KRONIEK
Kerk en Secte — Referaat van dr. Boerwinkel — , Het experiment der gemeenschap" — Nog eens weer Taizé — Karl Jasper's recept — „Alle kansen voor de kerken liggen in de Bijbel" — „Het Parool" over de Synode en de Geref. Bond — De 9e Evangelische „Kirchentag".
Het sektendom neemt in onze dagen grote afmetingen aan. Het is wel van alle tijden. De Kerk — kenners van de kerkgeschiedenis weten dit — is op haar pelgrimstocht door deze wereld nimmer zonder sectarische stromingen binnen en buiten haar geweest. Maar vergeleken bij een halve eeuw geleden — het was in de tijd dat „Hollandia" in Baarn onder redactie van wijlen prof. dr. S. D. V. Veen de brochurereeks „Kerk en Secte" publiceerde — was het sectendom quantitatief niet zo machtig als thans. Het geeft te denken, dat "volgens mr. Van Randwijck van het Zendingsbureau 42 % van de Wereldzending nu reeds uitgaande is van wat wij secten plegen te noemen"; en dat „van de 750.000 protestanten in Chili 35.000 behoren tot de zgn. traditionele kerken en 400.000 tot de Pentecostal Church" ('Pinkstergemeente). In Europa schijnt de verhouding ongeveer dezelfde te zijn. Ik ontleende deze cijfers aan dr. Boerwinkel's referaat: „De Kerk en de Pinksterbeweging", door hem op de laatste Predikantenvergadering gehouden, — het verslag staat in de N. R. Crt. dd. 8-4-'59; daarna publiceerde hij hét referaat in , , Woord en Dienst", terwijl het ook werd opgenomen in de mij toegezonden Zeister (kerkbode , , Hervormd Gemeenteleven".
Hij handelt in zijn referaat uiteraard voornamelijk over de Pinksterbeweging, doch betrekt af en toe ook andere secten in zijn gezichtsveld. Zo vertelt hij o.m. van de vorderingen der , , Jehova's getuigen" over heel de wereld, waarom van hen werd gezegd: de „fastest growing religion in the world" (de snelst groeiende religie in de wereld).
De Pinksterbeweging doet in dit opzicht voor de, , getuigen" niet veel onder. En het is goed, dat dr. Boerwinkel over haar geloofsvoorstelingen, welke voornamelijk betrekking hebben op de Geestesdoop, de glossolalie (spreken in tongen), genezing op gebed, doop na belijdenis des geloofs, — een stroming binnen haar propageert ook de „wederdoop", doop bij wie reeds gedoopt werden — 't nodige zegt. Ik ga daar hier niet verder op in, want het is mij nu te doen om op het groeiende sectenwezen nog eens weer te wijzen. Ik deed dat voorheen ook toen ik op het vormen van , , kringen" in onze gemeenten, een soortgelijk sectarisch verschijnsel, de aandacht vestigde. Deze zaken verdienen blijvend onze belangstelling en verontrusting. Vooral, wanneer dr. Boerwinkel weet te vertellen, dat de zending op Nieuw-Guinea grote schade lijdt van de actie der Pinksterbeweging.
Zoals ik reeds opmerkte bepaalt dr. Boerwinkel zich in zijn referaat niet uitsluitend tot de , , Pentecostals". Er zijn meerdere sectarische stromingen hier te lande, die ongeveer op dezelfde noemer zijn terug te brengen. Hij wijst in dit verband op de beweging van de nu reeds ontslapen Herman Zeiss, wiens werk hier te lande door de heer en mevrouw Stroethoff wordt voortgezet, mede door het orgaan , , De Oogst". Dr. Boerwinkel vervolgt dan: , , Zoals reeds is gezegd: dit alles was niet strikt Pinksterbeweging. De heer Stroethoff weet bijv. wel te spreken van het ontvangen van een geestesdoop, maar het spreken in tongen behoort daar voor hem niet beslist bij.
Dit was weer wel het geval met een andere beweging die na 1950 is opgekomen nl. die van Karel Hoekendijk en z'n blad "Stromen van Kracht". Hier kan men wel degelijk spreken van een Pinkstergroep in engere zin. Hier was nl. het spreken in tongen inderdaad een zeer essentieel punt, ja een manifestatie waartoe ieder Christen, die geestesgedoopt was en die het ernstig wilde, kon komen. Opmerkelijk was dat in de aanvang deze beweging vat kreeg op een groep die van nature door een zekere intellectuele gereserveerdheid wordt gekenmerkt: op studenten, waaronder ook verscheidene studenten in de theologie. Ook vond men een groot aantal Gereformeerden bij' deze groep. (Waarschijnlijk als reactie op een dikwijls sterk verstandelijke prediking in de Gereformeerde kerken). Helaas heeft zich hier een betreurenswaardige sektarische ontwlkkeling voorgedaan doordat men ging dopen degenen die reeds als kind gedoopt waren en ook in eigen groep avondmaal ging houden. Bovendien ontwikkelde zich hier een gevaarlijke leer van de zondeloosheid, een overtrekking dus: van de teksten uit 1 Joh. 3 en 5.
