De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

THEOLOGIE of Geloof?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

THEOLOGIE of Geloof?

6 minuten leestijd

Grote verontwaardiging is in onze kringen gewekt door het artikel: „Waarvoor stierf Jezus" van prof. dr. P. Smits. Ook dezerzijds werd daarop de aandacht gevestigd, maar telkens nog bereiken ons brieven met de vraag: „Mag dat nu maar? " Wordt het niet hoog tijd, dat hier van onze zijde een klacht wordt ingediend? En dat ondanks overgangsbepaling 250 ca.?

Zeer begrijpelijk, dat men zo vraagt, want het bedoelde artikel van prof. Smits is bijzonder grof. Wij zijn ook van oordeel, dat de Synode dit niet mag laten begaan en dat de opleiding onzer predikanten tegen dergelijke verachting der Heilige Schrift en van de geestelijke goederen der Reformatie moet worden beschermd.

Als de fundamenten der kerk door een geest als in het artikel van prof. Smits aan het woord is, nog niet worden aangetast, behoeft men over kerkelijke tucht niet meer te denken, en kan deze wel voor goed uit de kerkorde verdwijnen. Dan blijft er trouwens ook geen plaats voor een kerkorde over.

Zoals men opgemerkt heeft, gaat prof. Smits o.a. ook door op een uiting van Vestdijk, waarbij hij te kennen geeft, dat het zijn eer te na zou komen, als een ander voor zijn schuld zou lijden. In de alledaagse omgang zou men nog kunnen plaatsen, dat iemand zo spreekt naar aanleiding van een heel gewoon alledaags gebeuren, waardoor wij ons meer of minder schuldig stellen tegenover een medemens. Als dan iemand in het gezelschap opstaat, die onze schuld op zich wil nemen en de gevolgen daarvan dragen, kan men zlch indenken, dat de schuldige daartegen opkomt , , omdat het zijn eer te na zou komen".

Indien iemand echter zulk een standpunt meent te kunnen innemen tegenover God en Zijn Christus, openbaart hij een gebrek aan zelfkennis en kennis van God, dat op zich zelf wel niet zo vreemd is bij een kind van ons gevallen geslacht, maar waardoor toch alleen zulk een onbeschaamdheid tegenover God en Zijn Woord kan worden verklaard.

Iemand, die zulke dingen zegt, met het oog op het plaatsvervangend lijden des Heeren, weet niet, wat zonde is, en vergeet ook wat hij wel weten kon, dat hij het leven niet in zichzelf heeft, maar dat hij in zijn schepselmatig bestaan steil afhankelijk is van Hem, die de Bron en Oorsprong van alle leven is. Zo iemand weet ook niet, dat de eer, waarover hij spreekt, en die niet zou toelaten, dat de Christus voor hem geleden heeft om zijn zonde weg te dragen, ijdele grootspraak is, omdat de eer van de mens in geen andere zaak gelegen kan zijn dan hierin, dat hij zijn God dient, gelijk Hij gediend wil worden, d.w.z. in gerechtigheid en heiligheid. En die eer van de mens is verloren. Doch zij, die deze dingen niet zien, kunnen ook niet inzien, hoe bespottelijk het is te spreken van , , mijn eer te na", als het gaat om de erkentenis van het plaatsvervangend lijden en sterven van Christus.

Buiten het geloof kan iemand dat ook niet inzien en daarom trekken zulke hoogmoedige uitdrukkingen 'n scheidslijn tussen de mens, die geen behoefte heeft aan het Evangelie der verzoening, omdat hij bouwt aan de wereld zijner verbeelding, en de mens, wiens levenskracht en levenswijsheid opwellen uit de vreze des Heeren. Daarom, mensen, die zo spreken, zetten zich zelf buiten het Christelijk geloof en buiten de gemeenschap der kerk.

