De slag om Arnhem
De slag om Arnhem door Generaal- Majoor R. E. Urquhart, C-B., DJS.O., met medewerking van W. Greatorex, met een - woord vooraf van Ch. G. Matser, Burgemeester van Arnhem. 5e druk. A. W. Sijthoff, Leiden, 1959. Geb. ƒ 9, 00).
Het is al weer bijna 15 jaar geleden, om precies te zijn het was 17 sept. '44, dat wij de vele, vele vliegtuigen hoorden overtrekken, in de richhting van Arnhem voor een zeer gedurfde en stoutmoedige operatie. Montgomery wilde met een grote aanvalsstoot de grote rivierovergangen in bezit zien te krijgen; de Duitsers, die nog in het westen van ons land zich bevonden, zouden in de onmogelijkheid zijn te ontsnappen en 'n zeer snelle opmars door de noordduitse vlakte zou mogelijik zijn.
Wat is dat alles anders gelopen; ons land zou nog een zware winter moeten meemaken, die in het bijzonder in de steden honderden slachtoffers zou vragen en die in de annalen als de hongerwinter zal blijven geboekstaafd.
Maar met welk een spanning werd er meegeleefd; hoe werden de berichten van de pers, maar vooral van de illegale pers gespeld, om iets te weten te komen van wat er gebeurde en gebeuren ging. En langzaam maar zeker groeide de zekerheid: het loopt verkeerd. Meerdere dagen aaneen was het geen vliegweer en van de vliegvelden in Engeland konden de vliegtuigen benodigd voor de noodzakelijke ravitaillering niet opstijgen. Wij weten nu ook, dat van het begin van de dropping af de verbindingen moeilijk waren, dat het tweede Legercorps maar moeizaam verder kon komen en dat rnen al heel gauw ver achter was op het tijdschema, dat men niet gerekend had op de aanwezigheid van een pantserdivisie, en zo kunnen wij doorgaan.
Op de 27ste september als de gehele operatie voonbij was en de laatste troepen van de overkant van de Rijn waren teruggetrokken, hield Johan Frabicius via de B.B.C, een toespraak, waarin hij zich richtte tot het Britse volk; ik vond een deel van deze rede in een nummer van War (no. 83 van de 9de dec. '44): „Tien wrede dagen en nachtten lang waren de gedachten van geheel Holland bij uw mannen ten westen van Arnhem. En het was niet alleen, omdat een snelle overtocht van de Rijn grote voordelen voor ons allen zou brengen — neen, het was: om de mannen zelf, die vochten in het hart van ons kleine land voor een ideaal, dat ook het onze is; wij weten, wat wij aan hen schuldig zijn, wij denken aan hen, alsof zij onze eigen jongens waren".
Van dit alles vertelt ons het boek van Generaal Urquhart. Het is een aangrijpend verhaal; in welk een spanning hebben deze mensen gedurende die dagen geleefd! Het was de bedoeling, dat zij twee dagen zouden standhouden, hoogstens vier, maar het werden er negen; onophoudelijk stonden zij bloot aan moordende aanvallen; onophoudelijk stonden zij; onder zware druk, zonder aflossing, zonder versterking, zonder rust. Het is een geschiedenis van bloed en van zweet en van tranen. Ik denk aan de terugtocht, eerst naar de oever (toevoeging bewerker: in het origineel is een aantal woorden "op zijn kop" gedrukt en daardoor niet meer te reproduceren) regen, totdat een stem klinkt en dan eindelijk —: , , het is jullie beurt", klinkt een Canadese' stem. Ze duwen de boot van de oever , , en met ons hoofd tussen de knieën wachtten wij tot de stoot tegen de oever of wat anders dat komen kon"; dat kwam niet; aan de andere zijde klosten zij vier en halve mijl door de modder met dat gevoel, dat ieder heeft gekend, die de scherven van granaten en bommen is ontkomen: ik leef; hoe is het mogelijk!
Het is te verstaan, dat één van de avonden de officier, die het dagboek bijhoudt schrijft: , , Nooit is er smartelijker verlangd naar het vallen van de duisternis." Maar ook in die duisternis viel licht; een Hollandse moeder, in wier huis vele gewonden lagen, las uit de Bijbel van de Chaplain, door een hospitaalsoldaat met een zaklantaarn bijgelicht de 91ste psalm: Gij zult niet vrezen voor de schrik des nachts, noch voor de pijl, die des. daags vliegt''
Onze jeugd weet van wat er in de zware oorlogsdagen geschied is, nauwlijk iets en wij ouderen vergeten snel — helaas; en toch — wij mogen niet vergeten. Ons volk is er mee bezig. Maar 't mag niet. Gij deed ons het gevaar ontkomen, dat zongen wij allen wel, denk ik, op de dag van de bevrijding. Ook de slag om Arnhem mag niet worden vergeten. Montgomery schreef na het einde van deze operatie: In latere jaren zal het veel betekenen, als iemand kan zeggen: Ik heb bij Arnhem gevochten. Wij mogen niet vergeten, hoe velen rusten in Nederlandse bodem, die hun leven hebben gegeven, ook voor onze vrijheid. , , Wij zullen uw doden bewaren, als waren het diep betreurde zonen van ons eigen volk", zo sprak Fabricius in zijn bovenaangehaalde rede.
Een boek als dit laat ons zien, wat oorlog betekent, in al zijn rauwheid; alle oorlog is gespeend van romantiek, dat ziet u ook hier. Ik ben dankbaar, dat dit boek in Hollandse vertaling is ultgekomen; daar heeft de Uitgevers Mij Sijthoff goed aan gedaan te zorgen, dat velen kunnen kennis nemen van de , , trioimf dezer nederlaag", zoals de Burgemeester van Arnhem in een woord vooraf de slag heeft getekend. Het boek, waarvan binnen een jaar vier drukken uitverkocht zijn, is met vele illustraties en getekende kaartjes voorzien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's