De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

CALVIJN en de Cultuur 2

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

CALVIJN en de Cultuur 2

7 minuten leestijd

Uit het eerste artikel is, naar ik hoop, wel enigszins duidelijk geworden wat onder , , cultuur" zij te verstaan. En tevens, dat Calvijn's waardering en zorg voor die cultuur niet een overblijfsel is uit zijn humanistische periode, of opkomt uit de zaden in de jaren voor zijn bekering, uitgestrooid in zijn hart, de tijd, waarin hij onderwezen werd in al de wijsheid der grootmeesters van het humanisme zijner dagen. Ik leg daarop expres de nadruk, omdat dit gevoelen in zekere kringen heerst. Daarmede wil ik geenszins beweren, dat ook voor zijn latere arbeid dit onderwijs niet van grote betekenis is geweest. Zijn grote talenkennis, zijn belezenheid in de geschriften der oude kerkleraars, geven daarvoor wel genoegzame bewijzen. Doch heel deze wetenschappelijke toerusting is voor het grote werk in dienst gesteld, doordat hem het licht uit Gods heilig Woord opging, en hij in de begenadiging des Geestes het hart vond van de Drieënige God, in Christus Zijn God en Vader. Het is door die genade, dat hij zich leerde verlustigen in de werken Gods' in schepping en herschepping; verlustigen in die zin, dat hij het ook als zijn taak zag, die te doorzoeken en de kennis, daarvan uit te dragen.

Zo nu is het te verstaan, dat het begin van zijn verklaring van Gen. 1 als een loflied is op de deugden van de Drieenige, en hij het werk des Geestes in de toebereiding van de chaos tot kosmos groot maakt. Wat Hebreen 11:3 ons zegt van het , .verstaan door het geloof", dat vinden we telkens weer als we ons verdiepen in wat Calvijn ons in zijn commentaren en andere werken betreffende het scheppingswerk Gods leert. Zijn visie op heel het wereldgebeuren is zuiver religieus.

Zo weet hij het werk Gods te waarderen ook zelfs in degenen, die de Geest der wedergeboorte niet deelachtig zijn, gelijk de zonen van Kaïn. Ze zijn, zegt hij, , , begiftigd met niet te verachten gaven".

Zo zou ik meer voorbeelden kunnen geVen, maar ik moet mij beperken. Ze zijn in ruime mate te vinden in de dis­sertatie van dr. S. v. d. Linde: , , De leer van de Heilige Geest bij Calvijn", waaraan ik ook in het voorgaande ontleende.

Zo is. het te verstaan, dat Calvijn grote belangstelling heeft voor wetenschappen, als natuurkunde en sterrenkunde. Calvijn weet er van te genieten en ze te bevorderen. Vooral de sterrenkunde had zijn bijzondere liefde. Hij was trouwens zo zeer thuis in de diverse takken van wetenschap, dat hij gerekend werd onder de geleerdste mannen van zijn tijd. Bij deze interesse voor de wetenschappen op schier ieder terrein, is begrijpelijk zijn ijver voor de stichting der academie te Geneve, welke in 1559 een feit werd. Ik ga daarop hier niet in, omdat dit in ons blad apart wordt behandeld. Ik noem het alleen, omdat daarin ook uit kwam zijn bijzondere liefde voor de beoefening van andere takken van wetenschap dan de theologie.

Calvijn was in de goede zin van het woord cultuurmens. Hij wist te genieten van de gaven van kunst en wetenschap, waarin hij de goede hand zijns Gods had ontdekt, wijl ze ook opkwamen uit de „gemene genade" des Heiligen Geestes. Bijzonder kon hij genieten van de muziek. Voor het psalmgezang in de gemeente heeft hij sterk geijverd. Het is dan ook zeer begrijpelijk, dat hij niets moet hebben van de mensen, die dit alles verachtelijk vinden. Deze lieden, „geestdrijvers", waren „bijzonder gebeten op de staatkunde" en betitelden , , geneeskunde en andere dergelijke als afgoderij en uitvindingen van Satan". Calvijn drijft met een van hun leiders de spot en zegt aan zijn adres: , , Hij orakelt, dat de beoefening der geneeskunst goed is voor leeglopers, maar niet voor geestelijke lieden, die op zijn hoogte leven, en die dag en nacht Gods Wet betrachten. Die fantast! Ze moesten hem  maar eens in een kamer opsluiten, zonder eten en kleding en alleen met zijn Bijbei. Dan zouden wij eens zien hoever hij het bracht met aan niets anders te denken" (v. d. Linde, blz. 50). Het behoeft geen betoog, dat Calvijn met deze afrekening geenszins bedoelt de echte vroomheid, die zich laaft aan het , , 'dag en nacht bepeinzen van Gods Wet" te treffen. Dat is van de man, die zijn leven gaf om het volk op te voeden en te onderwijzen naar de Schriften, geenszins te verwachten. Hij stelt de excessen aan de kaak, naar het Paulinische woord, dat spreekt van , , begonnen zijn met de geest, voleindigd met het vlees" (Galaten 3:3).

