De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

CALVIJN en de Cultuur 1

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

CALVIJN en de Cultuur 1

8 minuten leestijd

Aan de uitnodiging, die het jaar 1959 als gedenkjaar van Calvijn's geboorte — 10 juli 1559 zag hij te Noyon het levenslicht — en van zijn werk ons aanbood, is ruimschoots en in brede kring gehoor gegeven. Niét alleen door vertegenwoordigers van het gereformeerd protestantisme, welks geestelijke vader hij kan genoemd worden, doch ook daarbuiten, omdat hij ontegenzeggeilijk een der grootsten is geweest, die God deed verschijnen in de historie van het gekerstend Europa.

Nu heeft de aanvaarding van die uitnodiging zich niet slechts beperkt tot een algemene bezinning op persoon, leven en werk van de reformator, doch zij heeft er ook toe geleid om speciale aspecten van zijn arbeid in het licht te stellen. Zo is gehandeld over , , Calvijn en de Kerk", , , Calvijn en de Psalmen", , , Calvijn en de ouderling" en meer dergelijke onderwerpen. Het is in die lijn, dat het onderwerp, waarvoor thans onze aandacht gevraagd wordt, aan de orde werd gesteld en zijn behandeling van mij gevraagd.

Is het zinvol en heeft het zin te handelen over Calvijn en de cultuur? Is er niet tussen de beide delen van dit onderwerp een innerlijke om niet te zeggen principiële tegenstelling? De cultuur, hoe dan ook te omschrijven, is — zo voelen we het wellicht aan — een werelds bedrijf; en Calvijn is de man, die in al zijn arbeid het Koninkrijk van God en Zijn Christus wilde dienen en opkomen voor de ere van de allerhoogste Koning. Calvijn's woord: , , een hond blaft, wanneer naar zijn meester wordt gewezen, zou ik dan zwijgen als de eer van mijn God wordt aangerand", is in dit verband wel veelzeggend.

Zo gesteld is er iets van te verstaan, dat men Calvijn heeft genoemd: , , de piëtist onder de reformatoren" en hem wilde zien als , , een man met een monnikenziel, die de wereldvlucht in zijn vaandel heeft". In deze lijn heeft men Calvijn zelfs ingedeeld bij de , , geestdrijvers", de wederdopers en de volgelingen van David Joris, die van geen overheid en staatsorde wilden weten, maar die verachtten en bestreden, omdat ze de volle verwerkelijking van het Koninkrijk Gods tegenhielden. Zo kwam Calvijn dus te staan in de gelederen van hen, die hij zijn leven lang op grond van Gods Woord en met dat Woord heeft bestreden en aan wier adres hij krasse woorden niet schroomde.

Daar is meer dat tegen Calvijn in verband met de cultuur wordt ingebracht. Hij wordt, vooral van humanistische zijde, als , , kulturfeindlich", als vijand der cultuur gebrandmerkt. Hij zou , , een hater zijn van kunsten schoonheid". Geneve, voorheen vol klaterende blijdschap en levensvreugde, waar weelde en schoonheid de zinnen bekoorden, zou onder zijn invloed en door zijn toedoen van alle geur en kleur beroofd, en in een stad veranderd zijn, waar somberheid en triestheid heersten, het leven onder een ban van druk en spionnage verkwijnde en spel, toneel en dans verboden waren.

Nu is het waar, dat Calvijn na zijn terugkeer in Geneve, dus na 1541, heeft weten door te zetten, dat de stadsoverheid, om de veelvuldige excessen tegen te gaan, wetten tegen de weelde heeft afgekondigd en aan allerlei uitspattingen, tegen de dreiging der, , libertins", de vrijgeesten in, paal en perk deed stellen. En eveneens, dat Calvijn op kerkelijk terrein strenge tucht heeft doorgezet tegen hen, die zich aan spel en dans overgaven, de samenkomsten der gemeente verzuimden en aan godslastering zich te buiten gingen.

Maar bij dit alles zij niet vergeten, dat, doordat in Geneve de reformatie was ingevoerd, schier heel de stadsbevolking dientengevolge kerklid was en viel onder de kerkelijke tucht. En voorts, dat elke overheid, die haar plicht verstond en met name ene, die zich door God geroepen wist, in die tijd tegen een losbandig leven als waardoor Geneve berucht was, met strenge hand moest optreden.

Zo gezien, kan men de stelling verdedigen dat Calvijn, in stede van hem als , , kulturfeindlich" te signaleren, moet gezien worden in alle maatregelen, door hem zelf — in het regeren der kerk dan — in het loven geroepen, of onder zijn invloed afgekondigd, daarmede de cultuur heeft bevorderd, ja van ondergang heeft gered. En zulks niet om de cultuur als zodanig, maar juist om de zaak van het Koninkrijk Gods. Want krachtens zijn diep religieus leven, geboren uit de Heilige Geest en gebonden aan de Schrift, heeft hij de cultuur bevorderd wijl ook zij Gods zaak moest dienen. Dit doet als vanzelf de vraag opkomen, wat dan onder cultuur zij te verstaan.

