GEREFORMEERD APOSTOLAAT
Op de jaarvergadering van de Ned. Herv. Bond voor Inwendige Zending in Nederland, 13 november ll. te Utrecht gehouden, sprak prof. dr. H. Jonker over „Gereformeerd apostolaat? ". Het vraagteken in het opschrift herinnert aan het bezwaar destijds van gereformeerde (ook hervormd-gereformeerde) zijde gemaakt tegen de nieuwe benaming „apostolaat", die inmiddels wel typisch-hervormd kan worden genoemd. Men sprak dezerzijds liever van „evangelisatie" (de verkondiging van de goede boodschap der grote vreugde; Luc. 2 : 10). In de levende taal vinden echter verschuivingen plaats, zodat het niet juist is over een woord te vallen. Prof. Jonker stelt voor de term „apostolisch" te reserveren voor de unieke arbeid (en het woord) der apostelen, terwijl „apostolair" en „apostolaat" voor het werk der Kerk worden gebezigd.
Evangelisatie en apostolaat duiden trouwens niet precies hetzelfde aan. Bij evangelisatie denken wij aan het roepen tot- en het inlijven in de gemeente; bij apostolaat krijgen wij via de gemeente de wereld in het oog; de gemeente, die werkzaam is in het belang van de wereld. Joh. 3 : 16. Herinnerd kan hier worden aan het zendingsbevel (Matth. 28 : 19 „al de volken"), alsook aan het feit, dat Paulus betreden van de Via Appia het begin is van een inwerken op- en een omzetten van de decadente cultuurwereld van het Romeinse Rijk: kerstening van de wereld!
Ook het Oude Testament kent reeds deze apostolaire visie. Want het gaat daar niet maar om het éne volk, doch dat door dit uitverkoren volk de andere tot het heil zullen worden getrokken. Zie het wijde perspectief van Jesaja 2 en b.v. Jeremia's woorden voor de volkeren. De God van Abraham, Izaak en Jacob is ook de God der volkeren; Hij handelt in de wereld en stuwt deze naar Zijn machtig vrederijk. Onder de invloed van de idealiserende filosofie van Plato is er door christenen wel wat teveel „vergeestelijkt", wat aards is bedoeld; waardoor de brede, wereldwijde apostolaire visie verloren ging. Het apostolaat der gemeente is verankerd in de arbeid van de predestinerende God.
Wanneer de gemeente haar roeping tegenover de wereld gaat verstaan, krijgt zij ook te maken met de problematiek van de moderne cultuursituatie. Wij leven niet meer in de sfeer van het z.g. corpus christianum, d.w.z. dat de Kerk alle terreinen des levens beheerst. In de Middeleeuwen en ook nog in de tijd van de Reformatie wist men te behoren tot het christelijk Rijk. Karel V gevoelde zich geroepen dit Rijk tegen de ongelovigen (Turken) te verdedigen èn tegen wie de Kerk verdeelden (z, i. de Protestanten). In de oude steden staat de machtige cathedraal centraal, in welk heiligdom de verschillende gilden hun eigen kapellen hebben.
Groot is de invloed van de Kerk op het gewone leven. Na de Reformatie hadden de kerkeraden nog lange tijd grote invloed en gezag. Moge in sommige onzer gemeenten nog iets van het corpus christianum over zijn (dat de gemeenschap nog leeft „onder het beslag van het Woord"), de Kerk wordt steeds minder gezaghebbend instituut. De moderne mens acht zich zelfstandig; deze werkelijkheid hebben wij onder de ogen te zien. De bewarende kracht der traditie valt weg: wie van een kerks dorp naar de stad verhuist, wordt maar al te gemakkelijk onkerkelijk.
De moderne mens gevoelt dit niet als een gemis; voor hem is het niet meer de vraag: „hoe krijg ik een genadige God"? . Hij leeft braaf en netjes ; begeert zijn aandeel in de weldaden van de welvaartsstaat. En als hij sterft, welnu, dan zal hij het wel zien......!
Ons front is anders dan in de Hervormingstijd en de apostolaire taak is veel zwaarder geworden.
