De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Calvijn-herdenking 2

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Calvijn-herdenking 2

13 minuten leestijd

De Institutie.

In 1559, dus 400 jaar geleden, kwam de Institutie in gerijpte, definitieve vorm van de pers. Het is een , , beroemd" boek geworden, met alle gevaren van dien. Het is zeer veel geprezen en wonderlijk weinig gelezen. De doorsnee-gereformeerde, die zich nog al eens op Calvijn beroept, wekt zo wel de indruk, alsof hij in die Institutie van haver tot gort thuis is, maar deze indruk is er vlak naast. In heel enkele van onze gezinnen ziet men W. á Brakels Redelijke Godsdienst , de Institutie der 18e eeuw nog weleens op het boekenplankje staan. Maar Calvijn ontmoet men er zelden of nooit. Of dat erg is? Niet zó erg, want W. á Brake! heeft de echte Institutie op een verdienstelijke wijze populair gemaakt en onder het volk willen bren­gen. Dat betekent daarom nog niet, dat dit hem geheel zou gelukt zijn; we zouden toch wel erg graag zien, dat men om de „vertaling" het origineel niet vergat,

Als we hierover zo wat brommen, moet er meteen maar bijgezegd zijn, dat van Calvijn's bijbelverklaringen op onze boekenplanken nog minder is te vinden. Het ontbreekt ons niet aan respect voor Matthew Henry, want hij is van een edel ras; het puriteinse. Intussen bevreemdt het ons toch wel, dat men begin dezer eeuw zijn bekende bijbelverklaringen (de kleine uitgave; er is ook nog een veel uitgebreidere) is gaan herdrukken in die bekende banden, die een nog weelderiger indruk wekken, dan ze werkelijk vertegenwoordigen. Deze , , Henry" is op onze jeugdverenigingen een veel geplunderde , , bron" geworden. Daar was en is hij o.i. echter te weinig toe geschikt. Hij is meer beschouwelijk-meditatief dan , , zakelijk" uitlegkundig, wat zeker onze jonge mensen nodig hebben.

We zeggen daarom toch wei spijtig: , , Waarom heeft men in die , , goede oude tijd" toen boeken haast niets kostten, in plaats van Henry niet Calvijn's commentaren herdrukt! Wat zou dan deze soliede , , zakelijke" schriftuitlegger een bekend- en bemindheid hebben kunnen verwerven, die hem nu bijna geheel ontgaat!"

Actueel.

We keren terug naar de Institutie, waarover we het met name hebben willen. De vorige maal vertelden we al, hoe snel Calvijn, juist door dat boekje, , , beroemd" is geworden. Dit werk had een bijzonder goede pers; het was blijkbaar hoogst actueel en kwam in de jonge Reformatie als geroepen. De Institutie, aanvankelijk eigenlijk maar een catechismus, dus wel helemaal een , , lekedogmatiek", kwam van pas. De eerste uitgave verscheen in 1536. Dan is de Hervorming al niet meer zo jong; dan heeft ze al zorgen te over, naar buiten en naar binnen. Dan is het dus juist de gewenste tijd voor een dogmatische bezinning, die immers die zelfde , , fronten" bestrijkt: dat naar binnen (het pastorale, confessionele) en dat naar buiten (het apostolaire, apologetische).

Voorgangers.

Reeds Melanchton had een greep gedaan naar een protestantse dogmatiek. Dit is zijn beroemde „Loci theologici"; wij zouden zeggen: Hoofdpunten der dogmatiek. Zoals de titel zegt, was dit werk, dat ook „beroemd" werd en een reeks drukken beleefde, zeer fragmentarisch. De kijk op het geheel ontbrak er en juist die moest van groot belang zijn. Naar die kant had Zwingli's dogmatlek „Commentaar op de ware en valse religie", later zijn Schluszreden, bepaalde voordelen. Maar Zwingli heeft zijn religieuze gedachten in een sterk wijsgerig kleed gehuld; dit komt aan de eenvoud allicht niet ten goede. Dan komt Farel, (de man, die Calvijn in Geneve voor de dienst van het Evangelie wist vast te houden) en geeft een heel kort, populair dogmatiekje, dat onder ons heel weinig bekend is geworden: Korte en bondige samenvatting van enkele punten, die zeer belangrijk zijn voor elk christen, om zijn vertrouwen op God te stellen en zijn naaste te helpen. Zoals de titel al uitwijst, is dit een zeer aantrekkelijk en levendig boekje, dat niet verdiend had zo sterk in vergetelheid te komen. De , , schuld" daarvan ligt vooral bij de auteur, die zeer klein van zichzelf dacht en die, toen Calvijn's Institutie verscheen, verdere drukken van zijn boekje weigerde en, mét een prachtige zelfverloochening de mensen naar Calvijn verwees. Dit moest even vermeld worden: theologen kunnen nog al eens preken over: elkaar uitnemender achten enz., maar in de praktijk komt daarvan zelden die zelfverloochening, die Farel hier heeft getoond. Het zal de moeite lonen, diens bewogen leven in deze kolommen nog eens te verhalen.

