Maria bij Luther 1
In gesprekken over Luther duikt zo nu en dan de mening op, dat Luther gedurende zijn gehele leven nog aan Mariaverering zou hebben gedaan. Op de achtergrond daarvan speelt dan meestal een gedachte die al heel oud is, namelijk dat de Reformator van Wittenberg toch eigenlijk in vele opzichten nog half-rooms is gebleven, ergens halverwege tussen Rome en Geneve is blijven staan.
Men denkt daarbij dan natuurlijk in de allereerste plaats aan zijn avondmaalsleer, maar verder ook aan de vele ceremoniën — oude gebruiken in de eredienst — die Luther in zijn kerk heeft gehandhaafd, in tegenstelling tot Calvijn die vele van deze gebruiken opruimde, en in tegenstelling tot Zwingli, die daarbij nog veel radikaler te werk ging.
Hiermee worden heel wat vragen opgeworpen die zeker niet gemakkelijk te beantwoorden zijn. In ieder geval ligt de zaak niet zo eenvoudig als het Hjkt. Wie leest hoe scherp en principieel Luther de roomse leer van de mis heeft bestreden wordt voorzichtig en zal niet zo licht meer zeggen dat de Reformator van Wittenberg zijn roomse afkomst nooit heeft verloochend en ergens halverwege is blijven steken. Het is waar dat hij op het punt van het avondmaal niet in Geneve kon komen — al geloof ik stellig dat hij er zo nu en dan toch wel geweest is — maar Geneve was tegenover Rome in die tijd niet de enige mogelijkheid. En wat de Ceremoniën betreft, het was geen toegefelijkheid tegenover Rome wat Luther deed aarzelen in het afschaffen ervan. Als het over het zuivere Evangelie ging dan wist Luther niet van toegefelijkheid. Dat bewijst wel zijn radikale ingreep in de hele misliturgie, waar hij het roomse hart volkomen uit weggeslagen heeft. Maar toen kon hij ook rustig de rest laten voortbestaan. Op gewaden, kaarsen enz. kwam het voor hem niet aan. Wat de zuivere dienst van God niet nuttig was zou volgens hem wel vanzelf verdwijnen. Daar behoefde hij de harten der „zwakken" niet over te verontrusten. Pastorale zorg dus is een van de belangrijkste motieven geweest bij Luthers houding t.a.v. de ceremoniën. Te veel is dat vergeten.
Maar nu dan zijn „Mariaverering". We zetten het woord met opzet tussen aanhalingstekens, want het gerucht daarover berust meer op legende dan op werkelijkheid. Niet dat er in het geheel geen grond voor is. We zullen in de volgende artikelen zien, dat Luther aanvankelijk over Maria gesproken heeft op een wijze die inderdaad nog herinnert aan de verering die Rome Maria toebrengt. Maar we zullen ook zien, hoe er al bij de jonge Luther ook op dit punt een duidelijk verschil met Rome valt waar te nemen. Luther heeft namelijk een ontwikkeling doorgemaakt, die hem tenslotte in de twintiger jaren van de zestiende eeuw met de roomse Mariaverering geheel heeft doen breken.
Men kan nu vragen, hoe dan dit denkbeeld van een Maria-verering bij Luther in de wereld is gekomen. Heeft men niet geweten van Luthers inzicht in later tijd? Ongetwijfeld, maar slechts weinigen hebben de moeite genomen de diverse uitspraken van Luther over Maria met elkaar te vergelijken. Men heeft zich waarschijnhjk vastgeklampt aan enkele uitlatingen van Luther uit zijn vroegere periode waar we reeds op zinspeelden, zonder zijn „Magnificat" en latere preken, enz. er in te betrekken, met als gevolg een volkomen scheef beeld van de werkelijkheid. Daar komt nog bij, dat verscheidene roomse schrijvers over Luther bij deze vroege uitlatingen van Luther de vinger hebben gelegd; en, om aan te tonen hoe levenskrachtig de roomse vroomheid is, met een zekere triumf hebben beweerd, dat Luther zich zelfs gedurende zijn gehele leven van deze roomse vroomheid niet heeft kunnen losmaken, omdat hij een eerbied en verering voor Maria behield zoals men die na hem in het Protestantisme niet meer of slechts zelden tegenkomt. Karl Adam heeft in dat verband de wens uitgesproken, dat Maria in het huidige Protestantisme weer eens die betekenis mocht krijgen die ze voor Luther heeft gehad! Verscheidene andere roomse schrijvers staan echter kritischer tegenover Luthers „Mariaverering" en zeggen dat hij met al zijn goede woorden over Maria haar dan toch maar van haar eigenlijke eer heeft beroofd zodat Luther ook op dit punt ver van het rooms katholieke geloof en de rooms katholieke vroomheid is afgedwaald.
