De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN MERKWAARDIGE UITGAVE 1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN MERKWAARDIGE UITGAVE 1)

7 minuten leestijd

Onderstaande boekbespreking verscheen reeds in de Delftse Kerkbode en in Eenigheid des Geloofs. Om het belang ook voor hervormd gereformeerde kring nemen wij na onze recensie deze uitgebreidere beoordeling hier over.

Om meer dan één reden is de verschijning van dit boek merkwaardig. Het wil, aldus de uitgeefster, , , allereerst onze jongeren aanspreken" en temidden van de vele stemmen , , een eigen gereformeerd-reformatorisch geluid doen horen"; , , op zakelijke wijze het bijbels principiële antwoord zoeken op de vragen en problemen, waarvoor onze jeugd in deze tijd wordt geplaatst". , , Dit eigen geluid is daarom niet overbodig, omdat in onze kringen het , , van bulten geïmporteerde" — hoeveel goeds het ook kan voorhouden — over het algemeen sceptisch wordt ontvangen".

, , Onze kringen" (waar men een kwart eeuw geleden vermoedelijk niet over de uitgave van een werk als dit zou hebben gedacht): dat zijn, voor zover we de 15 medewerkers kerkelijk thuis kunnen brengen, een bepaalde sector van de Gereformeerd Hervormden (ds. H. G. Abma, ds. G. Boer, ds. B. Eysenga, ds. E. F. Vergunst en ds. W. L. Tukker), de Chr. Geref. Kerk (ds. E. Venema) en de Geref. Gemeenten (ds. K. de Gier, ds. A. Vergunst). Verder werken mee een arts, de heer J. Trommel en een ingenieur, ir. H. Fokker, terwijl de heren B. J. van Wijk, B. Florijn, F. J. Otte, P. M. Donkersloot en J. Jobse vermoedelijk allen uit de wereld van het onderwijs komen.

Met grote belangstelling hebben wij rustig van de inhoud van dit lijvige, goéd-uitgegeven boek kennis genomen.

Allereerst een formele opmerking.

, , Dit boek is samengesteld zonder een daarvoor aangewezen redactie". Dat betekent het gevaar, dat men op eikaars terrein komt en sommige onderwerpen (als puberteit b.v.) meer dan eenmaal behandeld worden. Dat gebeurt dan ook wel in dit boek. Een verzamelwerk als dit leest men echter niet achter elkaar uit. Telkens een hoofdstuk is o.i. beter.

Aandachtige lezing en vergelijking van de verschillende bijdragen leidt tot de conclusie, dat het , , eigen gereformeerd-reformatorisch geluid" (waarom deze doublure? Gereformeerd en reformatorisch is toch precies hetzelfde? Hoe zou dit b.v. in een andere taal moeten worden vertaald? Bedoeld is toch wel het ècht-reformatorisch geluid) niet steeds dezelfde klank heeft. Er is verschil in modulatie te beluisteren; je zou van modaliteiten binnen deze kring van gereformeerden kunnen spreken; ja de vraag is gewettigd of de reformatorische grondtoon soms niet door andere geluiden is overstemd.

Ds. Tukker steekt dit niet onder stoelen of banken, wanneer hij spreekt over de kerkelijke verdeeldheid, die de jeugd vaak doet zuchten. , , Ach, daar is ook in onze diverse gereformeerde kringen zoveel uit de Bijbel en zoveel uit de belijdenls, wat zelden of nooit ter sprake komt. En aan de andere kant heeft men na de Reformatie bepaalde stukken dogmatisch uitgesponnen, zodat de eenvoud en de klaarheld van het Reformatorische belijden zoek geraakt zijn. Bijna elke gescheiden kerk zoekt haar apart staan door een dogmatische verbijzondering te rechtvaardigen. En daar krijg je al die aangebreide einden, die niet van dezelfde steek zijn als het hoofdpatroon. Ik kan begrijpen, dat menige jongen, menig meisje daar mee zit. Wij zitten er als volwassenen ook mee. Wij zitten niet alleen met allerlei ketters en met allerlei dingen, die genoegzame redenen zouden zijn tot afscheiding, maar wij zitten vooral zo met de eigen gereformeerde gezindte. Met haar verbrokkeldheid en met de verkleurde beginselen. Daar is een verschieten van donker naar licht (zwart dat rood werd), maar daar is ook een verschieten naar de donkere kant (wit wat geel wordt). En deze verschietingen komen „onder ons" gezegd „onder ons" nogal eens voor. Daar is toch wel veel gereformeendheid onder ons ontstaan, waarbij de Reformatoren zich wel heel vreemd moesten voelen." (blz. 124 e.v.).

