HET LAGER ONDERWIJS IN NOORD-BRABANT 1
Na de bevrijding is in Noord-Brabant bijzondere aandacht besteed aan de vraag, hoe de zich snel uitbreidende bevolking aan arbeid geholpen zou kunnen worden. Industrialisatie en emigratie kwamen, uiteraard zich aandienen om een oplossing voor dit vraagstuk te bieden. Een welvaartsplan om deze vragen onder de ogen te zien werd door het provinciaal bestuur samengesteld.
Uiteraard viel de aandacht op het feit, dat vele leiding gevende personen in de industrie afkomstig zijn uit het „Noorden". Dit bracht tot de vraag, waarom in Brabant zelf deze mensen niet werden opgeleid tot deze functies, althans niet in voldoende mate. En zo kwam langzamerhand het gehele onderwijs in de gezichtskring te liggen. Dit heeft ten gevolge gehad, dat gedurende de laatste tien jaren zeer veel aandacht is besteed aan de verschillende takken van onderwijs.
Het provinciaal bestuur heeft verschillende onderzoekingen laten verrichten en de resultaten hiervan zijn gepubliceerd.
Nu zou iemand wellicht kunnen menen, dat dit alles wel interessant kan zijn voor degenen, die in Brabant wonen, maar dat de mensen elders daar weinig interesse voor zullen hebben. Degene, die zó denkt, heeft echter toch ongelijk, want deze onderzoekingen zijn zeer origineel en op deze wijze in ons land nog niet eerder ondernomen.
Wel kan de vraag gesteld worden of het op de weg der provincie ligt zo kostbare onderzoekingen te financieren en of het beoogde doel: de bevordering van het onderwijs, niet op heel wat voordeliger wijze had bereikt kunnen worden. Ik ben persoonhjk nog steeds geneigd de laatste vraag bevestigend te beantwoorden.
Dit neemt echter niet weg, dat nu eenmaal deze onderzoekingen verricht zijn, het aanbeveling verdient, dat er ook zoveel mogelijk profijt van zal worden getrokken. En ik geloof ook, dat, wetenschappehjk gezien, deze onderzoekingen van belang zijn, al wens ik hier en daar nog wel eens enige vraagtekens te plaatsen.
Het eerste belangrijke rapport, dat is uitgebracht in 1957, is het rapport over een onderzoek naar de stand van het gewoon lager onderwijs in Noord-Brabant. De provinciale staten besloten in januari 1951 een onderzoek te laten instellen naar de situatie van het gewoon lager onderwijs in Noord Brabant. Ged. Staten benoemden een commissie om dit onderzoek te verrichten.
Het onderzoek vond plaats in 1952 op 5823 leerlingen in 794 scholen en op ca. 2000 leerlingen in 100 scholen.
De commissie heeft een aantal schoolvorderingentests samengesteld voor de verschillende schoolvakken. Daarna heeft men op volkomen willekeurige wijze het vierde deel genomen van alle leerlingen, die in 1952 in de zesde klasse van alle lagere scholen in Noord Brabant zaten. Deze leerlingen hebben nu deze opgaven moeten maken en de resultaten hiervan zijn verwerkt geworden.
Daarnaast heeft men op een kleiner aantal scholen aandacht geschonken aan de z.g.n. expressievakken, n.l. zingen, tekenen, lichamelijke oefening en nuttige handwerken. Om te weten, hoe de commissie dit alles gedaan heeft, moet ik naar het rapport verwijzen; enkele artikelen kunnen slechts een beperkte weergave zijn van het belangrijkste van hetgeen dit rapport biedt.
Voorts werden door middel van een enquette de nodige gegevens verkregen van de hoofden der scholen.
Muziek.
Het onderzoek naar de muzikale vorming geeft over het algemeen een vrij somber beeld hierover in de meeste der onderzochte scholen. Duidelijk blijkt uit dit onderzoek, dat veel leerkrachten niet doordrongen zijn van de grote waarde van de muziek in een harmonische opvoeding en de capaciteiten missen om deze vorming met succes ter hand te nemen. Opvallend was, dat de enkele scholen, waar systematisch muziekonderwijs gegeven wordt, met kop en schouders boven de rest uitstaken. Dit is een hoopvolle en positieve vingerwijzing voor de toekomst.
De bevindingen van het tekenonderzoek samenvattende, kan worden gesteld, dat het onderwijs in het tekenen nog aanmerkelijk dient te worden verbeterd, speciaal wat het z.g.n. „vrije tekenen" (naar eigen fantasie) en het „toegepast" tekenen betreft. De resultaten van dit vak zijn voor het belangrijkste deel afhankelijk van de belangstelling en de kunde van de leerkracht ten aanzien van dit aspect van het onderwijs. Er dient dan ook tijdens zijn opleiding de nodige aandacht aan te worden besteed, waarbij er in het bijzonder op moet worden gelet, of hij er toe in staat is, bij zijn tekenonderwijs in voldoende mate rekening te houden met de achtereenvolgende stadia in de tekenontwikkeling van het kind.
Lichamelijke oefening.
De resultaten van het onderzoek naar de lichamelijke geoefendheid lieten ook heel wat te wensen over. In vergelijking met het percentage goede was het percentage slechte lichaamshoudingen buitengewoon groot. Opvallend was het aantal slechte lichaamshoudingen onder de plattelandsjeugd. En met de lichaamsbewegingen bleek het al niet veel beter gesteld te zijn. Gemiddeld was er slechts bij ongeveer een achtste deel van het totaal aantal onderzochte kinderen van een „zich goed bewegen" sprake, tegenover bijna 40%, waarvan de wijze van bewegen als slecht gekwalificeerd moest worden.
Ook de omstandigheden zijn verre van gunstig. Op niet minder dan 65% van de scholen beschikte men alleen over een verharde speelplaats als oefengelegenheid. Slechts 20% der scholen kon gebruik maken van een gymnastieklokaal. Op 5% der scholen was geen geschikte buiten- of binnen-oefengelegenheid aanwezig. Alleen in 20% der onderzochte scholen waren alle leerlingen voorzien van gymnastiekschoenen. In 40% van de scholen werd door alle leerlingen gymnastiek op straatschoeisel gedaan. Speciale sportkleding werd maar op één school aangetroffen. Op enkele scholen bleken de jongens gewoon te zijn — en dat in de maand juli — hun colbertjasje bij de hchaamsoefeningen aan te houden. Dit tekent een mentaliteit. Hoe zou dit alles elders in den lande zijn ? ?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's