De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KANTTEKENING bij reeds behandelde SYNODALE VOORSTELLEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KANTTEKENING bij reeds behandelde SYNODALE VOORSTELLEN

6 minuten leestijd

Het moge lijken op de befaamde mosterd na de maaltijd, wanneer we nog even terugkomen op de in de mei-vergaderingen der classes behandelde synodale voorstellen, een enkele kanttekening actiteraf lijkt ons niet van belang ontbloot.

Blijkbaar is het tot de voorstanders van , , de vrouw in het ambt" doorgedrongen, dat de invoering hiervan de nodige spanningen zal brengen. Om zoveel mogelijk hieraan tegemoet te komen, kregen we nu de toch wel vreemde voorstellen te beoordelen inhoudende dat 1) tot 1 jan. 1965 vrouwelijke ambtsdragers nog niet kunnen afgevaardigd worden naar de meerdere vergaderingen; 2) in grotere gemeenten met een centrale kerkeraad bij plaatselijke regeling kan worden bepaald, dat tot dezelfde datum geen vrouwen zitting krijgen in dit college. Wat het laatste betreft: zijn we goed ingelicht, dan is het al voorgekomen, dat de verkiezing van een vrouw geleid heeft tot het bedanken als lid van de kerkeraad door een mannelijke ambtsdrager.

Deze o.i. weinig elegante voorstellen doen enigszins denken aan een snoepje, dat aan kinderen gegeven wordt na het slikken van een bitter drankje. Hoopt men op deze wijze, dat na 1 jan. 1965 het protest van de principiële tegenstanders wel wat aan scherpte verloren zal hebben? Dan kon men zich wel eens deerlijk vergissen. Acceptabel zouden o.i. alleen voorstellen zijn, die blijvend rekening houden met bezwaarden om des gewetens wil. Doch dit zou practisch neerkomen op een in vele gevallen niet kunnen verkiezen van vrouwelijke amhtsdragers, dus op een terugkomen op de beslissing. Dat is onzerzijds verzocht doch geweigerd. Daarom kunnen we niet gelukkig zijn met dit stijlloze voorstel.

Het voorstel tot wijziging van de kerkorde inzake het beroepingswerk is reeds op uitnemende wijze door ds. G. Boer (no. van 23 mei) en door de kroniekschrijver {no. van 30 mei) behandeld en terecht afgewezen. Ook al gaat het hij het beroepingswerk soms vreemd toe (ik ben er niet zo gerust op als ds. Boer, dat onder ons sollicitatie onder geen enkele vorm voorkomt), het gaat inderdaad niet aan om de mogelijkheid, dat kerkeraden zich kunnen vergissen, aan te grijpen om de presbyteriale grondstructuur der Ned. Herv. Kerk radicaal te wijlzdgen en de zelfstandigheid der plaatselijke gemeenten aan banden te leggen.

Want, zou dit voorstel aangenomen worden, dan betekent dit toch maar, dat een beroep niet kan worden geapprobeerd zonder de verklaring, , , dat de door de commissie voor het beroepingswerk (in het vervolg kortweg , , de commissie" genoemd) gegeven adviezen naar het oordeel van het breed moderamen der classicale vergadering ern­stig door de kerkeraad zijn behandeld". Hoe zal zulk een breed moderamen dit beoordelen? Het mag wel een afgevaardigde ter controle sturen naar de kerkeraadsvergaderingen, die zich bezig houden met het beroepingswerk!

In de toelichting (afgedrukt in het artikel van ds. Boer) wordt een en andermaal gesproken van een , , verantwoord" beroepingswerk, dat waarschijnlijk (zeker is dit dus nog niet) gediend zal zijn door een wisselwerking tussen commissie als , , orgaan der Kerk" en de kerkeraden.

Deze commissie is onder ons vermoedelijk vrijwel onbekend. Wij hébben zo de indruk, dat zij nog onvoldoende functionneert en graag wat meer invloed op de gang van zaken zou willen uitoefenen. Vandaar dit voorstel van verplicht advies inwinnen. Dus ook zij, die van de commissle in het geheel geen gebruik willen maken, zouden verplicht worden zich met Koninginnegracht 81, Den Haag, in verbinding te stellen. Dat is toch al te dwaas! Wie er gebruik van wil maken, hij doe het, maar men verwondere zich niet, dat er anderen zijn, die dit niet wensen.

