De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

11 minuten leestijd

Van „Het Vasco—Da~Gama—Tijdperk" en zijn einde — „De marsroute bepalen' — Nieuwe activiteiten op zendingsterreinen — Van kerkrestauratie en subsidie-kerkbouw in Rotterdam — Ambtsaanvaarding van prof. dr. A. J. N. Lekkerkerker.

Het tijdschrift „Wending" heeft in september een „Oost-West" nr. gegeven. Daarin heeft prof. dr. H. Kraemer een artikel gepubliceerd onder het opschrift: „Het Vasco-Da-Gama-Tijdperk". Gelijk men zich zal herinneren uit zijn geschiedenis-onderwijs, was Vasco-da-Gama een Portugese ontdekkingsreiziger (1469— 1524), die op zijn tochten Zuid-Afrika en Indië ontdekte. Het resultaat was, dat de ontdekte landen Westers bezit werden en onder invloed der Westerse wereld kwamen. Zulks overkwam niet alleen de landen door genoemde Portugees ontdekt, maar ook die door na hem levende ontdekkers. Ik zou hier meerdere namen kunnen noemen, doch volsta met die van „Columbus".

Naar Vasco-da-Gama nu „heeft een Indisch geleerde met opzet het tijdperk na 1500 genoemd om daarmede aan te duiden een uiterst boeiende en gewichtige periode van de wereldgeschiedenis, een periode die met deze grote Portugees begonnen is en in onze eigen dagen bezig is ten einde te lopen."

Ik ontleende een en ander hiervóór aan een artikel van prof. dr. J. H. Bavinck in „Trouw", dd. 12 september jl. waarin hij handelt over „Wereldhistorische bespiegelingen en de zending".

Ik ga nu niet alle typerende kenmerken, welke prof. Bavinck, zich refererende aan prof. Kraemer, in genoemd artikel opsomt, hier weergeven. Alleen vermeld ik, dat dit tijdperk — men zou het ook kunnen noemen de koloniale periode — volgens prof. Kraemer zijn afsluiting heeft gevonden in 1947, toen India zelfstandig werd.

De overgang van het ene, waarin de Oosterse volken, na een tijdlang object geweest te zijn, subject werden, d.w.z., zelf gingen meespelen in de nieuwe wereldontwikkeling, in het andere, gaat, gelijk vanzelf spreekt, gepaard met de nodige spanningen. Die overgang betitelt Kraemer als „post-kóloniale kramp". Wij zijn daar thans middenin. Nu komt het eigenlijk tot de echte „ontmoeting" tussen Oost en West. Dat dit voor de zending, haar arbeid, haar methode, consequenties meebrengt, spreekt vanzelf.

In het „Vasco-da-Gama-tijdperk" werd de zending door de volken uiteraard vaak gezien als ingeschakeld in de Westerse expansie, met de nadelen eraan verbonden. Desondanks is het een grote genade Gods geweest, dat de zending in het algemeen zich als eigensoortig heeft aangediend en gehandhaafd. Prof. B. ziet als gevolg en zegen daarvan, dat nu in de snel zich wijzigende omstandigheden, de zending temidden van de volken, waaronder zij werkte, haar plaats kon behouden, werd gewaardeerd en haar roeping kan vervullen, ook al ondervindt zij de gevolgen van de „krampperiode". Hij vervolgt dan, dat zij, de zending, in deze nieuwe periode „haar marsroute zal moeten bepalen".

Voor de bezinning daarop wijst hij in zijn artikel dan op twee punten: Allereerst, dat de zending in „wijdere, meer mondiale, wereldwijde verbanden zal moeten optreden'. Een scherpe grens tussen „oude" en „jonge" kerken is niet meer te trekken: „Er zijn alleen maar kerken, kerken die samen in de geweldige crisis van onze eeuw moeten trachten het Evangelie van Jezus te zeggen; samen te zeggen".

