vernield; bomen zijn kaalgevreten; de oogst is weg; de granaatappelboom, de palm en de appelboom zijn verdord. De Statenvertaling spreekt in hoofdstuk 1 vers 4 van rups, sprinkhaan, kever, kruidworm. In de Nieuwe Vertaling van het N.B.G. worden de in het Hebreeuws voorkomende woorden als volgt vertaald knager, sprinkhaan, verslinder, kaalvreter. Ook in hoofdstuk 2 : 25 hebben wij verschillende woorden om de sprinkhanen, die dikwijls in de Bijbel genoemd worden, aan te duiden. Nu is het een vraag, die geleerden veel heeft bezig gehouden, of we in deze verschillende benamingen te doen hebben met de sprinkhaan in zijn verschillende ontwikkelingsstadiën. Met Ridderbos ben ik van mening, dat zulks niet het geval is. Anders oordeelt naast vele anderen, Bruydl (in Bijbel en natuur, een geschrift, dat zeer veel gegevens, bevat over planten en dieren in de Bijbel voorkomende). Bruyel geeft een beschrijving van een ooggetuige van een sprinkhanenplaag uit 1915: „Uit het N.O. zag men rookkleurige wolken voorttrekken, nu eens vertoonden ze een roodachtige glans, dan weer zagen zij er, tegen de zon gezien, uit als sneeuwbuien. De zon werd verduisterd en de lucht drukte zwaar als lood op de stad, ongeveer zoals bij de laatste zonsverduistering in de vorige zomer. Zo trok de zwerm in een breedte van verscheidene kilometers over de stad, 3 uur lang". De priesters werden opgeroepen om een vasten uit te roepen. Vergadert, gij oudsten, alle inwoners des lands, tot het huis des Heeren en roept luide tot uw God. (hoofdstuk 1 : 1-14). Hoofdstuk 2 loopt in vele opzichten parallel met hoofdstuk 1. Met de sprinkhanenplaag gaat gepaard een vreselijke droogte; voor schapen en runderen is niets om te weiden. Tevoren was het land als een paradijs, nu is het een woestijn (hoofdstuk 2 : 3).

De dag des Heeren is nabij. De profeet tekent de heirscharen van sprinkhanen; zij zwermen de stad en de huizen binnen; zij gaan recht toe, recht aan. Als een machtig volk zijn zij in slagorde geschaard. In dit alles, ziet de profeet de hand des Heeren, die Zijn Woord volbrengt. De sprinkhanen spreken van de dag des Heeren (zie Amos 5 : 18 enz.). De dag des Heeren is groot en vreselijk (hoofdstuk 2 : 12w.). Bekeert u tot de Heere met geheel uw hart. Scheurt uw hart en niet uw kleding. Wie weet. Hij mocht Zich wenden.

Ligt nu tussen hoofdstuk 2 : 17 en vers 18 de boete van het volk? Volgens de Staten Vertaling, Calvijn, Ridderbos, om slechts, deze te noemen: Neen. Dan betekent vers 18 de belofte: Zo zal de Heere ijveren over Zijn land en Zijn volk sparen. Anderen zeggen: vers 18 wijst op de ingetreden omkeer. Zo b.v. Bleeker (in Tekst en Uitleg, Joel): De boete aanvaard, de bede verhoord, een rijke oogst toegezegd. Ook de Nieuwe Vertaling deelt deze opvatting. Daar lezen wij: Toen nam de Heere het op voor Zijn land en Hij kreeg medelijden met Zijn volk. De Heere antwoordde Zijn volk: Zie, Ik zal u koren, most en olie zenden, zodat gij daarmede verzadigd wordt. Volgens Ridderbos zou hier een drangreden worden aangevoeld om het volk tot het doen van boete te bewegen. — Ik neig naar de Nieuwe Vertaling, ook om 21V.: , , Vrees niet, o Land, want de Heere heeft grote dingen gedaan". Zie ook de volgende verzen. En Ik zal de noordelijken van u wegdrijven (vers 2v.). Deze tekst geeft voor de verklaring vele moeilijkheden. De sprinkhanen kwamen n.l. met de Z.O. wind.

(iWordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Het boek van de profeet Joël 1

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's