De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE PREDIKING DER VERZOENING 2

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE PREDIKING DER VERZOENING 2

6 minuten leestijd

Inleiding gehouden op de Jaarvergadering van de Gereformeerde Bond op woensdag 15 april jl. te Utrecht

In vers 18 begint de apostel met de geestelijke inventarisatie. Hij gaat samenvatten. Al deze dingen zijn uit God, die ons met Zichzelf verzoend heeft door Jezus Christus. In het Rijk van Christus stamt alles van God. Willen wij Christus toebehoren, dan moeten wij uit God geboren zijn. Deze nieuwe geboorte is geen algemeen menselijke gave. Immers hier is niet van de schepping sprake, maar van de vernieuwing, die God in het bijzonder Zijn uitverkorenen schenkt. Hier werkt God niet als Schepper en Vormer van het heelal, maar als Vernieuwer, die de mens naar Zijn beeld vernieuwt en zich een nieuwe gemeente schept. Nu zegt de apostel iets van God, waardoor de nieuwe schepping zijn achter- en ondergrond ontvangt. Deze daad Gods is primair. Immers God heeft ons met zichzelf verzoend en daarna de dienst der verzoening toevertrouwd.

In het woord verzoenen wordt de daad Gods aangewezen, wat Hij gedaan heeft. Verzoenen van de mens uit is eenvoudig uitgesloten. Dan wordt gesproken over een verzoend zijn. God en mens staan in de verzoening niet op een lijn. Integendeel, de verzoening gaat volledig en alleen van God uit. In dit woord verzoenen wordt uitgedrukt dat God de verhouding van Zich uit tot de mens verandert en daarmee ook de mens verandert. Dit verzoenen schept een andere verhouding van God uit en is de daad Gods bij uitnemendheid. Daarin vindt de dienst der verzoening zijn grond. Van een dienst der verzoening kan geen sprake zijn, wanneer daaraan de eenmaal door God aangebrachte verzoening niet voorafging. De dienst der verzoening is niet gelijkwaardig aan de daad der verzoening, die van God uitging. Is er geen verzoening, dan is er ook geen dienst der verzoening. Daarom laat God de daad der verzoening niet door zijn dienaren voltrekken, maar laat deze bedienen. De dienst der verzoening is aan mensen toevertrouwd. Aan de apostel en zijn medewerkers, en — volgens het formulier — aan de herders, die tot deze dienst geroepen zijn geworden. De dienst der verzoening is dus het dienstwerk, dat de verzoening, die God tot stand gebracht heeft, predikt. Een dienaar des Woords is dus wie het Woord predikt.

Het weten van de schrik des Heeren en het gedrongen worden door de liefde van Christus vindt dus hier zijn volle opening, n.l. in de prediking der verzoening.

In de laatste verzen van deze pericoop wordt deze dienst der verzoening nader omschreven. Immers wij kunnen de zin uit vers 18 laten doorlopen en vers 19 als een nadere omschrijving van de voorgaande verzen zien: En ons de bediening der verzoening gegeven heeft, die hierin bestaat: God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende... en heeft het Woord der verzoening in ons gelegd. Zo zijn wij dan gezanten van Christus' wege, alsof God door ons bade: Wij bidden U van Christus' wege: Laat U met God verzoenen! Hier wordt het initiatief tot de verzoening geheel en alleen van God uit gezien. God handelt door Zijn Zoon. Het is God in Christus. Hij mag nooit van de Vader gescheiden worden. Hij en de Vader zijn een. Het initiatief ging uit van God. Zijn liefde was het eerst. Hij, de Beledigde, nam het initiatief! Hij gaf Christus. Hij zond Christus. Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Hier worden wij in de prediking gesteld voor de wellen van de ontferming, die uit Gods vaderhart zijn opgekomen. Hij is door niemand buiten Zichzelf bewogen. Zijn onbegrijpelijke zondaarsliefde deed Hem het initiatief nemen. Hier zijn de innigste bewegingen van Zijn barmhartigheid aan de orde. Hier komt de prediking op uit het welbehagen Gods. Hier mogen wij ons met de apostel uitputten in het prijzen van de grote liefde Gods in het verkiezend voornemen des Vaders en in de zending van Zijn Zoon.

Dit verzoenen betreft de wereld, de kosmos. Dat wil zeggen: deze verzoenende daad heeft kosmische afmetingen. Deze kosmos is weliswaar niet de wereld, zoals zij zich onder de inspiratie van de Vorst der duisternis tegen God in Christus stelt, maar de schepping Gods, zoals deze uit Zijn hand is voortgekomen. Wat God met zichzelf verzoent, zijn niet maar wat losse individuen, maar is een kosmos, een geordend geheel. Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat is deze kosmos. De verzoening door Christus omvat hemel en aarde, machten en overheden, tronen en kronen. Deze verzoening is niet bepaald tot het volk Israël, maar strekt zich uit tot alle volkeren, natiën en tongen. Deze verzoening breekt de afrastering om Israël en gaat uit tot alle volkeren der aarde. Deze verzoenende daad zegt niets over alle mensen hoofd voor hoofd, zodat er met de Schrift in de hand nergens sprake is van een alverzoening of een algemene verzoening, waarbij alle mensen — al of niet door eigen beslissing — behouden worden, maar zegt alles over de alles doordringende daad, die de gehele schepping omvat, waarbij de verkoren mensheid een plaats heeft en behoudt en als de mensheid wordt aangemerkt. Dit woord wereld zegt niets over alle mensen, maar zegt alles over God. Wij zondigen immer in grote verbanden. Altijd is in de zonde het huwelijk, het gezin, de gemeente, de Kerk, het volk en de wereld betrokken. Vandaar, dat Johannes de Christus aanwijst als het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegdraagt en Johannes de apostel naar Hem verwijst niet alleen als de Verzoener van onze zonden, maar ook van die van de gehele wereld. God verzoent maar niet losse individuen, maar een geordend geheel: Zijn Kerk, Zijn volk, de van de Vader gegevenen. Daarom wordt Christus genoemd het Licht der wereld. Door deze verzoeningsdaad heeft God deze kosmos weer teruggewonnen, de strijd aangebonden tegen de god dezer eeuw, deze voorbijgaande wereld voor het vuur en het oordeel bewaard, opdat zijn schepping gelouterd en hersteld uit dit oordeel zou tevoorschijn treden. Zo is deze wereld kampplaats tussen God en de Satan. Vanuit de overwinning, waarmee Christus deze wereld overwon, wordt de strijd verder voortgezet. Wij kampen als dienaren der verzoening niet als in de lucht slaande. Wij strijden niet voor een verloren zaak, maar voor een gewonnen zaak. Wij mogen achter de overwinnende Christus de vruchten der verzoening inzamelen. Hier is sprake van de buit van het overwonnen land. Waarom? Omdat God eens en voorgoed een verzoenende daad gesteld heeft in deze wereld door de dood en de opstanding van Christus. Dit gaat gepaard met een adembenemende strijd, waarbij de tegenstand van de Satan en de door hem geïnspireerde boze wereld, die in zijn machtsbereik ligt, wel zinloos is gezien vanuit de overmacht van deze overwinnende Christus, maar daarom niet onwerkelijk. Het is geen intellectualistische toejuicherij zonder met huid en haar bij deze strijd betrokken te zijn. Integendeel, deze verzoenende daad Gods eenmaal geschied, beweegt ook vandaag hemel en aarde, is verweven met de oordelen Gods, heeft tot kern de Christus, die in zijn verborgen regering tevoorschijn treedt, juist dan wanneer alles verloren schijnt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE PREDIKING DER VERZOENING 2

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's