De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

10 minuten leestijd

Nog weer: Calvijn-herdenking — „een karakter van grootse majesteit" — Vierde eeuwfeest van de Franse Synode — Over de belijdenis en de tuclit — Tucht heden — „Veruitwendigen onze kerken? " — Classis-vergaderingen — Hebr. 3 : 5 en 6.

Nog steeds zijn we in de Calvijn-herdenking, al komt het einde daarvan in het zicht. Wellicht was het hoogtepunt in de reeks der herdenkingen die, welke plaats vond in Geneve, de laatste dagen van mei. De bevolking van de Calvijnstad , heeft zich daarmede — uiterlijk althans —meer bezig gehouden dan met de ministers-conferentie, waarmede de feesten ter gelegenheid der herdenking samenvielen. Bijzonderheden zijn te lezen in een heel mooi verslag in de N.R. Crt., d.d. 9-6-'59.

Woensdag 10 juni j.l. had de „nationale herdenking", gelijk men die samenkomst benoemde, plaats in de Westerkerk in Amstendam. Ze was interkerkelijk en voorzover ik via de radio ze heb kunnen meemaken, zeer geslaagd. Vooral wat prof. Berkouwer gaf in zijn rede over , , Calvijn en de Kerk", was in overeensteimming met de hartstocht waarmede Calvijn rusteloos gewerkt heeft voor de eenheid der Kerk. Ook wat prof. Dankbaar betreffende , , Calvijn en ons volksleven" gaf, was waardevol. Het gesprokene — ik vat daaronder mede samen de liturgie, en het openingswoord van dr. Emmen — sprak mij meer aan dan de muzikale omlijsting, hoe voortreffelijk overigens ook. Doch dat zal aan mij gelegen hebben.

Calvijn, zijn persoon en werk is dezer dagen wel veelzijdig belicht. Universitaire, kerkelijke, culturele, in één woord, allerlei kringen en verbanden hebben hun bijdrage geleverd. Sommige bladen, o.m. „Hervormd Nederland" en „Woord en Dienst", hebben een groot deel van een nr. aan de grote hervormer gewijd. In laatst genoemd orgaan trof ik ook een bijdrage aan onder het opschrift: , , Het Calvinisme als signatuur der vrijzinnigheid", van de hand van dr. H. J. Heering. Een zin, uit een collegedictaat van wijlen prof. Eekhof was als motto gekozen. Hij luidt: , , , Men kan zelfs zeggen, dat Arminius dichter bij Calvijn stond dan vele latere Calvinisten". Noch dit motto, noch de inhoud van 't artikel hebben mij kunnen overtuigen, dat ook de , , vrijzinnigheid in zekere zin aanspraak kan maken op het , , issue de Calvin", een loot aan Calvijn ontsproten. Nu is het daarvoor misschien ook niet bedoeld.

Tijdens de , , Calvijnfeesten" in Geneve was er ook een congres belegd van Frans sprekende vrijzinnigen. Zo vermeldt bovenaangehaald verslag. Doch in het daar besprokene speurde ik geen tendens als dr. Heering in , , Woord en Dienst" suggereert.

Hoe dan ook, de verschillende samenkomsten, feestelijkheden en artikelen stellen wel zeer bijzonder in het licht wat de Raad van Geneve, toen 27 mei 1559 God Zijn dienstknecht Calvijn had afgelost van zijn post, van hem getuigde: , , een karakter van grootse majesteit" (W. en D., dd. 30-5-'59, artikel van prof. Bakhuizen v. d. Brink).

In het kader der , , Calvijn-herdenking" viel de zitting der Synode van de frans gereformeerde kerk, in Parijs. Een bijzondere Synode-samenkomst, 't Was die laatste meidagen 400 jaar geleden, dat de église reformée het eerst in Synode samenkwam, van 25-28 mei, in een geheime woning ergens in de hoofdstad van Frankrijk, 'n gedeelte tussen Saint- Germais-des Prés en de Seine, „klein Geneve" geheten. De Synode-bijeenkomst werd nu gehouden in l'Oratoire du Louvre, de kathedraal van de gereformeerde kerk in Parijs, waarvóór het standheeld van Gaspar de Coligny. Eveneens een historische plaats. Bij de reportage van de jubileumzitting, welke door vele afgevaardigden van buitenlandse kerken — ook praeses en secretaris-generaal onzer Synode waren aanwezig — werd bijgewoond, werd o.m. medegedeeld, dat de synodes der hugenoten-kerken met het zingen van Psalm 127 : 1 plachten geopend te worden. Die Psalm ontbrak ditmaal, tenminste ik hoorde hem niet. Een offer aan het oecumenisch gezelschap? Met het verleden van 4 eeuwen, waarin de hugenoten-kerk zich deed kennen als een „psalmzingende kerk", was die 127e Psalm wel in harmonie geweest.

