De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

9 minuten leestijd

Dr. A. Th. van Leeuwen, HENDRIK KRAEMER, Dienaar der Wereldkerk. Uitgeverij W. ten Have, Amsterdam, 1959. 176 pag., geb. ƒ 8, 90.

Het is meer dan twintig jaar geleden, dat ik voor het eerst dr. Kraemer hoorde spreken; in de Kerkeraadszaal van de Grote Kerk te Rotterdam hield hij een rede over de Zending. De Zendingsgenootschappen hebben in de 19e eeuw en ook nog in de 20e eeuw gedaan, wat de Kerk verzuimde. Nog hoor ik dr. Kraemer over de bedelpartijen voor de zending om het werk gaande te houden. „Is ons dat bedelen dan te min? "" vroeg hij. „Voor Christus is niets te min; maar deze methode is onjuist." In de dagen van de bezetting heeft dr. Kraemer meer dan eens in Rotterdam gesproken; hier en daar hing dan een aanplakbiljet: , Kraemer komt" en de kerk stroomde vol.

Deze dingen kwamen mij voor de geest, toen ik het met grote liefde geschreven werk, dat de levensgang van Kraemer tekent, in handen kreeg. Het is niet alleen het bewogen leven van deze zeer bijzondere persoonlijkheid, dat aan ons voorbijtrekt, een leven van studeren en publiceren, van reizen en confereren, maar een groot stuk Kerk- en Zendingsgeschiedenis wordt ons beschreven. Met de geschiedenis van de Kerk zal de naam van prof. Kraemer onlosmakelijk verbonden blijven. Een grote rol speelde hij in het kerkelijk overleg en in het kerkelijk contact. In de dagen van bezetting en internering legde hij grote nadruk op mobilisatie en activering van de gemeente. Hij stelde de gemeente voor de vraag, wat het betekent kerk te zijn, levende kerk te zijn. Het kerkelijk gesprek is nodig, opdat de in laatste instantie indiscutabele gegevenheden aan de orde zouden komen. Kraemer kwam op voor het Joodse volk, dat „als een teken Gods onder ons verkeert, in al zijn raadselachtigheid." Een kerk­ orde ziet Kraemer als een bulldozer om oud puin te gaan opruimen, om nieuwe wegen te banen, niet als een huis om rustig in te wonen, want dat is juist precies, wat de „oude Adam'' zozeer aantrekt.

Ook van critiek op Kraemars beschouwingen lezen - wij geen wonder; dr. Van Niftrik, prof. Haitjema en ook onze Hoofdredacteur traden met prof. Kraemer wel in het krijt en het is interessant, om een tiental jaren later de balans van dit alles op te maken.

Schrijver noemt Kraemer dienaar der wereldkerk en dat niet alleen om zijn arbeid in Chateau de Bossey; zijn gehele leven is vol van internationale contacten en zijn werk heeft wereldwijde perspectieven. Door dit boek maken wij iets mede van conferenties als te 'Tambaram.; wij reizen in de geest mee naar het schone Ceylon met zijn vele resten van toelangrijke cultuurperioden.

Het geheel is een mooi boek over een man van groot formaat.

Bt.

J. A. Steenbakker Morilyon Loijsen, Dat is leven. 192 pag., geb. ƒ 5, 90. Uitg. J. N. Voorhoeve, Den Haag.

Schrijver betoogt in dit keurig gebonden en mooi uitgevoerde boek, dat leven uit de vergeving van zonde voorwaarde is voor een harmonische levensinstelling. Hij laat zien, welk een grote kloof er gaapt tussen humanisme en christelijk geloof, dat door allerlei bijgeloof wordt bedreigd. Vele pastorale ervaringen heeft schrijver verwerkt in de stukken over het huwelijk en over vriendschap, over karaktervorming en over levensgenot. Niet genoeg kan met de schrijver er op gehamerd worden, dat „voor het huwelijk de geloofshouding nog belangrijker is dan voor alle andere menselijke verhoudingen." Wat in onze tijd door vele harde werkers vergeten wordt is, „dat de slaap moet gezien worden als een plicht waarvan de nakoming de vervulling van onze roeping mogelijk maakt."' Schone dingen zegt schr. over het ouder worden.

