De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Gouden Scepter

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Gouden Scepter

6 minuten leestijd

En het geschiedde, toen de Koning de Koningin Esther zag, staande in het voorhof, verkreeg zij genade in zijn ogen, zodat de Koning de gouden scepter, die in zijn hand was, Esther toereikte: en Esther naderde en roerde de spits der scepter aan. Esther 5 : 6.

Koning Ahasveros heeft een wet getekend, waardoor op één dag alle Joden in zijn rijk gedood zullen worden. Vermoedelijk heeft hij er niet aan gedacht, dat de Koningin Esther ook onder dit oordeel viel. Maar een eenmaal getekende wet kan niet meer herroepen worden. Zoals te begrijpen is, heerst er onder de Joden een grote verslagenheid. Is er dan niets tegen te doen, en zullen zij zich maar weerloos moeten laten afslachten? Nu ja, daar is nog één uitweg, één kans, nl. dat de Koningin Esther tot de Koning gaat om lijfsbehoud te smeken voor zichzelf en haar volk. Evenwel Koningin Esther durft niet. Bestond er niet een wet, dat al wie ongenodigd naderde tot de Koning gedood zou worden, tenzij de Koning hem of haar de koninklijke scepter toereikte? Haar oom Mordechai, maakt haar duidelijk, dat zij hier geen keus heeft. Niet gaan betekent zeker de dood, en gaan, ja, dat kan de dood betekenen, maar dit kan ook het leven betekenen. Er zal een vasten van drie dagen uitgeroepen worden onder de Joden en dan ja, dan zal ze gaan. Komt ze dan om, zo komt ze om, maar zij zal gaan.

En zo gaat zij. Haar koninklijk kleed heeft zij aangetrokken. De Koning is gezeten op zijn troon. Verwonderd kijkt hij op. Wie is die brutale, die daar ongeroepen binnenkomt? Het is Esther, zijn gunsteling, in deemoedige houding, wachtend op leven of dood uit des Konings hand.

Wat ik nu zou willen opmerken is dit: Koningin Esther is op het moment dat zij tot de Koning gaat, een mens in nood. Ja in grote nood. Uiterlijk is dit niet aan haar te zien, maar het doodvonnis is toch al over haar en haar volk uitgesproken.

Zij leeft met haar volk onder het oordeel.

En is zij zo niet een beeld van de mens, zoals hij is van nature. Wij zijn immers zondaren, en dat betekent toch, dat wij liggen onder het oordeel, liggen onder de vloek, dat betekent toch: , , Wij zijn Uw gramschap dubbel waardig." Zijn wij door genade ons daar van bewust? Want wat kunnen wij vaak zorgeloos voortleven, alsof er geen zonde en oordeel bestaat. Hierin zien wij, hoe de mens verdwaasd en verblind geworden is, door de zonde, ja wij menen zelfs rijk en verrijkt te zijn. Maar zo zegt de Schrift: , , 'Gij weet niet dat ge zijt arm, en naakt en ellendig." Wij hebben de dood verdiend en liggen onder het oordeel des doods, ja onder het oordeel van het eeuwig van 'God gescheiden te moeten zijn. En de mens die dit door genade heeft leren zien, zal uitzien naar redding, naar verlossing. Heeft onze catechismus het niet zo gevraagd: , , Aangezien wij dan naar het rechtvaardig oordeel Gods tijdelijke en eeuwige straf verdiend hebben, is er enig middel, waardoor wij deze straf kunnen ontgaan en wederom tot genade komen? "

Er is er maar Eén, die hier redden kan en dat is de Heere zelf, Hij is het, Die in de meest volstrekte zin van het woord Heere is van leven en van dood. Maar is Hij niet de Heilige, Die een ontoegankelijk licht bewoont? Is Hij niet een verterend vuur, en wie kan wonen bij een verterend vuur? Ja elke zondaar, die buiten Christus is zal verteerd worden door de gloed van Zijn majesteit !

Wij lezen hoe Konlngin Esther er als een berg tegenop zag, om tot de Koning te gaan, maar zij had geen andere keus. , , Kom ik om, dan kom ik om", zo heeft zij gezegd.

