De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

9 minuten leestijd

President Eisenhowers tournee — „Vreedzame coëxistentie? " — Uit Barth's brief over de „loyaliteitsverklaring' — Uit de Generale Synode der geref. kerken — „Naar een nieuw doopsformulier? " — Behandeling rapport over „hereniging" — Uit de rubriek: „Lezers aan het woord".

President Eisenhower heeft zijn tournee door West-Europa besloten met een weekend op een kasteel in Schotland, om de nodige rust te genieten. Maandag 7 sept. is hij per vliegtuig naar Washington afgereisd. Dit alles is bekend. Niets bijzonders eigenlijk. Ja, toch wel. Ik vind het opmerkelijk, dat de President op maandag vertrok en niet in de loop van de zondag, gelijk ministers en staatshoofden, vorsten en hoogwaardigheidsbekleders nog wel veel plegen te doen. Of Eisenhower in Schotland gekerkt heeft is niet gemeld. Wel heeft hij dat gedaan zondag 30 augustus toen hij op Chequers logeerde. De preek — de tekst was uit Joël 2, waar gehandeld wordt over het wereldgericht — heeft de predikant heel wat tijd en inspanning gekost; drie dagen naar verluidt. De belangstelling was overweldigend. In de kerk, waar gewoonlijk 30 á 50 gemeentenaren opkomen, waren er nu 300. Enkele duizenden waren rondom de kerk opgesteld om via luidsprekers de preek te beluisteren. Natuurlijk was er dat talrijk auditorium om het bijzondere van het geval.

Toen de President de predikant na de preek zijn dank uitsprak, moet hij gezegd hebben: „Dit was, wat wij nodig hebben". Hoevelen onder het duizendtallig gehoor zullen daarmede ingestemd hebben? Dat weet God. De dominee heeft de gelegenheid, die God hem bood, niet verzuimd. Eisenhower heeft dus de dag des Heeren geëerd. Daarin zij hij ons, vorstenhuis, regering en volk ten voorbeeld!

En de resultaten van zijn „groot bedrijf"? Bij zijn vertrek moet hij — de nieuwsdienst gaf het door — betreffende zijn ontvangst en besprekingen in West- Europa gezegd hebben: „Het was fantastisch". Slaat dit op een grotere westelijke eenstemmigheid door en onder zijn leiding bereikt, ter voorbereiding op de besprekingen met Chroesjtsjow?

Velen in Amerika zijn alles behalve te spreken over het bezoek van de russische machthebber. In kerkelijke kringen is nogal deining. De leider van de I.G.C.C., dr. Mc Intire, heeft zijn ontstemming in scherpe bewoordingen geuit. Vrezen zij, die afwijzend staan tegenover Chroesjtsjow's bezoek, dat het nu zal gaan in de weg van „vreedzame coëxistentie"? De russische premier schijnt die kant op te willen. Een dergelijke situatie lokt velen, in de kerken en daarbuiten. De recalcitrante geesten in de V.S. zijn er helemaal niet op gebrand.

In welke richting gaan toonaangevende kringen in het kerkelijk leven in Europa?

Een tijdje geleden maakte ik melding van een pastorale brief van Karl Barth, geschreven aan een predikant in de Oost- Zone, die in moeilijkheid was over de van hem gevorderde „loyaliteitsverklaring". Wat Barth die predikant geantwoord had was nogal opzienbarend, vergeleken met zijn uitingen tijdens de bezetting, betreffende het Nazi-regement. De brief zelf was niet in „Trouw", uit welks artikel ik citeerde, opgenomen.

