Uit de Pers
Zoals men weten kan, staan er in de kerkorde een paar befaamde overgangsbepalingen, in de kerk bekend als overgangsbepaling 238a t.m. h. Deze betreft het nevenpastoraat aan een aantal lidmaten van een gemeente, die verklaart „binnen de grenzen van art. X der kerkorde behoefte te hebben aan een andere modaliteit van prediking en catechese dan ter plaatse wordt gevonden", terwijl de kerkeraad van oordeel is de verantwoordelijkheid daarvoor als zodanig niet te kunnen dragen. Als dit ergens het geval is, kan voor zulk een groep lidmaten een noodvoorziening worden getroffen. Deze noodvoorziening heeft dan betrekking op de verzorging van de bediening des Woords en der sacramenten, de opneming onder de belijdende leden, de bevestiging en inzegening van huwelijken en het pastoraat.
Ontdaan van alle schoon-klinkende woorden komt dit in het kort hierop neer: hoe maken wij van midden-orthodoxe richtingsevangelisaties in Herv. Geref. gemeenten en van vrijzinnige richtingsevangelisaties in orthodoxe gemeenten min of meer plaatselijke kerken met ambtelijke bevoegdheden. Welnu, overgangsbepaling 238 a t.m. h bevat een regeling.
Enkele kerkeraden nu, in wier gemeenten zulk een regeling getroffen is, weigeren de dopelingen in de doopboeken, de nieuwe lidmaten in de lidmatenboeken en de gehuwden in de trouwboeken in te schrijiven. Dit betreft dan de dopelingen en de lidmaten, die in zo'n evangelisatie resp. gedoopt zijn en tot lidmaten bevestigd. Volgens de kerkorde moeten die kerkeraden dat wèl doen, en wel op gezag van de provinciale kerkvergadering, waaronder zij ressorteren. Maar wat, als zij blijven weigeren? In deze mogelijkheid was in de kerkorde niet voorzien.
In zijn verslag in het Herv. Weekblad , , De Gereformeerde Kerk" van 20 aug. jl. over de jl. gehouden zomervergadering van de Generale Synode breekt dr. G. J. Streeder uit Den Haag de staf over deze weigerachtige kerkeraden.
Hij schrijft, dat
het hem bevreemdt, dat zulk een kerkeraad de inschrijving weigert. Wanneer het zulk een kerkeraad met zijn onvermogen tot pastorale zorg ernst is tegenover de minderheidsgroep, dan kan hij alleen maar dankbaar zijn, dat op deze wijze de verantwoordelijkheid door een hogere vergadering voor hem wordt gedragen. Een weigering maakt thans de indruk de opbouw onzer kerk willens én wetens in de weg te staan.
En verder:
Maar 't feit ligt er eenmaal, dat kerkeraden de inschrijving weigeren. Om uit deze impasse te komen dient het slot van 238d aldus gewijzigd te worden: „waarna deze (d.i. de provinciale kerkvergadering) de aan haar doorgegeven namen inschrijft in bij haar berustende voorlopige doop-, lidmaten- en trouwboeken, terwijl zij een afschrift van de verrichte inschrijvingen doorzendt aan de gemeente ter plaatse!" Men voegde hieraan toe, dat de provinciale kerkvergadering ten aanzien van het afgeven van bewijs van lidmaatschap, doopbewijzen, attestatie, doet wat des kerkeraads is. Ook deze noodmaatregel in het kwadraat blijtt uiterlijk tot 1 januari 1965 van kracht.
De provinciale kerkvergadering doet dus , , wat des kerkeraads is". Het inschrijven is een taak van de kerkeraden. Doen deze dat niet, dan treedt de prov. kerkvergadering op. Het wordt rustig gezegd in termen, ontleend aan het feit, dat een kerkeraad geschorst of afgezet is. Feitelijk is deze inschrijving door een meerdere vergadering dus een tuchtmaatregel.
Over de wijze, waarop in de synode over dit voorstel gesproken is, wordt het volgende geschreven:
Dat dit voorstel op de vergadering bedenkingen opwierp, valt te begrijpen. Deze nieuwe lidmaten hebben plaatselijk geen stemrecht. Gevraagd wordt, of uit deze nood nog geen grotere nood voortkomt. „Kan een kerkeraad zijn zorg beperken tot alleen hen, die van dezelfde gezindheid zijn? " Het voorstel wordt verdedigd met de opmerking, dat de synode bewogen is met groepen van lidmaten, die waarachtig naar het Evangelie van Christus willen leven. Daarop werd het voorstel, met slechts twee stemmen tegen, aangenomen. Ik betreur het dat er niet meer tegenstemmers zijn. Betekent dit voorstel niet een legitimering van de anarchie? De houding van de kerkeraden, die weigerden in te schrijven, dient te worden gekwalificeerd als „onchristelijik" en „ongereformeerd", zoals werd opgemerkt.
Dat weten we dus! In dit opzicht is de houding van de Herv. Geref. Kerkeraden „onchristelijk" en „ongereformeerd". Zelf voegt dr. Streeder aan deze kwalificatie nog toe: , , deze houding is typisch „on-hervormd".
Zulk spreken en schrijven is toch wel een bewijs van gebrek aan inzicht in de taak en de roeping der kerkeraden. In alle ernst, kan men nu werkelijk van een kerkeraad verwachten, dat zij tot inschrijving overgaat, als men eerst een groep leden der gemeente aan haar opzicht en tucht onttrekt? Want hier ligt de kern van de zaak: dat men eerst een aantal gemeenteleden onttrekt aan dit opzicht, en dan later toch weer op de een of andere wijze poogt te brengen onder datzelfde opzicht.
Men moge dan grote woorden gebruiken als , , onchristelijk" en , , ongereformeerd" en , , on-hervormd", maar wat in overgangsbepaling 238a t.m. h is geregeld, dat is , , ongereformeerd", zoals trouwens heel veel in de nieuwe kerkorde het reformatorisch kerkrecht met voeten treedt. Denk alleen maar aan de verhouding van de plaatselijke gemeenten tot de meerdere vergaderingen en omgekeerd. Maar al te zeer wordt hoe langer hoe meer het kerkeilijk leven door synodale beslissingen gereglementeerd. Op de manier zoals het nu toegaat, komen we weer helemaal terecht in de periode van de reglementenbundel. En dat was' toch niet de opzet, toen de nieuwe kerkorde werd ingevoerd !
Aan het slot van zijn beschouwing over bovengenoemd voorstel merkt dr. Streeder op:
Eén bezwaar om genoemd voorstel te verwerpen ligt in het feit, dat de betrokken dopelingen en lidmaten „in de lucht" komen te hangen. Evenwel staat het aan de classicale vergaderingen de Generale Synode te oonsideren tegenover de weigerachtige kerkeraden (predikanten, ouderlingen en diakenen) die maatregelen te treffen, welke haar ten dienste staan om orde op zaken te stellen.
Inderdaad, aanneming van dit voorstel is in de gegeven omstandigheden het beste, wat de classes te doen staat. Andere maatregelen zouden een onbedoeld conflict kunnen ontlokken, of 't moest zijn, — en dat is het enig gereformeerde —, dat men zo spoedig mogelijk de desbetreffende overgangsbepaling schrapt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's