Uit de Pers
Enige weken geleden is van synodewege naar alle hervormde predikanten een oproep uitgegaan in verband met de grote droogte. Zij luidde als volgt:
„Ten gevolge van het reeds gedurende enige maanden uitblijven van regenval, is in verschillende delen van ons land een noodtoestand ontstaan. Door de aanhoudende droogte is de toestand van de bodem zeer zorgwekkend geworden. Planten, dieren en mensen hebben onder het gebrek aan water te lijden.
Hoewel wij mogen aannemen, dat deze dingen u bekend zijn en dat deze noden door u, ook in de samenkomsten der gemeente, voor Gods aangezicht gebracht worden, meende het moderamen van de generale synode, onder de indruk van deze nood, niettemin er goed aan te doen u krachtig op te wekken het leed van de velen, die door deze rampspoed getroffen worden in hun bestaan, in uw gebeden te gedenken en de gemeente op te wekken hen naar vermogen door hun dienstbetoon ter zijde te staan.
Laten wij de Heer van hemel en aarde, die beloofd heeft dat zaaiïng en oogst, koude en hitte, dag en nacht niet zullen ophouden en Wiens wijsheid groter is dan onze begeerte, bidden dat Hij Zijn hand opene om te verzadigen al wat leeft, naar Zijn welbehagen.
Zo zullen wij Zijn trouw en goedheid met dankzegging verkondigen, door Jezus Christus onze Heer".
Onder de uitdagende titel „Synodale afsmeking der goden" geeft prof. Smits, berucht om zijn artikel over de verzoening, in het vrijzinnige weekblad „Kerk en Wereld" enig commentaar op bovengenoemde synodale oproep.
Met zeer gemengde gevoelens heeft prof. Smits van deze boodschap kennis genomen. Hij zegt enerzijds van harte ja tegen dit verzoek in zoverre hier een dringend beroep op onze christelijke solidariteit in de nood wordt gedaan en ons christelijk geweten hier wordt opgescherpt. Uit deze oproep heeft de synode een welkome bijdrage geleverd tot realisering van het oecumeense begrip „verantwoordelijke maatschappij".
Maar uitermate slecht te spreken is prof. Smits over de derde alinea van deze oproep. Wij geven hemzelf het woord:
Maar tevens moet mij van het hart, dat de synode ons een heel slechte dienst heeft bewezen met de derde alinea, die in feite hierop neerkomt, dat van de predikanten, die dienst doen in de hervormde kerk, thans gevraagd wordt om God te smeken de voortdurende droogte weg te nemen en regen te schenken. Afsmeking der goden, heb ik hierboven gezet. Ik koos onwillekeurig het woord goden in het meervoud, omdat deze hele gedachtengang allerlei vóór-en buitenchristelijke religieuze praktijken, die bij dreigende natuurrampen plachten en plegen te baat te worden genomen, voor mijn verbeelding opriep.
Hebben de leidinggevende mensen in onze kerk, die voor zo'n formulering verantwoordelijk zijn, er dan heus geen notie van, dat dit hele voorstellingencomplex alleen maar kortsluiting kan oproepen bij de overgrote meerderheid der huidige kerkelijken en buitenkerkelijken? De natuur is vol verschrikkingen en gaat haar eigen natuurlijke weg; recente natuurrampen in Japan en Californië hebben ons daar opnieuw van doordrongen. En ergens in een klein landje vraagt de leiding van een christelijke gemeenschap aan de dienaren van die gemeenschap om God te bidden, dat de natuur toch alsjeblieft in dit geval niet haar eigen weg moge gaan!
Als ik tegen zulke stommiteiten opbots, voel ik, eerlijk gezegd, geen sprankje oecumeense gezindheid in mij gloeien, doch voel ik slechts ergernis en verdriet in me opkomen om een dergelijk volslagen gebrek aan inzicht in het hele levensgevoel van de mens van nu, het doet er in dit verband niet toe of hij kerkelijk dan wel onkerkelijk is. O, o. wat zal er nog veel water naar de zee moeten vloeien voordat onze kerk in haar officiële uitingen zich enigermate met haar religieuze voorstellingswereld gesynchroniseerd heeft aan de feitelijke stand van de ontwikkeling der mensheid in maatschappij en cultuur! Het prestige, dat onze kerk wellicht door de inhoud van de tweede alinea had kunnen winnen, doet ze weer te niet door de inhoud van de derde alinea.
Dit commentaar van prof. Smits op de synodale oproep is in de kerkelijke pers niet onweersproken gebleven. In het „Gereformeerd Weekblad" (uitgave Kok, Kampen) geeft prof. Bakker, hoogleraar te Kampen, onder de titel: „Afsmeking der genade", een theologisch doordacht commentaar op het commentaar van prof. Smits.
Na gememoreerd te hebben, dat de Heid. Catechismus in zondag 8 de Apostolische Geloofsbelijdenis in drieën verdeeld, nl. het eerste artikel over God de Vader en onze schepping, het tweede artikel over God de Zoon en onze verlossing, en het derde artikel over God de Heilige Geest en onze heiligmaking, schrijft prof. Bakker het volgende:
In zijn aanval op de kerkelijke leer van de verzoening heeft prof. Smits indertijd van het tweede artikel nauwelijks een steen op de andere gelaten. Wie immers zó de mogelijkheid der verzoening ontkent als dat door hem gebeurd is heeft van de kerkelijke belijdenis van Christus slechts de resten overgehouden. We gaan daar nu niet weer verder op in.
