De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE TERUGGANG VAN HET AANTAL CATECHISANTEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE TERUGGANG VAN HET AANTAL CATECHISANTEN

4 minuten leestijd

Onheilspellend is het teruglopen van het getal van hen, die trouw de catechisaties volgen.

Waar is de tijd, dat de catechisatiegebouwen vol zaten. Zestig per keer was lang geen uitzondering; maar aan splitsing kon wegens gebrek aan meerdere uren op meerdere avonden niet gedacht worden.

Op enkele uitzonderingen na is die tijd voorbij.

Er zijn verscheidene predikanten, die op al de catechisaties geen honderd leerlingen meer bij elkaar kunnen krijgen.

Waar moet dat heen als dat zo verder gaat?

Wat zijn toch de oorzaken van die teruggang?

Wel, dat zijn er vele. In de eerste plaats is er ontrouw bij de ouders. Er wordt weinig acht op geslagen, of de kinderen ter catechisatie gaan of niet. „Ze moeten het zelf maar weten".

Dan zijn er een groot aantal, die cursussen moeten volgen. De een moet naar de avondambachtsschool, de ander moet naar een avondcursus voor het middenstandsdiploma, een derde zou wel naar de catechisatie willen, maar dat catechisatieuur valt net op de avond van zijn gymnastiekclub of muziekvereniging. En de gymnastiek gaat voor.

De gevolgen van de vermindering van het catechisatiebezoek kunnen onmogelijk uitblijven.

De profeten van Israël hebben ook al geklaagd: „Mij volk vergaat, omdat het geen kennis bezit".

Zo is het ook in onze tijd. Het is met de kennis van Gods Woord niet best gesteld.

Nu waren er vroeger nog verscheidene jongens, die wel niet de catechisatie volgden om de een of andere bovengenoemde reden, maar dan gingen ze nog naar de knapenvereniging of naar de jongehngsvereniging.

Maar ook op het terrein van de knapen- en jongehngsverenigingen horen we klachten. Het is mooi als er in een gemeente nog een jongelingsvereniging wordt gevonden, waarvan een twintigtal jonge mensen lid zijn en de vergaderingen trouw volgen.

Dat verenigingswerk kan het gemis aan kennis weer wat tegemoet komen.

En dan denk ik verder aan een aantal afdelingen van de Gereformeerde Bond en van de Gereformeerde Mannenverenigingen, die om de veertien dagen bijeen komen om met elkaar een schriftgedeelte te onderzoeken of samen met elkaar de belijdenisgeschriften te lezen.

Met angst vraag ik mij af, hoe het gaan zal als de afval straks nog groter wordt en de verschillende bovengenoemde verenigingen zouden moeten verdwijnen bij gebrek aan belangstelling.

Als de wereld nog langer bestaan mag, zullen er toch ook weer ouderlingen en kerkvoogden nodig wezen.

Uit welke kringen zullen die dan moeten worden gezocht, als er bijna niemand meer te vinden zou wezen, die nog lust heeft om de ambten te bedienen en de Heere te vrezen.

Misschien vindt ge deze manier van voorstelling wel wat al te zwartgallig.

Weet echter dit, dat het heden ten dage in vele grote stadswijken reeds moeilijk is om geschikte ambtsdragers te vinden. En zelfs op het platteland valt het in sommige gemeenten ook al niet mee om een goede ouderling te vinden.

Laat het gebed nog opgaan tot de Heere des oogstes, dat Hij arbeiders uitstote in Zijn wijngaard.

Laten we ook aan de jongeren vertellen over de heerlijkheid van de ambten. Laat er wezen voor de oren van de jongeren een aanprijzen van de zalige dienst van Koning Jezus!

Het moet niet zo wezen als met een dienaar des Woords die aan een moeder, die hem kwam vragen of haar zoon dominé zou worden, deze raad gaf: „Laat hij worden wat hij wil, maar in elk geval geen dominé, want dat is het ellendigste vak, wat er is".

Bij haar thuiskomst had ze geschreid over het advies van haar herder en leraar, die stellig niet op de rechte plaats was geweest, toen hij dat droevig advies gaf.

Uit eigen ambtelijke ervaring herinner ik mij nog levendig, dat ik op de catechisatie met de grote jongens in Ermelo hun de vraag stelde: Jongens, hebben jullie lust om ouderling te worden, als de ouderlingen van heden straks zullen zijn weggevallen?

In mijn gedachten zie ik nog die verbaasde blikken, waarmee ze mij toen aanzagen.

Ruim twintig jaar later kwam ik in dezelfde gemeente op een zondagmorgen in de kerkeraadskamer en ontmoette daar mannen van ongeveer veertig jaar, die mij vriendelijk de hand drukten. Mijn verbazing maar ook mijn vreugde steeg ten top, toen ik hoorde, dat ze die oudcatechisanten daar waren niet maar alleen om mij vriendelijk te begroeten, maar dat ze daar stonden als ambtsdragers.

Eén hunner herinnerde mij nog aan mijn vraag van twintig jaar vroeger, of ze ouderling zouden willen worden. En toen één van hen mij vóór de dienst des Woords opdroeg aan de troon der genade, was ik verblijd in mijn hart, opnieuw versterkt in de wetenschap, dat de ambten voortgang hebben.

O gemeenten, er dreigt gevaar! De afval wordt groter! Straks komen de ambten in gevaar!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE TERUGGANG VAN HET AANTAL CATECHISANTEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's