HET LAGER ONDERWIJS IN NOORD-BRABANT 2
RESULTATEN DER ENQUÊTE
De vragen gesteld aan de hoofden der Brabantse scholen in 1952 gaven in de gegeven antwoorden merkwaardige resultaten te zien.
In het oog valt de verdeling der scholen naar de sociaal-economische structuur der provincie. Van het totaal aantal scholen is ca. 48% in gemeenten met minder dan 10.000 inwoners gelegen. Bijna het derde deel ligt in overwegend agrarische gemeenten, terwijl het vijfde deel voorkomt in gemeenten, opgenomen in het landelijk ontwikkelingsplan ofwel in het provinciaal welvaartsplan. Het blijkt later, dat vooral op deze groepen scholen therapeutische maatregelen moeten worden gericht.
Er bleken nog 84 z.g. voorjaarsscholen aanwezig te zijn.
Er waren 198 vakleerkrachten voor handwerken op meisjesscholen werkzaam. Ofschoon alle waardering hebbende voor haar werk, is de commissie van mening, dat de gewone onderwijzeressen dit vak behoren te geven.
De hoofden van ca 200 scholen gaven op, dat door hen nooit een schoolvergadering werd gehouden. De commissie vindt dit nogal een ernstig geval. Echter zijn er 8 eenmansscholen, 54 tweemansscholen en 93 driemansscholen. Indien men hier al de belangen der leerlingen bespreekt, dan zal dit allicht wel niet op een speciale vergadering geschieden. Ik kan dit niet zo tragisch opnemen.
Aan 167 van de 800 scholen bleek het leerplan alleen door het hoofd te zijn samengesteld. De commissie vindt, dat de samenstelling door het gehele personeel moet geschieden.
65 % van het totaal aantal scholen heeft een speciale opleiding voor het voortgezet onderwijs.
Het aantal uren per week per school aan de verschillende vakken besteed loopt aanzienlijk uiteen. Zo bleken 134 scholen in totaal per week tot een maximum van 50 uren aan het onderwijs in lezen en Nederlandse taal te besteden, tegenover 104 scholen, die hiervoor meer dan 65 uren hadden uitgetrokken. 136 scholen gaven 28 uur of minder rekenonderwijs per week, met daarnaast weer 145 scholen, die meer dan 36 uur per week rekenonderwijs gaven.
Wat opviel in de uitkomsten van het onderzoek naar de in gebruik zijnde methoden was de grote uniformiteit, welke ten aanzien van de frequentie van bepaalde methoden bestond.
Voor de hoofdvakken werden in alle scholen vrijwel dezelfde twee of drie methoden gebruikt. Voor rekenen één methode in gebruik op 138, één op 264 en één op 207 scholen. Voor Nederlandse taal één methode in gebruik op 557 van de 794 scholen.
Zwakzinnige kinderen.
Het aantal kinderen, dat in ons land in aanmerking komt voor plaatsing op een school voor debielen of imbecielen omvat ca 3 1/2 % van het totaal aantal leerplichtige kinderen. Deze plaatsing geschiedt in de regel vanuit de eerste of vanuit een hogere klas van de gewone lagere school. Nu kwam aan het licht, dat bij ruim het vierde deel van het totaal aantal scholen in de provincie, in de voorgaande vijf jaar, dit met geen enkel kind het geval was geweest. Waarschijnlijk moet dit voor een deel worden geweten aan het in die tijd nog ontbreken van voldoende mogelijkheid in verschillende streken van N.B. om b.l.o. te kunnen volgen. Anderzijds dient er echter op te worden gewezen, dat een aantal hoofden van gewone lagere scholen, evenals zeer zeker vele ouders, nog niet voldoende „b.l.o.-minded" zijn.
Voortgezet onderwijs.
Ten aanzien van voortgezet onderwijs waren de schoolhoofden van oordeel, dat bij 28% der onderzochte leerlingen de capaciteiten niet verder reikten dan het lager onderwijs (6e klas en v.g.l.o.), terwijl de ouders van 37 % der onderzochte leerlingen meenden met dit onderwijs genoegen te kunnen nemen.
Voor het nijverheidsonderwijs werd door de hoofden 38 % der leerlingen geschikt geoordeeld, maar de ouders van 26% begeerden slechts het n.o. Volgens de hoofden was 34 % geschikt voor ulo of v.h.m.o., de ouders van 37 % wensten dit. In de periode 1946-1951 vertrok in feite in N.B. slechts 16% der schoolbevolking in N.B. naar het ulo en 7 % naar het v.h.m.o. In deze periode gingen dus een aantal leerlingen, die volgens de hoofden wel geschikt waren niet naar het ulo of v.h.m.o. Dit kan verklaard worden uit gebrek aan scholen en uit de gebrekkige aansluiting tussen het g.l.o. én het voortgezet onderwijs.
Wel kan nu reeds opgemerkt worden, dat meer recente gegevens er op wijzen, dat men snel bezig is deze achterstand in te lopen.
Contact met ouders.
Slechts 280 van de ca. 800 scholen, dit is ruim het derde deel, bleken jaarlijks een of meer ouderavonden voor de ouders hunner leerlingen te organiseren. Aan bijna twee derde deel (477) van alle scholen in de provincie werd geen ouderavond gegeven.
Ruim het vierde deel van de hoofden vond de belangstelling van de ouders voor het onderwijs hunner kinderen beneden de maat. Ruim 40 % der hoofden kwalificeerde deze als gewoon en de overigen ca 230 als goed of zeer goed.
Het bleek voorts, dat 0, 7% der leerlingen afkomstig was uit a-sociale gezinnen en 9, 7% uit zwak-sociale geziimen. Deze 10 % bleken bij het onderzoek een aparte groep te vormen.
Verder bleken bij ca 10 % der leerlingen de ouders om de een of andere reden gedurende geruime tijd of altijd niet in het gezin der kinderen aanwezig te zijn. Ruim 600 leerlingen d.i. 12% van het totaal werden geregeld of zeer vaak bij de beroepsbezigheden van ouders of verzorgers ingeschakeld, terwijl dit voor 3 % bij seizoenwerkzaamheden het geval was.
Bij ruim 400 leerlingen, d.i. 8 % bleef de uiterlijke verzorging beneden de maat. Hieruit kan geconcludeerd worden, dat minstens 15% der kinderen in de provincie een nadelige invloed ondervindt van de gezinssituatie, waarin zij verkeren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's