De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Niet bij geval, maar door Zijn vaderlijke hand

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Niet bij geval, maar door Zijn vaderlijke hand

6 minuten leestijd

De moderne mens heeft geen behoefte aan genade en aan een vaderlijke bestiering van zijn leven uit de hemel, want hij leeft zich zelf. Dat meent hij althans, hoewel hij daarvan niet zo heel zeker is. In sommige omstandigheden ontvalt het hem: Wij worden geleefd, maar hij behoudt daarbij een rustig geweten. Hij kan er immers toch niets aan doen.

Overigens denkt de doorsnee moderne mens niet al te diep over de gang der dingen na en zal het wel redden naar hij gelooft.

Over godsdienstige dingen, kerk en bijlbel, neen daarover maakt hij zich niet druk. Hij schuift het liever van zich af. Als hij er bij sommige gelegenheden voor zijn fatsoen niet buiten kan bijv. bij begrafenisplechtigheden van familieleden, die er nog aan doen, laat hij het langs zich heen glijden. Voor het overige zijn , , natuur" en , , rede" min of meer inhoudloze hulpbegrippen om zich van opdringende vragen aangaande de gang der dingen af te maken.

Voor hen, die aan zulk een zelfmislelding niet meedoen, is het wel duidelijk, dat , , natuur" en , , rede" geen afdoend antwoord geven op de grote levensvragen, die in de diepte van het mensenhart liggen. Vanwaar komen alle dingen, de wereld en wat er in is? Zeg nu, dat is natuur! Wat hebt gij dan gezegd?

Niets anders dan, ik weet het niet, maar het gaat en het gaat steeds maar door.

Doch wat en hoe die natuur is, wie die natuur heeft gemaakt, haar ordeningen bevolen heeft, en die onderhoudt? Daarop geeft de natuur geen antwoord, maar de consciëntie, ook van de moderne mens, wordt toch eventjes onrustig, als die vraag aanhoudt, en zijn ik wordt gericht op een wereld, die boven de natuur verheven is een besef in zijn binnenste zegt: God.

Met die andere hulp ter ontwijking van deze confrontatie met het diepste levensgeheim, de rede, vordert die mens al even weinig. Iemand kan zeggen, dat alles in de rede ligt. Dat schijnt wel zo te zijn. De wetenschap brengt de wereld onder de heerschappij der rede, de grootheid, de roem en de verwachting van de moderne mens.

Is dan de rede het eerste en het laatste? Als alles in de rede ligt, vanwaar de rede zelf?

Eigenlijk dezelfde vraag als zoëven. De ordeningen der natuur, is dat zo veel anders dan de rede?

Al weer, maar hoe komt dat alles zo?

En al weer fluistert dat besef in het binnenste: God.... Schepper.... en de mens keert zich af.... want erkenning van God de Schepper betekent afhankelijkheid.... afstand doen van eigendunk.... gehoorzaamheid....

De nieuwe theologie spreekt van beslissing. Niet zonder grond, want inderdaad moet de beslissing, als het goed is, in ons leven vallen, waarbij wij ons zelf verliezen voor God. Maar wie zal de beslissingen in ons leven tellen, waarbij wij , , neen" hebben gezegd, of nog altijd weer , , neen" blijven zeggen in ogenblikken, dat het Woord Gods tot ons komt en ons even stilzet?

Daarom, als het er helemaal op aan komt, gelooft geen mens, dat de wereld zo maar „van zelf" er is, dat wij niet anders dan een gril van dat , , van zelf" zijn, al werpen wij ernstige vragen van ons af, zolang wij dat kunnen.

