De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers

7 minuten leestijd

Enkele maanden geleden is in deze rubriek de aandacht gevestigd op het verslag van de jaarvergadering 1959 van de Confessionele Vereniging, verscheen in het „Hervormd Weekblad De Gereformeerde Kerk". Uit dit verslag bleek, dat er op die jaarvergadering allerlei spanningen openbaar kwamen rondom de positie en de houding van de leden van die vereniging en die vereniging zelf in het geheel van de Hervormde Kerk. Alles concentreerde zich om de vraag: Wie en wat is confessioneel?

Naar aanleiding van deze spanningen schrijft de voorzitter van de confessionele vereniging, ds. C. M. Luteyn te Groningen, in genoemd weekblad een artikelenserie onder de titel: „confessioneel". In zijn eerste artikel geeft hij een weergave van de statuten. Zij luiden als volgt:

„De Confessionele Vereniging, gevestigd te Utrecht, is een vereniging van leden der Hervormde Kerk, die verklaren: Ie. in te stemmen met de belijdenis van die Kerk — geformuleerd in de 37 artikelen, de Heidelbergse Catechismus en de 5 hoofdstukken der Leer, zoals zij in 1618 en 1619 door de Synode van Dordrecht ook tegenover de Remonstranten is gehandhaafd;

2. het normatief gezag van de Heilige Schrift en het normerend gezag der Kerk in hare vergaderingen te erkennen." Art. 2 luidt: „De vereniging erkent: a. dat in een welgestelde Kerk de belijdenis van kracht is, omdat zij met de Heilige Schrift in overeenstemming is; zo nochtans dat bezwaren tegen enig leerstuk in die belijdenis geformuleerd, langs kerkelijke weg aan de Heilige Schrift moeten worden getoetst;

b. dat de Hervormde Kerk hier te lande, reeds lang vóór 1816 in abnormale toestand verkerende, desniettegenstaande een ware Kerk van Christus is en op grond van haar belijdenis en onvervreemdbare rechten als de enig-wettige voortzetting moet worden beschouwd van de Kerk, zoals zij in de dagen der Reformatie, van dwalingen gezuiverd, zich heeft geopenbaard;

c. dat mitsdien de roeping der gelovigen is, in die Kerk te blijven, en niet ter wille van wat in de handelingen van hare besturen, in hare verordeningen of waarin dan ook verkeerds mocht worden bevonden, het kerkverband te verbreken; integendeel in haar en aan haar herstel te arbeiden, en dat herstel vóór alle dingen in de weg van kerkelijke plichtsvervulling te zoeken."

En dan volgt een korte verklaring van deze artikelen. Gewezen wordt o.a. op het verschil tussen het normatief gezag der H. Schrift en het normerend gezag der kerk, nl. van de belijdenis. Verder op de betekenis van de uitdrukking: „welgestelde kerk" in art. 2a. In verband hiermee bespreekt de schrijver de vraag: „is de kerk nu welgesteld? " Hierover laten wij hemzelf het woord. Hij schrijft dan:

