HEDENDAAGSE LITURGIE 23
Wij moesten helaas getuige gemaakt worden van onwaardige en onwaarachtige handelingen door de hoogste colleges der Ned. Herv. Kerk en der Geref. Kerken. Dit is diep betreurenswaardig, en zeker niet ter ere Gods en tot bevordering van het welzijn van Gods Koninkrijk in 't algemeen en van Zijn Gemeente in 't bijzonder. Drie jaren zijn nu verlopen sinds de Synode van Leeuwarden. Naar wij vernamen, is er thans weer een Synode der Geref. Kerken op komst, te Utrecht, en het zou zeker goed zijn, als daar de resultaten en gevolgen eens werden besproken van de interkerkelijke samenwerking, alsook het aldus verkregen bundeltje van 110 psalmen vooral op zijn geestelijke mérites onderzocht. De bij de persconferentie, door prof. dr. W. H. Gispen, van de V.U., uitgesproken bewering, dat deze „dichters"-berijming , , dogmatisch volkomen verantwoord" is 1), kan zo maar niet worden aangenomen. Het is mij (en velen) niet duidelijk, welke dogmatiek de hoogleraar hier op 't oog kan gehad hebben. Er ligt echter deze waarheid in, dat zowel bij psalmberijmen als bijbelvertalen dogmatisch inzicht onvermijdelijk is. Zo lezen wij in het gedenkschrift, uitgegeven voor het Ned. Bijbelgenootschap ter gelegenheid van het driehonderd-jarig bestaan der Statenvertaling, de uitspraak van prof. dr. F. W. Grosheide, van de V.U.: „Zowel op grond van hetgeen aan de Statenvertaling is voorafgegaan, als van wat we in de vertaling en met name in de kanttekeningen vinden, moet het antwoord luiden: De Statenvertalers waren Gereformeerde theologen" 2). Van de mannen, die ons. de nieuwe Bijbelvertaling gaven, kan dit helaas niet unaniem, gelden,
Met de in januari 1959 verschenen 110 , , dichters-psalmen" worden wij echter in een geheel andere wereld neergezet. Hadden de leden der Synode, die in 1950 een Herv. psalmberijmingscommissie benoemde, waarvan Muus Jacobse (die dichter prof. dr. K. Heeroma) de mentor werd (terwijl er in 1953 van die zijde om nóg méér dichters werd gevraagd), nooit iets gelezen uit de in 1947 verschenen brochure van Muus Jacobse: , , 'Kan er een nieuwe psalmberijming komen" (uitg. Daamen N.V., 's-Gravenhage)? En ook geen kennis genomen van hetgeen door deze geschreven is in. het ..Kerkblad van de Protestantse Kerk in Westelijk Indonesïë", jaargang 2, no. 2, d.d. 15 januari 1950? Dan had men van zo iemand toch eigenlijk de schrik moéten krijgen (en hij zélf had behoren te bedanken), vóór hij benoemd werd in de Herv. en in de interkerkelijke commissie voor psalmberijming. Muus Jacobse vertelt ons in zijn brochure dat hij tot onmacht gedoemd is" , , de Kerk staat nog wel op de achtergrond van het denken bij een aantal literatoren, maar heeft opgehouden in hen een scheppende gemeenschap te zijn" (blz. 21). Zijn hoop is nu gevestigd op „een nieuwe Kerk" (blz. 22, wij cursiveren, Br.). , , De Kerk is voos en het volk: is voos en beide worden zij van decennium tot decennium vozer" (blz. 23) (3). Hier is iemand aan het woord, die zeker in onze Ned. Herv. (Geref.) Kerk niet thuis hoort, die op de Kerk, misschien wel op alle kerken, van uit z'n dichtershoogte zo laag mogelijk neerziet, wijl hij kerk en volk beide als even , , voos" beschouwt. Intussen behoort hij zelf dan ook tot dat , , voze" volk. Maar die Kerk moet dan toch wel erg blij zijn, , dat zulk een niet-voze man haar van haar voosheid verlossen wil, zelfs een , , nieuwe" Kerk er van maken zal, en waarin, volgens zijn zeggen, ook , , het ambt van dichter" zal zijn ingesteld. In het genoemde Indonesische Kerkblad vaart hij aldus uit: , De Kerk krijgt de dominee's, die zij verdient, zij krijgt ook de psalmberijmers, die zij verdient. De aanvaarding van Hasper zou een huiveringwekkend getuigenis zijn van het esthetisch analphabetisme der Kerk". In dezelfde hoogmoedige trant krijgen de taalgeleerden der nieuwe Bijbelvertaling