De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE PREDIKING DER VERZOENING 7 (Slot)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE PREDIKING DER VERZOENING 7 (Slot)

9 minuten leestijd

Inleiding gehouden op de Jaarvergadering van de Gereformeerde Bond op woensdag 15 april jl. te Utrecht

Met alle nadruk moeten wij erop wijzen, dat deze prediking niet zijn positie kiest in de mens. Wij worden met het woord der verzoening in de roepende God gezet, die tot de mens komt. Juist in dit roepen van God wordt op een bijbelse wijze ernst gemaakt met de onwil en de onmacht van de mens. Want deze komen juist openbaar waar God zo indringend roept. Van de onmacht en de onwil van de mens uit ligt er geen weg naar God, maar wel omgekeerd weet God in dat roepen raad met de onwil en de onmacht van de mens. Immers, Hij zegt het niet alleen. Hij doét het ook. Met een zware eed heeft Hij gezworen: Amen, Amen zeg Ik u, de ure komt en is nu, waarin de doden zullen horen de stem van de Zoon van God en die ze gehoord hebben, zullen leven. Het roepende woord is ook het scheppende Woord. Want God is nooit zonder zijn Christus en Christus is er nooit zonder zijn Heilige Geest.

In de prediking is een drieënig God werkzaam. De Heilige Geest is er bij. Hij was er niet alleen bij toen Christus zich door de eeuwige Geest voor God onstraffelijk opofferde in de verwerving van het heil, maar Hij is er ook bij, wanneer het eeuwig verbond en testament der genade in de prediking wordt geopend. Wij mogen hier niet scheiden, wat God bijeengevoegd heeft. Voor wie Christus de zaligheid verwierf, die past Hij ze ook toe.

In het getuigenis van de prediking is het getuigenis van de Heilige Geest. In dit roepen van God door de prediking, gaat de Geest uit en werkt op de akker van de gemeente. Zoals de Geest Gods bij de morgenstond van de schepping levenwekkend en broedend bezig was, zo is Hij nog in de herschepping bezig. Zijn bemoeienissen zijn onder andere: alle onschuld ontnemend, verantwoordelijk stellend, wanneer Christus wordt gepredikt. Dat niet alleen. Hij doet meer. Hij stelt op de rechte wijze de dodelijke onmacht en onwil aan de orde en verbrijzelt alle tegenstand, vernedert ons onder God, doet God rechtvaardigen in het oordeel, dat over ons gaat in de prediking, en maakt levend. Wonderlijk en onwederstandelijk is het werk van deze Geest door de prediking in een mensenhart. Hij handelt niet met een mens als een stok of een blok, maar heeft het op Zijn Naam, dat Hij van een onwillige een gewillige maakt en dat op een zo zachte en tere wijze, dat wij niet anders willen dan wat God wil. Daarom moeten wij in het licht van deze zichzelf verzoenende God de mens uitschudden, zijn laatste schuilplaatsen bombarderen en hem strafwaardig stellen voor God. Wie daarmee niet de laatste ernst maakt, blijft met de prediking van de verzoening boven de hoofden van de mensen zweven en brengt de dingen niet op hun plaats. De verzoening is geen objectief gegeven, die er wel zal zijn, ook al merk ik er niets van, maar een verzoenende God, die doorstoot tot in de diepste diepten van het hart en ons ogen geeft om de Waarachtige te kennen door het geloof, die ons het orgaan geeft om Zijn stem te horen. Immers Christus zegt: Mijn schapen horen mijn stem. Ik ken de Mijnen en Ik wordt van de Mijnen gekend. Dat is het komen tot Christus en het geloven in Christus. Komen tot Christus en in Hem geloven is in de Heilige Schrift hetzelfde. Dan worden wij ervoor bewaard het geloof een medebepalende plaats te geven in de verzoening. En dat gebeurt heel veel! Wij kunnen de mond vol hébben van het geloof, zonder dat duidelijk wordt gemaakt, dat dit het geloof in Christus is. De eeuwen door heeft het Remonstrantisme en het Pelagianisme hier op de loer gelegen om de leer van de rechtvaardiging door het geloof alleen te bezoedelen. Hier hebben alle objectivisten veel kwaad gedaan. Met een beroep op het woord van Luther: Wie het gelooft, die heeft het, bleef Christus vaak buiten het gezichtsveld. Daarom mogen wij met een kleine variatie op dit woord van Luther zeggen: Wie in Hem gelooft, die heeft Hem! Het is het geloven in Christus alleen. Niet een geloven van één of ander leerstuk — hoe waar ook op zichzelf — maar een geloven in Christus tot zaligheid. Een biddende, vermanende en roepende God. Voor Hem dienen wij alle aandacht te hebben in de prediking. Naarmate wij aandacht voor Hem hebben geven wij de zondaar ongelijk, die zijn leven buiten Hem zoekt. God laat deze zondaar nooit met rust. Daarom mogen wij hem ook niet met rust laten. Een zondaar buiten Christus vindt in de Bijbel nergens een plaats. Het komt er elke week op aan, dat wij aan Gods zijde staan en de eis en de belofte van geloof en bekering laten horen. Dan gaan wij nodigen.

Welke is die nodiging?

Laat u met God verzoenen.