En het tweede, dat hij in dit verband noemt is, dat de zending zich er van bewust moet zijn en er zich op voorbereiden, „dat ze nu eerst werkelijk zal komen tot een ontmoeting met de andere godsdiensten en dat nu de strijd eerst volop ontbrandt". Ondanks die strijd,

„Laat toch de gedachte mij niet los", zo besluit hij, „dat nu misschien voor de verbreiding van het Evangelie een tijd aanbreekt van ongehoorde kansen".

In het bovenstaande, dat ik doorgaf, omdat wij tot meebidden en meearbeiden met de zending, nodig hebben de grote verschuivingen te kennen in deze geweldige crisistijd, waarin het Oosten bezig is te ontwaken, citeerde ik ook de uitdrukking, die spreekt van „het bepalen van de marsroute". Prof. Bavinck voegde er aan toe: „Daar zijn wij trouwens al druk mee bezig".

Hij heeft misschien daarbij het oog gehad op de Geref. Kerken. Zij zijn bezig — een commissie van onderzoek werd uitgezonden en bracht rapport uit — in Afrika een zendingsterrein te zoeken.

Op de synode der Chr. Geref. Kerken viel dinsdag 15 september het volgende besluit:

„Een tweede belangrijk besluit van de synode was de machtiging aan deputaten voor de buitenlandse zending pogingen in het werk te stellen in Kenya zendingswerk te doen verrichten door chr. geref. zendingsarbeiders. Mocht dit onverhoopt niet mogelijk blijken, dan zijn deputaten gemachtigd naar bevind van zaken te handelen".

In die zitting werd mededeling gedaan van een uitlating van prof. Bergema, de geref. zendingshoogleraar, op de synode der gereformeerde kerken — volgens persverslagen — als zou „de chr. geref. zending in Toradjaland te kort zijn geschoten in de opleiding van inheemse krachten, door het ontbreken van internationale contacten, welke de gereformeerde zending heeft".

Prof. V. d. Schuit kwam „met ontroering" op tegen deze uitlating van prof. Bergema en iandere geref. zendingshoogleraren.

Ds. Bikker, de oud-zendingspredikant van Celebes, deelde over de zaak in kwestie het volgende mede:

„De Chr. Geref. Kerken en de Geref. Zendingsbond zijn nooit ingegaan op het eenheidsstreven, dat direct na de oorlog de kop opstak. De Chr. Geref. Kerken en de Geref. Zendingsbond hebben wel geprobeerd een opleidingsschool op Celebes te stichten, maar deze pogingen zijn mislukt door de moeilijke politieke situatie in Indonesië.

Zolang het nog mogelijk is op Celebes te werken, aldus ds. Bikker, mag men de deur niet sluiten. Maar men mag financiële steun aan de Toradjakerk geen zendingswerk noemen. Het uitzenden van zendingskrachten uit Nederland blijkt op onoverkomelijke moeilijkheden te stuiten en ds. L. Floor jr., ds. Bikker en dr. E. Helms zullen daarom het aannemen van hun beroep naar de Toradja-kerk niet kunnen effectueren".

Ik nam dit citaat wat breed, wijl dezelfde aangelegenheid ook de G.Z.B, op zijn jaarvergadering van 16 september jl. bezig hield; nl. de steun aan de Toradjakerk. Die steun, zo is gebleken, is nog dringend nodig. Er werd, blijkens verslag van „Trouw" dd. 17-9-'59, uitgesproken: „Het onderzoeken naar de mogelijkheden van een nieuw zendingsterrein zal ook geenszins betekenen een terugtrekken uit dit gebied". Ook hier dus bij hulp aan het oude zendingsterrein een zoeken van een nieuw arbeidsveld. Dat stemt tot grote dankbaarheid, temeer, waar de geldmiddelen, al zijn er moeilijkheden door Indonesische geldsanering, het toelaten.