Cultuur, het woord wel te verstaan, is naar oorsprong verwant met cultus. Beide woorden zijn afgeleid van hetzelfde latijnse werkwoord, dat behalve bebouwen, ook kan betekenen: vereren en zulks in religieuse zin. Er is een cultuurwaardering, die cultus of religie wordt. Een cultuur alzo, die de plaats van religie, godsdienst, inneeimt. Alle cultuuroptimisme loopt gevaar daarin te ontsporen.

Calvijn was allesbehalve cultuur optimist. Hij had een open oog voor de gevaren, die in alle cultuur schuilen. Prof. dr. H. Bavinck heeft eens gezegd, dat als de cultuur niet blijft onder de schuts van de cultus — hij bedoelt hiermede de religie der Schriften — zij eindigt in bestialiteit. Daarvoor was Calvijn's oog geopend. Daarom ijverde hij voor de ware vreze Gods, door de religie des Woords met al zijn krachten tot heerschappij te brengen. Het is mede daarom, dat hij opkwam voor het ambt der overheid, een der kostbaarste goederen der , , gemene genade" en het de gestalte gaf, die we zien in het slothoofdstuk der Institutie, waarop art. 36 der Confessio Belgica, de Ned. Gel. Bel., is afgestemd, en die ook in dezen naar verwantschap met Calvijn duidelijk vertoont. Hij heeft met al de kracht hem geschonken, de overheid in Geneve gesteund en gestimuleerd om de Kerke Gods, om het Koninkrijk van Jezus Christus te bevorderen, maar evenzeer om de cultuurgoederen te bewaren en te laten functioneren voor het doel, waartoe God ze in Zijn souverein bestel gegeven heeft.

Wij leven in andere tijden dan hij. In de wisseling der eeuwen is Europa en zijn cultuur grotendeels ontkerstend. Zelfs in Geneve is schier niets meer te speuren van het ideaal, dat Calvijn voor ogen stond, en waarvan de realisering in zijn tijd maar ten dele was. Ligt dit aan de straffe maatregelen en methoden, met welke hij het heeft willen doorzetten? Velen beantwoorden die vraag in grote stelligheid bevestigend. Calvijn heeft zeer zeker niet feilloos gewerkt. Moet dat niet gezegd worden van ieder mensenkind, hoe groot, hoe zeer met geniale gaven gesierd? Maar afgezien daarvan, blijven de grote beginselen van Caivijn hun macht behouden, ook in de verwordende cultuur van thans. In zijn levensarbeid is openbaar geworden, dat in de christelijke religie krachten schuilen, die de cultuur niet vijandig zijn, maar integendeel haar kunnen bevorderen. , , Het calvinisme, de principiëelste conceptie der christelijke religie, is van meetaf een rein religieuse beweging, die in haar ontstaan met generlei wijsgeerige strooming samenhangt. Zij kan daarom alle levensgaven, ook de wetenschap heiligen door al haren arbeid en al hare resultaten in het haar eigene religieuse llcht te stellen in afhankelijkheid van God" (H. Visscher: De Schepping, blz. 117). Die levensarbeid heeft Calvijn kunnen verrichten door de genade Gods die hem deed leven uit het Woord, dat hem de bron van kracht tot zijn arbeid was. Hij wilde in dit alles niet anders zijn dan , , leerjongen van Jezus Christus". Daarin zij hij ons tot lichtend voorbeeld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

CALVIJN en de Cultuur 2

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's