Ik moet wel eens een vraagteken zetten, als schr. schriftbeschouwing aan de dag komt; het is goed te begrijpen, dat schrijvers responderen over Genesis 1 op een college van prof. Noordtzij geen succes is geworden. Misschien heeft schrijver iets te veel willen geven en daarom kan hij niet altijd diep op de dingen ingaan.

Ik eindig met een opmerking op de laatste bladzijde: „De zekerheid, dat iemand heenging in vrede, berust uiteindelijk niet op de graad van zijn welbevinden in zijn laatste ogenblikken, maar op het geloof, dat hij heeft gehad, behouden of verkregen. Zo is het.

Bt.

Mensenwerk 1 en 2, door prof. dr. ir. J. Forbes. Uitg. Em. Querido, Amsterdam. 220 blz., per deel ƒ 2, 50.

Dit zijn twee geïllustreerde Salamanders. Zij vertellen van 5000 jaar techniek en zijn ongemeen interessant, terwijl een uitgebreide literatuurlijst de man of de vrouw op weg helpt voor verdere studie.

De schrijver begint bij het oude stenen tijdperk en laat ons zien hoe daarin het gebruik van vuur en van stenen werktuigen beslissend was, dan komt schoffel en spa, ploegen en bevloeiing, spinnen en weven, het wiel, glas en textiel, ijizer tot op het huidig tijdperk van steenkool, electriciteit en ijzer toe. De mens heeft veel ontdekt, dat er was en veel uitgevonden, dat hij maakte uit de aanwezige grondstoffen. Reeds in de 7e eeuw zou het „.Griekse vuur" zijn uitgevonden, een soort van nafta-bom der oudheid. Er is niets nieuws onder de zon.

Wie er lust in heeft om al die mensenwerken te beschouwen vindt in prof. Forbes ongetwijfeld een kundige gids. Het is een goedverzorgde met vele tekeningen en foto's versierde uitgave.

L. V,

De Kerkgeschiedenis verteld aan jong en oud door Johan Vreugdenhil. Uitg. W. M. den Hertog, Utrecht Deel II 351 blz., deel III 344 blz. (24 1/2 x 17). Per deel ƒ 8, 25.

Deel I van deze Kerkgeschiedenis eindigde met Gregorius de Grote. Deel II begint met Mohammed en eindigt met Erasmus. De verhalen zijn uitnemend verteld en laten zoveel mogelijk aan de feiten recht wedervaren. Men zou deze Kerkgeschiedenis een voortzetting van de Bijbelse Geschiedenis van dezelfde schrijver kunnen noemen. De verhalen zijn dus in de eerste plaats voor de jeugd verteld. Daardoor kunnen ook ouderen de vertellingen uitnemend volgen. Het is geen leerboek voor een predikant of catecheet, al mogen wij deze boeken gerust lezen, doch het is een mooi leesboek voor eenvoudigen. Natuurlijk is het wel een beetje erg wit-zwart, terwijl de werkelijke geschiedenis iets ingewikkelder is, maar hier staat tegenover, dat telkens met kracht voor de bijbelse en reformatorische waarheid wordt opgekomen. Dat mag ook wel eens, want soms zou men denken dat de reformatie heeft afgedaan. In het derde deel vertelt Vreugdenhil juist enthousiast, van Luther en Calvijn, wier conterfeitsels op de prachtband staan. Dit deel brengt ons tot half de 16e eeuw en iets verder.

De boeken zijn duidelijk gedrukt en met vele tekeningen versierd. Ik wil ze hartelijk bij de lezers voor hen en hun kinderen aan­bevelen.

L. V.

De Heilige Sangai, door Jörgen Bitsch. Uitg De Bezige Bij, Amsterdam. 184 blz. Geb. ƒ 12, 75.

