DE CHRISTELIJKE LEVENSWANDEL 2
2. ONS DAGELIJKS LEVEN
Wij leerden in een vorig artikel de zegen èn de gevaren kennen van de zede en de bepaaldheid van het milieu, dat ons voortbracht, en begrepen, dat wij als verantwoordelijke mensen, in gesprek met de levenswandel der voorgeslachten en in verantwoordelijkheid voor het aangezicht Gods moesten leren leven. Hoe dit nu moet, kan in, veel gevallen niet problematisch zijn. Wij horen iedere zondag de Wet, kennen de Schrift (min of meer) die ons de heiligen in hun levensgedrag toont, en veel dingen onze levenswandel betreffende zijn voor ons geen vraag. Doodslag en overspel zijn verboden, eerbied tegenover onze ouders, het bezit, de naaste en de inzettingen in Gods gemeente (kerkdienst, catechisatie, enz.) zijn geboden.
Maar hoe ligt het nu met het terrein, dat beslagen wordt door het opschrift boven dit artikel? Want er zijn ook , , randvragen", meer oppervlakkige beslissingen, waarover de wet Gods zich niet concreet uitspreekt. Meestal is dit het gebied, waarop de zede zich telkens wijzigt. Over het terrein van de mode spreekt de Schrift bijvoorbeeld slechts zijdelings, bijvoorbeeld wanneer hij handelt over de eerbaarheid, die in acht genomen moet worden, maar de , , new look" of , , de pettycoat" onttrekken zich toch aan directe belichting. En niet anders is het met veel wat op het terrein ligt van de luxe en de genotmiddelen. De sigaar, het melkpak voor het meisje, de ijskast, het glas wijn: waar liggen hier de grenzen? En onze levensgewoonten, de inrichting van onze huizen, de organisatie van de huishouding... In hoeverre heeft de zonde hier ons levensgedrag in dienst genomen, zodat we op onze hoede moeten zijn, en onszelf en onze kinderen waarschuwen? Of mogen wij al deze dingen, zoals ze zijn gegroeid, naïef en spontaan aanvaarden als een zegen Gods, die ook in dit alles ruimte geeft om naar eigen inzichten te leven, zodat wij ons in het dagelijkse leven om onze verantwoordelijkheid maar niet te veel moeten bekommeren? Moeten we ons pogen om hier bewust wegen te vinden en grenzen te trekken maar opgeven in de gedachte, dat de Bijbel er zich niet concreet over uitspreekt, zodat we dus zélf maar zo goed en kwaad als het gaat levenswegen moeten banen?
Hierop kan niet anders geantwoord dan met een beslist neen. Van alles is een einde te zien, maar Gods gebod is zeer wijd, — té wijd, om bepaalde gebieden daaraan te onttrekken. De ere Gods gedoogt het niet. Ons dagelijks leven luistert te nauw voor de eeuwigheid, dan dat wij dit zelf zonder schade zouden mogen stellen. Het loon, dat in het houden van Gods geboden is gelegen, zou ons uit de hand worden genomen. Er is immers een correspondentie tussen de aardse gehoorzaamheid en de hemelse vergelding: onze werken volgen ons na, als wij in de Heere sterven. Bovendien zou ons geloof zo pas gaan functioneren wanneer we ogenblikken ontmoeten, waarop een bewuste beslissing, een verantwoorde en overdachte keuze zou moeten worden gemaakt. Niet éérder en niet méér. De beproeving om ons Gode onberispelijk voor te stellen, de oefening des geloofs al onze dagen, zou gaan ontbreken. Weliswaar functioneert het geloof vaak het meest op de crisismomenten van het leven, op die punten, waarop Gods beloften het rijkst tot ons spreken, omdat we zwak zijn of wijsheid begeren, maar het schip van het geloof zal zijn zeewaardigheid toch eerst moeten bewijzen in het stille water van het gewone rustige leven. Daarom, is alles de Heere onderworpen en mogen wij het levensbeginsel niet verschralen tot een aantal beslissingen in moeilijke gevallen. Zouden we dat wél doen, en dus het dagelijkse leven onder het beslag van Gods wet weghalen, dan zijn we alle maatstaf kwijt. Want een stuurloos voortleven op die , , platgetreden paden", waarvoor we het in ons vorig artikel opnamen, is in feite een onmogelijkheid. Johannes de Doper vastte en de mensen zeiden , , Hij heeft de duivel" (Mattheüs 11 : 18, 19), terwijl de Heere Jezus, etende en drinkende met tollenaars en zondaars, een vraatzuchtig mens, een wijndrinker werd geheten. De zede spreekt vaak zichzelf tegen en legt zo getuigenis af van haar zondig en gebrekkig karakter. Wie zich in de gewone dingen van het dagelijks leven alleen oriënteert aan zijn opvoeding, milieu en omgeving, verliest niet alleen de ere Gods uit het oog, en het eigen levensbeginsel, maar kiest tevens een kompas met een al te wiebelende naald.
Betekent het bovenstaande nu, dat wij voor de eis staan, om nu allerlei kleinigheden, bijvoorbeeld de aanschaf van een groene of blauwe japon, tot een gebedszaak maken? Natuurlijk niet. Onder bepaalde omstandigheden kan in het leven van Gods kinderen een schijnbare onbelangrijkheid van ingrijpende betekenis zijn en ons gebedsleven beheersen. Maar dat is regel noch eis. Onze gewetens zouden tobberig worden, onze problemen daar gelegen, waar niemand ze zag, onze levenshouding schuw (want wie kan dan beweren, de énig juiste beslissing te hebben genomen? ).
