MARA
Hij dan riep tot de HEERE, en de HEERE wees hem een hout, dat wierp hij in dat water; toen werd het water zoet. Ex. 15 : 25.
Mara, bitterheid. Zo noemt het volk Israël dit water in de woestijn. Want het is bitter, het is niet te drinken. En er is bitterheid in hun hart als ze dit zeggen. Het was ook heel erg. Brandende dorst, al de voorraad op, en dan al die kleine kinderen.
En het gevolg is, opstand in hun hart tegen Mozes. Hij krijgt de schuld. Ja eigenlijk God zelf. En dat weten ze wel, maar dat durven ze nu nog niet openlijk te zeggen.
Wat zullen wij drinken !
Met andere woorden, zorg jij er voor en anders ... En dat een mens in die omstandigheden tot alles in staat is dat weet Mozes bij zijn eigen vandaan.
Waarom doet de Heere dat nu. Want er gebeurt toch niets bij geval. Ook dit bittere water ontmoeten ze omdat God het wil.
Zie, de Heere wil dit volk verzoeken, dat wil zeggen hier, op de proef stellen. Ze moeten de proef afleggen of ze uit de hand des Heeren willen leven of niet.
Weet de Heere dit dan niet ? Ja wel, maar Hij wil dat dit volk ook door de uitslag van die proef zal weten hoe het met hun gesteld is. En dat is niet zo mooi, dat zien we hier. Ze weigeren om van de Heere af te hangen, komen bij de geringste tegenslag in opstand. Zo wil de Heere ze beschaamd maken en hen leren om in werkelijkheid helemaal van Hem af te hangen en op Hem te betrouwen.
Dus als we het goed zien is dit bittere water, dit Mara nodig omdat dit volk zo weinig vertrouwen heeft op de Heere en omdat dit volk zo weinig zelfkennis heeft.
En wie nu boven dit volk staat kent zich zelf nog niet.
Waar ligt dus eigenhjk de oorzaak van alle Mara, van alle bitterheid ? Bij ons mensen. Hier komt nu openbaar het bittere van onze zonde. Zo zijn we geworden in het paradijs. O, wat is de zonde bitter. Wat heeft het bittere gevolgen, hier in het leven alle moeite en verdriet, en straks de dood, ja als we hier niet het medicijn tegen al die bitterheid leren kennen dan ook de eeuwige dood. Hoe bitter is de zonde. En het bitterste is dat we er geen erg in hebben van nature. We spreken zo gemakkelijk van zonde en zondaar zijn. En we handelen daarom ook op een goedkope wijze in genade en vergeving. Het is echter allemaal surrogaat dat we in handen krijgen gestopt dan.
O, hoe bitter is de zonde en de gevolgen daarvan. Tegen de Heere gezondigd, Hij die heilig is en die een goeddoend God is.
Hoe kan de Heere dit volk dan nog het medicijn voor dit bittere water wijzen. Want dat doet de Heere.
Mozes krijgt op zijn bede een hout gewezen en dat gooit hij er in en dan is het water zoet, heerlijk drinkbaar. Hoe maakt de Heere dit volk beschaamd, om het aan Zich te verbinden. Hoe kan dit ?
O, omdat de Heere al het bittere van de zonde van Zijn volk op de Heere Jezus heeft gelegd. Zie toch hoe bitter de zonde is aan het kruis. Daar komt het openbaar wat de zonde tot gevolg heeft. Ziet Zijn bitter lijden ; Zijn bittere zielesmart. Ziet hoe Hij aan het vloekhout hangt, zonde gemaakt voor Zijn Kerk.
Dat is nu het eerste wonder Gods in ons leven dat we de bitterheid van de zonde gaan proeven. Daar het licht des Heiligen Geestes immers voor nodig.
Dat is dan geen zaak van vreugde. Neen dan gaan we ons zo ongelukkig voelen, dat we geen raad meer weten. Hoe verliest dan alles in dit leven zijn kracht voor ons om ons gelukkig te maken. Hoe leeg wordt dan alles hier. |a nameloos ongelukkig. We kunnen het zelf geen naam geven. En een ander die er kennis aan heeft gekregen kan zich verblijden omdat wij in ons ongeluk lopen, maar voor de mens zelf is het een zaak van diepe droefheid. Hoe bitter is dan de zonde. Hoe schuw worden we dan voor de zonde.