De Hervorming had dus wel een dogmatiek. De Lutherse had die in Melanchton, die daarin Luther aanvulde, die er de man niét toe was, een dogmatiek te geven. Melanchton; was bij de felle Lutheranen echter wat verdacht: men vond hem. te slap en te vredelievend tegenover de gereformeerden. Calvijn heeft ruimhartig, een franse uitgave van Melanchton van een voorrede voorzien, waarin hij waardering en kritiek weet te mengen.

De Gereformeerde Hervorming had in Farel en Zwingli z'n dogmatische pioniers, over wier verdienste en tekort we zoeven spraken.

Welkom.

Uit deze situatie kan duidelijk zijn, hoe uitermate actueel de Institutie moest zijn. Van Roomse zijde zag men het gevaar uitstekend en dacht aan een product van de hel. Van gereformeerde zijde was de lof uitbundig en soms wat overdreven, zoals in het geval van die Hongaarse predikant, die in een lofdicht ervan verzekerde, dat na de tijd der apostelen de eeuwen geen boek gezien hadden, zo loffelijk als dit.

Die hoge lof heeft Calvijn zeker niet geaccepteerd; de roem. is hem dan ook niet naar het hoofd gestegen. Hij vertelt hoe verrast hij was, dat men in zijn , , catechismus" zoveel genoegen vond, maar zag dit als een aansporing, om het eenvoudige werkje te vervolmaken. Dat is dan ook gebeurd; in de jaren na 1536 heeft Calvijn gedurig aan zijn lievelingsgeschrift gewerkt en zo is het al meer uitgegroeid tot een dogmatisch handboek, waarheen hij, b.v. bij zijn uitlëgkundige colleges, kon verwijzen.

Het boek bleef in grondlijn ongewijzigd. De , , kijk" op het geheel van de 27 jarige is geen andere, dan die de 50 jarige, een kleine 25 jaar later, heeft. Maar er zijn allerlei vergeten of wat verwaarloosde onderwerpen ingeschoven, tot dat het dan in 1559 zijn laatste vorm kreeg, die zowel het nieuwe heeft van de verdeling der stof in vier grote delen. Zo kennen wij heden ten dage de Institutie en zo halen we hem aan: Boek I, God als Schepper; Boek II, God als Verlosser in Christus; Boek III, God als Vernieuwer in de Heilige Geest; Boek IV, Het leven van de christen in de verbanden van kerk en staat.

Wie de eerste uitgave (een zeer zeldzaam boekje heden ten dage!) naast de foliant van 1559 legt, merkt, dat het bij zoveel blijvends, toch wèl kon verkeren: de omvang is ongeveer het vijfvoudige van de oorspronkelijke geworden. Dit achten we allicht indrukwekkend en veel belovend en beide komen hier van pas. Maar licht kan met zijn zonder schaduw. Veelvuldig is opgemerkt en ook wel betreurd, dat het dogmatische handboek niet meer die fleur en dat spontane kon behouden van die eerste jeugdige, en toch allesbehalve onbezonnen proeve. Vandaar dat men de uitgave van 1536 toch niet vergeten heeft en met name de Fransen hebben voor de eerste Franse vertaling der Institutie van 1541 een bijzondere voorliefde en hebben die nog al eens uitgegeven.

De „kijk op het geheel".

Zoals we al zeiden: De Institutie onderscheidt zich daarin van Melanchton's ontwerp van een protestantse dogmatiek, dat hij, niet in de delen blijft steken, maar de kijk op het geheel zoekt. Wanneer u dit niet verkeerd verstaat, willen we wel erkennen, dat naar die kant Calvijn een , , systematicus" is. Maar dat ontkennen we krachtig, wanneer daarmee bedoeld zou zijn, dat hij een vastgesloten systeem ontwerpt, in de trant van de grote middeleeuwse dogmatlci, om naar hartelust van dat systeem uit logische conclusies te gaan maken. Want Calvijn's kijk op het geheel (, , systeem") behoudt openheid, naar het Woord toe, dat het wil dienen en belichten èn naar het Kerke- en mensenleven toe. In dat verband is frappant de afwezigheid van een filosofisch schema, dat zo licht om de religieus-theologische werkelijkheid gaat heersen. De vier grote hoofdstukken van de Institutie volgen eenvoudig , , pastoraal" de gang van de Apostolische Belijdenis en dit heeft niets wijsgerigs.