De Raad voor de Zending in onze Herv. Kerk besloot tot „nieuwe missionaire verantwoordelijkheid in Afrika", aldus bericht ons „Woord en Dienst", van 17 oktober jl., dat voor een belangrijk deel aan dit nieuwe zendingsterrein is gewijd. Dit besluit, waarvan ds. P. J. Mackaai in genoemd nr. het een en ander verhaalt, is na de vele deliberaties genomen. Men heeft wel betracht de waarschuwing uit het Evangelie om eerst de kosten te berekenen, voor men een toren gaat bouwen. Dat was zeer zeker nodig, want men kan en wil de arbeid in Indonesië en Nieuw-Guinea op volle toeren doorzetten. Ds. Teutscher hoopt straks opnieuw naar Nieuw-Guinea te vertrekken. Om de grote financiële offers, welke uitbreiding van de arbeid in Afrika met zich meebrengt, durfde men eerst het besluit daartoe niet te nemen. Maar nu eenmaal het besluit er is, voert men het ook met kracht uit. Reeds vier Hervormde zendingsarbeiders zijn voor dit werk, dat in Nigeria, Midden-Westen van Afrika zal geschieden, beschikbaar gesteld. Een daarvan, de onlangs gepromoveerde dr. W. A. Bijlefeld, vertrok reeds naar Nigeria. Een brief van hem, waarin eerste indrukken, is ook in „Woor en Dienst" afgedrukt. Als dr. B. de taal machtig is, zal hij „de kerken en de zendingsarbeid van verschillende denominatie en landaard, die daar zijn, met zijn kennis ter zijde staan". Het zal de werkers daar te stade komen., dat zij de hulp van deze in de theologie van de Islam geschoolde theoloog naast zich hebben, wijl zij werken in een gebied, waar het Mohammedanisme sterk opdringt en grote kracht ontplooit. „Trouw" dd. 20-10-'59 berichtte, dat ook besprekingen gaande zijn om prof. dr. Bonman, verbonden aan de theol. faculteit te Brussel, voor Afrika aan te trekken. Hij promoveerde kort geleden ook op een onderwerp uit de theologie van de Islam.

Ook de Gereformeerde Gemeenten willen het werk der zending ter hand nemen. Ben ik wel ingelicht, dan bereidt zich een zuster uit haar midden voor, voor de medische arbeid. Naar verluidt willen de Geref. Gem. aansluiting zoeken met de G.Z.B. De ontwakende zendingsactie in de Geref. Gem. is een verblijdend verschijnsel.

Gelijk uit het bovenstaande kan blijken is men dus allerwege bezig met het oog op de veranderde en veranderende situatie, „de marsroute te bepalen".

God de Heere zegene al deze nieuwe activiteiten tot het grote werk, dat de Heere Jezus Zijn Kerk oplegde.

Op zondag 25 oktober 11. is de Grote of St. Laurenskerk in Rotterdam in gebruik genomen. Die dag zijn er vijf diensten in gehouden, zeker om zoveel mogelijk de gemeente in de gelegenheid te stellen haar gerestaureerde bedehuis te bezoeken. De kerk is nog niet in volle glorie herrezen. Wat klaar is, is een transseptkerk, kerkruimte van de dwarsbeuk.

Ondanks allerlei tegenslagen — het verslag in de N.R.Crt dd. 16 okt. jl. spreekt van „stijgende bouwkosten, mutaties in bouwbeleid en zoeken naar oplossingen voor telkens nieuwe problemen" — heeft „door vastberaden doorzettingsvermogen" deze restauratie in zeven en een half jaar haar beslag gekregen. Immers, de steen in een der grote zuilen aangebracht, meldt: „Negentien mei 1952: Koningin Juliana legt de eerste steen voor de herbouw van de Sint- Laurens of Grote Kerk hier ter stede". H.M. heeft zaterdag 24 oktober tijdens een bezoek aan Rotterdam de kerk bezichtigd. Moge ook de verdere voltooiing met dezelfde voortvarendheid geschieden als bij het nu voltooide gedeelte werd betracht.

