TOT OP DEZE DAG 3
HET PETTEMANNEKE
Nu stel ik mij voor, een lange wandeling te maken van ruim 55 jaar geleden tot heden toe. Wat een tijd! zult u zeggen. Ja, maar vergeet niet dat het thans een wandeling in gedachten is. En dat gaat wel wat vlugger. Trouwens ook dat tijdsverloop van ruim een halve eeuw is als een damp vergleên.
U is nieuwsgierig om te weten, hoe het toch wel was in de dagen van ouds. Dit kan ik wel zeggen, dat het heel wat rustiger was. Ons dorp lag daar zo stil en vredig. Van auto's nog geen sprake; althans daar niet. Ze mochten daar niet passeren, omdat de weg te smal was voor dergelijk verkeer.
Wanneer de omnibus uit Mijdrecht passeerde met een magere schimmel er voor of een ander voertuig, dan zat je te beven in huis vanwege de veenachtige bodem. De grond beefde en de mensen beefden mee. Eens is er een trein door het dorp gekomen met een soort locomotief ervoor, waaraan een rij wagens gekoppeld waren op videlen met brede platte banden, want alles liep wel op rolletjes, maar niet op rails. Een angstig schouwspel voorwaar!
Weinig passagiers waagden zich aan de proef om mee te reizen en gelijk hadden ze nog, want even buiten het dorp, op een draai van de weg, kon de trein die kromme slinger niet maken en „de zaak" bleef steken.
In dat dorp nu zijn we bezig met huisbezoek. Aan een bepaald adres gekomen, zegt de ouderling: „dominee, gaat u hier maar niet naar binnen, want de man, die er woont, is een zonderling".
Dus gaan we er juist binnen, want mijn nieuwsgierigheid is opgewekt, vermengd met wat „bravour". Verbeeld u: Bravour!
Wij komen binnen en zien daar een mannetje zitten aan een witgeschuurde tafel, een zijden pet op het hoofd, een op de neus gezakte bril, waar kleine, half toegeknepen ogen, ietwat loerend overheen kijken. Je zou zeggen: een soort alchimist.
Wij zeggen: „Goede morgen!" en de ouderling stelt mij voor als de nieuwe dominee van de plaats, nadat hij eerst zijn hoofddeksel afnam.
Intussen gaan we er maar bij zitten en zeggen: „Wij komen eens bij u op huisbezoek".
De man, die zich op zijn stoel haast niet verroerde, antwoord heel koel: „Dat kun je doen en dat kun je laten". En meteen tot de ouderling: „Man, waar zet jij je pet voor af? Voor die dominee toch niet? Ik moet niks van die lui hebben. Dominees zijn kapitalisten. Weet jij", zich tot mij richtend, „hoeveel die voorganger van je met zijn 40 dienstjaren, hier bij mekaar gepreekt heeft? Meer dan 50.000 gulden". De man rekende namelijk zo: de wind kost niets. Dus: leven van de wind kost ook niets, ƒ 1300, — min niets is ƒ 1300, — (het jaarsalaris in die dagen). Vermenigvuldig dat met 40! De man vat even later het woord weer op en zegt: „Voor de Bijbel behoef je hier niet te komen, want die ken ik zelf even goed; misschien nog beter. Ik heb hem 39 maal uitgelezen. Wie doet mij dat na? "
Och, dat arme manneke. Hij gunt een ander zijn loon niet en viert zijn eigen triomfen. Zijn „tours de force" in het bijbellezen.
Hier zullen we maar geen stichtelijke woorden spreken. Wanneer de mens zijn aantal keren van bijbellezen gaat tellen, dan is hij ver heen. Ook als hij het driemaal per dag doet en weet, dat hij dat doet alsof het lezen zelf een verdienste was en zalig zou maken!
Zouden er onder ons toch ook nog geen mensen als dat pettemanneke zijn. Het heeft een taaier bestaan dan u misschien denkt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's