Deze nodiging luidt dus niet: Gij zijt verzoend, geloof dat! Het moet vandaag uitdrukkelijk gesteld worden, dat dit niet waar is, omdat de bijbel ons anders leert. Wanneer de prediking der verzoening opgaat in een mededeling van een nieuwe stand van zaken, van een nieuwe situatie, die uitgeroepen moet worden, waarop met geloof of ongeloof kan worden beantwoord, zonder dat dit iets verandert, dan is dat tegen de Schrift.

Wanneer dit zo wordt gesteld (en dat gebeurt), dan is de prediking van karakter veranderd. Dan zijn wij niet meer voor God een goede reuk in degenen, die verloren gaan en in degenen, die behouden worden. Deze wel een reuke des levens ten leven, maar genen een reuke des doods ten dode.

De Schrift leert ons, dat, wie in Hem gelooft, het eeuwige leven heeft, maar evenzeer, dat wie niet in Hem gelooft, reeds geoordeeld is. De toorn Gods blijft op hem. Dat betekent allerminst, dat het geloof een verdienstelijk karakter heeft, maar wel dat het de enige door God bepaalde en gewilde weg is tot de redding.

De nodiging luidt niet: Gij zijt verzoend, maar: Kom tot de Heere Jezus, opdat gij met God verzoend wordt. Letterlijk staat hier: Laat het bij u tot de afgesloten verzoening komen. Gij vraagt: Maar, hoe kan dit nu. God is verzoend en moeten wij ons nu nog met Hem laten verzoenen? Inderdaad. Het één sluit het ander niet uit, maar in. Hier zijn wij aan een zeer belangrijk punt toe in de prediking en de zielszorg. Immers wij kunnen tot aan dit punt door en door bijbels preken, maar wanneer het toekomt aan deze passage plots de werkingen van de drie personen gaan stremmen uit onkunde of erger.

Wij kunnen trinitarisch preken tot aan de toepassing, maar dan plots al deze werkingen van deze drie personen gaan stremmen en de Geest zeer bedroeven.

Immers de Geest laat zich bij de volle doorstoot van de verzoening niet aan de kant zetten, evenmin als de trekking van de Vader verwaarloosd mag worden. Dan bedroeven we de Heilige Geest en werken verdorrend aan de gemeente. Het is zaak hier met de grootste voorzichtigheid en teerheid werkzaam te zijn. Het is mogelijk dat wij de werkingen van de drieënige God rondom kruis en opstandinig bevriezen en stremmen om het dan verder met het pelagiaanse geloofsbegrip te doen. Maar het is ook mogelijk, dat wij stranden in het bevindelijk leven en de mensen laten zitten in hun gestalten en werkzaamheden zonder dat zij afgestoten worden van zichzelf. Daarmee is bedoeld de prediking, die wel de bijbelse kenmerken van het geloofsleven tot aan die verzoening tekent, maar toch de mens weer terug laat zakken in zichzelf. Daarom behoort bij de prediking van de verzoening de volle nadruk te vallen op de vereniging in het geloof met Christus. Dit betekent, dat het steunpunt verlegd wordt vanuit de mens in Christus en hij uit de drassige bodem van zijn eigen gevoelens wordt uitgezet buiten zich zelf. Hier komen de bijbelse noties van de aanneming tot kinderen, van de vrede met God door het bloed van Christus tot hun volle rechten. Daarmee wordt de grondslag gelegd van het leven met God in de volle verzoening en daarmede voor de inwoning van de H. Geest, waarover Christus zo indringend spreekt in de afscheidsgesprekken. Ook Paulus brengt daarmee vele facetten in verband. De verzoening en de prediking daarvan is een voortgaande zaak. Niet alleen omdat aan elk volgend geslacht deze verzoening opnieuw moet worden toegeëigend, maar omdat de gelovigen tot aan hun dood deze prediking deze verzoening nodig hebben en houden. De zonde is er en blijft er als de inwendige kwelling. Deze zonde blijft strafwaardig en verdoemelijk. Hier opent zich een weids perspectief het hogepriesterlijk werk van Christus gedurig aan de orde te stellen en de voortdurende verzoening met God in de dageUjkse stilling van de toorn Gods te prediken.

Daarbij zal de aandacht van de dienaar dienen te gaan of en waar dit woord der verzoening vruchten draagt. Daar is vaak zijn speciale zorg nodig om alle vergroeiingen te voorkomen. Hier komt het pastoraat in het gezichtsveld, waaraan veel aandacht dient geschonken te worden. Immers het pastoraat is het verlengstuk van de prediking.

Tenslotte doet deze dienst der verzoening uitzien naar de volle genieting der verzoening door de vrijspraak in het jongste gericht. Origenes moge een heilsuniversalisme verdedigd hebben uit Gods algemene mensenliefde, Barth moge een heilsuniversalisme preken, waarbij er maar Eén verworpen is, dat is Christus, en Brunner moge zeggen, dat het allen geldt, inzoverre zij geloven, de werkelijkheid is, dat wij niet alleen een gericht achter ons hebben, maar ook voor ons. Wij gaan naar de rechterstoel van Christus. Daar zal alleen waarde hebben het geloof, dat de H. Geest door middel van de prediking in onze harten heeft gewerkt en dat Christus en al Zijn weldaden omhelst. Daarom blijft het: „Laat u met God verzoenen", ingeklemd staan tussen: God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende en: Dien, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE PREDIKING DER VERZOENING 7 (Slot)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's