De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

„HET AFSCHEIDSWOORD VAN EEN GODVREZENDE” 1

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„HET AFSCHEIDSWOORD VAN EEN GODVREZENDE” 1

6 minuten leestijd

„Vreest slechts de Heere en dient Hem trouwelijk met uw ganse hart: want ziet hoe grote dingen Hij bij ulieden gedaan heeft." 1 Samuel 12 : 24.

Samuël is oud geworden! Hij doet afstand van de regering. In Sauls handen zal de regering des lands rusten.

Saul zal koning worden in Samuels plaats.

Dit afstand doen is een moeilijk werk. Het is vaak een haast onoverkomelijke moeilijkheid voor degenen, die op leeftijd komen om los te laten hetgeen, waaraan zij, in dit leven hun hart gegeven hebben.

Als gij oud geworden zijt en niet meer werken kunt als anderen, het tempo van de arbeid niet meer bij kunt houden, dan komen de grote moeilijkheden. De pensioengerechtigde leeftijd werd u getekend als een, begerenswaardige tijd. De werkelijkheid werd bij het genieten ervan een leven vol van leegheid. Het valt u bitter tegen! Aan de kant van de weg staan ! Welk een troosteloze aanblik ! De haastige wereld kunt ge niet bijhouden. Ziji heeft u niet meer nodig. Anderen nemen uw plaats in. Dit zijn moeilijkheden, die vele ouden van dagen niet verwerken kunnen.

En als daarbij nog komt de ziekte des ouderdoms dan wordt het leven zwaar. Doch Samuel kent een ander leven en komt boven deze moeilijkheden uit. Hij gaat niet ongetroost zijn weg naar het einde zijns levens. Ook hij moet zijn ambt neerleggen. Een opvolger zal zijn plaats innemen. Het is een moeilijke zaak. Hij leeft er niet overheen. Hij is een godvrezend man, aan wie bijzondere gaven geschonken waren. Hij had de leiding van een volk, doch naast dit leiderschap was hij profeet. Zo heeft hij gestaan in de tijd, dat hij, de volle kracht des levens genieten mocht, om zijn God te verdedigen tegen de brute tegenstanders. En profeet zal hij blijven tot in de dood. Als grijsaard zal hij zijn volk de weg wijzen, waarschuwen en vermanen. Zijn woorden zijn met zout besprengd. Voor ons ligt het profetisch getuigenis van deze van boven onderwezen Godsman.

Het is als het getuigenis van een vrome vader op zijn sterfbed, die zijn kinderen rondom zijn stervenssponde heeft geroepen, om nog een laatste afscheidswoord tot hen te spreken.

Tot het laatste toe blijft hij de man, die zijn grote verantwoordelijkheid voelt tegenover zijn volk.

Samuel spreekt in zijn toespraak tot zijn volk van de trouw des Heeren. De Heere kan Zijn volk niet verlaten om Zijns groten Naams wil. Het heeft de Heere belieft u Zijn volk te noemen. Gods leiding werd openbaar in de uittocht uit de duisternis van Egypteland en in de intocht in het licht van het beloofde land Kanaän. Hij heeft u uitverkoren om Zijn Naam te dragen en temidden der volkeren der aarde de bijzondere roeping te vervullen om van Zijn Naam te getuigen.

Hij laat ons Israels God zien in Zijn hart vol van ontferming met een zondaarsvolk. En Samuel is, ervan vervuld om zijn volk dit te zeggen. Des Heeren Vrijmacht is groot, het is des Heeren vrije wil om u dit alles te geven. Meer doet hij. In gebedswerkzaamheid  was hij bezig het goede voor hen te zoeken. Leest u vers 23; aldaar zegt hij: , , Wat ook mij aangaat, het zij verre van mij, dat ik tegen de Heere zou zondigen, dat ik zou aflaten voor u te bidden." Dit is de juiste manier om te vermanen. Zodra de vermaning los gemaakt wordt van het gebedsleven, wordt zij krachteloos.

Samuel gevoelt de noodzaak om zijn volk in de gebeden te blijven dragen. Als hij daarmee ophoudt, dan vermeerdert hij, de zonden.