Wij willen daarmede niet zeggen, dat de Synode dus niets behoeft te doen. Integendeel zal zij zich, juist daarom, wel degelijk rekenschap moeten geven van haar plicht en verantwoordelijkheid jegens de kerk. Het moet toch duidelijk zijn, dat zij, gelet op haar roeping, de verantwoordelijkheid niet kan dragen voor leringen, die een geest ademen als in het befaamd artikel aan de dag treedt. Zij neemt die verantwoordelijkheid, als zij. niets doet, op zich en stelt zich mede schuldig voor de ondermijning van het goddelijk gezag der Heilige Schrift en voor de afbraak - der Christelijke reiligie , , ln de ruimte der kerk"'(!) Om die uitdrukking hier eens te gebruiken.

Helaas moeten wij aannemen, dat prof. Smits niet alleen staat in zijn ongeloof ten aanzien van de plaatsvervangende kracht en betekenis van het lijden van de Christus en in zijn humanistisch idealisme. Zelfs niet binnen de kerk. Dat komt echter zelden op zo grove wijze tot uiting, al ontbreekt het niet aan overigens duidelijke tekenen daarvan..

Wij hebben immers veel meer een theologiserende kerk dan een belijdende kerk, en wij zijn daaraan gewoon geraakt, zodat velen het ongerijmde daarvan niet eens opmerken en zelfs geen bezwaar hebben tegen een modaliteitenkerk,  waarin iedere groep voor haar eigen theologiserend inzicht een onbestreden imperium zoekt te waarborgen. Het is ten enenmale in strijd met het wezen der kerk en met het karakter der Christelijke tucht. Niet een of ander theologisch inzicht, een of andere , , theologie" mag in de kerk heersen, of de kerkregering bepalen, zoals velen bewust of onbewust nastreven.

De gemeente van Christus is toch een geloofsgemeenschap, en geen theologisch dispuutgezelschap.

Daarom zal de kerk geregeerd worden naar de regel des geloofs, welke zij belijdt te bezitten in de Heilige Schrift, haar ontvangende als het onfeilbaar Woord van God.

Het geldt hier derhalve een geloofsgegeven, dat door het waarachtig geloof ook gemeenschappelijk wordt erkend en beleefd, een geloofswerkelijkheid, die niet afhankelijk is van enige theologische theorie en daarvan ook niet afhankelijk mag worden gesteld.

De ervaring leert echter, dat zulks toch geschiedt en dat zelfs de waardering, welke men aan de Heilige Schrift meent te kunnen toekennen of niet toekennen, wordt bepaald door z.g. theologische of wijsgerige vooronderstellingen, waarvan men uitgaat. Op die wijze wordt het gezag der Heilige Schrift onderworpen aan menselijke redeneringen en beschouwingen met het gevolg, dat niet het geloof, maar de menselijke rede, of zoals men meent, de theologie over de Schrift gaat heersen. Dit komt echter aan geen enkele theologie, of wat men daarvoor houdt, toe.

Daarom is het goed ons eens te bezinnen op de waarde en betekenis der theologie en wat zich daarvoor uitgeeft, want een foutieve waardeschatting van theologie heeft het haar niet alleen gemakkelijk gemaakt de heerschappij van kerk en religieus leven te veroveren, maar is ook oorzaak geworden, dat de theologische bemoeienis in het kerkelijk leven een plaats is gaan innemen ten koste van de zuiverhouding van het geloof en van de gezondmaking van het kerkelijk leven.

Dat zulke dingen gezegd en geschreven worden, als in het gewraakte arti'kel van prof. Smits, is daarvan een klaar bewijs. Al theologiserende komt men van kwaad tot erger. Het verdient daarom aanbeveling onze waardering der theologie eens te herzien, opdat het geloof in de Christus der Schriften en het gezag van Zijn Woord in de kerk aan hun rechten komen, en de heerschappij van'theologische beschouwingen en wijsgerige veronderstellingen worde bestreden en uitgebannen.

Prof. Popma geeft in een hoofdstuk , , Iets over de theologie" in zijn onlangs verschenen werk Levensbeschouwing enige critische opmerkingen, die de aandacht verdienen. Wij hopen daarop nader terug te komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

THEOLOGIE of Geloof?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's