Moeilijk ?

Reeds dit geeft ons aanleiding om nog weer eens tegen te spreken, dat deze Calvijn zo moeilijk zou zijn. Die onder ons zo veel gehoorde klacht vinden we verontrustend. We vrezen, dat Smytegelt's  zoetvloeiendheld en de gemakkelijke, wat mystiek getinte breedsprakigheid van zoveel van onze preken en stichtelijke lectuur ons volk grote schade gedaan heeft. Met name onze prediking moet hier uitdrukkelijk in gebreke worden gesteld. Calvijn preekt zeer eenvoudig, maar er zit altijd pit en sap in, wat van veel „gereformeerde", simplistische prediking, niet kan gezegd worden, Hoe benauwd, hoe splinterig en benepen kan het zijn in de sfeer, die toch, zegt de man hoog te achten, die in dogmatiek, preek en politiek de kijk op het geheel voorop stelde. De lust, om hier grappen te maken, ontbreekt ons geheel en al. Juist in dezen is de leuze: Nadere Reformatie, geboden. Als het dan maar geen leus blijft.

De ihoud

Het eerste boek van de Institutie spreekt over God als Schepper en bespreekt de vreugden en de moeiten, die het geloofsleven daarin ontmoet. Het tweede boek doet blijken, dat de openbaring der natuur, voldoende om ons alle verontschuldiging te ontnemen, toch niet tot het hart der zaak leidt, d.i. tot God in Christus. Het bespreekt daarin het uittreden van God en het zich openbaren als Verlosser en u kunt daar alles vinden, wat op dit gebied vragen en antwoorden opwerpt.

Het derde boek spreekt op een zo brede wijze over het werk van de Heilige Geest, dat men er goede grond in vond van Calvijn te spreken als van , , de theoloog van de Heilige Geest". Deze aanduiding is onbillijk tegen anderen; Calvijn heeft, bij alle rijke aanleg en genadegaven, waar hij kon van zijn buren (Augustinus, Luther) geleerd en bedoelt helemaal niet, als een eenzame ster aan het firmament te schitteren. Maar de uitwerking, die hij aan de betekenis van de Heilige Geest, voor Kerk en wereld (ook voor de wetenschap) geeft, is toch buitengewoon en baanbrekend. Met leedwezen stellen we vast, dat in de ontwikkeling na hem ook dit kostbare goed zeer is verwaarloosd en verdonkerd, juist weer, waar het gaat om die , , kijk op het geheel". Wanneer wij. Gereformeerden van de Hervormde Kek aan die Kerk en aan heel Gods Kerk één grote dienst bewijzen kunnen, zal het moeten zijn een intense concentratie op die leer van de Heilige Geest, die tevens het kennen van Vader en Zoon (en van onszelf) insluit en dus het geheel van Schepping en Herschepping in oog en hart heeft. We moesten minder vrijbljvend klagen over het bederf der Kerk, maar hier het kwaad ter centraler plaats aangrijpen. Maar dat moet dan bepaald positief gebeuren, zoals Calvijn dit deed en niet negatief, want dan stranden we in een wereld- en kerkschuw sectarisme. Het is huiveringwekkend te zien, hoe in de na-Calvijnse tijd met beroep op de Heilige Geest de vlucht uit Kerk en wereld wordt gedekt, terwijl ze bij Calvijn betekende een profetische, zeer positieve aanval op die beide. Moeten we niet vrezen dat hij, in dit zijn gedenkjaar, waarin wij gevaar lopen, zijn graf te versieren met dorre strobloemen, ons moet toevoegen: Gij noemt u wel gereformeerd, maar gij zijt van een andere geest dan ik!

De verkiezende God.

De plaats ontbreekt ons, om nog weer eens te verhalen, op welke gevoelige, critische plaats Calvijn over zijn veel misverstane belijdenis van de voorbeschikkende God spreekt. Dat doet hij niet in boek I, bij de Schepping, maar dat doet hij, als hij in boek II van Christus heeft gesproken. Als hij dat doet tegen de achtergrond van onze totale verlorenbeid en onwaarde, zegt hij: christenmens, verstaat ge nu, waar uw heil vandaan komt? Dat is bewerkt met u, over u, zonder u de grond ervan ligt in het hart van de Drie Ene God. Dat wil dus zeggen: over verkiezing kan en mag niet koud, twistgierig en dus vrijblijvend worden gesproken, maar ze komt op uit de practijk des geloofs, uit de beschaamd-verraste belijdenis: Heb ik dan omgezien naar Hem, die mij aanneemt?