Dr. Buskes heeft onlangs die brief vertaald en, van een inleiding voorzien, uitgegeven. De passage, waarop het aankomt, vond ik letterlijk overgenomen in de N.R.Crt., dd. 18-8-'59. Zij luidt:

„Loyaliteit betekent niet: het sanctioneren van de aan deze orde ten grondslag liggende ideologie. Loyaliteit betekent ook niet: het goedkeuren van alle mogelijke maatregelen van de feitelijke steunpilaren en vertegenwoordigers van deze orde. Loyaliteit sluit dus het voorbehoud van vrijheid van gedachte ten opzichte van de ideologie, óók het voorbehoud van eventuele tegenspraak en tegenstand ten opzichte van bepaalde explicaties en applicaties van een bepaalde staatsorde in zich. Loyaal ten opzichte van een bepaalde staatsorde gedraagt hij zich, die haar geldigheid en gezag ook voor zichzelf erkent en van plan is zich aan haar, binnen de grenzen van wat hem innerlijk en uiterlijk mogelijk is, te houden". In deze zin alleen acht Barth er geen bezwaar tegen om de door de D.D.R. verlangde loyaliteitsverklaring af te leggen."

Op het laatste deel in dit citaat, dat ik cursief liet drukken, komt het m.i. vooral aan. Dit is een standpunt, dat ook hier te lande tijdens de bezetting door meerderen werd ingenomen, doch toen, mede om uitlatingen van Barth, naar hier gezonden, door heel velen afgewezen. Daarom temeer is deze verklaring van de Bazelse „kerkleraar" merkwaardig.

We kunnen dr. Buskes dankbaar zijn, dat hij de letterlijke vertaling van het opzienbarend en geruchtmakend schrijven vertaalde en deed verschijnen bij Callenbach te Nijkerk. Is in een en ander ook te speuren een aanvaardbaar stellen van een „vreedzame coëxistentie"? Het is mogelijk; ook al, wijl gezien het standpunt van dr. Buskes inzake bewapening en militarisering, die coëxistentie wel in de lijn ligt. Hoe dat ook zij, en wat de gevolgen zullen zijn van de ontmoeting van de President der V.S. en de russische premier, het hart, dat de Naam des Heeren kent als „een sterke toren", vindt rust in wat Psalm 33 : 5 (berijmd) zingt:

„Geen ding geschiedt er ooit gewisser.

Dan 't hoog bevel van 's Heeren mond.

Zijn goddelijk almacht spreekt en 't is er.

Zijn wil gebiedt, en 't wordt terstond".

 

Ik schakel nu over naar het specifiek kerkelijke. Zo mag ik synode-vergaderingen en synodale activiteiten naar ik meen met recht betitelen.

De Generale Synode der geref. kerken ving eind augustus weer aan in plenaire zittingen samen te komen. Zonder de belangrijkheid van het die week behandelde en beslotene te willen ontkennen, is toch, wat in de 1e week van september ter synodale tafel kwam, m.i. van groter betekenis. Het raakt de geref. gezindte in haar geheel, juist, waar in geding was een deel van het gemeenschappelijk bezit. Wat ik op het oog heb, werd in het verslag van „Trouw", dd. 5-9-'59 aangediend met het opschrift: „Naar een korter doopsformulier? " Wat daaronder vermeld werd, betreft meer dan het doopsformulier. Er is nl. indertijd een commissie ingesteld die tot taak heeft een herziening van heel de bundel liturgische geschriften (formulieren) voor te bereiden. De commissie, die vrijheid heeft formele en materiële wijzigingen voor te stellen, is nog niet gereed gekomen. Nu schijnt men in verschillende gemeenten nog wel eens heel vrij, met de formulieren om te gaan. Het verslag zegt nl., „dat iedereen 't er over eens was, dat een einde moet komen aan de vaak voorkomende wanorde op liturgisch gebied". De opdracht van de commissie is dan ook te werken „naar de richtlijn, dat vastheid, regelmaat en eenparigheid ook tot het wezen van het liturgische behoort".

Dit over de formulieren in het algemeen.

Ter Synode waren ook stemmen, die bezwaar uitten tegen het bestaande doopsformulier. Men wilde nu reeds een korter.

Ds. P. D. Kuiper had er zelfs al een ontworpen. Het was niet langs de gebruikelijke weg ter kennis van de Synode gekomen. Gevraagd waarom hij het niet door de kerkelijke organen had laten indienen, was zijn bescheid: „Daarvoor was ik te bescheiden". Het geval doet denken aan wat uit een vorige zitting werd gemeld, dat nl. een predikant der geref. kerk van Utrecht, ik meen ds. Muns, een eigen berijming van de Psalmen had gemaakt en aangeboden. Wel door de kerkelijke instanties, meen ik. Doch dit terloops.

