DE CHRISTELIJKE LEVENSWANDEL 1
i. DE ZEDE
Graag wil ik de mij aangeboden ruimte benutten om in een drietal beschouwingen in te gaan op een aantal vragen, die op het ogenblik in het middelpunt van de belangstelling staan. Hoe richten wij die in deze tijd en in onze gemeente ons gebonden achten aan de wet Gods, ons leven in? Hoever strekken de geboden Gods zich over ons leven uit? Drukken zij ook het stempel op de gewone dagelijkse dingen? Of is een christen iemand, die in zijn uiterlijke levenswandel eigenlijk niet valt te onderscheiden van anderen, die de wet Gods niet als richtsnoer hebben aanvaard? Temeer is dit alles belangrijk, omdat we leven in een tijd, die over de vormen en normen van het verleden niet altijd zoveel goeds heeft te zeggen. Een bepaald soort wereldgelijkvormigheid wordt vaak aangeprezen als gevolg van de gehoorzaamheid des geloofs. Onze gezinnen en gemeenten lijden daaronder, en we hebben soms het gevoel, dat er een innerlijk uithollingsproces aan de gang is, dat door velen met vreugde wordt begroet. Het verdwijnen der traditie, ook in onze kringen, wordt begroet als een nieuwe lente, door het nieuw geluid van het moderne denken, dat werelds levende mensen veelal moediger christenen heet dan zij, die door hun christelijke milieu en opvoeding gebonden, een vast en vertrouwd levenspatroon weven.
Anderzijds dreigt echter het gevaar, dat, we ziende op de heden ten dage plaats vindende verschuivingen in het levenspatroon, al te spoedig de moed laten zakken, en de overtuiging veld wint, dat met het loslaten van allerlei goede en christelijke gewoonten en gebruiken, een periode, wordt ingeluid, waarin met het Woord Gods wordt afgerekend. Dan is, menen wij, alleen een waarschuwing nog op zijn plaats. Wij hebben dan het gevoel te leven op een zinkend schip, en weinig verwachting meer voor een goede toekomst van Gods Koninkrijk. Doch ook deze houding van moedeloosheid en afwijking is eenzijdig, en kan voor toekomst en heden niet bevruchtend werken.
Dit alles wordt duidelijk, wanneer wij het onderwerp van dit artikel trachten te omschrijven. De zede! Wat is dat eigenlijk? Wij zouden kunnen zeggen: , , de platgetreden paden"! Jammer echter, dat deze uitdrukking zoiets afkeurende en minachtends heeft gekregen, want voor die platgetreden paden valt veelal nog wel eens een lans te breken.
Dat zal uit het vervolg nog wel blijken! De zede is een verzameling van vormen, gebruiken, gewoonten, die ontstaan doordat geslachten voor ons zich veelal tegenover dezelfde problemen en moeilijkheden gesteld hebben gezien, als waarvoor wij ons bevinden. Deze , , vaderen" hebben getracht de voren van hun leven recht te trekken, naar de wijsheid die hun was gegeven. De wet van God hebben ze willen toepassen op hun eigen levensterrein, en dit alles heeft zijn neerslag gevonden in bepaalde gedragspatronen, in een min of meer nauwkeurig geleide en afgebakende levenswandel, in een bepaald milieu. Het gezin Gods, de gemeente, heeft het leven ingericht naar bepaalde ordeningen, de regels van dit gezin. Bepaalde terreinen passen in deze zede niet: de dans en de schouwburg zijn er vreemden. Andere sectoren worden met dank aan God er in verwerkt: een zekere mate van luxe gunnen we ons zelf, zo mogelijk, en wetenschap en studie worden soms met ijver nagestreefd. Door allerlei andere dingen onderscheidt de christelijke zede zich weer sterk van de meer wereldse gedragspatronen: kerkgang, catechisatie en huiselijke godsdienstoefening staan min of meer centraal en onaantastbaar daar; bepaalde inzichten zijn gangbaar over kleding en vrije tijdsbesteding, zondagsviering e.d. Deze , , platgetreden paden" ontlenen hun waarde mede daaraan, dat de voorgeslachten deze leefwijze de veiligste hebben geacht, en met een zekere vanzelfsprekendheid nemen de jongere geslachten haar over, want deze gebruiken hebben de proef min of meer goed doorstaan. De wet Gods (en Gods gebod is zeer wijd — er is geen einde aan te zien!) heeft haar neerslag en uitbreiding gevonden in het dagelijkse leven. Hij heeft bevruchtend ingewerkt — niet alleen op het hart, maar ook op het leven.
Wij doen goed, ons echter in te scherpen, dat de zede de wet Gods niet is. De zede is dynamisch. Nieuwe tijden — nieuwe zeden! Zij kiest, zij het langzaam, in iedere tijd een wat andere vorm. De binnenzijde is de harde kern van de wet Gods, onaantastbaar, heilig! Maar de buitenkant, de , , toepassingen", de , , uitwerkingen" van de wet, zijn aan wijzigingen onderworpen. En dit is niet alleen schade, maar ook een normaal te aanvaarden tijdsverschijnsel. De zede zal op de ene plaats een wat andere gestalte aannemen dan op de andere. Bij ons is de dans (terecht) verbannen, maar tegen een glas wijn wordt veelal geen bezwaar gemaakt. In Amerika, met zijn alcoholmisbruik en geheime jeneverstokerijen, die dronkenschap tot een volkszonde hebben gemaakt, ligt de wijn onder de doem, maar een dansje kun je wel wagen. Ook de tijdsomstandigheden spreken een woordje mee. Voetius streed op leven en dood tegen alles wat op sigaar of pijp leek, maar aan het einde van onze kerkeraadsvergaderingen is het binnendringen soms levensgevaarlijk voor onbevoegden vanwege het rookgordijn. Honderd jaar geleden werd de slavernij verdedigd op (zij het valse) uitlegkundige gronden. Tegenwoordig heten de slavinnen van vroeger hulp in de huishouding (gebruik van bad, radio en auto toegestaan!) Zo is de fietsende dame ook geen zedelijk probleem, meer op heden, hoogstens èen verkeersprobleem! Dit alles maar om te bewijzen, dat onze gangbare vormen en inzichten uit het dagelijkse leven zich op allerlei punten wijzigen kunnen en moeten, zonder dat nochtans de wet Gods wordt aangerand.