Onder cultuur, gelijk ze ons nu bezig houdt, is meer te verstaan dan beschaving. Van Dale geeft die betekenis wel in zijn , , Groot Woordenboek der Nederlandsche taal", doch daarmede komen we in dit verband niet uit. Wel kan hij ons op weg helpen als hij ook , , bebouwing", „velbouw" als verklaring geeft. We kennen het woord allen in dit verband. Men spreekt immers van een stuk land in cultuur brengen. De verbouw van gewassen, vooral uitheemse, noemt men ook wel cultuur.

Krachtens scheppingsopdracht had de mens de aarde te , , bebouwen en te bewaren". Dat hing samen met de heerschappij die God. de mensheid had gegeven over heel de schepping.

Die opdracht is met de zondeval niet verloren gegaan. Ze is gebleven. Ze is mogelijk, doordat God, krachtens Zijn souvereln bestel, deze wereld draagt en in stand houdt, ze door Zijn voorzienigheld heenvoert naar het door Hem voor haar gestelde doel, en daartoe de verwording en verwildering, gevolgen van de zonde en ongerechtigheid der mensen, breidelt en de mens in toom houdt, de schepping voor verzinking in de chaos behoedend. De ouden spraken in dit verband van , , creatio continua", een voortgaande schepping. Calvijn bezigt deze uitdrukking niet, doch leert overvloedig wat ermede bedoeld wordt.

Krachtens dit voorzienig bestel Gods met wereld en mensheid, blijft dus de opdracht van , , bouwen en bewaren" (Gen. 2 : 15). De mensheid wordt er toe gedreven, door de inspiratie van de Heilige Geest. Want al is het bijzondere werk: van de Heilige Geest, wat ons staat beschreven in Joh. 16 : 5—15, dat wij samenvattend kunnen noemen: de wedergeboorte in al haar diepte en uitgebreidheld, die Geest is niettemin van een oneindige werkzaamheid ook in algemene zin. Hij werkt alzo verlichtend, inspirerend, ontdekkend, bekwaammakend in op de mens. Hij is het Die de mens daarin begiftigt met een algemene genade, een benaming, welke we bij Calvijn wél vinden. Men leze er maar de Institutie boek II, C. II, § 17 op na ! Deze , , algemene genade" is genoemd , , het grote Calvinistische leerstuk", le grand dogma Calviniste. Ik laat dit voor rekening van de auteur, Doumerque, de grote biograaf van Calvijn. Maar het stuk zelf is Schriftuurlijk in volle zin, gelijk Calvijn in zijn Institutie en Commentaren oVervloedig aantoont.

Krachtens die wondere voorzienigheid Gods nu, en de daaruit voortvloeiende , , algemene genade" voert de mensheid de eeuwen door de worsteling om de aarde te bebouwen, de krachten, die in de schepping schuilen te ontdekken en voor zijn levensontplooiing in werking te stellen, het leven , , leefbaar" te maken en te veraangenamen. Een moeizame strijd, vol gevaar, bloed en tranen. Deze strijd, deze worsteling, dit cultuurproces, zet zich door, ondanks de vele crises en weeën, waarmede het door de gevolgen van de zondeval gepaard gaat. De aandrift daartoe in de mens komt op uit de in hem bewaard gebleven drang om de wereld te beheersen en de in de schepping sluimerende mogelijkheden te verwerkelijken en in zijn dienst te stellen. Dat hééft een wetenschapsontwikkeling gebaard, welke in toepassing harer resultaten het leven veel heeft veraangenaamd. Niemand zal dit ontkennen. Allen genieten van dit cultuurproces, ook zij, die — heel vaak slechts in theorie! — de wereldvlucht en de , , mijdinge" cultiveren.

De ongelovige mens stoft op al de trioimfen van wetenschap en cultuur. Onze tijd geeft dat overvloedig te horen. Men kan niet zeggen, dat die cultuur als zodanig veredelend werkt en de beschaving bevordert. Het kan. Doch dan is het te danken aan een algemene, inkomende werking des Geestes, welke er nog is, dank zij. het feit, dat God wereld en mensheid niet aan haar lot overliet, maar haar gedenkt in Zijn voorzienigheid. En zulks bovenal om Zijn Kerk in het leven te roepen en te behouden en de komst van Zijn Rijk mogelijk te maken. Daarom kan de christelijke religie niet vijandig staan tegenover de cultuur, hoezeer zij haar gevaren heeft te onderkennen, om er zich voor te hoeden. Zij heeft dan ook , , de vruchten van de geestelijke arbeid der voorgeslachten als Gods gave aanvaard, der mensheid geschonken dank zij een , , gemene genade", die de strekking heeft de komst van Gods Koninkrijk mogelijk te maken". (H. Visscher, De Schepping). Calvijn is het geweest, die deze waarheid der Schrift ons heeft in het licht gesteld.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

CALVIJN en de Cultuur 1

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's