MEDITATIE
„Zo zegt de Heere : Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin, zo zult gij rust vinden voor uwe ziel; maar zij zeggen: Wij zullen daarin niet wandelen". Jeremia 6 : 16.
De profeet Jeremia beschrijft in het hoofdstuk, waaruit bovenstaande tekst genomen is, de ontzaggelijke oordelen Gods, welke Jeruzalem binnen zeer korte tijd zullen treffen. Maar hij wijst ook de oorzaken aan, waarom Jeruzalem met deze vreselijke gerichten bezocht zal worden : „Gelijk een bornput zijn water opgeeft, alzo geeft zij hare boosheid op". En niet alleen in algemene bewoordingen wijst Jeremia het kwaad aan van de inwoners van Jeruzalem, maar de zonden worden onderscheidenlijk genoemd, en de bedrijven ervan worden op 't nauwkeurigste aangeduid. Ook van de profeet en de priester wordt gezegd, dat zij valsheid bedrijven, omdat zij : „de breuk van de dochter mijns volks op 't lichtst genezen, zeggende : „Vrede, vrede, doch daar is geen vrede". Hun wordt verweten, dat zij geen schaamte kennen over hunne gruwelen, en daarom zeker zullen vallen.
Dit gehele hoofdstuk is ook wel in bijzondere mate van toepassing op onze tijd. De zonde neemt hand over hand toe in volk, staat en kerk, en in plaats van het getuigen tegen het God-onterend kwaad komt allerwege een verborgen of openbaar daaraan mededoen, onder het geroep van: vrede, vrede.
Wat zullen we doen ? Eerbiedig luisteren naar de vermaning des HEEREN in bovenstaande tekst, waarin de HEERE nog raad geeft aan degenen, wier hart onder de bestraffing week is geworden, gelijk eertijds het hart van Josia, die zich vernederde voor het aangezicht des HEEREN.
Luisteren we dan allereerst naar het opschrift dezer vermaning. Deze luidt: „Zo zegt de HEERE". Als we daar niet grondig van overtuigd zijn, dat het de HEERE is, die spreekt, dan zal Zijn Woord ons nimmer tot bekering zijn. O, ontzaggelijke goddeloosheid onzer dagen, om des HEEREN Woord te beschouwen als eens mensen woord. Hier ligt de bron, waaruit allerlei gruwelen en goddeloosheden voortspruiten. Waarachtig geloof is echter nog altijd een stellig weten of kennis, waardoor ik alles voor waarachtig houde, dat ons God in Zijn Woord geopenbaard heeft. En Christus' Kerk belijdt van de Heilige Schrift: „Wij geloven zonder enige twijfeling al wat daarin begrepen is", en dat inzonderheid, „omdat ons de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten, dat zij van God zijn".
Waar dit gemist wordt, is niets anders dan verwerping van Gods Woord. En daarvan lezen wij : „Mijn volk weet het recht des HEEREN niet. Hoe zegt gij dan : Wij zijn wijs, en de wet des HEEREN is bij ons ? Zie, waarlijk, tevergeefs werkt de valse pen der schriftgeleerden. De wijzen zijn beschaamd, verschrikt en gevangen ; zie, zij hebben des HEEREN Woord verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben?"
Deze tekst is dus wel onze aandacht waard, want het is een woord des HEEREN. En niet straffeloos zal dit woord verworpen kunnen worden.
Wat is de inhoud van dit woord des HEEREN? Dit: „Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin".
De eerste vermaning des HEEREN is : Staat stil! Komt tot u zelf ! Holt niet door op uw verkeerde wegen. De verloren zoon kwam tot zichzelf, toen hij zijn buik begeerde te vullen met de draf, die de zwijnen aten, en niemand hem die gaf. En Saulus van Tarsen viel ter aarde, toen hem snellijk een licht van de hemel omscheen, en hij hoorde daarop een stem, die tot hem zeide : „Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij ? " Alzo sprak de HEERE tot het zondigende Jeruzalem : „Staat op de wegen". En alzo zegt de HEERE heden tot u, die afwijkt van de weg des levens : „Staat op de wegen". Op de wegen van zonde- en werelddienst. Op de wegen van eigenwillige godsdienst. Op de wegen van het leven naar uw eigen goeddunken. „En ziet toe". Doe de ogen open. „Ontwaakt, gij die slaapt". Ziet, dat uwe zonde-wegen heilloze wegen zijn. Al schijnt het u toe een rechte weg te zijn, weet, dat het einde daarvan wegen des doods zijn. Al bevredigt ge nu uw geweten met de gedachte, dat uw eigenwillige vroomheid een genoegzaam tegenwicht is tegenover uw boze zonden, weet, dat God zowel het een als het ander veroordeelt. O, dat dit lazen en ter harte namen allen, die onbekeerd van hart en leven zijn, en zich met een dode vorm van godsdienst vergenoegen. O, dat dit lazen degenen, die het arme volk verleiden, nieuwe wetten en bepalingen in de kerk makende, welke indruisen tegen het enige, eeuwige Woord van God in ! Staat stil, gaat niet voort gruwelen te bedrijven ! God zij onze arme kerk genadig !
„Vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin." Of: vraagt naar de paden der eeuwigheid, dat wil zeggen, naar de leer, die God van ouds af in de kerk geleerd heeft, om haar te onderwijzen in de weg der zaligheid. Alle mensen-vondsten zijn niet anders dan afwijkingen van .die enige, goede weg. In die oude paden is de goede weg, de rechte weg, de enige weg. Daarvan is het middelpunt de Persoon, Die spreekt: „Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader, dan door Mij." Om dit te zijn is Hij, onze Heere Jezus Christus, van eeuwigheid gezalfd geweest, van de aanvang, van de oudheden der aarde aan. Hij is de inhoud van de prediking van het heilig Evangelie, die vanaf het paradijs tot verloren mensen is uitgegaan, terwijl Hij zelf tevens daarvan de volmaakte vervulling is.
Wat is het toch ontzaglijk, om deze weg te verlaten, en eigengekozen wegen is er geen weg, die ter zaligheid leidt, te bewandelen. Want buiten deze weg maar zijn er alleen wegen des doods. Wee derhalve degene, die zijn eigen rede verheft boven hetgeen God ons in Zijn heilig Woord geopenbaard heeft, en wat Hij dienovereenkomstig door Zijn Geest in het hart van Zijn kerk verklaart. Dan volgt ook als vanzelf, wat op deze vermaning volgt, nameHjk: „en wandelt daarin". Want het Koninkrijk Gods bestaat niet in woorden, maar in kracht.
Wat is nu het wandelen in de goede weg? Het is een verloochenen en verwerpen van al onze eigen gedachten en wegen, en een vertrouwend zich verlaten op het enige middel, dat God ons ter zaligheid heeft geopenbaard, de Heere Jezus Christus, door het in ons hart gewerkte geloof. Het is een rusten in God, door Jezus Christus, onze Heere, waarbij al onze gedachten gevangen geleid worden tot de gehoorzaamheid van Christus. Het is: niet wijs te zijn bij zichzelve, maar te roemen in de wijsheid Gods, ons geopenbaard in de Heere Jezus Christus.
In deze wandel nu wordt geschonken de rust der ziel: „Zo zult ge rust vinden voor uwe ziel." Onze Zaligmaker zegt: „Komt herwaarts tot Mij, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. Leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uwe ziel." Deze rust wordt op geen andere weg gevonden. Daarom: o vraagt toch naar de oude paden, waar toch de goede weg zij! Uw eeuwige rust of onrust is ervan afhankelijk, of gij al dan niet in de enig-goede weg leert wandelen. Maria had het goede deel uitgekozen, hetwelk niet meer van haar werd weggenomen. En, waar wij van onszelf blind, ja, de duisternis zelf zijn, bidt toch om de verlichting des Heiligen Geestes, en om uit genade op de rechte weg geleid te worden. Allen, die deze weg door genade leerden kennen, hebben getuigd van het heil, dat op deze weg gevonden werd. En zovelen als er heden nog op aarde zijn, die in deze weg wandelen, zullen u er niet dan goed van vertellen.
„Maar zij zeggen: „Wij zullen daarin niet wandelen." Het volk in Jeremia's dagen had het af zwerven van de HEERE, van Zijn Woord en inzettingen zo lief, dat ze zich op generlei wijze daarvan af wilden laten brengen. De lieflijkste roepstemmen, noch de strengste bestraffingen of de schrikkelijkste bedreigingen konden hen er niet toe bewegen. Helaas moet uit de vele uitingen van wederspannigheid tegen Gods Woord en waarheid voor onze tijd van het merendeel der mensen wel hetzelfde gevreesd, worden. De bedorven godsdienst, die uit het verduisterd verstand opkomt, wordt gesteld naast, neen boven hetgeen wat God ons in Zijn heilig Woord heeft geopenbaard en hetgeen Hij door Zijn Geest dienovereenkomstig in het hart Zijner kinderen leert. De HEERE zal het zien en zoeken.
Maar gij, die dit leest, houdt u aan het eenvoudige Woord van God. ledere ware reformatie was niet een invoeren van nieuwigheden tegen de duidelijke uitspraken van de Heilige Schrift, maar een door God gewerkte terugkeer naar de oude paden. Dat was het bij de gezegende reformatie in de zestiende eeuw, dat was het op de synode van Dordrecht in 1618-'19, maar dat is het ook bij ieder persoonlijk, die God door Zijn Geest onderwijst in de weg der zaligheid. Dat moge de HEERE ook schenken bij aanvang en voortgang in uw en mijn hart. tot de roem van Zijn genade, tot de verheerlijking van Zijn heüige Naam, tot de zaligheid onzer arme, onsterfelijke ziel. Dat werkt uit een zalige verlossing van al wat niet is naar Zijn heilig Woord, en een eeuwig roemen in de deugden Gods, Die waardig is geprezen en verheerlijkt te worden van nu aan tot in der eeuwigheid, van wege Zijn gunsten, aan arme, verloren schepselen bewezen.
Amen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's