De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

9 minuten leestijd

Vragen rondom aanpassingsmogelijkheden der Kerk — „Differenciëring" — Niet „para", wel „pros" — „Deining in de Groenekan — Reacties op een besluit van de hervormde kerkeraad van Papendrecht.

In 1873 publiceerde dr. A. Kuyper sr. een boekje dat de titel droeg: „Confidentie". Het was gericht aan een der ouderlingen van de Amsterdamse gemeente. Kuyper verhaalt daarin van de invloeden, die God de Heere had gebruikt om hem te leiden tot het licht en tot doorbraak zijner bekering. In dit alles was echter ingevlochten de visie, welke Kuyper had op het kerkelijk leven zijner dagen en op de weg ter oplossing van het kerkelijk vraagstuk. Wat hij dienaangaande zegt, neem ik gemakshalve over uit een artikel van H. G. G. in „Herv. Weekblad", dd. 3-9-'59:

„Kuyper wijst erop dat de volkskerk de verzorging der gemeente ernstig belemmert en het apostolaat in de weg staat(!), dat zij van roomse en niet van reformatorische oorsprong is en tegen de Schrift indruist.

Hij vraagt dan ook „dat men haar afbreke" en spreekt als zijn „onwrikbare overtuiging uit, dat haar dagen geteld zijn, dat haar oordeel gekomen is, en dat voorliefde noch het edelst zelfbedrog in staat zullen blijken om haar val te verhoeden."

Op de vraag, wat er dan moet komen, sluit Kuyper aan bij de algemene geestelijke ontwikkeling, die „de weg der verbijzondering, der differenciëring, der individualiseering opgaat".

Dit past hij toe op de kerk; ook zij zal die „differenciëring" vertonen en dan ziet hij 'n toekomst, „waarin óf alle kerkgemeenschap ophoudt, óf elke geesteskring een kerk vinde naar de behoefte van haar hart" (curs. van H. G. G.).

De ontwikkeling op kerkelijk terrein heeft sedert dat Kuyper zijn „Confidentie" schreef hem niet in het gelijk gesteld. Ds. Groenewoud schrijft in zijn aangeduide artikel, — het draagt het opschrift:

„Volkskerk of para-parochiale gemeente" — dat de Hervormde Kerk voor de „Volkskerk" heeft gekozen. Inderdaad. Maar daarmede zijn wij er niet. De „differenciëring" werkt door. Ook binnen de „Volkskerk". De richtingsstrijd, zowel tussen „orthodox" en „vrijzinnig" wijst dat wel uit. Die „differenciëring werkt ook onder de vrijzinnigheid. De „Zwingligroep" drijft een „apartheidspolitiek". Ze rekent blijkens een uitlating van haar voorzitter, ds. v. Lunzen, onlangs in verband met de „Kerkbouwactie" gedaan, erop, dat zij na 1961 uit de kerk wordt gezet, en wil daarom aan „de actie" niet meedoen. Wel hoopt ds. v. L. dat die actie slagen zal.

In de jaarvergadering van de Vereniging van Vrijzinnig-Hervormden, die op 9 en 10 september j.l. in Deventer werd gehouden, tekenden zich de rechter- en linkerflank zeer duidelijk af. Zulks in verband met het artikel van prof. Smits, 27 maart jl. in „Kerk en Wereld" gepubliceerd, van welks „vorm" en „toon" hij per brief aan de vergadering „onomwonden verklaarde, dat ze fout waren geweest". De rechtervleugel heeft zich nogal flink geroerd. Woordvoerder daarvan was dr. K. Strijd. Hij sprak namens een 16-tal discussianten en wilde weten, wie, naar wat het Hoofdbestuur in uitzicht had gesteld, per 1 januari 1960 de medehoofdredacteur van dr. Smits zou worden, een viaag, waarop het Hoofdbestuur nog niet kon antwoorden. Een afkeuring van de inhoud van het artikel van prof. Smits las ik niet.

Prof. Hoekendijk, om nu nog even de midden-orthodoxie in het oog te vatten, pleit al enige tijd voor de „para-parochiale gemeente", zulks met het oog op buitenkerkelijken, die hij, wanneer ze gehoor geven aan het Evangelie, in een aparte parochie of gemeente wil samenbinden. Hij wil die parochie naast — para betekent bij of naast — de gewone gemeente, mede om bepaalde lagen der gemeenschap, — men denke bijv. aan intellectuelen — voor wie samenleven met de gewone gemeente „moeilijk" is, wijl ze andere behoeften, culturele en geestelijke, hebben, daarin een huis om in te wonen geven. Men ziet, de „differenciëring" werkt voort en door.