hun congé: , , U beroept u op de psalmvertaling van het Bijbelgenootschap: dat is toch zeker een , , prozatekst", zult u zeggen. Helaas , moet ik u gelijk geven, dit is een proza-tekst, maar dit is dan ook juist het scherpste vonnis, dat er over te vellen is. O, had er maar één Revius 4) in deze , , Bijbelvertalingscommissie" gezeten of nog liever een Buber 5), die werkelijk wist wat een woord was, een woord in een gedicht! Maar ook in het Bijbelgenootschap heerst het esthetisch analphabetisme, men laat daar een stel filologische droogstoppels los op de meest essentiële gedichten der Christelijke gemeente. . ." 6).
Nog liever Buber dan Revius. De moderne Jood dus bovenmate geschikt voor het vertalen der psalmen, zoals de moderne dichters geacht worden alleen bekwaam te zijn tot het berijmen daarvan. Wij worden genoopt in zulke uitingen verwantschap te zoeken met die van dichters als Jacques Perk (op 22-jarige leeftijd gestorven): „De godheid troont diep in mijn trots gemoed"; en als Willem Kloos (aan 't eind van zijn leven geestelijk verkommerd): , , Ik ben een god in 't diepst van mijn gedachten"; en daarbij: „Kunst is aller-indlviduëélste expressie van de aller-individueelste emotie". Nu weet u het.
Mogen andere psalmberijmingsdichters gematigder zijn, of eens anderen geestes, en niet tot zulke uitersten komen, zij zijn onder het beslag gebracht van deze hoofddichter. Toen de commissie-van der Leeuw zich ging roeren, was het prof. Van der Leeuw zelf, die Muus Jacobse naar voren bracht, en prof. Semmelink waarschuwde tegen deze gang van zaken. De theologle van Van der Leeuw spreekt tevens een woord mee, zoals: er is nagenoeg geen onderscheid tussen de terreinen van natuurlijk en geestelijk leven; de mens heet , , lichaam" te zijn, zijn ziel is iets bijkomstigs; de , , grondvorm" van het verkeer met God wordt gezocht in de incarnatie, zoals die ingekapseld is in de eredienst. Het doet er niet toe, of de dichters-psalmberijmers persoonlijk van deze theorieën weten, of er mee instemmen. Maar verschillende uitingen in de 110 psalmen brengen ons in een klimaat, zó verschillend van het geloof van de kerk der reformatie, dat het al aanmerkingen en bedenkingen als geregend heeft, uit verschillende kring. Zelfs de liberale Nieuwe Rotterdamse Courant van 13 februari 1959 geeft o.a. de volgende krasse tirade: , , Nu de Geref. Kerken kennis kunnen nemen van hét werk van deze (interkerkelijke) commissie, neergelegd in deze bundel, kan het haar tot eer strekken, wanneer zij het stof van de bundel-Hasper afveegt en deze weer ter tafel brengt. Bij eerlijke vergelijking toch blijkt, dat de berijming-Hasper oneindig veel beter en zingbaarder is dan het thans gebodene!" Een ander onverdacht getuigenis komt van de roomse dichter Gabriël Smit, anders een goed vriend van deze mannen van de Pietersberg. Wij lezen van hem in het Hervormde Weekblad „In de Waagschaal", dd. 28 maart 1959: , , Verder kunnen de berijmers mij, honderd keer zeggen, , dat traditie en allegorie wezensvreemde, subjectieve elementen toevoegen, maar zij zijn zelf nauwelijks een ogenblik minder subjectief geweest, hoe uitdrukkelijk collectief hun methode van werken ook was". En verder: , , Want — of klinkt dat ook te rooms? — wanneer ik de twee berijmingen, de oude en de nieuwe, met elkaar vergelijk, ervaar ik dit eigenlijk niet als een beoordeling van oud-testamentische teksten, Ik kan het haast onmogelijk anders zien dan ais de vergelijking tussen twee momenten, twee perioden in de ontwikkeling van het christelijke en uiteraard speciaal het protestantse geloofs-, levens- en cultuurbesef, mét alle subjectiviteit van dit besef beladen. Natuurlijk gaat het ook om een nieuwe berijming, maar daaroverheen spoelen voor mij voortdurend de golven van een nieuw klimaat, een nieuwe ontmoetingsmogelijkheid voor hart en geest, mond en oor."
