De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE SYNODE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE SYNODE

6 minuten leestijd

Het is te begrijpen, dat onder ons met een zekere spanning werd uitgezien naar de voorstellen inzake de afvaardiging van vrouwelijke ambtsdragers naar de centrale kerkeraad en de meerdere vergaderingen der Herv. Kerk.

Het gold hier enkele overgangsbepalingen bij ordinantie 1 en 2. In een vergadering der Synode op 17 november 1958 besloot de Synode om bedoelde overgangsbepalingen aan de kerkeraden en klassikale vergaderingen voor te leggen.

Deze bepalingen zijn in bedoelde vergaderingen behandeld, advies is er over uitgebracht en deze consideraties werden doorgezonden naar de Synode. In de Synode-vergadering van deze zomer kwamen derhalve de voorstellen met consideraties voor de eindbeslissing ter tafel.

In een avondvergadering, die om half acht begon, werden ze door de praeses aan de orde gesteld. En 's nachts om ongeveer kwart voor één werd de discussie gesloten. De volgende morgen vond de stemming plaats.

De voorgestelde overgangsbepalingen luidden als volgt: Vrouwelijke ambtsdragers kunnen tot 1 januari 1965 nog niet afgevaardigd worden naar de meerdere vergaderingen. Ten tweede: Bij plaatselijke regeling kan worden vastgesteld, of gedurende het tijdvak in overgangsbepaling 97a genoemd, vrouwelijke ambtsdragers, die zitting hebben in een wijkkerkeraad, zitting zullen kunnen nemen in de centrale kerkeraad dan wel, of zulks alleen het geval zal kunnen zijn ten aanzien van de vrouwelijke diakenen uit zulk een wijkkerkeraad.

Er zijn er geweest die gezegd hebben: we zijn tegen de vrouw in het ambt en daarom kunnen en willen wij over dit voorstel niet praten. We kunnen alleen voorstellen om de mogelijkheid de vrouw in de ambten te stellen ongedaan te maken.

We kunnen heel goed in deze zienswijze en houding inkomen. Vooral omdat er bij gezegd werd dat bij aanneming van de voorgestelde overgangsbepalingen men geleidelijk aan aan de vrouw in het ambt zou gaan wennen om dan na 1965 maar geheel, zonder enig verder protest, in de situatie te berusten. Men voelde er voor om het conflict maar in al zijn scherpte te laten staan. Deze zienswijze is toch in de Synode door ons niet verdedigd. Het ging hier bij, de voorgestelde overgangsbepalingen toch niet in eerste instantie over de principiëele vraag: voor of tégen de vrouw in 't ambt. In dit opzicht was ieder van ons duidelijk tegen ten volle overtuigd. Er moest echter niet beslist worden of de vrouw tot de ambten zou worden toegelaten ja dan neen. Dit is in een vorige Synode uitvoerig besproken en met kleine meerderheid is het voor aanvaard.

De situatie is dus zó, dat vrouwen gekoten kunnen worden tot ouderling en diaken en in zeer bijzondere gevallen gesteld kunnen worden in het predikambt.

De ernst van deze situatie, met het oog op de schriftuurlijke bezwaren der tegenstanders is het moderamen van de Synode kort na de gevallen beslissing met ernst onder 't oog gebracht.

In tal van gemeenten zullen geen vrouwelijke ambtsdragers gekozen worden. Voor een conflict bestond dus in zo'n gemeente zelf geen gevaar. Maar dat gevaar wordt accuut, wanneer de vrouwelijke ambtsdrager ook haar intrede doen in de meerdere vergaderingen en in de centrale kerkeraad.

De voorgestelde overgangsbepalingen bedoelden dus het vermijden van conflicten en het zoveel mogelijk recht doen aan Schriftuurlijke bezwaren der tegenstanders. Als er telkens gesproken wordt over het elkander vasthouden, als de , , tegenstanders uit principe" geprezen werden dat ze in de Synode, na het aanvaarden van de vrouw in het ambt, niet zijn weggegaan, maar gebleven zijn, dan zouden we op zijn minst verwacht mogen hébben dat de kerk in haar klassikale vergaderingen en Synode de voorgestelde overgangsbepalingen zou hebben aanvaard.