Ook in de kringen der Geref. Kerken trok, wat prof. Hoekendijk met de paraparochie bedoelt, de aandacht. Ds. Wiersinga schreef over dit onderwerp in „Centraal Weekblad" en wees de paraparochiale gemeente beslist af. Ds. Groenewoud vermeldde dit in zijn artikel over „Volkskerk of para-parochiale gemeente". Hij constateerde wat dit betreft een: Wiersinga contra Kuyper. In deze lijn doorgaande zou prof. Hoekendijk en wie met hem para-parochiaanse idealen hebben, niet vrij zijn van „Kuyperiaanse neigingen". H. G. G. corrigeert dat. Wat hij in dit verband schreef was een humoristische noot, een speelse opwelling.

Maar terzake. Ds. Wiersinga wijst, zoals gezegd, wat prof. Hoekendijk wil, af. Hij pleit echter voor wat hij noemt: de pros-parochie. Wat hij hiermede op het oog heeft? „Trouw", d.d. 12-9-'59 zegt er het volgende van:

„Het gaat hierbij niet om een zelfstandige gemeente naast de gevestigde kerk, maar om een groepering, die een onderdeel van het gewone kerkelijke samenleven zal zijn. „Pros" duidt (in tegenstelling tot „para", dat er naast betekent) aan: een behoren tot, een in betrekking staan met, een zich bewegen in de richting van."

In het rapport over deze zaak, dat diende ter Synode, staat wat de practijk betreft te lezen:

„Aan de kerkeraad ter plaatse zou de vrijheid moeten worden gegeven om in dit milieu des zondags een aparte kerkdienst te beleggen waarin zowel het Woord als de sacramenten worden bediend."

De Synode van Utrecht heeft in haar zitting van 17 september jl. het bovenaangegeven rapport behandeld toen de moeilijkheden van het Evangelisatiewerk ter tafel kwamen. Met het oog hierop is aan de kerkeraden de vrijheid gegeven in bijzonder in te stellen diensten, de weg van de pros-parochie te bewandelen. Zulks is met algemene stemmen besloten. Op dit besluit is mede van invloed geweest de gunstige resultaten met een dergelijke instelling in de Chr. Reformed Church (V.S.) bereikt, waarvan dr. Danhof, pred. in die kerk, als gast ter synode, verhaalde.

Ook hier dus een gaan in de weg der „differenciëring".

„Deining in Groenekan", zo luidt het opschrift van een lang stuk, zonder ondertekening, in „Hervormd Weekblad", van 27 augustus jl. Het betreft spanningen op kerkelijk erf in genoemd dorp onder de rook van Utrecht, dat de laatste tientallen jaren uitgroeide tot een flinke forensenplaats. De forensen kunnen zich merendeels niet vinden in „de vorm en de inhoud" van de prediking ter plaatse. En de kerkeraad, grotendeels bestaande uit ambtsdragers, die sympathiseren met of lid van de Geref. Bond zijn, maar in zijn midden ook iemand hebbend, die „een sterke en gave persoonhjkheid" wordt genoemd, „wiens sympathieën wel liggen in de lijn der Gereformeerde Gemeenten", houdt het bij de oude stijl. Resultaat van een en ander zijn spanningen, wrijvingen, actie tot in verkiezingsstrijd toe en een „lidmatenkring", die tenslotte overgegaan is tot evangelisatie.