Maar uit het jongste artikel van prof. Smits blijkt, dat zijn bezwaren niet alleen gericht zijn tegen het „tweede" artikel (persoon en werk van Christus), maar dat hij ook het christelijk belijden aangaande Gods voorzienig handelen aan een zeer ingrijpende critiek wil onderwerpen. Ja, hij gaat eigenlijk nog verder. Hij heeft ook hier het station van de vraagtekens weer ver achter zich en is aangeland bij de zelfbewuste uitroeptekens, waarbij ieder, die nog niet mee gesynchroniseerd is, ieder, die zich nog niet heeft aangepast onder 't odium van „stom" en „kortzichtig" komt te liggen. We dienen ons wel te realiseren, wat door prof. Smits overboord gezet wordt. Hij heeft de natuur, die autonoom en onverbiddelijk haar gang gaat, opgesloten in haar wetmatigheid. Geen God, die, nu de zaak eenmaal loopt, daaraan nog te pas komt. Geen mens, die door natuurrampen getroffen wordt, hoeft meer te bidden om daarvan verlost te worden. Geen beroep van de natuur op de God van de natuur. Dat is primitief en achterhaald. Wie meent, dat er in deze verlichte tijd nog mogelijkheden zijn voor het gebed tot de levende God, om ons lot te wenden en zich te openbaren als de Heer, die de schepping blijft dragen en leiden en die luisteren kan en wil naar het gebed van Zijn volk, die valt terug in een voor- en buitenchristelijke bezweringspraktijk, waarin men de goden trachtte gunstig te stemmen om zo de dreigingen te kereiji.
Het geloof in God de Schepper — aldus prof. Bakker — heeft de natuur ontgoddelijkt. De kerk gelooft niet meer, dat de natuur God is. Maar dit betekent niet, dat de kerk hiermee op het standpunt van het z.g.n. deïsme is gaan staan. Integendeel, ook de natuurmachten en -krachten zijn onderworpen aan de levende God. Wat prof. Smits doet, is niets anders dan het uiteenbreken van de tweeëenheid van Schepper en Vader, van Voorzienigheid en Verlossing. En hiermee wordt de eenheid des geloofs en des levens onherstelbaar gesrhonden.
Prof. Bakker schrijft verder :
Dat de moderne mens het met deze eenheid moeilijk heeft, wie zal het ontkennen. Maar het is dan een goed ding, te beseffen, dat dit probleem niet nu eerst opduikt, zodat degene, die het niet door heeft, die achtergebleven is en nog niet gesynchroniseerd is met het levensgevoel van de moderne mens, alleen maar stom is en kortsluiting veroorzaakt. Want de kerk heeft reeds in de eerste eeuwen van haar bestaan voor dezelfde verzoeking gestaan en heeft er „neen" tegen gezegd. Omdat de prijs haar te hoog is. Want het gaat hier niet alleen om de grote droogte, waardoor zovelen zwaar getroffen zijn. Het gaat bijv. ook om ziekte en het perspectief daarin. Nog niet eens alleen om de genezing daaruit. Maar veeleer nog om de zekerheid, dat „deze dingen niet bij toeval, maar uit zijn Vaderhand ons toekomen", om de vraag, in wat voor handen wij zijn gedurende heel ons leven. Om de vraag, of er van ons lót beroep openstaat bij God. Of dat God dit beroep naast zich neer moet leggen, omdat Hij zich niet permitteren kan de „natuurlijke natuur" een andere weg te doen gaan dan haar „wetmatigheid" haar schijnt te wijzen. En wanneer prof. Smits er verbaasd over is, dat ergens in een klein landje een kerkje haar dienaren vraagt om God te bidden dat Hij zich nog eens weer betone te zijn die Hij is, de God, die méér is dan de natuur, dan vergeet hij, dat het geloof van Israël en de kerk steeds beleden heeft, dat God daarin juist Vader is, dat Hij de enkeling hoort, die tot Hem roept.
Prof. Bakker is benieuwt naar verdere reacties op het artikel van prof. Smits. Wij niet minder. Want hier gaat het om de fundamenten van het christelijk belijden. Over het algemeen is de reactie tegen een aanval op het „tweede artikel" (de persoon en net werk van Christus) heftiger, dan wanneer het „eerste artikel" (God de Vader en onze schepping) geschonden wordt.
Maar de kerk vergete niet, dat zij de eeuwen door gestreden heeft voor de volstrekte identiteit tussen de Vader van Jezus Christus en de Schepper van hemel en aarde. Daarom wordt haar belijden in het stuk van prof. Smits aangetast tot in de fundamenten. En zij wordt daartegenover geroepen niet om een theoretische en verouderde stelling moeizaam overeind te houden, maar om te getuigen, dat zij nog steeds gelooft, dat haar gebeden, ook deze gebeden om water, gezondheid, droogte etc, zin hebben en van haar geeist worden, juist omdat de Schepper van hemel en aarde niet een verre, ongrijpbare God is, maar déze God, die Zijn aangezich onthuld heeft in de verschijning van Zijn knecht Jezus.
Aldus tenslotte prof. Bakker.
En wij willen hieraan toevoegen, dat de synode van onze kerk niet klaar is met weer een „verklaring" te geven, zoals in het verleden gebeurd is naar aanleiding van een artikel van dr. A. de Wilde. Neen, thans staat zij voor de roeping om de belijdenis van de kerk ten aanzien van deze zaak te handhaven, wil zij Christus-belijdende volkskerk zijn. Laten de kerkelijke organen zich vooral toch niet verliezen in allerlei kwesties van competentie e.d. Het Woord Gods dient niet alleen gepredikt, maar ook gehandhaafd te worden. De kerk heeft in dit concrete geval tucht te oefenen, zal de Naam Gods niet onteerd en de prediking niet ongeloofwaardig worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's