De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE DORDTSE LEERREGELS

9 minuten leestijd

Hoofdstuk III/IV, artikel 2. Zodanig als nu de mens geweest is na de val, zodanige kinderen heeft hij ook voortgebracht, namelijk hij, verdorven zijnde, verdorvene-, alzo dat de verdorvenheid, naar Gods rechtvaardig oordeel van Adam op al zijn nakomelingen (uitgezonderd alleen Christus) gekomen is, niet door navolging, gelijk eertijds de Pelagianen gedreven hebben, maar door voortplanting der verdorven natuur.

 

De Apostel Paulus wenste in Corinthe niet anders te verkondigen dan Jezus Christus en Dien, gekruisigd. Dat is tot in onze dagen het voornemen van alle rechte predikers. Daar is een hemel en een hel. Christus is gekomen om van het verderf, de rampzaligheid te verlossen. Hij is gekomen, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve. Waarom moeten wij mensen verderven buiten Christus? Waarom ligt de toorn Gods op ons? Dat komt vanwege de zonde. Door de zonde is de dood, d.w.z. de tijdelijke, geestelijke en eeuwige dood, in de wereld gekomen. Door welke zonde? De kleine kinderen zijn niet minder, aan dé dood onderworpen als de volwassenen.

Hier hebt ge de eerste vraag. Waarom sterven ook de kleine kinderen als de dood de bezoldiging der zonde is, en als zonde betekent: persoonlijke daadzonde van elk afzonderlijk?

En nu een tweede vraag. Waarom zijn alle kinderen zo ondeugend en alle volwassenen bedorven? Dit laatste is toch wel een algemeen erkend feit. Het diep bederf der menselijke natuur is ook door heidenen erkend. Grieken zeiden: Aan alle mensen is het zondigen gemeenschappelijk. Latijnse uitspraken zijn: Zonder ongerechtigheden wordt niemand geboren. Zolang er mensen zijn, zullen er boosheden zijn. Het is voorts bekend met welk een kracht de H. Schrift de algemeenheid der zonde leert. De ganse wereld ligt voor God verdoemelijk. Uit de werken der wet zal geen vlees gerechtvaardigd worden voor God. Die zonde is de mens eigen van zijn jeugd, ja van zijn ontvangenis af. Van nature zijn we kinderen des tooms.

Hoe is het toch zo ver gekomen met ons allemaal?

In artikel 2 staat een antwoord op deze vraag. Pelagius heeft geleerd dat het door navolging is. Gods Woord spreekt er anders over. Hier is sprake van een erfenis. Wij hebben de dood en de verdorvenheid bij wijze van erfdeel gekregen. Misschien moet ik het nog anders zeggen: door toerekening hebben wij dood en verdorvenheid.

Het is onder ons algemeen bekend, dat wij drie stukken nodig hebben te weten om welgetroost en zalig te leven en te sterven. Het eerste stuk is, dat wij weten hoe groot onze zonde en onze ellende is. Dat moeten wij ook eerst weten, voordat wij de noodzakelijkheid van Christus kunnen verstaan. Tegenwoordig is, het een beetje mode in bepaalde kringen om te zeggen, dat wij van de zonde niets kunnen weten buiten Christus om. Ik betwijfel dit. God heeft eerst tot ons gesproken door de profeten. Dat is het Oude Testament. Daarna heeft Hij tot ons gesproken door de Zoon. Maar wel is het waar, dat wij van de zonde en van de schepping en van de erfschuld en van de verdorvenheid niets waardevols kunnen weten buiten de openbaring Gods in de H. Schrift, om en buiten de verlichting door de H. Geest om. Doch ook hier is een volgorde. Eerst de toegerekende erfzonde en dan de toegerekende gerechtigheid van Christus. Ook de laatste kunnen wij niet kennen buiten de werking des Geestes om.

Waarom wordt ons de val van Adam en Eva toegerekend en waarom kan ons de gerechtigheid van Christus toegerekend worden? Hoe is dat met deze toerekening?

Een antwoord op deze vraag moeten we in de H. Schrift zoeken. Wij weten niets van deze dingen uit onszelf. In Gods Woord nu vinden we een gelijkvormigheid van Adam en Christus beschreven in Romeinen 5 : 12-21.