Groenekan is niet de enige gemeente waarin „deining" moet geconstateerd. Aanhangers van „Bondsprediking" doen in niet Geref. Bonds-gemeenten hetzelfde. „Es ist eine alte Geschichte, doch bleibt sie immer neu", zegt een duits versje. Ja, een oude geschiedenis, die zich in variërende vorm telkens herhaalt. Ik zou hier vele plaatsen kunnen noemen, doch het heeft geen zin. Ook hier een proces van „differenciëring". Moet een kerkeraad, welke dan ook, zich aanpassen? Wanneer hij bestaat uit „sterke en gave personen", persoonlijkheden dus, dan kan hij zulks niet. Zijn beginsel, de ambtsbelofte, verhindert het. De practijk, in het leven geroepen door overgangsbepaling 238a—h, is er een bewijs van. Moet het de weg op van de para of de pros-parochiale gemeente? Men heeft in ons kerkelijk leven ook de mogelijkheid van de „sympathie gemeente". Het is een aparte wijkgemeente met eigen predikant en kerkeraad. Ze kan dienen degenen, die zich in de lijn der officiële kerkeraad niet kunnen vinden. Ik meen, dat, om deze plaats te noemen, Harderwijk een dergelijke weg tot oplossing van het „minderheidsvraagstuk" heeft gekozen. Er zullen er zijn — misschien zijn het er velen — die ook deze oplossing niet ideaal vinden. Het zij zo. Maar zijn de „deiningen", de spanningen, de verkiezingsstrijd met al den aankleve van dien, ideaal? Wij leven niet in een ideale wereld, niet in een ideale kerk of gemeente, maar in een bedeling van zonde en ongerechtigheid, waarin wij Gods Waarheid hebben uit te dragen. Het Gereformeerd belijden heeft die naar mijn overtuiging het diepst gegrepen.

Doch ik zie mensen van „midden-orthodoxe" overtuiging, die uit velerlei oorzaken, welke voor mij niet gelden, Liever samen in een „sympathie-gemeente", dan dat ze wegdolen in de onkerkelijkheid of met inzet van alle kracht een gemeente „omzetten". Dan is er geen gereformeerde prediking meer en de daarvan beroofden proberen op hun beurt wat hun tegenstanders deden, of zwerven weg naar andere kerkgenootschappen. Ik kan dit in genen dele tot welzijn van ons kerkelijk leven zien.

Ook rondom het besluit van de Hervormde kerkeraad van Papendrecht inzake het geven van godsdienstonderwijs op de Openbare school is enige deining ontstaan. Men kent de kwestie. Het verzoek om bijbelonderwijs, een uur per week, op de O.L.S. te geven, werd aan de kerkeraad van Papendrecht gericht door B. en W. der gemeente. Een raadslid van de P. v. d. A. had in dezen een voorstel gedaan. Misschien, omdat de tegenwoordige pastores loci, in tegenstelling van hun voorgangers, het niet deden. De kerkeraad besloot aan dat verzoek niet te voldoen.

Ik kan dat afwijzend standpunt verstaan, juist omdat de kerkeraad voor christelijk onderwijs is en de gemeente krachtens de doopbelofte daartoe wil opvoeden, voor zoveel nodig. In „Hervormd Nederland" heeft ds. Ruitenberg perspredikant der N.H.K. wel gezegd: dat bij de opstelling van het doopsformulier de ouders voor hun kinderen niet konden kiezen tussen de christelijke en de openbare school. Neen natuurlijk niet, om de doodeenvoudige reden, dat er toen één school was. Ze stond onder de schutse der kerk en was christelijk. Ds, Groenewoud heeft in „Hervormd Weekblad" ds. Ruitenberg in dezen flink onder handen genomen en ik hoop, dat het „gezinsblad" onzer kerk niet op deze wijze voortgaat onjuiste voorstellingen te propageren. Het gaat om onze gezinnen!

Doch terzake. Ik kan mij dus de reactie van de kerkeraad indenken. Ik heb er begrip voor. Vooral, waar latent het christelijk onderwijs in geding is. „Een school met één uur bijbels onderwijs per week is geen christelijke school", schreef Gilhuis in „Trouw", d.d. 19-9-'59.

En toch.... hier werd een kans geboden om kinderen, die het op school en misschien anders ook niet horen, het Evangelie te brengen. Ik meen, dat we die gelegenheid moeten aangrijpen, ook al is er daardoor de kans, dat men met het oog op dat bijbelonderwijs, de overbodigheid van de Christelijke school propageert. Als een dergelijke kans ons, op welk voor zendingsterrein ook, van overheidswege gegeven werd, zou niemand durven afslaan. Daarom is m.i.het besluit van de kerkeraad van Papendrecht aan wie een „geopende deur" (Gilhuis) was gegeven, te betreuren. Te meer, waar het wellicht moeilijk is er op terug te komen, mede ook, doordat de kerkeraden der Geref. Kerk en Chr. Geref. Kerk ter plaatse, aan wie vervolgens het aanbod is gedaan, dit hebben aanvaard.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's