Die eerste Synode ergens samen in , , het klein Geneve", handelde over de belijdenis en de tucht. De belijdenis, toen aanvaard, is bekend als confessio gallicana, de franse geloofsbelijdenis. Ze bevat 35 artikelen, en heeft Guido de Brés voor de confessio belgica, de Ned. geloofsbelijdenis der 37 artikelen, geïnspireerd. Het concept was van Calvijn.

Het zegt toch wel heel veel, dat in die noodtijd, temidden van vervolging en kruis, men die beide onderwerpen aandurfde en in zo korte tijd afhandelen kon. Er was de kracht des geloofs, het leven uit de Waarheid der Schriften.

In de tijden, dat hier veel gesproken werd over , , de nood der kerk" — de geboortejaren der werkorde en kerkorde — durfde onze Synode de tucht niet aan. Er kwam een uitstel van 10 jaar voor het in werking stellen van haar. Begrijpelijk, gezien de situatie van het kerkelijk leven, is gezegd. Het zal wel. Maar hoe anders was het in 1559, ter Synode in Parijs.

Was er van die oude geloofskracht nog iets in de franse Synode van 1959? De Synode, — dat is wat mij onder ogen kwam — , , waarschuwde tegen excessen in Algerije" en , , verzekert de regering, dat ieder initiatief voor een rechtvaard'ge en broederlijke vrede de volledige instemming zal hebben van het protestantse volk" (N.R.Crt., dd., 2-6-'59). Voorts nam zij een , , resolutie" aan , , over het marxisme", waarin o.m. deze passage voorkomt: , , Wij geloven echter, dat het prestige in ons land van de marxistische leer en van alle ideologieën, die de wereld op louter rationele wijze willen hervormen, voor de kerk een teken is, dat hare prediking niet trouw genoeg is geweest" (N.R.Crt., dd. 2-6-'59).

Het zijn thans andere tijden dan in 1559. Dat weet ieder. De problematiek verschilt van die van 4 eeuwen geleden. Daar heeft ook een kerk, een synode mee te rekenen. 'Maar dan blijft toch de eis , , te strijden voor 't geloof eenmaal de heiligen overgeleverd". Die is in de bloeitijd, ondanks druk en vervolging krachtig opgevolgd. Is dat geloof in de , , waarschuwing" en , , resolutie" werkend? Het heeft ons hart verkwikt, dat H.K.H. Prinses Wilhelmina zulk een sympathieke boodschap aan de Synode heeft gezonden.

In het voorafgaande kwamen belijdenis en tucht ter sprake. Beide zijn in onze kerk , , question brülante", een brandende kwestie. Alleen in onze kerk? Het volgende diene als antwoord.

Dr. E. D. Kraan schreef onlangs in de kerkbode der gereformeerde kerk van Vlaardingen: , , Zij (de tucht) dreigt een administratieve slag in de lucht te worden". Hij voert voor deze uitspraak het volgende aan; onder het opschrift: , , Verontrustende verschijnselen":

, , Na de beide kerkformaties van de vorige eeuw (de Afsdheiding van 1834 en de Doleantie van 1886) zijn de geref. kerken onder bedreiging gekomen in de ongunstige zin van het woord volkskerk te worden".

, , Niet, dat er bij ons grove, ketterse dwalingen verkondigd worden", zo gaat 'hij voort. , , Maar in twee andere wezenskenmerken der kerk, de reinhoudlng van de sacramenten en de handhaving van de tucht, zijn groeiende kerken in grotere plaatsen bezig, iets van het echte kerk-zijn te verliezen".

, , In sommige kerken is het avondmaal praktisch tot een open tafel geworden. De zgn. tafelwacht functioneert óf in 't geheel niet óf zeer gebrekkig. De wachthoudende ouderlingen kennen niet meer allen, die aan het avondmaal deelnemen. Zij kunnen evenmin controleren, of allen die gerechtigd zijn, het avondmaal inderdaad gevierd hebben. Dit wordt mee onmogelijk gemaakt, doordat sommige kerkleden zich zelfs op de avondmaalszondag niet aan hun eigen wijkkerk en de eigen sectiedlenst houden.