Prof. K. Dijk heeft pal gestaan voor gebruik van het bestaande doopsformu­lier, zolang de „commissie" met haar werk niet klaar is. Hij meende, dat lezing van dit formulier slechts vijf a zes minuten vordert, en dat dit waarlijk niet te veel van de gemeente vergt.

Naar dit advies, waarin prof. Dijk het formulier om zijn summiere maar niettemin treffende schriftuurlijke uitwerking prees, is besloten.

Het oude doopsformulier blijft, voorlopig dus, gelden. Men heeft geen gewijzigd of verkort „vrij gegeven", gelijk indertijd een nogal veranderd en besnoeid huwelijksformulier.

Nu houdt begeerte naar een korter formuler in de geref. kerken uitteraard verband met het feit, dat schier elke zondag in die kerken doopsbediening is. Men kent daar niet, gelijk bij ons, bepaalde „doopzondagen". Dat wilde men niet, wijl er elke zondag gelegenheid moest zijn de kleine kinderen te laten dopen. Men wilde dus geen concessie aan „de zwakheid der menigte", gelijk in de hervormde kerk, waar men „doopzondagen" instelde, omdat de gemeente niet elke zondag lezing van formulier en doop kon dragen. Waar men in de geref. kerken een andere weg welbewust ging — ik kan dat appreciëren — daar moet men ook de consequentie dragen en zich inzetten tegen eventuele sleur. Er is zeker gevaar voor sleur, hier dan in het aanhoren en zien. Maar is het niet eis, waar dit gevaar heel de geregelde dienst des Woords bedreigt, er steeds weer tegen te strijden ?

Ik wilde ook nog het een en ander zeggen over de worsteling der Synode te Utrecht met het oecumenisch vraagstuk. Daarvan bleek in de Synode-vergadering van donderdag 3 sept. j.l. Ik laat dit nu rusten, mede in verband met de bespreking inzake voorstellen om te komen tot hereniging met de „vrijgemaakte kerken". Dinsdag 8 sept. j.l. is met de behandeling van die materie een aanvang gemaakt: Voorgesteld werd : „Leeruitspraak 1946 ter zijde te stellen".

Daarom ten besluite het volgende uit de rubriek: „Lezers aan het woord" uit „Hervormd Nederland" dd. 5-9-'59, naar aanleiding van de „Kerkbouwactie":

„Grootscheepse actie" wordt er hedenavond geschreven in de Nieuwe Rotterdammer.

Welnu, ik voel mij gedwongen, uw redactie een ernstige vraag te stellen.

Deze : grootscheepse actie en de tegenwoordig overheersende prediking tegen activiteit.

Hoe zijn deze twee te rijmen ?

Wat de bedoelde prediking betreft, behoef ik voor uw kring toch geen betoog te houden ? Het is al waarschuwing tegen activiteit wat de kerkelijke klok slaat. Sterke staaltjes zou ik u daarvan kunnen vertellen. Beschouwt u mij s.v.p. niet, gemakshalve, als een van de laatste ethische mohikanen. Ik ben dat perse niet, maar ik huiver voor onze kerk, wanneer ik telkens opnieuw hoor, hoe de paraemese uit het N. T. uitgeschakeld of verdrongen wordt. Vele jonge predikanten praten elkaar na, dat „wandelen" in goede werken betekent geestelijk kuieren, zich verheugende in de goede werken Gods.

Indien in de kring uwer redactie wordt ingezien hoe de bijbelse waarheid hierdoor verminkt wordt, moge u dan in enkele principiële artikelen aan de lezers voorhouden, dat men niet tegelijkertijd deze gevouwen-handen-christelijkheid als het summum bonum kan prediken èn tegelijkertijd de mensen werkelijk levendig kan opwekken om van harte en van beurze actief te zijn."

Het stuk spreekt voor zichzelf. Het trof mij door de ondertekening, die hier niet terzake doet, doch vooral om het probleem hier gesteld. Ik wacht met belangstelling een antwoord in „Hervormd Nederland".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's