Stromen van Levend water
Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters, zullen uit zijn buik vloeien. Johannes 7 : 38.
„Regen blijft uit.
Boeren wanhopig.
Oogst blijft klein.
Melkproductie vermindert.
Financiële strop zeer aanzienlijk."
Zulke koppen staan boven artikelen in de dagbladen van heden. Als het weertype hetzelfde blijft, tot op het ogenblik, dat ik deze meditatie schrijf, dan zullen de opschriften stellig spreken van een nationale ramp.
Mocht de Heere echter voor dien waterstromen believen te gieten op de dorstige weiden en akkers, opdat de boer en tuinder een rampjaar bespaard worde, en het overig deel van ons volk in staat zal zijn zijn dagelijks voedsel te blijven kopen.
Daartoe stijge voortdurend een smeekgebed op tot de Heere, die opnieuw zo duidelijk ons toont, dat ons dagelijks brood een gave van Hem alleen is.
Zou er echter niet meer gemurmureerd worden over het uitblijven van regen, dan dat er gebeden wordt door ons volk tot de almachtige God.
Voor murmurering is er echter geen enkele reden aanwezig. God de Heere doet nooit onrecht. Het moet ons als een wonder voorkomen van Gods goedheid, dat Hij zoveel jaren achtereen aan een veelzins weerspannig mensdom overvloedig voedsel wilde geven.
Een afgodisch geworden Israël onthield de Heere meer dan 3 jaar regen en dauw. Zou het niet billijk zijn, wanneer de Heere een Hem tergend mensdom van heden soortgelijk behandelde?
Weet ge, wat ons juist nu zo pijnlijk treft? Dat er veel meer geklaagd wordt over de grote dorst van akker en weide, dan over geestelijke dorst. Slechts af en toe ontmoet men een mens, jong of oud, die klaagt over zijn of haar dorst naar de Heere en naar Zijn gaven.
Eens, aan het einde van een Loofhuttenfeest, riep de Heere Jezus luide, waarschijnlijk op het overvolle tempelplein te Jeruzalem: , , Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke".
Zou daaruit de conclusie mogen getrokken worden, dat er toen wel veel mensen waren, die door geestelijke dorst gekweld werden?
Of bedoelde de Heere met deze uitroep het Jodendom te ontdekken aan een gehuichelde dorst?
Vóórdat de Heere sprak over dorst, hadden duizenden Joden 7 dagen achtereen de priesters vergezeld bij zijn afdaling naar de vijver Siloah. Deze vijver ontving voortdurend water uit een bij de tempelberg ontspringende bron, die vroeger Gihon en thans Mariabron genoemd wordt. Uit die Siloah werd in een gouden kruik water geput, en onder vreugdekreten van het volk werd de gouden kruik naar de tempel gebracht. Daar gekomen riep het volk tot de priester: , , Hef uw hand op". En wanneer deze het water uitgoot in een zilveren schaal, zong het volk: gij zult met vreugde water putten uit de fonteinen des heils.
De Heere had hen eens die toezegging gedaan van lessing van geestelijke dorst (Jesaja 12 : 3). En op deze wijze toonden zij, dat zij de belofte nog niet vergeten waren, en gaven zij althans de indruk, dat zij naar de vervulling verlangden.
Alle eeuwen is het echter toch voorgekomen, dat de mens ook in het geestelijke durfde huichelen.
Hoe het ook zij, in ieder geval meldt ons dit Woord van de Heere, dat het mogelijk is, dat geestelijke dorst gelest wordt.
Wanneer toen en nu de dorstige mens tot de Heere Christus gaat, wil de Heere hem laven.
Wat is dat een goede tijding voor ieder, wiens ziel verlangt naar de kennis van God, of na ontvangen kennis, dorst naar verzoening met God en dorst naar innerlijke vernieuwing en afsterving van de zonden, bij zichzelf en anderen.
Zo iemand dorst, sprak Christus. Niemand sloot Hij uit op het tempelplein. Al had een mens nog zo gedronken uit de bekers van gruwelijke zonden, hij mocht toch komen, als hij of zij maar enigermate dorsste naar de wateren des heils.
Deze boodschap mag, ja moet, ook heden verkondigd worden. Als deze tijding nu ook maar geloof vindt onder ons! Als nu maar aanvaard wordt, dat God in Christus de mogelijkheid gegeven heeft, dat een doemwaardig zondaar verzadiging kan ontvangen!