En zie, zij vindt genade. Maar toch, zij zal nooit tot wien ook in haar rijk kunnen zeggen: , , Ga nu ook maar", want het was even zo goed mogelijk geweest dat haar niet het leven, maar de dood gewacht had.

En dit is nu juist het grote verschil met het Evangelie. Zeker: er wordt niets afgedaan van het feit, dat God heilig en rechtvaardig is, maar wie door zondenood gedreven tot Hem nadert, wie de dood voor ogen ziet, en met Esther het moet uitspreken: , , Kom ik om, dan kom ik om", zo iemand mag het weten, dat hem wacht het leven i.p.v. de dood, de vrijspraak i.p.v. het oordeel, de redding i.p.v. de ondergang.

, , Zo waarachtig als Ik leef", spreekt, de Heere, Heere, , , Zo Ik lust heb in de dood van de zondaar, maar hierin heb Ik lust, dat hij zich bekere en leve." Hoe dit mogelijk is zullen wij zien. Wij kennen het verloop van de geschiedenis van Esther. De Koning wordt aan de maaltijd genodigd door de Koningin, maar nog komt Esther niet met haar verzoek. Ze zal dit de volgende dag doen. En ja, dan komt het verzoek-van redding voor haar en haar volk. En de Koning willigt haar verzoek in. Maar op welke wijze? De wet, dat de Joden gedood zouden worden, is reeds getekend.

Daar kan niets meer aan veranderd worden. Maar zie, nu wordt een andere wet uitgevaardigd, dat de Joden zich mogen verdedigen. En is het nu eigenlijk ook niet zo gegaan, met de genade en barmhartigheid Gods voor de zondaar? Het woord uit Genesis: , , Ten dage als gij daarvan eet zult gij de dood sterven, " Dat staat er en niemand kan dit Woord ongedaan maken.

Zou God spreken en het niet doen? Paulus zegt op grond hiervan: , , De bezoldiging der zonde is de dood." Maar zie, nu heeft God in Zijn grondeloze barmhartigheid een weg ter ontkoming gebaand in Jezus Christus, Zijn Zoon. En zie, Hij heeft het oordeel en de straf gedragen, die wij moesten dragen. Hoe schoon wordt dit plaatsvervangend lijden van dien Borg en Middelaar niet omschreven in het Avondmaalsformulier: , , Waar Hij' gebonden werd, opdat Hij ons zou ontbinden, daarna ontallijke smaadheden geleden heeft, opdat wij nimmermeer ten schande zouden worden, ja Hij heeft de vervloeking van ons op Zich geladen, opdat Hij ons- met Zijn zegening vervullen zou, en is van God verlaten geweest, opdat wij nimmermeer van Hem verlaten zouden worden." Zie, in Christus' is de weg ter ontkoming gebaand. In Christus mag de zondaar verzoend worden met de Vader en mag hij in de Heilige en Rechtvaardige God, neen, niet langer meer een toornig rechter, maar een liefdevol Vader ontmoeten, Die de zondaar, die door zondebesef gekweld tot Hem de toevlucht neemt, reikt de gouden scepter der verzoening. En hebt gij dat reeds mogen ervaren? Of meent gij., dat het niet voor u is, omdat uw zonden te groot en te veel zijn?

Ach weet het dan: Al waren zij rood als scharlaken, wij mogen komen, en bedenken wij wel, dat wij nooit verloren gaan, omdat wij zulke grote zondaren zijn maar juist omdat wij het niet willen zijn. Wendt u dan tot Hem, en bekeert u en wotdt behouden. Bidt om het ontdekkend licht van Gods Geest, opdat gij zien moogt, en stelt niet uit, wat geen uitstel lijden kan.

En zeker in de ontmoeting met God leert de mens sterven aan zichzelf, maar dit sterven, is geen ondergang, maar veel meer opgang, het is het sterven om te kunnen leven, nu reeds in beginsel, en straks voor eeuwig voor Zijn Aangezicht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Gouden Scepter

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's