Men zou nu kunnen zeggen, dat de invoering van de nieuwe kerkorde van 1951 aan al dat bedorvene en verwordene een einde heeft gemaakt en dat onze hervormde kerk nu inderdaad weer ten volle de naam kerk verdient. De besturenorganisatie is verdwenen en heeft plaats gemaakt voor een inrichting, waarin de kerk in al haar vergaderingen zelf op wettige wijze aan het woord kan komen. De kerkeraden, de classicale en provinciale kerkvergaderingen en bovenal de Generale Synode zijn samenkomsten van de ambtsdragers der kerk. Inderdaad is met deze kerkorde een lang-nagestreefd doel der Conf. Ver. bereikt en wij zijn daarvoor zeer dankbaar geweest, maar toch is dit nog maar het minst-belangrijke deel van onze begeerten. Immers is elke organisatie slechts het kleed, waarin de kerk naar buiten treedt, maar het eigenlijke leven der kerk is haar leven uit haar belijdenis en het getuigenis, dat van haar uitgaat in deze wereld. De kerk is er niet om haar organisatie, maar om haar boodschap. Wie onze tegenwoordige kerkorde naleest, zal het bemerken, dat daarin aan deze gedachte voortdurend uiting gegeven wordt en met name art. 8 wijst daarop met grote ernst. En evenzeer is het voor ieder duidelijk, die met de werkelijkheid onzer kerk in het jaar 1959 op de hoogte is, dat onze kerk nog maar aan het begin staat van haar herstel: zij is aan de beterende hand, maar nog op geen stukken na een kerk zoals zij zijn moet naar goddelijk recht. Natuurlijk deelt zij deze gebrekkigheid met alle kerkgemeenschappen van alle tijden en alle plaatsen, zelfs met de kerk uit de dagen van de apostelen, maar het constateren van deze zondige toestand der kerk mag ons nooit een valse gerustheid bijbrengen, evenmin als het bereiken van een grote verbetering zoals de nieuwe kerkorde ons mag wijsmaken, dat wij er nu wel langzamerhand zouden zijn. Het wil mij voorkomen, dat vele mensen inderdaad gedacht hebben, dat met de invoering van de nieuwe kerkorde in eens alle grote gebreken der kerk zouden verdwijnen, terwijl de waarheid juist is, dat deze verandering van organisatie aan het licht zou brengen, hoe ziek de kerk in de loop der jaren geworden was. En in die situatie leven wij vandaag.

Uit veel van hetgeen ds. Luteyn hier betoogt, kunnen wij het van harte eens zijn. Maar op één zeer belangrijk punt menen wij met hem van mening te moeten verschillen, nl. wanneer hij schrijft: „zij (d.i. de kerk) is aan de beterende hand". Wij willen in rekening brengen, dat de schrijver de toestand van onze kerk ook nu nog zeer ernstig acht, dat zij nog doodziek is, maar hij ziet toch hier en daar tekenen van herstel. En op dit punt willen wij hem tegenspreken. Was het maar zo! Maar wie geen vreemdeling is in het Jeruzalem van de Hervormde Kerk en de ontwikkeling van het kerkelijk leven sinds de invoering van de nieuwe kerkorde op de voet gevolgd heeft, weet, dat de toestand van de kerk, in hoofd en leden, eer erger dan beter is geworden. Zeker, onder de reglementenbundel was het ook lang niet in orde in de kerk. Maar ondanks alles was het toch mogelijk te leven naar Schrift en belijdenis, met name voor een kerkeraad.

Wel werd in een groot deel van de kerk de Schrift verkracht en de prediking en de belijdenis met voeten getreden, maar er was ruimte voor een Herv. Geref. ambtsdrager. Sinds de invoering van de nieuwe kerkorde is die ruimte kleiner geworden. Wij denken in dit verband aan de toelating van de vrouw tot de ambten. Dit kan zodanige conflictsituaties scheppen, dat die ruimte er practisch niet meer is. Verder is daar een vrijzinnigheid, die zich breed maakt en met medewerking van de hogere kerkelijke organen zich een plaats verwerft in de plaatselijke gemeenten. Dit alles duidt op een steeds zieker wordende kerk. Feitelijk kunnen we constateren, dat hele streken van ons vaderland aan de versterving zijn prijsgegeven. Indiciële leertucht was mogelijk sinds 1951, maar in de practijk is hier niets van terecht ge­komen, ondanks allerlei aantastingen van de boodschap der Schrift.

Vandaar, dat wij geen tekenen van herstel zien, zoals ds. Luteyn. En dit verschil in visie op de huidige toestand der kerk heeft zijn consequenties voor de positie in de kerk zowel voor de confessionelen als voor de Herv. Gereformeerden. Hier ligt in een van de oorzaken van de wrijvingen tussen beide groepen, die, gezien hun statuten, op dezelfde grondslag staan, nl. die van Schrift en belijdenis. Juist in het huidig tijdsgewricht moest eendrachtig optrekken mogelijk zijn, maar in de practijk blijkt dat helaas lang niet altijd te verwezenlijken.

Wij hopen op herstel, maar wij vrezen verergering van de kwaal, waaraan de kerk lijdt. Alleen God kan hier wonderen verrichten. Laten wij die in geloof en gebed van Hem verwachten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Uit de Pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's