Daarin is de moderne mens helemaal de oude natuurlijke mens, die wij in onze gevallen staat allen zijn. Dat is dan ook de reden, waarom ook, laten wij zeggen, de kerkelijke mensen zo zeer zijn blootgesteld aan de invloed van de moderne mens en meegesleept worden. Dat is een zaak van innerlijke verwantschap. Daarom ook behoeft iemand zich er niet over te verbazen, dat kerkelijke instanties de moderne mens tegemoet komen in hun eigen sfeer, — al zien wij daarin niet het minste nut of voordeel — ten einde zo men meent — ze voor de kerk te winnen.

Afgezien van de vraag, of de kerk er iets bij zou kunnen winnen, kan men toch niet aannemen, dat daarin de rechte uitvoering van het bevel der prediking en de rechte opvoeding der kerk kan gelegen zijn.

Aan noodlot of toeval kan ook de moderne mens, als het er op aankomt, d.w.z., als hij een ogenblik tot bezinning komt, toch eigenlijk niet geloven.

Welnu, lees de dagbladen en bepaal u er een ogenblik bij, wat er zo al op aarde gebeurt: overstromingen op verschillende plaatsen, bergen scheuren, mensen komen om, huizen en wegen spoelen weg, daartegenover op andere plaatsen grote droogte met alle gevolgen daarvan, 't Is waar, wij moderne mensen zijn niet meer zo bang van hongersnood, als hier of daar niet is, bren­gen wij het er. Niemand behoeft in onze tijd meer van' honger om te komen en wat de overstromingen aangaat....

Zeg eens, dat er in onze tijd op de wereld geen mens meer van honger sterft! En dan de verwarring tussen de volkeren, de berichten van revolutie en invasie van ginds en van verre?

Alles alleen maar toeval, natuurlijk beloop der dingen of bestel van de hoogste Voorzienigheid, die de wereld schiep, onderhoudt en regeert?

Dat is ook niet gemakkelijk voor een mens: de Voorzienigheid regeert en dan zoveel rampen en noden, zoveel ongerechtigheden althans naar ons oordeel ongerechtigheden? Als God er is en goed is, als Hij alles regeert en onderhoudt, waarom dan zoveel kwaad in de wereld?

Dat is niet alleen een vraag van de moderne mens, voor zover hij nog vraagt. De mensen van alle tijden hebben zo gesproken, als zij bepaald werden bij de Godsregering.

Want de mens, die dan nog wel aan een god wil geloven, begeert een god, die naar zijn smaak is en het doet tot tevredenheid van zijn dienaar en maker.

Doch zo is God niet. Hij is geen God der inbeelding, maar een levende God, die geen gunst van Zijn schepsel behoeft, en die het ook zegt in Zijn Woord: , , Ziet, Ik formeer een kwaad tegen ulieden en denk tegen ulieden een gedachte: bekeert u nu een iegelijk van zijn boze weg, en maak uw wegen en uw handelingen goed". (Jeremia 18 : 11).

Hij wil van de mens geëerd en gediend worden, zoals Hij geëerd en gediend wil zijn, en dat is nu juist, wat die klassieke en die moderne mens niet wil.

Als God dus regeert — en dat geloven wij — dan is er in alle rampen en in alle kwaad, dat Hij over de wereld brengt, een sprake Gods. Hij heeft ons wat te zeggen. Hij toornt en spreekt van straf en oordeel, maar dat is niet alles, het is niet het laatste, al kan het voor iemand het laatste zijn, maar het is ook vermaning, roep tot bekering, een steim van vaderlijke liefde en barmhartigheid.

Dat alle dingen niet bij geval maar van Zijn vaderlijke hand ons toekomen, belijdt de kerk, die Hem kent als Schepper' en Verlosser in de openbaring van de Zoon.

Als God er is als Schepper, als Rechter en als Verlosser gelijk Hij door Zijn Kerk gekend wordt, dan is het voor een iegelijk van het hoogste belang rekening te houden met Zijn Woord, dat Hij aan Zijn Kerk heeft toebetrouwd om het te bewaren en in de wereld te verkon­digen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Niet bij geval, maar door Zijn vaderlijke hand

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's