Of de commissie altijd even gelukkig is geweest, is de vraag. Ons kwam ter ore, hoe een a.s. vacante gemeente op haar verzoek eenvoudig 4 namen opkreeg, zo zonder meer. Men kon daar niets mee beginnen.

Is deze commissie zo breed samengesteld en zo goed geïnformeerd, dat zij alle kerkeraden van alle richtingen en , , modaliteiten" verantwoord advies kan geven? Ook onze herv.-gereformeerde gemeenten? Wij wagen dit vooralsnog ernstig te betwijfelen.

Ook al maken wij geen gebruik van dit , , orgaan der Kerk", toch is het goed op de hoogte te zijn van hoe er onder de voorstanders van deze commissie wordt gesproken over het beroepingswerk, want uit die kringen krijgen wij vroeg of laat voorstellen ter tafel, die het kerkelijk verkeer, dat behoorlijk vast zit, weer op gang willen doen komen. Deze uitdrukking is ontleend aan een artikel over het , , beroepingsbeleid in de Hervormde Kerk", dat wij lazen in , , 'Het Orgaan" n.l. van de Bond van Nederlandse predikanten (no. van mei 1959), Schrijver van dit artikel heeft met voldoening vernomen, dat de kerkordelijke (ord. 3.14.1) commissie voor het beroepingswerk zich in dec. 1958 heeft gewend tot de predikanten, die 7 jaar of langer in hun huidige gemeente staan, die worden ingelicht over advies aan kerkeraden inzake beroepingswerk èn over mogelijikheid van ruiling van standplaats (hetgeen al enige malen plaats heeft gevonden). Blijkbaar wil de commissie om wat meer op gang te komen over meer gegevens beschikken om desgevraagd inlichtingen te kunnen verstrekken. In genoemd artikel wordt opgewekt tot een vertrouwen en bloc van alle predikanten in de commissie zodat deze zal gaan beschikken over ojectieve gegevens omtrent de kwaliteiten resp. eigenaardigheden van de predikanten in kwestie. Ja, deze commissie zou moeten uitgroeien tot informatiebron voor zo mogelijk beide , , partijen". In haar kaartsystemen zouden de gegevens van alle gemeenten en wijkgemeenten enerzijds en die van alle predifkanten anderzijds aanwezig moeten zijn. Hoe zal men anders de rechte man op de rechte plaats kunnen brengen? De schrijver van dit artikel meent dat hier werk ligt in volle dagtaak voor minstens één theoloog, die met grote zorg overal zijn informaties moet inwinnen.

Wij voor ons menen, dat deze theoloog wel over meer dan salomonische wijsheid zal dienen te beschikken om in heel de Ned. Herv. Kerk , , verantwoord" te kunnen adviseren.

Wie moge menen, dat zo de moeilijkheden worden opgelost, wij zijn daar allerminst van overtuigd.

De opbouw van een dergelijk apparaat achten wij een gevaar.

Want vroeg of laat zal dit macht gaan uitoefenen en wie garandeert, dat er dan geen ongelukken zullen gebeuren?

In episcopaalse kerken plaatst en verplaatst de bisschop binnen de grenzen van zijn diocees. Hier zou heel de Kerk van een commissie afhankelijk worden!

Wanneer in de discussie rond het beroepingswerk termen worden gebruikt als , , verantwoorde efficiency" e.d., dan krijgen wij het gevoel, dat hier een ordeningstendenz zich roert, die wel in een modern concern of grootbedrijf thuis hoort, maar niet in een kerk. En zeker niet in een presbyteriale, waar men afkerig is van regelingen van boven af.

Ambtsdragers zijn geen beambten of ambtenaren. Zij mogen dit niet worden ook.

In heel dit vertrouwelijk kenbaar maken van de wens om van standplaats te willen veranderen aan een commissie kunnen we niet anders zien dan een verkapte vorm. van sollicitatie. Moet het die weg op, laat men dan openlijk en royaal de mogelijkheid tot sollicitatie open stellen.

Wie dit (o.i. terecht) niet wensen, laten die in de practijk het beroepingswerk hoog houden in het besef van onze verantwoordelijkheid aan de Koning der Kerk. In de discussie over het beroepingswerk wordt de geestelijke achtergrond zovaak vergeten. In het aangeduide artikel werd er althans met geen woord naar verwezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KANTTEKENING bij reeds behandelde SYNODALE VOORSTELLEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's