De vraag: maar wat dan in 1965, zullen dan de tegenstanders van de vrouw in 't ambt een ander standpunt innemen of zullen de voorstanders een andere houding aannemen, deze vraag mag niet gesteld worden om daarmee de overgangsbepalingen te verwerpen.

In deze tijd zou de zaak van de vrouw in 't ambt opnieuw bij het licht der Schrift kunnen worden doordacht en goed geargumenteerd vanuit de Schrift ter tafel kunnen worden gebracht, zonder al te veel risico, van conflicten, waardoor altijd stukken worden gemaakt.

Wij vroegen dus niet, zoals wel eens gedacht wordt, om te worden ontzien, neen wij vroegen, voorzover dat nu bereikbaar was, om naar de Schrift te kunnen leven en te kunnen meearbeiden ook in de bredere vergaderingen der kerk.

De consideraties der classes zijn een grote teleurstelling geworden. Niet minder dan 36 classes spraken zich met grote meerderheid uit tegen de voorgestelde overgangsbepalingen en slechts 15 waren er voor. Enkele classes spraken hun tegen uit omdat ze meenden dat door deze overgangsmaatregelen werd ingegrepen in de rechten van de kerkeraden. Verreweg de meeste classes voerden voor hun tégen allerlei emotionele motieven aan. 't Zou onelegant zijn tégenover de vrouw enz. Als tegenstanders' van de vrouw in 't ambt waren wij voor de voorstellen omdat we hierin ook een mogelijkheid zagen het , , werkterrein" van de vrouw zoveel mogelijk te beperken, daarbij hopende, dat de kerk nog eens geheel van de heilloze weg om de vrouw in de ambten toe te laten, zou terugkeren. De synode heeft echter met grote meerderheid van stemmen de voorgestelde overgangsbepalingen verworpen. Ook al, omdat zo'n groot aantal classes zich hadden tegen verklaard.

We hebben er met ernst op gewezen, dat de Synode goed moet weten wat ze deed.

Het gaat hier toch maar niet om middelmatige dingen. Evenmin om wat onregelmatigheden, waardoor iemand in een ambt komt. Want dan kunnen we begrijpen dat Calvijn in een vrij uitvoerige brief aan de heer De Séchelles te Frankfort schrijft dat zijn ijver hem er niet toe moet brengen om met overdreven gestrengheid op te treden, maar dat we ons steeds moeten houden aan déze regel, dat wij, al is het ook al zuchtende, verdragen, wat wij niet verbeteren kunnen, bovenal, wanneer het gaat om de vrede der kerk in het algemeen.

De vrede der kerk in 't algemeen moet ons inderdaad wel eens' wat doen , , slikken" wat wij toch graag anders zouden wensen..

Bij de vrouw in 't ambt echter ging het ons en gaat het ons om een geloofsbeslis'ing.

Bij' een geloofsbeslissing gaat het ook niét om een meerderheid van stemmen.

Eén man kan het recht aan zijn zijde hebben omdat hij het Woord Gods met zich heeft.

Ook een beslissing van een meerdere vergldering heeft slechts in zoverre voor ons gezag als deze beslissing met de duidelijke uitspraken der Schrift overeenkomt.

De meerderheid der Synode heeft aan het ernstig en dringend beroep dat op haar gedaan werd geen gehoor willen geven.

Ze heeft zelfs dit uitstel in de zin van de overgangsbepalingen ons niet gegund. Dit kan ons alleen maar smarten. En we zullen niet mogen nalaten ons protest, gegrond op de Schrift, blijvend te laten horen. We hebben de positie waarin we gekomen zijn, bij het licht van Gods Woord, ernstig onder ogen te zien.

Laat dit gebeuren met ootmoed, met gebed, smekend om Gods gunst over onze kerk, die ons lief is. Worstelend aan de troon der genade om de Heilige Geest die in alle waarheid leidt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE SYNODE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's