Intussen wordt het hoogtijd dat de legende van Luthers „Maria-verering" uit de wereld wordt geholpen. Een belangrijke bijdrage hiertoe is een paar jaar geleden geleverd door Horst Dietrich Preuss in zijn brochure „Maria bei Luther" (Gütersloh 1954). Preuss is de eerste die aan ons onderwerp een aparte studie heeft gewijd. Alle gegevens uit de werken van Luther die betrekking hebben op Maria heeft hij verzameld en geordend om te laten zien hoe Luther nu wérkeHjk over Maria heeft gesproken en geschreven.
Het lijkt ons toe dat dit onderwerp ook voor ons van enig belang is. En wel om meer dan één reden. In de eerste plaats omdat het belangrijk is dat we de waarheid weten, ook de historische waarheid. Daar is ieder het meest mee gebaat. Maar in de tweede plaats ook omdat er ons iets aan gelegen is, dat we tegenover Rome, als het gaat over Maria, een weerwoord hebben. Uiteindelijk zijn we daarbij niet op Luther aangewezen, maar het is toch wel van belang in deze zaak ook zijn stem te horen. En in . de laatste plaats, Luthers gedachten over Maria verhelderen onze kennis in zijn strijd om het ware Evangelie en sterken ons in het gemeenschappelijk geloof.
Noodgedwongen moeten we nu ech ter eerst iets zeggen over Luthers ontwikkeling in het algemeen. Dat hij een hele ontwikkeling heeft doorgemaakt, weet ieder. Hij is lang niet in één keer tot zijn nieuw evangelisch inzicht gekomen. In het tegenwoordige Lutheronderzoek blijkt dat hoe langer hoe meer. Luther heeft het trouwens zelf meer dan eens gezegd. Wel heel duidelijk in het Voorwoord dat hij schreef in de eerste uitgave van zijn Opera latina (latijnse werken) in 1545, 'n jaar voor zijn dood. Hij schreef daarin dat hij lange tijd aan de uitgave van zijn werken weerstand had geboden. Men kan beter de werken der kerkvaders en de geloofsleer van Melanchton lezen dan mijn verwarde geschriften die allen uit de nood zijn geboren. En bovenal, laat men de H. Schrift lezen! Die is nu immers weer voor ieder toegankelijk. Alleen omdat velen op de uitgave van mijn werken aandrongen en niet ophielden, en omdat het gevaar groot is dat men ze na mijn dood gaat verdraaien, heb ik tenslotte mijn toestemming gegeven. Maar men leze mijn geschriften met een gezond oordeel en met toegefelijkheid. Want men moet weten dat ik indertijd een monnik was, een onzinnig papist. Toen ik begon te schrijven was ik zo verzonken in de leringen van het pausdom, dat ik in staat was ieder te vermoorden, die aan de paus gehoorzaamheid weigerde. De lezer moge er rekening mee houden, dat ik in het begin alleen stond. Ik ben niet met voorbedachte rade of omdat ik het zocht in de kerkelijke strijd verwikkeld geworden, maar door de loop der omstandigheden. God is mijn Getuige! En dan beschrijft Luther de ontwikkeling die hij doormaakte met name op het punt van de erkenning van het gezag van de paus en op het punt van de rechtvaardiging door het geloof, om te besluiten met deze woorden: Lieve lezer, stel u bij het lezen van mijn geschriften voor ogen, dat ik geweest ben een van degenen, die door schrijven en studeren proberen vooruit te komen, en niet een van degenen die met één klap alles worden. God moge versterken wat Hij zelf in ons gewerkt heeft, en het werk dat Hij begonnen heeft, voleindigen tot Zijn eer! Amen.
Vergelijken we dit alles nu met wat we van Calvijn weten dan valt het verschil dadelijk op. Bij Calvijn lezen we van een „plotselinge bekering" en al op 26-jarige leeftijd schreef hij zijn Institutie, een boek dat hij in latere jaren wel uitwerkte maar nooit principieel wijzigde.