Overzien we zo het terrein van de christelijke levenswandel, dan doen we dat vanzelf niet als toeschouwers. Wij zijn er veelszins in groot geworden, en hebben, allerlei er van in ons eigen bloed. Maar juist daarom is het ook nodig, dat wij onze houding daartegenover leren bepalen. Immers: wat ons met het verleden en de voorgeslachten verbindt, is de ernstige wil , , .niet alleen naar één maar naar al Gods geboden te leven". In de christelijke levenswandel presenteren zich de voorgeslachten in wat zij er van hebben gemaakt, met hun ervaringen, strijd en, oplossingen. Het resultaat ligt vóór ons, doortrekt ons. En met hen voelen wij ons verbonden door de nauwgezetheid van geweten, die vrucht is van de omgang met het Woord van God, door de teerheid van aanvoelen en beslissen, die voortkomt uit ontzag voor de heiligheid van Gods naam. De zaak en het doel der voorgeslachten zijn de onze. Maar in die verwantschap moeten wij verder, in ónze tijd, in wat andere omstandigheden met nieuwe problemen. Hoe onze houding heeft te zijn, zou ik met drie woorden willen omschrijven: positief; critisch; verantwoordelijk.
Positief! Inderdaad, dat moet het eerste zijn. In Filippenzen 3 schrijft Paulus over de vruchten des Geestes, met een toepassing, die we gaarne tot de onze maken (naar de woorden van de vertaling van het N.B.G., die we hier graag even volgen) , , ... .maar hetgeen wij bereikt hebben — in dat spoor dan ook verder." De christelijke zede is immers de neerslag van het leven van hen, die de proef hebben doorstaan, en het resultaat wordt ons aangeboden als een hulpmiddel: wij hoeven in het concrete en veelvormige leven niet meer zelf elke weg te banen! Er zijn dingen die men doet en die men niet doet in Israël — tegen de achtergrond van Gods wet. Zo waarschuwt Thamar haar halfbroer Ammon, die het er op aangelegd heeft haar te verleiden (2 Sam. 13 : 12), en met zulke woorden uitten de zonen van Jacob hun smart over de schande, hun zuster Dina aangedaan. Natuurlijk zijn de zede, vormen en gewoonten van ons milieu weer een voorlaatste woord, maar de rebellie tegen de traditie heeft geen steun in de- Schrift, en men mag hier slechts verwerpen, wat men aan de wet Gods en in de praktijk van het eigen leven heeft getoetst. En, waar men niet in klaarheid is over eigen levenswandel, geeft de zede een voorlopige richtlijn, die als gave uit Gods hand mag worden aanvaard.
Critisch! Want de traditie is geen wet. Niemand heeft ons dat duidelijker voorgehouden dan Christus in Matth. 15 : 3, toen Hij de Schriftgeleerden verweet: , , waarom overtreedt ook gij het gebod Gods door uw inzetting? " En dat woord van Christus staat juist in een gesprek, waarin de Meester werd aangevallen op een onderdeel van Zijn levensstijl: het wassen der handen vóór tafel. Tegen allerlei vormen van overlevering die hun schone schijn niet kunnen waar maken door een Bijbelse lading protesteerde reeds Calvijn. En met hem de N.G.B. art. 7: "men mag noch de gewoonte, noch de menigte, noch de oudheid gelijkstellen met het Woord van God". Heeft Laban in Gen. 29 : 26 zijn bedrog van Jacob niet goed trachten te praten met een beroep op de zede, dat de jongste dochter niet huwt vóór de oudste? Er is in onze levensstijl veel mensenwerk, dat de wet Gods overwoekert. Vormen en gewoonten, van elders overgenomen of uit nood ontstaan, dreigen het één en het al te worden.
De gang langs aanvaarding en critiek zij dus een gang in persoonlijke verantwoordelijkheid, een bewust voor het aangezicht Gods gekozen pad. Dat is absoluut noodzakelijk, want de zede is onpersoonlijk. Men zegt: , , de mensen vinden....". De levenspatronen, waaraan men gewend is geraakt, hebben altijd, de neiging, ons geweten te overwoekeren. Wat je gewend bent, doe je vanzelf weer, en je geweten aanvaardt dat het zó hoort. De zeden en het „men" nemen de taak van de wet Gods over, veruitwendigen de gehoorzaamheid, en sussen het geweten. De wet Gods wordt wél tot zede in ons leven, maar de zede mag nooit de wet Gods voor ons zijn zonder meer. Daarom zal onze persoonlijke verbondenheid met de God Die ons , , een wet om naar te leven" schonk, de bron moeten zijn, die onze beslissingen voedt. En het Woord Gods zij tussen de klippen van naïve, misleide aanvaarding en afbrekend criticisime, tussen, valse rust en ongebonden opstandigheid tegen, het bestaande, ons richtsnoer. Hoe dat kan — daarover graag een volgende keer!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's