Anderzijds is het merkwaardig, dat juist in de moderne wijsbegeerte vragen aan de orde worden gesteld, die voorheen niet genoemd werden: het schuldprobleem, het lijden, de nood, de afgronden van het mens-zijn. Hier (als ook in de moderne psychologie m.n. in de psychoanalyse) is men met de mens bezig en wil men hem zijn masker afrukken. Als reformatorische christenen weten wij, dat door de ontdekking van de Heilige Geest de mens zichzelf leert kennen. Wat dit nu is, zullen wij duidelijk hebben te maken. En dan mogen wij onszelf wel de vraag stellen of wij, die daarover spreken, onszelf waarlijk kennen in Gods licht.
Men heeft het apostolaat wel tot het wezen der Kerk willen verklaren: kerk zijn is apostolair zijn. Sommigen wilden van „heel het kerkelijk bedrijf" niets meer weten; het Woord Gods gaat zelf zijn weg wel! De kerk is slechts middel om het Godsrijk te doen komen. Daarom stelde men in de kerkorde het artikel van het apostolaat (art. 8) vóór dat van het belijden (art. 10).
Doch in het Nieuwe Testament wordt ons de unieke, eigen plaats van de gemeente van Jezus Christus getoond : zij is iets aparts in deze wereld; Christus' lichaam. Geheimenisvol is, hoe door het zijn en de arbeid dezer gemeente het Evangelie doordringt in de wereld. Zij heeft de roeping Gods deugden te verkondigen ; vanuit de relatie met haar Hoofd kan zij apostolair werkzaam zijn.
Wij hebben vaak (en terecht) kritiek op de experimenten, die anderen doen, doch laat ons voorzichtig zijn in het be-oordelen van de anderen. Want zij kunnen ons op hun beurt vragen, wat wij doen. En wat doen wij ? Is het geen feit, dat vele kerkeraden de noodzaak van apostolair bezig te zijn nauwelijks inzien ?
Enerzijds leggen wij grote nadruk op de samenkomst der gemeente; op de eredienst (gebed, lied, opening des Woords enz.). Dit hebben wij, gebrekkige mensen, nodig om gesterkt te worden door Woord en sacrament. Anders wordt het apostolaat uitgehold en bestaat het gevaar, dat onder apostolaire leuzen de wereld in de kerk wordt gehaald.
Draagt de gemeente dus dezerzijds een gesloten karakter, de kerk is anderzijds geen secte. Want in de secte gaat het alleen om de eigen kring en bemoeit men zich niet met de wereld (doet men veelal ook niet aan barmhartigheidswerk). Dit is echter meer doopsgezind dan gereformeerd. Helaas komen onder gereformeerden veel doopsgezinde tendenzen voor. Doch Calvijn zocht contacten met vorsten en geleerden, terwijl onze vaderen (in de tijd zowel van de Reformatie als van de Nadere Reformatie) zich voor het volksleven verantwoordelijk wisten. Zo is er dus de openheid der gemeente. Het gereformeerd apostolaat, wereldwijd van visie, is functie der Kerk.
Gelet op het eigen wezen der gemeente als lichaam van Christus dienen wij van de samenkomst der gemeente (de eredienst) geen evangelisatiesamenkomst te maken. Zoals men trouwens van een samenkomst van buitenkerkelijken geen kerkdienst kan maken. Bij een dergelijk eerste contact houde men een toespraak, zonder gebed, zonder zingen, zonder collecte. Prof. Jonker stelt zich zo een dergelijke bijeenkomst voor; op uitnodiging. Daar wordt verteld wat het christelijk geloof eigenlijk is. Zoals Paulus op de Areopagus ook „zo maar" sprak. Het is een lange en moeilijke weg om de moderne mens, volgepompt als deze is met allerlei wijsbegeerte, waardoor men niet meer luisteren kan, via een dergelijk onderricht tot de gemeente te leiden. Ook gezegend werk voor wie erin arbeiden mag: men moet dan wel getuigen. De arbeid in het apostolaat is onder Gods zegen vaak de weg om tot persoonlijke geloofszekerheid te komen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's