Uit de Pers
Enige weken geleden heeft de Confessionele Vereniging haar jaarvergadering gehouden. Blijkens het verslag in het „Hervormd Weekblad — De Gereformeerde Kerk" van 11 juni jl. zijn daar harde noten gekraakt Over de houding van de Geref. Bond in het geheel van de kerk en in diverse plaatselijke gemeenten. Velen kunnen die houding niet waarderen en menen daarin te bespeuren een onbijbelse zucht naar partijschap en een onchristelijk streven naar het innemen van machtsposities.
Hieronder volgen enkele uitlatingen:
De eerste vraagsteller betreurt dat de vereniging geen strakker organisatie voert. Men moet zich ernstig bezinnen of men niet terug moet naar de situatie van vóór de oorlog. Er is een partij in de kerk, die zich zeer sterk maakt. In Zuid-Holland ondervindt men aan den lijve, dat zekere lieden in de kerk over je heen lopen. Met alle mogelijke middelen worden terreinen bezet met name door de Gereformeerde Bond.
Men poogt posten te bezetten op het terrein van het kerkelijk leven, van het schoolleven. Men eist een deel op van de besturen in de christelijke scholen. Dit is een gevaar voor de kerk en het christelijke samenleven. De vraag is, hoe activeren wij onze gemeenteleden daartegen? Misschien moeten deze dingen meer besproken worden op studiekringen.
Dit zijn scherpe woorden, voor geen misverstand vatbaar. Ook wat andere sprekers te berde brachten is weinig vleiend:
Een verstandig woord wijdt een volgend spreker aan de vraag: kan de Confessionele Vereniging worden opgeheven of niet? De vraag naar het bestaansrecht. Er is verschil met de situatie in de vorige eeuw en zelfs van vóór de oorlog. Er zijn enerzijds verheugende dingen, anderzijds ook gevaren van de zijde van de G. B. en de middenorthodoxie. Wie confessioneel zegt te zijn wordt met een scheef oog aangekeken. Verschilende gemeenten zijn bij het beroepingswerk het spoor bijster doordat zij de middenorthodoxe prediking oppervlakkig vinden en daarom in de armen van de Geref. Bond worden gedreven. Daarom moet het confessionele geluid van de belofte Gods in de gemeente doorklinken in plaats van dat het accent wordt verplaatst naar de vrome mens en zijn gevoelens. Wij hebben een. taak, al ligt deze niet op het terrein van de partijvorming. Het is de confessionelen altijd om de kerk begonnen. De confessionele stroming is altijd het meest op het welzijn der kerk bedacht geweest. Het zou wel eens zo kunnen zijn, dat de brede middengroep onzer kerk, die zich uitgeeft voor de meest onpartijdige en die niet georganiseerd is, door haar manier van optreden weerstanden opwekt. Er zijn eigenlijk maar twee partijorganisaties: de Geref. Bond en de Ver. V. Vrijz. Herv.
En nog weer een ander:
Een zelfde verlangen naar een krachtig en positief geluid spreekt uit de opmerking ter vergadering, dat soms gereformeerde bondskringen ten onrechte verregaande beschuldigingen inbrengen tegen confessionele prediking als zijnde niet naar Schrift en belijdenis. Daar moet van onze kant iets tegenin gebracht worden. Confessionele leden van colleges zijn tegenover kerkelijke praktijken van G. B.-zijde veel te coulant.
Bij deze opmerking sluit zich een spreker aan. Confessionele prediking behoeft niet te wijken voor geref. bondsprediking.
Het is onwederrechtelijk, wanneer men de aanvankelijk door-de-weekse bijeenkomsten der Geref. Bond 's zondags in de kerk laat plaats vinden. Daaraan moeten wij confessionelen niet medewerken. Het beginsel deugt niet. 't Gevaar daarvan moet vanaf de kansel onder ogen worden gebracht. En het ligt op de weg van het hoofdbestuur om zijn leden daarop te wijzen.
Tussen de regels door blijkt wel, dat bij velen ter vergadering het gevoel heerste, dat men met de confessionele vereniging in een impasse is geraakt, en dat men een deel van de schuld hiervan op de Geref. Bond werpt.
Er waren er ook, die de heilzame kunst van zelfcritiek beoefenden. Zij zochten de oorzaak vooral ook in het (wan-)beleid van de vereniging zelf.
Twee sprekers, zijn van oordeel, dat wij als confessionelen in de goede, verantwoorde wijze wat meer partij moeten zijn, d.w.z., dat er wat -meer van de organisatie terechtkomt en wat meer van ons uitgaat en vooral dat men eens meer weet wat men heeft aan mensen, die zich , , confessioneel" noemen. Zou deze tweeslachtige houding niet oorzaak zijn, dat de mensen weinig interesse hebben in de confessionele zaak? Op zeer vitale punten bestaat er grote verdeeldheid onder de confessionelen. Als voorbeelden worden genoemd: 1. , , het verschil van mening inzake de inschakeling van vrijzinnigen", van rechts- en zelfs links-vrijzinnigen als prof. dr. Smits, die beweert dat de verzoening in Christus beneden de menselijke waardigheid ligt; 2. 't meningsverschil omtrent de vrouw in het ambt; 3. het feit dat adviezen in ons weekblad aan de classicale vergadering door bepaalde confessionelen totaal genegeerd worden.