Hoe moeten wij onszelf verstaan? Als verloren. Wij zijn verdoemelijk voor God.

Is er dan helemaal geen middel om aan de eeuwige rampzaligheid te ontkomen? Daar geeft Romeinen 5 : 1-11 antwoord op. De Kerk mag lofzeggend belijden: , , Wij dan, gerechtvaardigd zijnde door het geloof, hebben vrede bij God". Hoe kan dat: verdoemelijk en toch vrede? Hoe kan de vijandschapsverhouding zijn weggenomen en Gods gunst verkregen? Dat kan door onze Heere Jezus Christus. Het is een troostvol evangelie. Als iemand, die dit leest, geen weg meer weet, laat hij bedenken, dat Christus de weg is en dat er ergens toch een middel moet zijn, een mogelijkheid, waardoor Christus Jezus tot u komt. Het moet toch op een of andere manier kunnen.

Maar worden dan alle mensen door Eén zalig? Wat een geweldige gedachte is dat. Alle mensen liggen door Adam verloren: allen door één. En nu worden allen door Christus zalig: allen door Eén. Wacht even, zo is het niet. De Catechismus vraagt: , , Worden dan alle mensen wederom door Christus zalig, gelijk zij door Adam zijin verdoemd geworden? Antwoord: Neen zij, maar alleen degenen, die Hem door een oprecht geloof worden ingelijfd, en al Zijn weldaden aannemen". (Zondag 7). Maar dan worden toch door Jezus zalig, die Hem toebehoren. In Christus ligt voor hen de zekerheid van het leven. Dat staat in Romeinen 5 : 1-11. En dit wordt in het vervolg van het hoofdstuk toegelicht door Christus met Adam te vergelijken.

Wat is dan het bijzondere van Adam? Is hij niet een gewoon lid van het menselijk geslacht? Neen, hij is het hoofd van ons geslacht, zodat hij alle mensen in zich begrijpt. Toen Adam viel kwam niet alleen zijn persoon ten val, maar ook de menselijke natuur. Gevolg hiervan is dat met Adam ook al zijn nakomelingen vielen, die (als medegenoten van de natuur van Adam) in hem gezondigd hebben. Toen Adam zondigde, zondigden alle mensen, want hij vertegenwoordigde allen. Wij waren allen in hem. Daaruit vloeit voort dat God aan alle mensen de schuld van Adams eerste zonde toerekent en dat Hij deze schuldige mensen straft als rechtvaardig Rechter.

Waarmee heeft God de mensheid gestraft? Met een erfelijke verdorvenheid. Daarom zegt artikel 2: , , Naar Zijn rechtvaardig oordeel is de verdorvenheid over alle mensen gekomen". Het is hieruit duidelijk, dat de erfzonde, dat is dus de toegerekende zonde en haar straf een gevolg is van de eerste zonde of oerzonde van de eerste stamhouders der mensheid: Adam. en Eva. Adams val is oorzaak van alle ellende der mensheid. Door zijn val is het verbond met God gebroken. Zijn val is ook de wortel van alle zonden. Was deze eerste zonde er niet geweest, dan waren de andere niet gekomen. Gevolg van de verbreking van het werkverbond was, dat over Adam de bedreigde straf kwam. Deze straf was de tijdelijke, eeuwige en geestelijke dood. Hij was verplicht deze straf gewillig te dragen. Desniettemin behield God het recht om van Adam en van al Zijn schepselen volkomen gehoorzaamheid te eisen, zowel ten opzichte van Zijn wet als ten opzichte van Zijn evangelie.

Het is gemakkelijk te zien, dat de gereformeerde leer van de erfzonde in Romeinen 5 : 12-21 een sterk fundament heetft. Het lijdt allereerst geen twijfel, dat voor Paulus de Heere Jezus Christus niet een figuur uit een gelijkenis is, maar Gods Zoon, die ons vlees en bloed heeft aangenomen en ons in alles gelijk is geworden, uitgenomen de zonde. Jezus Christus was voor Paulus in deze zin een historische figuur. Doch dat was Adam voor hem ook. De eerste mens Adam is voor hem geen schim, geen hulplijn uit de oplossing van wiskundige vragen, maar een mens van vlees en Moed aan wie wij gelijk zijn geworden met zonde en al. Hij is onze stamvader. Wie dit ontkent gaat willekeurig te werk en bedrijft geen exegese meer.