Deze en nog andere ontwikkelingen hadden tot gevolg dat velen zich van de heer Hoekendijk afkeerden, en weer de weg terug naar de kerk zochten, al bleven zij dankbaar voor aanvankelijk ondervonden zegen.
Mede hierdoor ontstond 'n nieuw blad: "Vuur""olv. vicaris Verhoef en de predikanten Glashouwer en Van de Heuvel, dat o.a. bij de voorbereiding van de komst van Osborn en bij de nazorg daarvan belangrijk werk heeft gedaan en nog doet".
En hij voegt hier nog aan toe: „Daar moet dan ook nog bij genoemd worden de groei van de zgn. Philadelphia gemeenten in het Noorden van ons land, vooral in Friesland onder leiding van ds. Van Petegem. In dit verband moeten wij ook vermelden dat de P.K.V. te Groningen in september 1957 reeds een herderlijk schrijven inzake de Pinksterbeweging deed uitgaan. Terwijl tenslotte nog moet worden gewezen op de komst van vele Indische Nederlanders in ons land, die in Indonesië tot verschillende Pinkstergroepen behoorden en die hier nu een gemeenschap zoeken, waar zij zich godsdienstig thuis voelen".
Uit dit alles blijkt wel, dat waarlijk hier wel gesproken kan worden van een „uitdaging" aan de Kerk.
Als vanzelf komt de vraag op naar de oorzaken van de groeiende invloed van de secte, en de orde. Ik noem het laatste woord „orde" hier ook, omdat het met het verschijnsel, dat ik hier releveerde verband houdt, enigszins op hetzelfde vlak ligt. Onlangs promoveerde ds. J. H. van Beusekom op een proefschrift, dat getiteld is: , , Het experiment der gemeenschap een onderzoek naar plaats en functie, van de , , orde" in de reformatorische kerken". Ter inleiding van de bespreking van deze dissertatie in de N.R.Crt., dd. 13-8-'59, gaf de recensent de volgende beschouwing: , , Het godsdienstige leven heden ten dage vertoont een opmerkelijke behoefte aan gemeenschapsvorming en duidelijk gemarkeerde groepskernen. Deze behoefte, die men als een der meest relevante manifestaties van de sekte kan beschouwen en die tegenwoordig daarmee steeds duidelijker naar buiten optreedt (Pinkstergroepen, Jehova's getuigen, Osbornbeweging e.a.) dringt tegenwoordig ook in sociologisch anders gemarkeerde lagen door, en het individualisme in religiosis schijnt af te nemen. In de jaren na de oorlog is binnen het kerkelijke veld, eigenaardig voor het protestants-kerkelijke erf, een fenomeen opgetreden, dat zich ondèr verschillende benamingen voordoet: broederschap, communauteit, gemeenschap, orde. Voornamelijk in het buitenland, Frankrijk, Schotland en Duitsiand met name, hebben deze gemeenschappen in een orde van protestantse signatuur vaste vorm aangenomen".
Ik geef dit stuk in zijn geheel, omdat hier ook gewezen wordt op oorzaken van het verschijnsel van het sectarisme in. de tegenwoordige openbaring. Dr. B. wees ook op de factoren hier genoemd en onderstreepte bijzonder , , overheersing van het emotionele", dat gevoed wordt door een afkeer van het rationele, het verstandelijke. Het irrationele beheerst de geesten.