Wat is nu eigenlijk legitiem confessioneel? Wat prof. Van Nlftrik schrijft en propageert of dr. W. J. de Wilde of ds. Groenewegen, ds. Van Roon, ds. Lagerwey? De aandacht wordt nog eens gevestigd op het boekje van ds. T. Stigter, die uiteenzet wat confessioneel is en wat de vereniging wil. Hij spreekt over de noodzaak van instemming met de belijdenis, omdat deze in overeenstemming is met de Heilige Schrift, en dat de statuten onzer vereniging de hervormde kerk in deze lande de enige wettige openbaring van de Kerk van Christus noemen. Wat niet wil zeggen, dat andere kerken als niet-christelijk worden gekwalificeerd, maar het gaat om de kerk als Kerk.
Daarentegen zou dr. Berkhof (in zijn boekje , , Gods ene Kerk en onze vele kerken") onze hervormde kerk zich maar liever laten oplossen, met prijsgeving van haar historie, in de ene Evangelische Kerk in Nederland.
Waar zijn nog confessionele kandidaten te vinden en waar de predikanten , , confessioneel van vooroorlogse samenstelling? " (gelach!). Waarom wordt in onze kring kwalijk genomen, dat men lid is van het Hervormd-Gereformeerd Verband? Het is toch nuttig om met gereformeerde bomders eens overleg te plegen met betrekking tot bepaalde vraagstukken, terwijl wie met vrijzinnigen op schoot zit, nooit goed confessioneel kan zijn.
Ook dit zijn krasse woorden, eveneens voor geen misverstand vatbaar. En het is goed, dat ze nu eens niet gezegd zijn door buitenstaanders, maar door leden van de vereniging zelf.
Wij verheugen ons - geenszins over deze gang van zaken in de Confessionele Vereniging. Het doet ons leed, dat een kerkelijke vereniging, die het woord „confessie" (d.i. belijdenis) in haar naam heeft staan, op vele punten met die confessie op een gespannen voet leeft, althans wat de kerkelijke practijk van vele leden van die vereniging betreft. En nu is het een goedkope methode om die spanningen af te reageren op de z.g. partijzuchtige en naar-machtstrevende houding van de Gerei. Bond. Kan het soms ook zijn, dat in vele gevallen het confessionele geweten geraakt wordt, als men in aanraking komt met het kerkelijk beleid van de Geref. Bond?
Natuurlijk wil dit alles geenszins zeggen, dat overal en altijd de kerkelijke houding van leden van de Geref. Bond vrij te pleiten zou zijn van onzuivere motieven. Maar wie het geheel van het Hervormd kerkelijk leven critisch in ogenschouw neemt, die zal moeten toestemmen, dat de doelstelling van de Geref. Bond in wezen dezelfde is als die ligt opgesloten in de statuten van de Confessionele Vereniging: het tot kerkelijke gelding brengen yan onze reformatorische belijdenis, m. n. ook in de worsteling om de rechte prediking. Hierom gaat het en nergens anders om. Juist in de verwarring van onze tijd zouden de CV. en de G.B. schouder aan schouder moeten staan om de kerk in al haar geledingen op te roepen tot de gehoorzaamheid des geloofs aan het Woord Gods, dat de enige gezagsinstantie in onze kerk behoort te zijn.
Het gaat in deze oproep helemaal niet om de G.B. Het gaat om de heerschappij van het levende Woord Gods en om een kerkelijk leven en werken in overeenstemming met de belijdenis der kerk, die nog altijd gezag heeft. Het zou daarom goed zijn, als allen, die hiernaar streven, wat minder de naam „Geref. Bond" gebruiken: bondspredikanten, bondskerkeraden, bondsprediking, enz. Ook in de titulatuur van de dingen, waar het om gaat, moet tot uitdrukking komen, dat het streven van de Geref. Bond een echt reformatorisch, kerkelijk streven is. In plaats van het woordje „bonds" zou te verkiezen zijn: Herv. (Geref.)!, een zegswijze, die vroeger veel voorkwam, maar de laatste tijd hoe langer hoe meer in onbruik raakt.
Als er weerstanden zijn en komen, moeten deze op de wezenlijke punten tot openbaring komen; op het punt van de geref. belijdenis en de geref. prediking. Zuiverheid, ook in onze kerkelijke benamingen, is een goed ding, opdat er door onze schuld geen verkeerde ergernissen gewekt worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's