We hebben een vergelijking voor ons, tussen een Adam van vlees en bloed, die als het hoofd der mensheid allen besloot, die bij hem door vlees en bloed behoren en tussen Christus, die ons vlees en bloed aannam en bij wie alle gelovigen behoren. Alleen door één. Dat geldt voor beide hooden. In Christus is een beslissing gevallen voor alle gelovigen. In Adam is een beslissing gevallen voor alle mensen krachtens de samenhang van het menselijk geslacht. Onder het oordeel van de toerekening van Adam's schuld valt ieder mens, of hij er weet van heeft of niet. Door Adam is de dood over allen gekomen. De toerekening van de gerechtigheid van Christus geschiedt echter op een andere wijze. Dat moeten we goed zien. De gerechtigtheid van Christus wordt toegerekend aan degenen die met Hem verbonden zijn door het geloof. Calvijn legt dat duidelijk uit in het begin van het derde boek van zijn Institutie.

, , Vooreerst moeten wij weten dat alles, wat Christus geleden en gedaan heeft, tot zaligheid des menselijken geslachts, ons onnut en onprofijtelijk is, zolang wij buiten Hem zijn en wij van Hem vervreemd zijn. Zo moet Hij dan ons eigen worden en in ons wonen, zal Hij ons kunnen mededelen, de dingen die Hij van Zijn Vader ontvangen heeft. Daarom wordt Hij ons Hoofd genoemd en de eerstgeborene onder vele broederen. Wij worden ook aan de andere zijde gezegd Hem ingelijfd te worden en aan te doen. Want gelijk ik gezegd heb: hetgeen Hij bezit gaat ons niet aan, totdat wij aan Hem wassen en één met Hem worden. En hoewel het waarachtig is, dat wij dit door het geloof verkrijgen, nochthans dewijl wij zien dat niet alle mensen zonder onderscheid de gemeenschap van Christus, die door het Evangelie aangeboden wordt, aannemen, zö leert ons de rede zélf, dat wij hoger opklimmen en onderzoek doen moeten naar de verborgen werking des Geestes, door hetwelk het geschiedt, dat wij Christus genieten met al Zijn goederen."

Het is dat zijn in Christus en dat zijn in Adam, dat de Apostel in Romeinen 5 : 12—21 vergelijkt. De Apostel ziet de hele wereld verdoemelijk liggen in Adam. Daar, in het paradijs, is over alle mensen beslist. Wat zij zelf doen is alleen maar de zonde van hun stamvader toestemmen door lust en daad. Ieder mens keert zich van God af, kiest de zonde moedwillig en vrijwillig, zoals Adam dat deed. Daar is een wilseenheid tussen Adam en de mensheid. Niemand haat de zonde in haar wezen. Ieder heeft de ongerechtigheid lief. De Schrift zegt dan ook: daar is niemand die goed doet, niet tot één toe. Adams zonde is ook in onze uitleving onze eigen zonde. Zo'n mensheid is er dus, die aan de zondige daad en natuur van Adam met lust en liefde verbonden is. Iedere uitverkorene, die aan zichzelf wordt ontdekt, leert dit beamen.

Adam is de vader van de oude mensheid. Daar staat Christus tegenover. In Hem is het fundament van de nieuwe mensheid. De gelovigen, die door de Geest Gods geleid worden, hebben in Hem alles. Terwijl de Apostel alzo Christus verheerlijkt, onderwijst hij ons tegelijk van Adam en de betekenis van de val. Zo doet hij ook in 1 Cor. 15 : 22: , , Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Ohristus allen levend gemaakt worden". Adam is de werkende oorzaak van het sterven van allen. De belijdenis der erfzonde heeft de openbaring in de Schrift recht willen doen door uit te spreken dat God ons de oerzonde van Adam toerekent en allen door één in de dood vallen, zoals Romeinen 5 : 12—21, gelijk we nader willen zien, dat uitwerkt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's