Miskenning.

Ook deze positieve, gelovige, beschaamde belijdenis van de verkiezende God is na Calvijn verdonkerd en begraven op een wijze, die ons al de , , feestvreugde" van deze dag wel kan vergallen. Gaat u maar eens na, op welk een trieste, beschouwelijke en koude manier , , de verkiezing" in onze doorsnee preeken stichtelijke lectuur wordt verhandeld! Maar we verwonderen ons niet te zeer: beroemde, klassieke boeken worden veel geprezen, weinig gelezen.

Tenslotte het vierde boek: op welke wijze Christus ons tot Zijn gemeenschap roept en er ons in houdt. Daar vindt u natuurlijik over prediking, Woord en Sacrament verhaald. U hebt alle kans, daar dingen te ontmoeten, die u helemaal nieuw in de oren klinken.

Zeer belangrijk is ook, dat Calvijn Woord, Geest en Kerk zo samenbindt; maar ook: Woord, Geest, Kerk en Staat; de politiek inbegrepen. Het complete geestelijke leven, dat het geloofsleven is, kent , , de binnenkamer", de huiskamer en de keuken, de Kerk en de school, maar ook het leven in de Staat. Wonderlijk dat juist de Hervormd-Gereformeerden zo lang (en nóg wel) schuw tegenover de politiek staan. Enerzijds geen wonder; want deze , , heilige" zaak pleegt zich in een zeer onheilig gewaad te kleden. Maar anderzijds wel zéér verwonderlijk. Want Hervormd-Gereformeerden stellen immers Calvijn hoog, al zweren ze niet blind bij alles wat hij ooit zei? Zou juist dit jubileumjaar voor hen geen aanleiding zijn, eindelijk die , , beroemde", maar vér weg staande Insititutie eens ter hand te nemen en winst te doen?

De uitgaven van de „Institutie".

Niemand kan zeggen, dat zijn geestelijke, verstandelijke of geldelijke vermogens daartoe niet strekken. Want u kunt met zeer weinig kosten de verkorte Institutie, die dr. B. Wielenga uitgaf, nu in pocketeditie verschenen, bemachtigen. Rekent u er wél mee: alle waar naar zijn geld. Deze verkorte editie geeft maar een heel flauwe indruk van de volle Calvijn; hij valt u licht tegen; u moest, als het u tenminste om de kern der zaak gaat, toch liever , , hogerop" gaan.

Dus een complete uitgave van de Institutie. Er zijn er verscheidene, maar eigenlijk maar één uitblinkende, die alle andere in de schaduw stelt. We bedoe­ en die prachtige uitgave van prof. Sizoo, in prachtig nederlands. Hij is niet zo goedkoop; nieuw, dachten we, goed ƒ 40, —; tweedehands (zelfs dat komt voor) +/- ƒ 30, —. Dat is een heel bedrag. Maar men vraagt méér voor een Brakel , , in hedendaagse spelling". Misschien besteedt u per jaar nogal een sommetje aan populaire romannetjes, u aangeboden onder het motto van meesterwerken. Als u die afschrijft en u heroriënteert, wordt het goed.

Naast , , Sizoo" bestaan ettelijke uitgaven, zoals de 17-eeuwse editie van Corsmannus; door Kuyper (noteert u het? ) weer uitgegeven, in de oude, moeilijke spelling; door ds. Landwehr nog weer eens in het licht gebracht, nu in begrijpelijker nederlands. Toch moet ook van deze naast-beste uitgave gezegd worden: taai, niét opwekkend noch boeiend. Bovendien: dit folioformaat is zéér onpractisch. Een uitgave van ds. Weijenberg ed, Zalman, Kampen, drie kleine delen komt o.i. aan Landwehr niet ver voorbij; dat Calvijn een sprankelende geest had, komt onvoldoende tot uiting.

„Neem en lees".

Dit weinige over de Institutie van 1559. Hebt u smaak aan lectuur, die ingekeerdheid kent als krachtbron voor een staan in het gewone legheid, dat toch van trouw weet in het kleine rentmeesterschap? Dit en nog veel meer vindt u in dat boek van 400 jaar geleden, dat toch nog geenszins verouderd is, dat u aanziet en vraagt: Waarom houdt u mij zo op afstand? Ik was en ben toch voor zeer velen: een helper op de weg?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Calvijn-herdenking 2

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's