Bevrijden kan ons hier alleen het rechte zicht op de rijkdom van Gods wet, die Hij voor Zijn gerechtvaardigde kinderen ontvouwt. Wij moeten zien van Wie die wet uitgaat en waartoe zij ons roept en lokt. Als de Heere Zijn gebod geeft op Sinaï maakt Hij Zich aan Israël bekend als de God van de uitleiding uit Egypte, dus als de verlosser. Die Israël zet in de ruimte. Zo profeteert Jesaja dat de Wet uit Sion zal uitgaan (Jes. 2:3), dus als een zegen, die vanuit het heiligdom het gehele leven bestrijkt. En het centrum van onze catechismus ligt in Zondag 1 over de enige troost, niet alleen in sterven maar óók in leven, die zijn oorsprong vindt in de in Zondag 23 en 24 beleden rechtvaardiging om niet door bet bloed van Jezus Christus. En herhaaldelijk roept Paulus de gemeente op om een nieuwe schepping te zijn. Niet wat ik dóé gaat voorop. Dat heeft Luther wel verstaan op zijn bekeringsweg, en vóór hem Augustinus. Maar de eerste vraag is: Wiens en wie ik ben. Dan mag ik zo in Gods geboden gaan, beter: op alle wegen van Gods Woord wandelen. Want is niet Gods héle Woord Wet voor de Zijnen? Het schip mag zee kiezen, en de bakens komt het wel tegen!
Dit weten nu geeft ons de gezochte ontspanning, die we kunnen samenvatten in het woord , , vrijheid". Een misbruikt woord overigens, want dit is heel wat anders dan ongebondenheid. Dat blijkt zo wel in het slot van dit artikel. Doch wel een centraal sleutelwoord, dat ons de poort naar het gewone dagelijkse leven opent. Want wat houdt deze vrijheid voor Gods kinderen in? Allereerst, een zekere onbevangenheid. De Wet is geen juk meer. Het nieuwe leven wordt niet meer gebracht onder bepaling op bepaling, regel op regel. Spontaan christelijk leven gaat zich ontplooien in gezin en milieu. Het is te vergelijken met het gehoorzamen van twee geliefden aan elkaar, die de ander trachten te dienen, maar met op de achtergrond de wetenschap, dat andere wegen de verhouding verstoren en de ander onteren. En zo is deze vrijheid een vrijheid van geweten. Ons geweten wordt niet meer belast met de bange verantwoordelijkheid voor tientallen op zichzelf onbelangrijke beslissingen, maar we leren leven met een rein geweten in het gewone leven. Wij hebben hier te doen met een parallel van de heilszekerheid: als deze ontbreekt in ons leven, heersen bekommernis en vreze. De vraag omtrent eigen zaligheid zal bij ieder, die bij Gods, Geest leeft, gesteld worden, maar het geloof groeit hier bovenuit om te leren rusten in de trouw 'Gods, en het heilswerk van Christus. Het volwassen geloof weet zijn geweten tot rust gebracht in het werk van de Zoon. Zo is het ook met het dagelijks leven: zonder een duidelijk zicht op de rechtvaardigmaking zal ons geweten om allerlei dingen in veel bekommernis blijven steken. Maar een gerijpt geloof zal kennis dragen van goddelijke vrijspraak en daarin leren rusten. Calvijn zegt zelfs dat , , het geweten zich boven de Wet verheft en de gehele rechtvaardigheid vergeet". De gedachten van de mens worden afgebracht van eigen leven (waarin immers de beslissingen ten laatste niet vallen) en toegeleid tot de rechtvaardigende 'God. De Geest neemt het roer in 'handen.
Waar dit vergeten wordt loeren moralisme en formalisme. Dan wordt de Wet veruitwendigd tot wetboek, en de zede staat klaar om de Tien Geboden aan te vullen met de duizend der geschiedenis en van het milieu. Reeds enkele tientallen jaren na de reformatie heeft men de gave van christelijke vrijheid bestreden, en gepoogd, het gewone leven, de wisselende omtrekken van de zede, te vangen onder allerlei geboden en verordeningen. Zou het gevaar sindsdien altijd bestreden en vermeden zijn? Zijn uitwendigheden bij ons nimmer doorslaggevend? Maar het andere uiterste, dat van de ongebondenheid, blijft eveneens een verzoeking. Want deze vrijheid mag evenmin gebezigd als voorwendsel voor eigen begeerten. Wanneer men, met een beroep op de vrijheidsgedachte, in allerlei ingrijpende zaken een levensstijl aanprijst van wereldse allure, verraadt zich evenzeer de miskenning der reformatorische vrijheiid, en de verschraling der nieuwe gehoorzaamheid.
Daarom moeten we ons blijven herinneren, dat de harde pit van de christelijke vrijheid die is van de persoonlijke gebondenheid aan God in Christus. De zede is onpersoonlijk. , , De mensen!" , , Het" hoort. , , Men" doet. Maar wij kunnen slechts verantwoord leven, als wij persoonlijk voor Gods aangezicht het gewone leven ontvangen, zoals dat tot ons kwam.. Dan moeten we de strijd aandurven tegen een gemakzucht, die ons een gesust geweten schenkt, omdat we het precies deden als altijd, om vanuit deze valse rust een getroost geweten te vinden in Jezus Christus, Die ons ook van dagelijkse zonden rechtvaardigt om ons in de heiliging te doen leven. En dan geldt van de middelmatige dingen, dat ieder in zijn gemoed ten volle verzekerd zij. Mits dat gemoed is opgeheven tot voor het aangezicht Gods! Dan leven wij, , met een zekere onbevangenheid, maar in gehoorzaaimheid, al onze dagen, ons gewone leven, in onze tijd en in onze situatie. Tegen deze achtergrond kunnen in de practijk soms kleine beslissingen een zwaar accent ontvangen. Doch dit is geen regel. Waarover een volgende (en laatste) maal!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's