Hetzelfde nr. van de N.R.Crt. waaraan het bovenstaande werd ontleend, meldde, dat de gemeenteraad van Rotterdam in zijn vergadering van 15 okt. '59 een nota inzake subsidie kerkbouw voor kennisgeving had aangenomen zonder hoofdelijke stemming. Dat betekent niet, dat van subsidie voor kerkbouw werd afgezien. Juist het tegendeel.

In Januari 1958 was de raad na debat over de subsidie-kerkbouw in een impasse geraakt. Een deel der leden was wel voor zulk een subsidie, doch niet genegen daarmede subsidie voor bezinningsgebouwen — men had het oog op het humanistisch verbond — te accepteren, wat anderen wilden. Vooral de heer Wilschut, (a.r.) was er fel tegen. Hij sprak van „onoverkomenlijke bezwaren". „Trouw", dd. 13-8-'59 gaf uit zijn rede het volgende citaat:

„De kerken nemen een unieke positie in in het Nederlandse volksleven. De kerken houden openbare erediensten, d.w.z. eredienst aan de Allerhoogste en als zodanig kan geen enkele vereniging van mij verlangen, dat ik haar in één verband, in één adem met de kerk ga noemen."

Hij kon alzo, en zulks terecht m.i., zich er niet in vinden, de kerk op één lijn te stellen met een culturele vereniging, of „geestelijke organisatie", een standpunt, ingenomen in het rapport van de „dr. Wiarda Beekman-stichting", in het leven geroepen door de P. v. d. A.

Inmiddels — om uit de impasse te komen — besloot de raad van Rotterdam tot de instelling van een commissie ad hoc, waarvan de heer J. Wilschut voorzitter werd. Deze commissie kwam met een nota, die voorstelt een „commissie van bijstand" in het leven te roepen, die B. en W. van advies moet dienen voor elke subsidie-aanvrage, waarover de raad dan, van geval tot geval, zal beslissen.

Zoals gezegd, de raad nam deze nota voor kennisgeving aan, maar besloot tot de instelling van „een commissie van bijstand" voor het college van B. en W. De sedert '53 ingediende aanvragen kunnen nu behandeld worden. De „bezinningsgebouwen", — het kunnen , , retraitehuizen, conferentieoorden, vrijmetselaars, loges, de Dageraad" zijn, gelijk de heer Wilschut opmerkte — hebben een andere „status" dan de kerken, worden dus in de nota niet met deze op een lijn gesteld. De nota, is niet het gevolg van „een offerfeest der beginselen", naar de heer Wilschut ter snede opmerkte. Ook in Rotterdam kan dus nu de gemeente door subsidie-verlening de offervaardigheid der kerken steunen.

Midden oktober, ik meen de 13e, heeft prof. Lekkerkerker zijn ambt als kerkelijk hoogleraar te Groningen aanvaard.

„Woord en Dienst", dd. 17 oktober, hem de lezers voorstellend als „onze jongste kerkehjke hoogleraar", gaf een kort biografisch overzicht van hem. Prof. Lekkerkerker, opvolger van prof. Haitjema, promoveerde evenals deze op een onderwerp aan de theologie van Augustinus ontleend, en eveneens aan de R.U. van Utrecht.

Van de oratie las ik een verslag in „Trouw". Omdat ik echter nog niet van het stuk in druk heb kunnen kennisnemen, onthoud ik mij van een tvpering. Te meer, wijl mij na kennisneming van de oratie van prof. Jonker — ze werd me toegezonden, waarvoor mijn erkentelijkheid — bleek, dat ik de bedoeling van prof. Jonker niet juist heb weergegeven. Hij bedoelde met zijn onderwerp niet alle te doceren vakken samen te vatten, doch belijdenis, modern levensgevoel en praktische theologie in één greep te vatten, en in hun onderling verband te belichten.

Een vruchtbare ambtsperiode moge prof. Lekkerkerker zijn beschoren. Zijn onderwijs zij tot rijke zegen van Kerk en theologie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's