De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE INAUGURELE REDE VAN PROF. DR. H. JONKER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE INAUGURELE REDE VAN PROF. DR. H. JONKER

7 minuten leestijd

Een inaugurele oratie is een wetenschappelijke rede, die zich uiteraard op een ander niveau beweegt dan een weekblad als het onze, dat allereerst voor de medelevende gemeenteleden bestemd is. Daarom is het ook niet wel doenlijk om de theologische en ook wijsgerige vragen, die in een betoog als dat van prof. Jonker aan de orde zijn gesteld, in de kolommen van „De Waarheidsvriend" te bespreken. Wij althans weten ons hiertoe niet bekwaam. Daarvoor hebben wij trouwens ons wetenschappelijk tijdschrift „Theologia Reformata", waarin t.z.t. de bij Zomer en Keuning verschenen oratie „Woord en existentie als probleem der praktische theologie" wel zal worden besproken.

Inmiddels betekent dit niet, dat dr. Jonker niet enige opmerkingen heeft gemaakt, die voor onze lezers van belang zijn en waarvoor zij zeker belangstelling zullen hebben.

Ook de eenvoudigen onder ons zijn overtuigd van het belang van de grondige wetenschappelijke vorming van de dienaren des Woords. Een neerzien op de studie als alleen maar „verstandswerk" wordt onder ons vrijwel niet gevonden, getuige de warme belangstelling voor het leerstoel- en studiefonds van onze Bond en ook de vreugde, dat uit ons midden enige doctores theologiae tot het ambt van hoogleraar zijn geroepen. Toch kan, zoals dr. Jonker aan het slot van zijn rede opmerkt, de vraag opkomen of al deze theoretische overwegingen van de Praktische Theologie (zoals hij die gaf) nu wel nodig zijn, waar het Woord Gods toch zijn eigen gang gaat en de weg van de Heilige Geest onnaspeurlijk is. En hij geeft dan ten ant­woord: De diepe overtuiging van de soevereiniteit van het Woord Gods en de erkenning van de stille werking van de Heilige Geest dringt er ons juist toe om voorzichtig met het Woord Gods om te gaan, opdat zijn werking door de onbezonnenheid en de onnadenkendheid van ons, „het grondpersoneel" (zie de anekdote bij de aanvang; bedoeld zijn hiermede de christenen, in het bijzonder de ambtsdragers), niet verhinderd worde. Praktische Theologie is eigenlijk een menselijke poging van een antwoord op de oproep van Paulus: Blus de Geest niet uit! Ze is als het bewandelen van een smal bergpad met links de diepe kloof van het besef van een totale mislukking, maar rechts de majesteitelijke hoogte van het geloof in de volkomen overwinning van Jezus Christus.

Ook al mogen wij geloven, dat het Woord Gods zijn soevereine gang gaat en niet zonder vrucht zal wederkeren, wij zijn niet ontslagen van de vraag, hoe dit Woord te brengen aan de mens-van nu, zowel in- als buiten de kerk.

Men spreekt van een existentiële benadering, waaronder dan meestal verstaan wordt een benadering met het Woord Gods, die gepaard gaat met de volle inzet van de persoon, een appellerend getuigenis, dat doordringt tot in de diepte van het mens-zijn. De theoloog heeft hierbij echter uit te gaan van het Woord Gods; daar vindt hij zijn uitgangspunt en niet in de wijsbegeerte. „Of de God der openbaring in Christus bestaat niet, of Hij is de grond van bestaan (existentie), denken en zijn" (prof. Loen). Hebr. 4 : 12, 13 tekent ons Gods Woord als een van buiten komende werkelijkheid van heil, die in de vorm van een diep indringende boodschap zich richt op de mens. Deze dynamische actualiteit van het Woord Gods wijst prof. Jonker aan als het eerste grondbeginsel van de Praktische Theologie. En het tweede is, dat dit levende en krachtige Woord zich richt op de concreet-levende mens in zijn totaliteit van lichaam en ziel.