Vergeleken met Luther schijnt het voordeel dus aan de kant van Calvijn te zijn. Maar men zij niet te haastig met zijn oordeel. Zonder ook maar iets van het formaat van Calvijn af te doen, moet er toch op gewezen worden, dat Calvijn bij Luther vergeleken een man van de tweede generatie is geweest, die veel aan Luther te danken heeft gehad en op Luther heeft kunnen voortbouwen. Bij het schrijven van zijn Institutie had hij de catechismus van Luther onder ogen (aldus Günter Gloede). Trouwens al vóór zijn bekering had hij de geschriften van Luther gelezen en de invloed daarvan ondergaan. Calvijn zelf heeft dankbaar erkend wat hij van Luther ontving.
Zo zullen we het Luther niet kwalijk mogen nemen, dat hij niet dadelijk in de leer der Schrift op alle punten het rechte inzicht had. „Met het opkomen van het morgenrood, ziet men nog niet dadelijk de zon" — zei Calvijn toen hij het over Luthers eerste optreden had.
Trouwens wie zich in de werken van de jonge Luther verdiept, bemerkt al spoedig dat dit „morgenrood" reeds heel wat is geweest. Aanvankelijk hanteert Luther nog bijna uitsluitend de oude theologische termen, die hem uit de roomse theologie der middeleeuwen zijn overgeleverd, maar hij vult ze met een geheel nieuwe inhoud. Het ziin weldra de oude zakken die de nieuwe wijn niet meer houden kunnen. Luthers nieuw bijbels inzicht blijft niet langer verborgen. Met name zijn nieuw inzicht inzake de rechtvaardiging van de zondaar uit het geloof.
Vergeleken bij deze leer der rechtvaardiging is vanzelfsprekend Luthers leer over Maria — stel dat we over een Maria-leer bij Luther kunnen spreken — maar van bijkomstige betekenis. Maar daarom niet geheel zónder betekenis. Te meer niet omdat Luther de figuur van Maria dankbaar heeft benut om aan haar zijn nieuw reformatorisch inzicht te illustreren. Vooral de lofzang van Maria heeft in zijn theologisch denken gedurende heel zijn leven een grote rol gespeeld. Met nadruk wees hij telkens weer op Maria's geloof, inplaats van haar verdienstelijkheid. Haar „ootmoed" stelde hij in een heel ander licht dan Rome deed, door het accent te verleggen naar het „neerzien van God" op Maria. Zijn spreken over Maria liep steeds uit op de lof van Jezus Christus, als de enige Middelaar.
Neemt men nu in aanmerking welk een gevoelig punt de Mariaverering in de roomse vroomheid van die dagen (en later) was, dan is het belang van de zaak duidelijk. Ongetwijfeld hebben Luthers woorden over Maria een diepe indruk gemaakt, meer dan wij die in deze sfeer niet zijn opgegroeid, ons kunnen voorstellen. De rooms katholieke vroomheid was (en is) sterk door de Maria-devotie bepaald. Wel was de Mariologie (leer van Maria) in de tijd van Luther nog niet zo ontwikkeld en ver gedreven als in onze tijd, maar in de vroomheid stond Maria centraal, zeker in de volksvroomheid. Dat blijkt uit tal van afbeeldingen uit die tijd.
Bedenkt men nu dat Luther een man uit het volk was dan zegt dat genoeg. Met name onder de Saksische bergbewoners, waar Luther uit voortkwam, schijnt Maria — en haar moeder, volgens de legende de Heilige Anna — bijzonder vereerd te zijn. Waar dan nog bij komt, dat Luther toen hij monnik werd, zijn intrede deed in een kloosterorde waar alweer Maria bijzondere verering genoot, namelijk de Augustijnerorde. De Mariaverering was hier traditie. De monniken van deze orde droegen niet voor niets een wit kleed met rode scapulier. Volgens een ordelegende had de heilige Monica, de moeder van Augustinus (naar wiens naam de Augustijners zich noemden) deze dracht van de HeiHge Maagd zelf ontvangen. In Luthers klooster werden dan ook dagehjks gebeden en hymnen aan Maria opgedragen,
Zo is Luther wel geheel doordrenkt geweest van de geest der middeleeuwse Mariadevotie en Mariaverering. Geen wonder dat het hem moeite heeft gekost daarvan los te komen en dat dat een lange weg voor hem is geweest. Daarover in de volgende artikelen
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's