Deze Sangai is een berg, een vulkaan in Zuid-Amerika. De schrijver heeft in deze contreien gereisd en weet daarvan op boeiende wijize te vertellen. Daar in Brazilië bestaan nog gebieden, waar nimmer een blanke in door drong. Op de kaart staan ze met wit aangegeven. Maar Jörgen Bitsch moest en zou naar het land van de Xinger, een der grootste witte plekken op de landkaart. Het is hem gelukt door de groene hel — zoals dat immers heet — van de Mato Grosso heen te komen. De krokodillen spaarden hem en de piranha's, die verschrikkelijke kannibaalvissen aten hem niet op. Daardoor kon hij verschillende Indianenstammen bezoeken en een verslag geven van zijn bevindingen. Het is een prachtig schilderachtig relaas geworden van een moedige tocht naar het land der jevaro's, echte koppensnellers, wier land aan de Auca's grenst. Hun naam is bekend geworden door de dood van de 5 zendelingen in de ontoegan­kelijke jungle van Ecuador. Vele prachtige platen, waaronder menige gekleurde, versieren het schitterend uitgegeven boek, dat bestemd is voor hen, die graag verre reizen ondernemen op een ongevaarlijke en weinig kostbare wijize.

L. V.

Symboliek der joodse religie, door J. Soetendorp Uitg. W. de Haan N.V., Zeist. 231 blz. Geb. ƒ 15,90.

De ondertitel van dit schone boekwerk luidt: Beschrijving en verklaring der gebruiken in het joodse leven. De schrijver heet: Rabbijn der liberaal joodse Gemeente te Amsterdam. Hij is een geleerde van naam, die vanzelfsprekend met zijn onderwerp vertrouwd is. Zo begint hij te vertellen van de joodse gebruiken van wieg, school, huwelijk en rituele levenswijze tot aan het graf. Synagogediensten en bijzondère dagen worden in de laatste twee hoofdstukken besproken. Het boek is bestemd voor een breed publiek en tegelijk voor theologen en studerenden. Daaxom is aan dit boeiend en bekwaam geschreven werk een toelichting in aantekeningen en een litteratuuropgave toegevoegd. Gaarne wil ik dit deskundige boek onder de aandacht van onze lezers brengen.

L. V.

Prof. C. Veenhof Prediking en uitverkiezing. J. H. Kok N.V., Kampen, '59.

De ondertitel geeft, nadere verklaring van de strekking van dit boek en luidt: Kort overzicht van de strijd gevoerd in de Christelijk afgescheidene gereformeerde Kerk tussen 1850 en 1870 over de plaats van de leer der uitverkiezing in de prediking.

Het is de schrijver niet te doen geweest om de geschiedenis te beschrijven, al krijgt de lezer een flinke dosis mee. Het gaat, zoals men begrijpt, om de theologische of, zo men wil, dogmatische discussie in de kringen der afgescheidenen gedurende het genoemde tijdvak. Een discussie, die zich rondom de leer der uitverkiezing en de eis der prediking bewoog. Men denke aan de vragen omtrent de „aanbieding"' der genade en herinnere zich dat enige jaren geleden een soortgelijke discussie de Gereformeerde Gemeenten verontrustte.

Het gereformeerde volkje is een theologenvolkje, dat haastig is geneigd tot dogmatisme en daarom bedreigd wordt door, wat Veenhof een „tweelingbroeder" noemt, sectarisme.

Terecht wijst de auteur een „gereformeerde scholastiek" af en kiest hij voor een „eenvoudige bijbelse theologie" als die van Calvijn. Het boek als zodanig is een voortdurende en overtuigende motivering daarvan uit de praktijk. Prof. Veenhof heeft zich veel moeite gegeven om een en ander uit de omvangrijke litteratuur aan te tonen en toe te lichten. Wie kennis neemt van de „aantekeningen" die 176 bladzijden klein gedrukt omvatten, zal dat met respect erkennen en met dankbaarheid constateren, dat daarin een schat van waardevol materiaal is vergaderd voor de bestudering van de geschiedenis van de gereformeerde theologie in ons vaderland. Niet het minst daardoor heeft Veenhof in dit werk een welkome bijdrage geleverd tot de kennis daarvan.

S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's