O, de Heere heeft medicijn bereid. De Heere Jezus is het hout. Dat is dit kostelijk evangelie des kruises.
Daarin alleen genezing van al de bitterheid der zonde.
En nu is het zo nodig dat ons dit gewezen wordt. U zult zeggen dit is ons toch allen duidelijk gewezen in Gods Woord! Dat is waar. Daarom zijn we ook geen van allen te verontschuldigen als we onbekeerd blijven.
Maar als de Heere niet door Zijn Heilige Geest dit Woord ging toepassen aan ons hart dan kregen we er nooit erg in en houvast aan.
Maar waar de Heere met de toepassende daad des Geestes komt, o, daar kunnen we het haast niet geloven dat dit nog mogelijk zou zijn voor ons. Daar is het zo groot. Hoe kostelijk wordt dan dit hout des kruises. Hoe kostelijk die Heiland. Hoe noodzakelijk voor ons om Hem te bezitten. O, daar kunnen we ons zelf niet redden, daar komen we handen en voeten te kort om te nemen en om tot Hem te gaan. O, zo ergens dan worden we juist in het nodig hebben en in het hongeren en dorsten naar Jezus Christus gewaar dat het bij ons onmogelijk is.
Want het is zo dat onze natuur zou willen bediend worden uit Christus als we een beetje opgeknapt zijn, als we al een eind op weg zijn.
En nu is dit de weg van genade, dat de Heere Zijn genade komt wegschenken aan verloren mensen, aan zondaren.
O, mensen dat valt niet mee om nu eens werkelijk zondaar voor God te worden, om nu niets over te houden dan zonde en ellende. Want dat schiet er over. Een en al zonde. Dan wordt het voor ons gevoel hoe langer hoe onmogelijker om, ooit zalig te worden.
En dat is nu het wonder van Gods ontfermen, dat de Heere Zijn mogelijkheid schenkt in onze onmogelijkheid.
Mijn lezer(es) is het al eens tot een onmogelijkheid gekomen in uw leven ?
Is die Heere al eens begeerlijk geworden en noodzakelijk vanwege de bitterheid van de zonde ? Is dat ons roepen en kermen de ganse dag. Hebben we daarom nergens rust in ?
O, en als de Heere Zijn Zoon komt openbaren in het zondaarshart, dan al het bitter zoet. O, daar valt de zonde weg, daar verzoening in het bloed des kruises.
En daar het uitzien om geheel met Hem te mogen verenigd worden. Want we hebben God verlaten en we moeten bij God weer terug komen. Dat geeft een heimwee in de ziel om van de zonde en van ons vlees geheel verlost te mogen worden.
Mocht Gods Kerk veel in die gestalte gevonden worden, van dit zondaar zijn voor God. O, daar zou dit bloed dagelijks benodigd worden. Want alles wat we meer zijn dan zondaar voor God dat zijn we teveel.
En als die gestalte mag gevonden worden dan is er juist een teer en afhankelijk leven in de Heere.
Welk een kracht gaat er dan uit van dit hout des kruises in al het bittere water in ons leven. O, er is zoveel bitterheid. Maar dan doet de Heere geen on recht in alle leed en zorg en rouw. Hoe groot is het als alle bitterheid van dit leven zo mag geheiligd aan het hart.
Hoe noodzakelijk is dit ook. Want anders gaat het ons als het merendeel van Israël, dat wel vele weldaden heeft genoten, wel heeft gedronken van dit heerlijke water, maar Hem die er in werd afgebeeld niet hebben leren kennen en zo nog met al die weldaden voor de tijd zijn verloren gegaan.
Mag er veel een bede oprijzen uit ons hart dat de Heere maar wil toepassen tot zaligheid.
En allen die zich zelf kunnen redden en zelf de bittere wateren kunnen gezond maken, mochten het nog eens leren dat ze het niet kunnen. Zovelen menen in hun waan dat ze zelf het hout wel kunnen vinden en inwerpen. Wat door de Heere bearbeid wordt krijgt de Heere nodig en Diens Heilige Geest om de weg te leren en er op te mogen gaan.
Hoe dwazer nu maar in zich zelf, hoe meer verlegen om dit goddelijk onderwijs. En de Heere maakt wijs tot zaligheid. Zo eeuwig boven de smart en bitterheid uit, en dan altijd bij de Heere.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's