Christus heeft, borgtochtelijk, kennis gemaakt met het vreselijk lijden onder dorst. Aan de Samaritaanse vrouw vroeg Hij om water; aan het kruis riep Hij: , , Mij dorst". En aan het kruis heeft Hij ook blijk gegeven te lijden onder geestelijke dorst. Uit de klacht: , , Mijn God, Mijin God, waarom hebt Gij Mij verlaten" wordt ook dat duidelijk.
Om Zijn plaatsvervangend dorstlijden kan Hij nu zondige mensen bevrijden van dit lijden.
Dat men ook onder ons toch kome in geloof tot Hem, belijdende waardig te zijn van dorst eeuwig om te komen, maar ook pleitende op Zijn eigen woord. Wie het geloof in deze levende Christus nog mist, belijde zijn of haar vervloekt ongeloof en zoeke zonder ophouden dit geloof te verkrijgen langs de wegen, die de Heere nog gelaten heeft, de wegen van Schriftlezing, prediking en gebed.
***
Onze tekst van heden maakt het duidelijk dat de Heere veel meer wil geven, dan een dorstlessing voor een moment, of enige tijd.
, , Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien" sprak Christus. Een geestelijke laving is reeds zo onverdiend. De mens heeft zichzelf toch in die geestelijke dorst gebracht. Hij. heeft zichzelf moedwillig beroofd van de kennis van God, van gerechtigheid en heiligheid. En toch?
Wie tot Hem komt in geloof, verkwikt de Heere niet alleen, maar de Heere vervult hem zo, dat hij ook voor God en mensen vruchtbaar wordt. Hij wordt van een dor land zelf tot een fontein.
Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. De uitleggers zijn er dikwijls niet over eens geweest, naar welke Oud-Testamentische gebeurtenis Christus heenwees. Het meest waarschijnlijk lijkt me, dat Hij doelde op het gebeurde met de steenrots bij de Horeb: , , 'Gij zult op de rotssteen slaan, zo zal er water uitgaan, dat het volk drinke" (Exodus 17 : 6m).
Die harde onvruchtbare steenrots moest op 's Heeren bevel het dorstige volk water verschaffen.
Zo zal ook elke geestelijk dorstige in zichzelf een rots, indien hij komt tot Mij, ook ter ere Gods, en tot heil van anderen gaan leven", sprak eens Christus. Door middel van de Heilige Geest zou de Heere dit doen, zegde Christus toe.
Die belofte heeft de Heere, na Zijn verheerlijking ook vervuld, aan velen die in Hem geloofden.
Herinnert u maar wat op de Pinksterdag te Jeruzalem gebeurd is. De discipelkring kon uit zichzelf niet zo God groot maken en zo vrijmoedig getuigen tot de verzamelde gemeente.
De Heilige Geest vervulde hen toen en zo konden zij God verheerlijken en mensen dienen. Had de Heilige Geest voorheen aan hen gewerkt, zodat zij opschrokken in hun zondig leven, en begerig werden naar Gods genade en zich tot Christus wendden, toen kwam de Heilige Geest in hen, en maakte hen tot een fontein van levend water, vruchtbaar voor God en Zijn Kerk.
Lezer, straks moesten wij zeggen, dat er zo weinig geestelijk dorstenden zijn in onze tijd. Is nog niet veel kleiner het aantal van hen, aan wie de Heere Jezus deze belofte vervuld heeft? Gering is helaas het aantal van hen, die in geestelijk opzicht op die watergevende rots van Horeb gelijken.
Hoe zou dat komen?
Is Christus dan niet gisteren en heden Dezelfde en tot in der eeuwigheid? Beslist wel. Bij Hem is geen verandering of schaduw van ommekeer.
Het feit, dat zó weinigen stromen van levend water opleveren ter ere Gods, tot troost van medegelovigen en tot heil van een geesteloze Kerk en verdwaasde wereld, ligt bij de mens.
Er is dikwijls zo weinig gebed tot de Heere Christus, 0m de vervulling van deze belofte te mogen smaken. Menigeen is al tevreden wanneer hij zelf enigermate verlost is van de kwelling van de geestelijke dorst. En de begeerte leeft niet om voor de Heere en anderen vruchtbaar te zijn. De Heere moge deze begeerte verwekken door deze meditatie. En de bede vermenigvuldige ook met betrekking tot bovengenoemde toezegging:
Gedenk aan het woord
gesproken tot Uw knecht
Waarop Gij mij
verwachting hebt gegeven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's