Hoeveel vermaningen worden uitgesproken, waarin van een gebedsworsteling niets te merken valt. Het blijft ook heden waar, dat het gebed des rechtvaardigen veel, zij het dan niet alles, vermag.

Dit gebed zal uw geestelijk en lichamelijk welzijn bevorderen.

En nu wil deze vaderlijke vriend zijn volk de goede en rechte weg leren. Dit is de weg, de goede weg, de zalige weg: De Heere te mogen vrezen ten allen tijde. Het is. de rechte weg te wandelen naar Gods geboden, waaraan de Heere een bijlzondere zegen verbindt. Het gaat om een practicale godsvrucht, om een leven tot Gods eer. Met grote aandrang wijst hij zijn volk, dat menigmaal in weerspannigheid zich afkeerde van de Heere op het onderhouden van des Heeren geboden, In ons tekstwoord geeft hij drie vermaningen.

Vreest slechts de Heere.

Alleen de Heere dienen. Zo luidt het bevel. Ons tekstwoord spreekt van de zondige begeerte van Israël: gelijk te zijn aan de wereld. Zij begeerden éénzelfde roem als de omliggende volken kenden. Zij begeerden een koning om hun roem naar buiten te vergroten. Dit was een dienen van zich zelf.

Terwijl in de Richterentijd Gods richters regeerden in de naam van God, wensen zij een koning met meerdere zelfstandigheid. Dit is hun keuze: de koning te plaatsen boven God. Al brengen zij de Heere offeranden des lofs, hun hart houdt zich verre van Hem. Zij zijn de mond des Heeren wederspannig.

Dit is het grote kwaad van de natuurlijke mens. Hij stelt steeds de dingen der aarde boven de gaven Gods. Onderzoek eens uw leven. In het huisgezin stelt de moeder haar kind boven God, de man stelt de vrouw boven dit hoogste opperwezen. Gaat u maar verder: , , Is er niet een groot gevaar in ons aller leven, dat wij iets, dat ons bijzonder na aan het harte ligt, stellen boven de dienst des Heeren. De grootste afgod is ons eigen Ik." De rij der koningen is o zo groot. Zij overheersen zelfs degenen, die God vrezen, zodat Gods kind moet klagen over een hart ver'vuld met de ijdelheden dezer wereld, zelfs na ontvangen genade.

Vreest slechts de Heere, zo luidt de vaderlijke vermaning. God boven alles te stelien. Dit vereist een kinderlijke vreze, een dagelijkse bekering in een zuivering des harten. Vreest slechts de Heere zegt God tot de jongere generatie, weet, dit is het beginsel der wijsheid.

Wat is de Heere u waard, zo vraagt Samuël aan alle lezers en lezeressen. Niemand kan aan deze vraag voorbijgaan. De eis Gods is gebiedend.

Gij moogt niets stellen naast deze God van Israël. Gij moet bij de gratie Gods leven in steile afhankelijkheld uit des Heeren handen.

De tweede vermaning luidt: Dient Hem trouwelijk met uw ganse hart.

Dienen is het gebod Gods. Juist daarin lag de zonde van Israël, dat zij weigerden aan dit gebod gevolg te geven.

Zij waren opstandig en worden een wederspannig huis genoemd.

De eis Gods luidt: „Dient Mij!"

God dienen, wil zeggen Hem eren. Ziet nu de volgorde. Die waarlijk de Heere vreest, zal alles voor de Heere over hebben. Vrezen en dienen horen bijeen.

De Heere moet de eerste worden in uw leven. Als dit niet zo is, dan zoekt ge het buiten de Heere bij de gebroken bakken, die geen water kunnen houden. Dan steunt ge op de rietstaf van eigen werken, die uw hand doorboren zal. Alleen uit de genade Gods te leven is een moeilijke bezigheid.

Is het echter inderdaad in uw leven geworden een begeerte Hem in uw hart de belangrijkste plaats te geven, dan zult ge de Heere alles willen geven. Uw hartewens is dan voor de Heere te leven. Uw dienen is dan geen dienen van u zelf en van de afgoden.

(Wordt vervolgd.)

Giessendam-Neder-Hardinxveld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

„HET AFSCHEIDSWOORD VAN EEN GODVREZENDE” 1

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's