Hij wijst ook op de vehemente en sensationele beriohtgeving in de pers, waardoor een mentaliteit wordt gekweekt, die hoe langer hoe meer opgaat in de „experientie", wat doorleefd is en het gevoel beroert, en daardoor wordt aangesproken. Hij signaleert deze situatie als' „grote nood". Dit kan echter niet bij allen de oorzaak zijn. Als prof. van Niftrik, schrijvend over zijn bezoek aan de communauté van Taizé vertelt van wat hij daar doorleefde, ook dat hij met de broeders daar Avondmaal vierde — men leze het in de Kroniek van „Kerk en Theologie" — dan denk ik toch aan andere beweegreden. Oecumenische gemeenschapsdrang? Het weldadig aandoende van als echt aangevoelde doorleving, ervaring, bevinding of hoe men het ook wil noemen? Misschien ook een onbevredigd zijn met het kerkelijk leven in zijn tegenwoordige openbaring? Hij beveelt in zijn Kroniek de kerk wel een en ander ter overweging aan. Men versta mij goed. Ik bedoel allerminst, dat prof. v. N. sectarisch is geïnfecteerd. O, neen. Doch ik vermeld het om te laten zien welk een machtige invloed er van bepaalde stromingen op ons kan uitgaan. Temeer, wanneer we in het kerkelijke leven een manco voelen. Wie, die leeft in een bepaalde tijd ontkomt aan zijn invloed? Er ligt waarheid in het zeggen, dat „de secte een onbetaalde rekening is van de kerk". Het bovenstaande toont echter wel, dat de kerk niet alleen schuld draagt.
Ik hoop niet, dat ik in het voorafgaande te veel van mijn lezers gevergd héb. Het gaat in al deze dingen om de diepste noden, zioh openbarend in een grote angst, waarin velen gebonden zijn in deze tijd. Is er genezing? De humanist Karl Jaspers, wijsgeer van grote allure, heeft zich ook met deze verschijnselen bezig gehouden. Hij tekent in zijn boek: , , Die Atombombe und die Zukunft der Menschen", hoe het heden noodzakelijk uit het verleden moest evolueren. Doch daarover nu niet meer. In dat boek geeft hij een recept ter genezing. Luister slechts: , , Alle kansen van de kerken liggen in de bijbel, als zij deze in het bewust-zijn van de ommekeer in de wereld heden weer in zijn oorsprong tot nieuw leven kunnen brengen. Nu staande voor het uiterste, ligt in de kerken, voorzover haar leden nog echte gelovigen zijn, misschien de grootste mogelijkheid". En dan verder: , , De kerk moet naar de diepte afsteken, maar dan ook zo radicaal dat ze 't moet wagen om eventueel alleen te komen staan, zo, dat haar leden weglopen vanwege deze diepste radicaliteit. De situatie waarin de mensheid immer en ook nu verkeert vraagt om wedergeboorte van de mens. Wil de mens, staande op bijbelse bodem, opgewassen zijn tegen het alleruiterste, waarvoor wij thans gesteld zijn, is een diepere verandering nodig, dan de protestantse reformatie van weleer, bewerkstelligde".
Men ziet dit is radicaal. Zijn uiting over de Reformatie kan ik niet delen. Ik moet ze afwijzen. Maar wat hij zegt van de Bijbel, dat is raak.
Dr. B., uit wiens lezing ik ook deze citaten nam, wijst telkens op de ervaring des Geestes, zelfs noemt hij eenmaal het woord „bevinding". Het ligt in de lijn als men spreekt, dat de kerk weer vol des Geestes moet worden.
In dit verband herinner ik mij een gesprek tussen een ouderling en een predikant. De eerste zeide: „de jongeren, de jeugd wil geen bevindelijke preek". De predikant antwoordde: , , de jeugd snakt ernaar meer dan zij zich bewust is*. Aan ons de taak ze haar te geven in een preek niet vol , , bevindelijkheid", maar gedragen door de bevinding des geloofs", de bevinding der Schrift'". Ja, zulk een preek slaat aan en in. Maar zij zal niet geboren worden dan wanneer de prediker doorleeft wat als motto staat vóór in een , , prekenregister": , , Horae anxietatis et beatitudinis", , , uren van nood en gelukzaligheid".
Worstelt de gemeente wel met haar dominee mee, opdat hij bij de voorbereiding die , , , uren" doorleeft?
Er is bij mij op aangedrongen nog iets te zeggen over het stuk, dat in , , Het Parool" van 31 juli jl. stond en 13 aug. in zijn geheel onder , , Kerknieuws" in ons blad werd geplaatst. Eigenlijk heb ik er weinig lust toe. Er zijn dingen, die men met „schrikkelijkst daarvan te zwijgen" , , 't allerbest zegt". Maar ja, dan had het stuk ook niet moeten worden afgedrukt in de kolommen van ons blad. Goed dan, ik zal er iets van zeggen; dat beloofde ik tenslotte.