En dan de kerkelijke tucht! Gevreesd moet worden, dat verscheidene leden een vrij werelds leven leiden, zonder dat de tucht der kerk bij hen in werking trad. Hoe dit zo gekomen is? Omdat de kerkeraad op dit punt laks of nalatig was? 't Is mogelijk, dat ook hij niet voldoende trouw is getweest.

Maar de kerkelijke tucht kan hierom niet goed in werking komen, omdat ze niet functioneert waar ze altijd het eerst functioneren moet nl. bij de kerkleden in hun verkeer met elkander onderling. Ze is, in tegenstelling met wat ze zijn moest, primair een kerkeraadszaak geworden, in plaats van een gemeentezaak te zijn. Voorzover zij geoefend wordt, zijn bij haar vaak niet meer dan drie, vier personen betrokken: de wijkpredikant, de wijkouderling(en) en het afdwalende lid zelf. Want wat komt er terecht van het apostolische voorschrift, om op elkaar toe te zien en elkand'er te vermanen? "

Dr. Kraan besluit:

, , Wanneer onze kerken echt gereformeerde kerken willen blijven, dan moet, naast de zuiverheid der prediking ook de heilighouding van de sacramenten en de oefening van de tucht op bijbelse manier volbracht worden".

Ik heb dit citaat ontleend aan , , Trouw" dd. 2 mei 1959. En bij de lezing van het stuk moest ik telkens denken aan een brochure, een veertigtal jaren geleden verschenen met de titel: , , Veruitwendigen onze kerken"? Ze was van de hand van ds. J. C. Aalders. Is het stuk van dr. Kraan een antwoord op de vraag van ds. A? Of wil men van „Dreigende deformatie" spreken? Zo luidde de titel van een brochurereeks van wijlen prof. dr. V. Hepp. Het maakt weinig verschil. Er werkt een saecularisatieproces door in heel ons kerkelijk leven. Zal de „Calvijn-herdenking" een middel zijn tot bezinning en wederkeer? God geve het.

In de tweede helft van mei werden ook onze classis-vergaderingen gehouden. Veel is daarover nog niet in de pers gepubliceerd. Alleen een verslag van de classis Bommel werd mij toegezonden. Ik heb het met instemming gelezen. Het deed me deugd er de mededeling in aan te treffen, dat het synodale voorstel werkzaamheid en invloed van de commissie voor het beroepingswerk te vermeerderen, met algemene stemmen werd verworpen, en zulks om de geestelijke vrijheid der gemeenten. Is het in andere classis ook onaanvaardbaar geacht? Helaas heeft de classisvergadering van Dordrecht, naar verluidt, het voorstel aanvaard. Jammer, en m.i. Dordt onwaardig. Ik meen, dat de daar opgestelde Dordtse K.O. pal staat voor de geestelijke vrijheid der kerken, ook in de beroeping van een dienaar des Woords. In de Betuwe werd meermalen betreffende een te beroepen predikant gezegd; , , geenen gestuurden". Dat hield dan wel ook verband met de voorheen nog bestaande , , heerlijke rechten", doch had mede het oog op het beginsel, waarvoor de clasis-Bommel in eenstemmigheid opkwam.

In het verslag van de clasisis-Bommel las ik , ook, dat meerdere afgevaardigden, nog wel uit herv. geref. gemeenten, afwezig waren. De verslaggever betreurde dit zeer en vroeg terecht of de afwezigen nu waarlijk zó bezet waren, dat ze die enkele dag niet voor dit kerkewerk konden vrijmaken? Die vraag zou ook aan verschillende afgevaardigden in de classis-Gouda gesteld kunnen worden. Ben ik goed ingelicht, dan was het , , quorum" niet aanwezig, zodat men nog een avond moest terugkomen om te stemmen. Of deze absentie de hele vergadering beheerste of een deel, kan ik niet met zekerheid zeggen.

Als men hier nu eens naast stelt, hoe Calvijn zijn leven en kracht gaf voor het welzijn van Gods Kerk, dan is er wei een droevige laksheid en ontrouw onder ouderlingen voor wier ambt de grote hervormer op de bres stond.

In het nr. van , , Woord en Dienst", waarover ik het in de aanvang had, staat ook een bijdrage van prof. dr. van Itterzon, getiteld: , , Calvijn en de ouderlingen". Het zij alle ouderlingen ter lezing aanbevolen en diene ter genezing der nalatingen. Trouw zijn in het huis Gods is een genade maar evenzeer een eis des Heeren. Hebreën 3 : 5 en 6 zegt in deze treffende dingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's