Voorbeelden uit het dichters-psalter 1959 zouden deze en andere bezwaren ruimschoots kunnen illustreren. Daarvan komen straks wel enkele. Maar alvorens verder te gaan, zouden wij een hartewens willen uitspreken, die zeker ook velen uit het hart gegrepen is, en ter kennis gebracht is van de Generale Synode der Ned. Herv. Kerk, die dezer dagen vergaderde, nl. deze: dat zij, evenzeer als de Synode der Geref. Kerken, er toe besluiten wilde, haar houding in deze te herzien, waar het als een dwaling, moet aangemerkt worden, mede vanwege de resultaten, dat uitsluitend aan dichters (om hun dichterstalent) een opdracht gegeven mag worden tot het maken van een. psalmberijming; dat het ook verkeerd geweest is, om uit dat oogpunt de berijming-Hasper 1949 ter zijde te leggen; dat derhalve door de Synode niet worde voortgegaan op de ingeslagen weg, en de aan Herv. deputaten gegeven opdracht voorlopig of definitief worde ingetrokken; en, ingeval ook de Generale Synode der Geref. Kerken haar houding wenst te herzien, te trachten met deze tot overeenstemming te komen tot verkrijging van een voor het reformatorisch geloof aanvaardbare gemeenschappelijke psalmberijming, in aansluiting aan vroeger gehouden besprekingen; dat anders ook conflicten in de Herv. Kerk straks onvermijdelijk zijn.
Want heet staat er m.i. nu al critiek voor. Laat men bij de Calvijn-herdenking dezer dagen dan ook in dit stuk zich door Calvijn laten beleren en niet door de geest der eeuw of door vreemde invloeden. Want — het zij herhaald — ondanks verval is en blijft ons volk in wezen een gereformeerd volk, dat in het Boek der Psalmen de hartslag verneemt van geloof en leven van Gods kinderen, hun schuldbelijdenis en - vergeving, aanbidding, aanvechting, uitrédding en dankzegging. Het weigert liederen op de lappen te nemen, ingegeven door een verwaten humanisme, dat met honende taal als: „een voos volk en een voze Kerk", alleen maar aangeeft, welk een kloof ons scheidt. Tegenover het pogen, ook in het psalmberijmen, op een „nieuwe", d.i. totaal andere Kerk, aan te sturen, hopen we dan de wacht te betrekken bij, het beginsel.
1) Nieuwe Haagse Courant, 24 januari 1959.
2) „De Statenvertaling 1637-1939". De theologie der Statenvertalers, blz. 14.
3) Coolsma, a.w., blz. 65.
4) Theoloog en dichter, revisor O.T. van de Statenvertaling,
5) Geleerde Jood van mystieke aanleg.
6) Hasper, „Calvijns beginsel", enz., blz. 528, 529.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's