Staan er leugens in het stuk? ïk meen van niet. Wat de schrijver van de Synode en haar besluit zegt, zullen velen met mij als juist aanvoelen. Zij (de Synode), leek in deze op , , de lichte, snelle kemelin, die haar wegen verdraait" (Jer. 2 : 23). Het is de toon, die hier de muziek maakt. En die toon is niet fijn. Het stuk is niet raillerend, niet speels ironisch. Er is een bijtend sarcasme uit de pen gevloeid van de journalist — ik meen zijn hand te herkennen, doch ik kan me vergissen —; hij is in zijn relaas niet elegant tegen de Synode. Dat is te betreuren, juist omdat hij de hoge kerkvergadering gemis aan elegance verwijt. Behoort hij tot , , bevriende relaties" van de Synode? Het zou kunnen, want die zijn er in de kringen van , , Het Parool" wel naar ik meen. Misschien zal dit stuk hen, die van de , , doorbraak" voor de kerk nog iets verwachten, daarvan genezen.
Tegen de Geref. Bond is de schrijver fel. De leiding krijgt de nodige , , sneers". De woorden aan haar adres, de , , Bond" incluis, zijn geladen, invectief-geladen. Er spreekt vij'andschap uit.
Is de schrijver beducht voor de invloed van de , , Bond"? Hij schat het aantal van met de G.B. sympathiserende predikanten op één achtste van het hele corps. Naar ik meen is dat onjuist. Het is ongeveer één derde. Maar dit terloops. Het stuk treft tenslotte het beginsel dat schuilt in het optreden van de Bond. Daar kan de schrijver terecht beducht voor zijn. Want dat beginsel komt op uit en wordt gevoed door de Bijbel — , , de kansen voor de kerk liggen in de Bijbel" (Jaspers, zie boven), waarin het reformatorisch belijden geen knoeierij duldt. Ik hoop en bid, dat het God believe, de krachten, die in ons belijden schuilen — de onverminkte Confessio Belgica doet er belijdenis van —, nog eens zo in ons te doen uitkomen, ze ons zo te doen kennen, dat in onze actie uitkome, wat wijlen prof. Kuenen uitsprak in de woorden: , , De mannen van de praedestinatie zijn altijd de mannen van de daad geweest". Dat zal Kerk en samenleving tot zegen, en tot genezing zijn.
Van 12—16 augustus is te München de 9e Evangelische „'Kirchentag" gehouden. Bij. de openings-godsdienstoefening waren naar verluidt 75 a 80.000 mensen bijeen. Het blijkt wel, dat de „Kirchentag" zich in 'n groeiende belangstelling mag verheugen. Zeker, er waren enkele duizenden buitenlanders, en ook vele rooms-katholieken uit München behoorden tot de bezoekers en namen intens deel aan de discussies. Niettemin, het leeuwenaandeel werd gevormd door Evangelisch-Luthersen uit Oost- en West-Duitsland.
Wat deed zovelen van allerlei leeftijd in München samenstromen? Begeerte om zich aan het massale op te heffen? Of geloofsnood en verbondenheid? Het is in andere woorden wat een verslaggever vragenderwijze poneerde: , , Getal of geloof"? Misschien tast ik mis als ik de veronderstelling waag, dat vooral believen van religieuse geloofsverbondenheid van , , 0ost" en , , West" de duizenden drong, om iets te ervaren van wat van Paulus gezegd wordt in Handelingen 28: Paulus de broeders ziende dankte God en greep een moed. Natuurlijk kan hierin ook het massale zich doen gelden doch dan gaat het toch om "geloofsverbondenheid" te doorleven.
Schuilt heel op de achtergrond ook nog een politieke factor, een verlangen naar vereniging van alle man van Duitse stam? Het zou geen wonder zijn. Uitspraken dienaangaande zijn er niet gedaan voorzover ik de verslagen las. Het spreken van prof. Heuss, nu nog president der Bondsrepubliek, was meen ik, een geste van humanistisch meeleven. En dan de bijzondere medewerking der r.k.-bevolking en r.k.-geestelijk'heid van München? De aartsbisschop van München, kardinaal Joseph Wendel ging voor in gastvrijheid. Hij had de aartsbisschop van de Lutherse kerk in Denemarken dr. Frede Beyer met echtgenote te gast, meldde de N.R.Crt., dd. 17-8-'59. Oecumenisch verlangen op deze bijzondere wijze getoond? Of begeerte naar samenbinding voor r.k.idealen? Of zoek ik er teveel achter? Hoe dit ook zij, de , , Kirchentag" is een massale gebeurtenis, geweest, voortbouwend aan een zich vormende traditie. Hij is een gebeuren, dat vooral in het Duitse protestantisme, geboren uit bijzondere omstandigheden, te verstaan is.
Men kan hem m.i. niet imiteren. In onze 'bodem tiert de plant niet tenzij er bijzondere aanleidingen zijn. Doch dan is hij geen , , Kirchentag", gelijk het Duitse protestantisme hem schijnt nodig te hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's