Reformatorisch toch is het leven uit de enige troost, die omvat de geloofskennis van ellende, verlossing en dankbaarheid. Hiervan is helaas weinig te bespeuren in de bijdragen over , , ontwakend leven" en , , opvoeders zijn" (van dezelfde hand), die vrijwel uitsluitend in het teken staan van de ellende van de mens. Deze scribent spreekt de jeugd niet aan (zoals de meeste medewerkers, vaak op voortreffelijke wijze, doen), doch spreekt over hen tot de ouderen. Maar hoe!

Nu is het niet dan met grote aarzeling, dat wij critiek gaan oefenen op de toonaard van deze schrijver, want wij zijn overtuigd, dat hij meent wat hij zegt en dat hij gebukt gaat onder grote geestelijke nood.

Wanneer hij zijn kleine kinderen in hun bedjes ziet liggen slapen, zegt hij er alleen maar bij: „hen misschien medelijdend bekijkend en misschien zuchtend: , , 0 God, red ze". En wanneer hij toegekomen is aan de paragraaf over jeugd en sexualiteit (ook anderen schrijven daarover en o.i. beter. Schr. dient te weten, dat de zonde van Onan iets anders is dan men gewoonlijk meent), dan lezen we de droeve klacht: , , durven we met onze kinderen de nood van onszelf en onze kinderen ook over deze dingen de Heere voor te leggen? Ons leven is doorgaans zo hopeloos, dat we hoogstens alleen nog uit kunnen schreeuwen: „Heere, behoud ons, wij vergaan". Konden we het nog maar. In vertwijfeling rondkijken en zuchten: „O God". Deden we het mog maar" (19). Even later (23) constateert schr. (vermoedelijk terecht): „Onze jeugd en de vrijheid. Laten we nu ook eens eerlijk bekennen, dat onze milieu's toch ook vaak wel behoorlijk verkrampt zijn. Alles doet toch zo krampachtig aan".

Hij lijdt daaronder, doch kan er zich blijkbaar niet aan ontworstelen. Nadat hij (25) vastgesteld heeft, dat ondanks de stoere bewering van het tegendeel, de jeugd gelukkig nog Idealen heeft, ; zegt hij: , , Over alles ligt zo'n druk. Vaak zie je jonge mensen uit onze kringen, die in een leegte schijnen rond te lopen. Interesseloos. Waarom eigenlijk? ... Ze zeggen dan: , , de dingen van dit leven hebben geen waarde". Ze zeggen in zekere zin ook:  één ding is nodig". En dan draaien ze verder. Geen idealen meer. , , Gods kind worden", een moedeloze onmogelijkheid. En het leven zegt hun niets. Zo wordt het leven een krankzinnigheid..." Schr. zegt dan, dat wie zo leven, zelfverloochening nodig hebben.

Zeker, doch bovenal, dat hun het volle Evangelie zal worden verkondigd. Het heil, dat in Christus is. Dat wij bij de bedjes van onze kleinen en in het gesprek met onze pubers het genadeverbond niet vergeten en op Zijn beloften leren zien om daarop biddend te  pleiten.

, , Is er een oplossing? Zou er voor dit probleem (n.l. van de verantwoordelijkheid van de mens) een oplossing zijtn? Wij weten het niet. Zou het Golgotha kunnen zijn? " (27).

O, dat verschrikkelijke „zou", die onzekerheid; dat telkens weerkerende , , misschien" ... wat een armoede!

Wanneer deze schrijver het heeft over de angst, horen we: , , Niemand kan zo doorslaan als de jeugd juist in onze kringen". Levenszekerheid is nodig. Kunnen we die onze jongeren wel geven? Het gevaar is, dat ze het gaan , , nemen". Wederrechtelijk dus en dan is het stelen. Maar... , , het is niets verwonderlijk als we dit doen. Het is ook geen leven, leven zonder levenszekerheid. In zekere zin is er geen ongelukkiger leven dan het leven in onze religieuze kringen. En in dat leven is er weer geen ongelukkiger periode, geen hopelozer tijd, dan juist .de puberteit. En waarom? Omdat we de rust niet meer kennen van Eli, die hij belijdt, als hij zegt: „Hij is de Heere, Hij doe wat goed is in Zijn ogen" (20).

Wij vragen: is dat gereformeerd? Moeten we onze jeugd zó aanspreken? De rust van Eli! Daarvoor beware ons God. Dle is er in onze kringen maar al te veel! Eli was misschien een kind Gods, doch tegenover zijn zonen had hij zijin roeping schromelijk verzuimd. En nu klinkt er in zijn betuiging ook valse lijdelijkheid mee; doffe berusting! Maar dat is; iets anders als een rusten in 's Heeren welbehagen!

(Wordt vervolgd.)

KI.


1) JEUGD! WAARHEEN? Samengesteld met medewerking van meerdere auteurs. 358 blz., geb. ƒ 15, —. Uitgave N.V. „De Banier", Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EEN MERKWAARDIGE UITGAVE 1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's