Hieruit volgt:

a) in de dienst des Heeren zullen wij ieder mens, die ons op de weg geplaatst wordt, steeds als een „gij" en nooit als een „hij" hebben te zien.

b) deze mens mag niet als een idee, een nummer, een ding, een „het" worden beschouwd, doch dient te worden gezien als een levende naar ziel en lichaam in zijn eigen situatie, waarmee hij verbonden is en waarvan hij de invloed ondergaat. Hij is opgenomen in een bepaalde cultuurfase en wordt voortgestuwd door de stroom van de tijd.

c) waar het Woord Gods zijn gedachten en overleggingen schift (oordeelt), betekent dit dat deze mens door God niet wordt geloochend en genegeerd, doch „gekend" en „ernstig genomen". Het mens-zijn wordt genomen, zoals het is en op heilzame wijze geschift, d.w.z. de dingen worden op de goede plaats gezet, het mens-zijn geplaatst in profetisch licht en de bestemming gericht op de „sabbathsrust", waar Hebr. 4 verder over handelt.

d) de mens wordt ter verantwoording geroepen; onze ontvluchtingspogingen worden verijdeld.

Wanneer het Woord Gods zich zó verhoudt tot de mens, waar staat dan de dienaar des Woords? Zowel aan de kant van de toegesprokene als aan de kant van God. „Deze heen en weer gaande beweging tussen de beide polen houdt de spanning in, waardoor de arbeid als dienst des Woords wordt bepaald".

Het is een waandenkbeeld te menen, dat de dienaar alleen maar aan de kant van God zou moeten staan: hij zou maar moeilijk zijn houding in het gewone leven kunnen vinden en slachtoffer van een gevaarlijke overspanning worden (zie hoe b.v. Jeremia (Jer. 14) zich ook één wist met het schuldige volk).

Het alleen-maar staan aan de kant van de mens is even gevaarlijk: dan ziet u de zeer vlotte dominee, die vooral gewoon mens wil lijken, doch in wiens spreken en handelen nauwelijks nog iets doorklinkt van de boodschap van het Woord Gods. „Hij loopt het gevaar door de gelovigen en de nog-niet-gelovigen niet serieus genomen te worden. De dienaar is ook geen medium, die als een soort supermens tussen God en mens instaat. Dit tussentreden is het mysterie van de Middelaar alleen; Hij is de unieke priester der verzoening.

De bovenaangeduide plaats van de dienaar geeft hem een bijzondere geestelijke houding, gekenmerkt door beslistheid (hetgeen iets anders is dan geborneerde zelfverzekerdheid; als overwonnene door het zwaard van het Woord kan en wil hij slechts spreken zoals God hem gebiedt) en door solidariteit.

Uit deze laatste vloeit voort:

1. Critische openheid. Hoe de mens; die hij ontmoet er ook over denkt, de dienaar heeft bij zijn schiftende arbeid hem en zichzelf direct te stellen onder de overmachtige kritiek van het Woord Gods.

2. Evangelische bescheidenheid.

Brengen wij als dienaren het Woord wel geheel zuiver? In hoeverre zitten wij zelf nog vast aan een bepaald cultuurpatroon? Het gevaar is niet denkbeeldig, dat wij menende het zwaard des Woords te hanteren, eigenlijk bezig zijn met de bijl van een huiselijke filosofie te zwaaien! Nu zal Gods genade hier wel voor ongelukken behoeden en het Woord zijn loop doen gaan, maar het „maant ons wel tot de voorzichtigheid de absolute geldigheid van het Woord Gods op een of ander punt in te zetten".

3. Behoedzaamheid. In de praktijk stuiten wij op grote problemen: de moderne mens acht zich z.g. mondig en heeft het autoriteitsgeloof losgelaten. Deze houding dringt steeds meer door in het kerkelijk leven en roept een existentiële benadering op: het levende en bewogen getuigenis van een God, die geen lust heeft in onze dood, doch daarin dat wij ons bekeren en leven. Over de problemen, die hier aan de orde komen en waarop prof. Jonker voorts nog ingaat, kunnen wij thans niet schrijven, hoe belangrijk zij ook zijn.

Wij besluiten gaarne met prof. Jonker een gezegende en vruchtbare arbeid toe te wensen aan onze Utrechtse universiteit tot heil van kerk en volk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE INAUGURELE REDE VAN PROF. DR. H. JONKER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's